Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds

Investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek van Singapore, anderzijds

de Europese Unie (hierna „de Unie” genoemd),

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Republiek Kroatië,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden, en

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland,

enerzijds, en

de Republiek Singapore (hierna „Singapore” genoemd),

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

Erkennende dat zij een langdurig en sterk partnerschap hebben, dat is gebaseerd op de gemeenschappelijke beginselen en waarden die zijn weergegeven in de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds (hierna „EUSPCA” genoemd), alsmede belangrijke economische, handels- en investeringsbanden, die onder meer tot uiting komen in de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore (hierna de „EUSFTA” genoemd);

Geleid door de wens, consistent met het kader van hun algemene betrekkingen, hun banden verder aan te halen, en ervan overtuigd dat deze overeenkomst een nieuw klimaat voor de verdere ontwikkeling van de wederzijdse investeringen door de partijen tot stand zal brengen;

Erkennende dat deze overeenkomst het streven naar regionale economische integratie aanvult en bevordert;

Vastbesloten hun economische, handels- en investeringsbanden aan te halen met eerbiediging van het doel van een in economisch, sociaal en ecologisch opzicht duurzame ontwikkeling, en invsteringen te bevorderen op een wijze die strookt met hoge beschermingsniveaus voor milieu en werknemers en de desbetreffende internationaal erkende normen en overeenkomsten waarbij zij partij zijn;

Opnieuw bevestigende dat zij gehecht zijn aan de beginselen van duurzame ontwikkeling en transparantie die tot uiting komen in de EUSFTA;

Opnieuw bevestigende dat elk van beide partijen het recht heeft maatregelen vast te stellen en te handhaven die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van legitieme beleidsdoelstellingen op onder meer sociaal, milieu- en veiligheidsgebied alsmede op het gebied van de volksgezondheid en openbare veiligheid en ter bevordering en bescherming van culturele diversiteit;

Opnieuw bevestigende dat zij het Handvest van de Verenigde Naties, ondertekend te San Francisco op 26 juni 1945, en de beginselen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties vastgesteld op 10 december 1948, ten volle onderschrijven;

Erkennende dat transparantie in de internationale handel en investeringen van belang is voor alle betrokkenen;

Voortbouwend op hun respectieve rechten en verplichtingen ingevolge de WTO-Overeenkomst en andere multilaterale, regionale en bilaterale overeenkomsten en akkoorden waarbij zij partij zijn, met name de EUSFTA,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

EEN

DOELSTELLING EN ALGEMENE DEFINITIES

Artikel

1.1

Doelstelling

Deze overeenkomst heeft tot doel het investeringsklimaat tussen de partijen te verbeteren volgens de bepalingen van deze overeenkomst.

Artikel

1.2

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • 1.

    „onder de overeenkomst vallende investering”: een investering die een onder de overeenkomst vallende investeerder van de ene partij rechtstreeks of onrechtstreeks in eigendom heeft of waarover hij rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap uitoefent op het grondgebied van de andere partij2)Voor alle duidelijkheid: investeringen „op het grondgebied van de andere partij” omvatten ook investeringen in een exclusieve economische zone of op het continentaal plat als bedoeld in het op 10 december 1982 tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee.;

    „investering”: elke vorm van activa die de kenmerken van een investering bezit; deze kenmerken zijn onder meer de vastlegging van kapitaal of andere middelen, de verwachting van winst of voordelen, risico-overname of een zekere duur. Investeringen kunnen onder meer de volgende vormen aannemen:

    • a.

      lichamelijke of onlichamelijke, roerende of onroerende zaken alsook alle andere eigendomsrechten, zoals huur-, hypotheek-, retentie- en pandrechten;

    • b.

      een onderneming, een filiaal daaronder begrepen, aandelen en andere vormen van deelneming in het aandelenkapitaal van een onderneming, met inbegrip van daarvan afgeleide rechten;

    • c.

      obligaties, niet-gegarandeerde schuldbekentenissen en leningen alsmede andere schuldbewijzen, met inbegrip van daarvan afgeleide rechten;

    • d.

      andere financiële activa, met inbegrip van derivaten, futures en opties;

    • e.

      sleutelklaar-, bouw-, beheers-, productie-, concessie-, inkomstendelings- en andere soortgelijke contracten;

    • f.

      geldvorderingen of aanspraken op andere activa of op contractuele prestaties met een economische waarde;

    • g.

      intellectuele-eigendomsrechten3)Onder „intellectuele-eigendomsrechten” wordt verstaan:a.alle categorieën intellectuele eigendom die vallen onder deel II, titels 1 tot en met 7, van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom die is vervat in Bijlage 1C van de WTO-Overeenkomst (hierna „TRIPs-Overeenkomst” genoemd), namelijk:i.auteursrecht en naburige rechten;ii.octrooien (waartoe in het geval van de Unie ook rechten behoren die van aanvullende beschermingscertificaten zijn afgeleid);iii.handelsmerken;iv.modellen;v.ontwerpen voor schakelpatronen (topografieën) van geïntegreerde schakelingen;vi.geografische aanduidingen;vii.bescherming van niet-openbaargemaakte informatie; enb.kwekersrechten. en goodwill; en

    • h.

      vergunningen, machtigingen, toestemmingen en soortgelijke rechten toegekend krachtens intern recht, met inbegrip van concessies voor de prospectie, ontginning, winning of exploitatie van natuurlijke hulpbronnen4)Voor alle duidelijkheid: een beschikking of uitspraak in het kader van een gerechtelijke of administratieve procedure vormt als zodanig geen investering..

    Alle rendement dat wordt geïnvesteerd, wordt als investering beschouwd en elke wijziging van de vorm waarin activa worden geïnvesteerd of geherinvesteerd laat de kwalificatie daarvan als investering onverlet.

  • 2.

    „onder de overeenkomst vallende investeerder”: een natuurlijke persoon5)De term „natuurlijke persoon” omvat ook natuurlijke personen met vaste woon- of verblijfplaats in Letland die geen burger van Letland of van een andere staat zijn, maar die op grond van de wet- en regelgeving van Letland recht hebben op een paspoort voor niet-staatsburgers (vreemdelingenpaspoort). of een rechtspersoon van de ene partij die een investering op het grondgebied van de andere partij heeft verricht;

  • 3.

    „natuurlijk persoon uit een partij”: een onderdaan van Singapore of van een van de lidstaten van de Unie volgens hun respectieve wetgeving;

  • 4.

    „rechtspersoon”: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, al dan niet met winstoogmerk, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • 5.

    „rechtspersoon van de Unie” respectievelijk „rechtspersoon van Singapore”: een naar het recht van de Unie of een lidstaat van de Unie respectievelijk het recht van Singapore opgerichte rechtspersoon die zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur6)Onder „hoofdbestuur” wordt verstaan het hoofdkantoor waar de uiteindelijke besluitvorming plaatsvindt. of zijn hoofdvestiging op het grondgebied van de Unie respectievelijk Singapore heeft. Een rechtspersoon die alleen zijn statutaire zetel of zijn hoofdbestuur op het grondgebied van de Unie respectievelijk Singapore heeft, wordt niet als rechtspersoon van de Unie respectievelijk rechtspersoon van Singapore beschouwd, tenzij hij betrokken is bij omvangrijke zakelijke transacties7)Naar de opvatting van de EU-partij komt het begrip „daadwerkelijke en duurzame band” met de economie van een lidstaat van de Unie, dat is verankerd in artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, overeen met het begrip „omvangrijke zakelijke transacties”. Dienovereenkomstig breidt de EU-partij de uit deze overeenkomst voortvloeiende voordelen enkel uit naar een naar het recht van Singapore opgerichte rechtspersoon die alleen zijn statutaire zetel of zijn hoofdbestuur op het grondgebied van Singapore heeft, indien die rechtspersoon een daadwerkelijke en duurzame economische band met de economie van Singapore heeft. op het grondgebied van de Unie respectievelijk op het grondgebied van Singapore;

  • 6.

    „maatregel”: elke wet, regeling, procedure, eis of praktijk;

  • 7.

    door een partij vastgestelde of gehandhaafde „behandeling” of „maatregel”8)Voor alle duidelijkheid: de partijen zijn het erover eens dat het begrip „behandeling” of „maatregel” ook niet-handelen omvat.: ook elke behandeling door of maatregel van:

    • a.

      centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten, en

    • b.

      niet-gouvernementele instanties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

  • 8.

    „rendement”: alle bedragen verkregen uit of door investeringen of herinvesteringen, met inbegrip van winsten, dividenden, kapitaalwinsten, royalty's, rente, betalingen in verband met intellectuele-eigendomsrechten, betalingen in natura en alle andere wettelijke inkomsten;

  • 9.

    „vrij converteerbare valuta”: een valuta die op grote schaal op internationale deviezenmarkten verhandeld en bij internationale transacties gebruikt wordt;

  • 10.

    „vestiging”:

    • a.

      de oprichting, overname of instandhouding van een rechtspersoon, of

    • b.

      de oprichting of instandhouding van een filiaal of vertegenwoordiging,

    met het oogmerk duurzame economische banden tot stand te brengen of in stand te houden op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te oefenen;

  • 11.

    „economische activiteit”: alle activiteiten van economische aard, behoudens activiteiten die worden uitgeoefend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, d.w.z. activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgeoefend;

  • 12.

    „EU-partij”: de Unie of haar lidstaten of de Unie en haar lidstaten binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zoals deze voortvloeien uit het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

HOOFDSTUK

TWEE

BESCHERMING VAN INVESTERINGEN

Artikel

2.1

Toepassingsgebied

Artikel

2.2

Investeringen en regelgevingsmaatregelen

Artikel

2.3

Nationale behandeling

Artikel

2.4

Norm voor behandeling

Artikel

2.5

Compensatie van verliezen

Artikel

2.6

Onteigening22)Voor alle duidelijkheid: dit artikel moet worden uitgelegd overeenkomstig de bijlagen 1 tot en met 3.

Artikel

2.7

Overmaking

Artikel

2.8

Subrogatie

Indien een partij, of een namens die partij optredende instantie, ten gunste van een van haar investeerders een betaling verricht uit hoofde van een borgstelling, een verzekeringsovereenkomst of een andere vorm van schadevergoeding waartoe zij zich heeft verplicht of die zij heeft toegekend met betrekking tot een investering, erkent de andere partij dat die partij of instantie ten aanzien van die investering in alle rechten treedt, dat alle desbetreffende rechten of titels op die partij of instantie overgaan en dat alle desbetreffende vorderingen aan die partij of instantie worden gecedeerd. De partij of de instantie mag het recht waarin zij is getreden of de vordering die aan haar is gecedeerd, op dezelfde wijze als het oorspronkelijke recht of de oorspronkelijke vordering van de investeerder geldend maken. Dergelijke rechten waarin de partij of een instantie is getreden, mogen met toestemming van de partij of de instantie ook door de investeerder geldend worden gemaakt.

HOOFDSTUK

DRIE

GESCHILLENBESLECHTING

AFDELING

A

BESLECHTING VAN GESCHILLEN TUSSEN INVESTEERDERS EN PARTIJEN BIJ OVEREENKOMST

Artikel

3.1

Toepassingsgebied en definities

Artikel

3.2

Minnelijke schikking

Alle geschillen dienen voor zover mogelijk in der minne te worden geschikt via onderhandelingen en, indien mogelijk, vóór de indiening van een verzoek om overleg overeenkomstig artikel 3.3 (Overleg). Een minnelijke schikking kan te allen tijde worden overeengekomen, ook nadat een geschillenbeslechtingsprocedure op grond van deze afdeling is gestart.

Artikel

3.3

Overleg

Artikel

3.4

Bemiddeling en alternatieve geschillenbeslechting

Artikel

3.5

Bericht van voornemen om geschil aan geschillenbeslechting te onderwerpen

Artikel

3.6

Indiening van verzoeken bij het Gerecht

Artikel

3.7

Voorwaarden voor indiening van verzoek

Artikel

3.8

Financiering door derden

Artikel

3.9

Gerecht van eerste aanleg

Artikel

3.10

Beroepsinstantie

Artikel

3.11

Ethische code

Artikel

3.12

Multilateraal geschillenbeslechtingsmechanisme

De partijen bij de overeenkomst streven onderling en samen met andere belanghebbende handelspartners naar de oprichting van een multilateraal investeringsgerecht en de instelling van een multilaterale beroepsmogelijkheid voor de beslechting van internationale investeringsgeschillen. Bij de instelling van een dergelijke multilaterale beroepsmogelijkheid neemt het Comité in overweging of een besluit moet worden genomen waarin wordt bepaald dat investeringsgeschillen in het kader van deze afdeling zullen worden beslecht met toepassing van die multilaterale beroepsmogelijkheid, en waarin wordt voorzien in passende overgangsregelingen.

Artikel

3.13

Toepasselijk recht en regels voor uitlegging

Artikel

3.14

Kennelijk oneigenlijke verzoeken

Artikel

3.15

Rechtens ongegronde verzoeken

Artikel

3.16

Transparantie van procedure

Bijlage 8 (Regels inzake de toegang van het publiek tot documenten en zittingen en de mogelijkheid voor derden om opmerkingen in te dienen) is van toepassing op onder deze afdeling vallende geschillen.

Artikel

3.17

Niet bij geschil betrokken partij bij overeenkomst

Artikel

3.18

Uitspraken

Artikel

3.19

Beroepsprocedure

Artikel

3.20

Schadeloosstelling of andere vorm van compensatie

De verweerder mag niet bij wijze van verweer, tegenvordering of compensatierecht dan wel om enige andere reden aanvoeren, en het Gerecht mag niet als zodanig aanvaarden, dat de eiser met betrekking tot de volledige of een deel van de schadevergoeding die in een in het kader van deze afdeling voorgelegd geschil wordt gevorderd, uit hoofde van een verzekerings- of borgstellingsovereenkomst een schadeloosstelling of andere vorm van compensatie heeft of zal ontvangen.

Artikel

3.21

Kosten

Artikel

3.22

Tenuitvoerlegging van uitspraken

Artikel

3.23

Rol van partijen bij overeenkomst

Artikel

3.24

Voeging

AFDELING

B

BESLECHTING VAN GESCHILLEN TUSSEN PARTIJEN BIJ OVEREENKOMST

Artikel

3.25

Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op alle meningsverschillen tussen de partijen over de interpretatie en toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

Artikel

3.26

Overleg

Artikel

3.27

Bemiddeling

Overeenkomstig bijlage 10 (Bemiddelingsprocedure voor geschillen tussen partijen) kan elke partij de andere partij verzoeken om aan een bemiddelingsprocedure deel te nemen met betrekking tot een maatregel die de investeringen tussen de partijen ongunstig beïnvloedt.

Artikel

3.28

Inleiding van arbitrageprocedure

Artikel

3.29

Instelling van arbitragepanel

Artikel

3.30

Voorlopige uitspraak inzake dringende aard

Indien een partij daarom verzoekt, doet het arbitragepanel binnen tien dagen na zijn instelling een voorlopige uitspraak over de vraag of het een zaak dringend acht.

Artikel

3.31

Tussentijds panelverslag

Artikel

3.32

Uitspraak van arbitragepanel

Artikel

3.33

Naleving van uitspraak van arbitragepanel

Elk van beide partijen neemt de maatregelen die noodzakelijk zijn om de uitspraak van het arbitragepanel te goeder trouw na te leven en beide partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen zij de uitspraak zullen naleven.

Artikel

3.34

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

3.35

Onderzoek van maatregelen tot naleving van uitspraak van arbitragepanel

Artikel

3.36

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

3.37

Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na vaststelling van tijdelijke maatregelen tegen niet-naleving

Artikel

3.38

Opschorting en beëindiging van arbitrageprocedures

Artikel

3.39

Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder deze afdeling vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Comité en in voorkomend geval het arbitragepanel van die oplossing in kennis. Indien ingevolge de desbetreffende interne procedures van een van beide partijen voor de oplossing goedkeuring vereist is, wordt in de kennisgeving naar dit vereiste verwezen en worden de krachtens deze afdeling ingeleide geschillenbeslechtingsprocedures opgeschort. Indien dergelijke goedkeuring niet vereist is, of nadat is kennisgegeven van de voltooiing van die interne procedures, wordt de procedure beëindigd.

Artikel

3.40

Procedureregels

Artikel

3.41

Indiening van informatie

Artikel

3.42

Interpretatieregels

Het arbitragepanel legt de in artikel 3.25 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht zijn neergelegd. Wanneer een verplichting uit hoofde van deze overeenkomst identiek is aan een verplichting uit hoofde van de WTO-Overeenkomst, neemt het arbitragepanel alle relevante interpretaties die zijn vastgesteld in uitspraken van het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO (Dispute Settlement Body, hierna de „DSB” genoemd) in aanmerking. De uitspraken van het arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van de in artikel 3.25 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen niet verruimen of beperken.

Artikel

3.43

Besluiten en uitspraken van arbitragepanel

Artikel

3.44

Lijsten van arbiters

Artikel

3.45

Verhouding tot WTO-verplichtingen

Artikel

3.46

Termijnen

HOOFDSTUK

VIER

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

4.1

Comité

Artikel

4.2

Besluitvorming

Artikel

4.3

Wijzigingen

Artikel

4.4

Prudentiële uitzonderingsbepaling

Artikel

4.5

Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat:

  • a.

    een van de partijen verplicht wordt informatie te verstrekken waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;

  • b.

    een van de partijen belet wordt gelijk welke actie te ondernemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen noodzakelijk acht en die:

    • i.

      verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie en oorlogstuig dan wel met de handel in andere goederen en materialen en economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting ten doel hebben;

    • ii.

      verband houden met de verlening van diensten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting ten doel hebben;

    • iii.

      betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of op grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd, of

    • iv.

      in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen dan wel ter bescherming van kritieke publieke infrastructuur (dit betreft de infrastructuur voor communicatie en voor elektriciteits- en watervoorziening, waarmee de bevolking wordt voorzien van goederen of diensten die aan de eerste levensbehoeften voldoen) tegen opzettelijke pogingen om die onbruikbaar te maken of te ontwrichten;

  • c.

    een van de partijen belet wordt maatregelen te nemen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

Artikel

4.6

Belastingen

Artikel

4.7

Specifieke uitzondering

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst is van toepassing op de activiteiten van een centrale bank of een monetaire autoriteit of van enige andere overheidsinstantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid.

Artikel

4.8

Staatsinvesteringsfondsen

Elk van beide partijen moedigt haar staatsinvesteringsfondsen aan, de Algemeen aanvaarde beginselen en praktijken – Beginselen van Santiago – te eerbiedigen.

Artikel

4.9

Openbaarmaking van informatie

Artikel

4.10

Voldoen aan verplichtingen

Elk van beide partijen treft alle algemene en bijzondere maatregelen die nodig zijn om aan haar verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij ziet erop toe dat de in deze overeenkomst genoemde doelstellingen worden bereikt.

Artikel

4.11

Geen rechtstreekse werking

Het is wel verstaan dat geen enkele bepaling in deze overeenkomst aldus mag worden uitgelegd dat daaraan rechten kunnen worden ontleend door of daarmee verplichtingen worden opgelegd aan personen, anders dan die welke de partijen krachtens internationaal publiekrecht hebben vastgesteld.

Artikel

4.12

Verhouding tot andere overeenkomsten

Artikel

4.13

Territoriale toepassing

Deze overeenkomst is van toepassing:

Verwijzingen naar „grondgebied” in deze overeenkomst worden in deze zin begrepen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

Artikel

4.15

Inwerkingtreding

Artikel

4.16

Duur

Artikel

4.17

Opzegging

Ingeval deze overeenkomst wordt opgezegd overeenkomstig artikel 4.16 (Duur), blijft deze overeenkomst ten aanzien van onder de overeenkomst vallende investeringen die vóór de datum van opzegging van deze overeenkomst zijn verricht, van kracht gedurende een periode van 20 jaar te rekenen vanaf die datum. Dit artikel is niet van toepassing wanneer de voorlopige toepassing van deze overeenkomst wordt beëindigd en deze overeenkomst niet in werking treedt.

Artikel

4.18

Toetreding van nieuwe lidstaten tot de Unie

Artikel

4.19

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

GEDAAN te Brussel, negentien oktober tweeduizend achttien.

Bijlage

1

Onteigening

De partijen bij de overeenkomst bevestigen hun gedeelde opvatting dat:

  • 1.

    artikel 2.6 (Onteigening) betrekking heeft op twee situaties. De eerste is rechtstreekse onteigening, waarbij een onder de overeenkomst vallende investering wordt genationaliseerd of anderszins direct wordt onteigend door formele overdracht van het eigendomsrecht of directe inbeslagneming. De tweede is onrechtstreekse onteigening, waarbij de uitwerking van een maatregel of reeks maatregelen van een partij gelijkwaardig is aan die van rechtstreekse onteigening, in die zin dat zij voor de onder de overeenkomst vallende investeerder een wezenlijke aantasting inhoudt van de fundamentele attributen van het eigendomsrecht met betrekking tot de onder de overeenkomst vallende investering, met inbegrip van het recht van gebruik, van genot en van beschikking, zonder formele overdracht van het eigendomsrecht of directe inbeslagneming;

  • 2.

    om vast te stellen of een maatregel of reeks maatregelen van een partij in een specifieke situatie onrechtstreekse onteigening inhoudt, een onderzoek per geval en op basis van feiten vereist is, waarbij rekening wordt gehouden met onder meer de volgende factoren:

    • a.

      de economische gevolgen van de maatregel of van de reeks maatregelen en de duur daarvan, evenwel met dien verstande dat er geen sprake kan zijn van onrechtstreekse onteigening louter doordat een maatregel of een reeks maatregelen van een partij negatieve gevolgen heeft voor de economische waarde van een investering;

    • b.

      de mate waarin het recht om het eigendom te gebruiken, ervan te genieten en erover te beschikken, wordt aangetast door de maatregel of door de reeks maatregelen, en

    • c.

      de aard van de maatregel of de reeks maatregelen, met name het voorwerp, de context en het doel ervan.

    Omwille van de duidelijkheid zij opgemerkt dat, behoudens in het zeldzame geval waarin de gevolgen van een maatregel of een reeks maatregelen zo ernstig zijn dat zij duidelijk buitensporig blijken ten opzichte van het doel daarvan, een niet-discriminerende maatregel of reeks maatregelen van een partij die wordt ontworpen en toegepast met het oog op legitieme doelstellingen van overheidsbeleid zoals de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu, geen onrechtstreekse onteigening inhoudt.

Bijlage

2

Grondonteigening

  • 1.

    Onverminderd artikel 2.6 (Onteigening) moet in geval van onteigening met betrekking tot grond, zoals omschreven in de wet inzake grondverwerving (hoofdstuk 152)1)Wet inzake grondverwerving (hoofdstuk 152) op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst., waarbij Singapore de onteigenende partij is, een vergoeding tegen marktwaarde worden betaald overeenkomstig bovengenoemde wet.

  • 2.

    Voor de toepassing van deze overeenkomst moeten alle onteigeningsmaatregelen in het kader van de wet inzake grondverwerving (hoofdstuk 152) ten algemenen nutte zijn of verbonden zijn met een doelstelling ten algemenen nutte.

Bijlage

3

Onteigening en intellectuele-eigendomsrechten

Omwille van de duidelijkheid zij opgemerkt dat de intrekking, beperking of invoering van intellectuele-eigendomsrechten geen onteigening inhoudt voor zover de maatregel in overeenstemming is met de TRIPs-Overeenkomst en met hoofdstuk tien (Intellectuele eigendom) van de EUSFTA. Indien zou worden vastgesteld dat de maatregel niet in overeenstemming is met de TRIPS-Overeenkomst of met hoofdstuk tien (Intellectuele eigendom) van de EUSFTA, blijkt daaruit niet dat er sprake is van onteigening.

Bijlage

4

Overheidsschulden

  • 1.

    Er mag geen verzoek worden ingediend op grond dat de herstructurering van de schulden van een partij bij de overeenkomst in strijd is met een verplichting uit hoofde van hoofdstuk twee (Bescherming van investeringen), en evenmin mag een reeds ingediend verzoek verder in behandeling worden genomen in het kader van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), wanneer de herstructurering op het tijdstip van indiening van het verzoek een overeengekomen herstructurering is dan wel na het tijdstip van indiening van het verzoek een overeengekomen herstructurering wordt, met uitzondering van een verzoek op grond dat de herstructurering in strijd is met artikel 2.3 (Nationale behandeling)1)Voor de toepassing van deze bijlage houdt het loutere feit dat in het kader van een schuldencrisis of dreigende schuldencrisis investeerders of investeringen verschillend worden behandeld op basis van legitieme doelstellingen van overheidsbeleid, geen schending van artikel 2.3 (Nationale behandeling) in..

  • 2.

    Ongeacht het bepaalde in artikel 3.6 (Indiening van verzoek bij Gerecht) van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), en onder voorbehoud van het bepaalde in punt 1 van deze bijlage, mag een investeerder geen verzoek als bedoeld in hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), indienen op grond dat de herstructurering van de schulden van een partij bij de overeenkomst in strijd is met een verplichting uit hoofde van hoofdstuk twee (Bescherming van investeringen) anders dan uit hoofde van artikel 2.3 (Nationale behandeling), tenzij 270 dagen zijn verstreken na de datum waarop de eiser het schriftelijk verzoek om overleg op grond van artikel 3.3 (Overleg) van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), heeft ingediend.

  • 3.

    Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

    „overeengekomen herstructurering”: de herstructurering of reorganisatie van de schulden van een partij die heeft plaatsgevonden door middel van i) een wijziging of aanpassing van schuldinstrumenten overeenkomstig de voorwaarden ervan, met inbegrip van de daarop toepasselijke wetgeving, of ii) een schuldenruil of een andere, soortgelijke procedure waarin de houders van niet minder dan 75% van de totale hoofdsom van de uitstaande schulden die worden geherstructureerd, hebben ingestemd met een dergelijke schuldenruil of andere procedure;

    op een schuldinstrument „toepasselijke wetgeving”: het wet- en regelgevingskader van een jurisdictie dat op dat schuldinstrument van toepassing is.

  • 4.

    Voor alle duidelijkheid: de „schulden van een partij” omvatten in het geval van de Unie de schulden van een overheid van een lidstaat of van een centrale, regionale of lokale overheidsinstantie in een lidstaat van de Unie.

Bijlage

5

Overeenkomsten als bedoeld in artikel 4.12

De overeenkomsten tussen de lidstaten van de Unie en Singapore zijn de volgende:

  • 1.

    Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Singapore en de regering van de Republiek Bulgarije inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, opgesteld te Singapore op 15 september 2003;

  • 2.

    Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Singapore en de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie inzake de bevordering en bescherming van investeringen, opgesteld te Brussel op 17 november 1978;

  • 3.

    Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Singapore en de regering van de Tsjechische Republiek inzake de bevordering en bescherming van investeringen, opgesteld te Singapore op 8 april 1995;

  • 4.

    Overeenkomst tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Singapore inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, opgesteld te Singapore op 3 oktober 1973;

  • 5.

    Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Singapore en de regering van de Franse Republiek inzake de bevordering en bescherming van investeringen, opgesteld te Parijs op 8 september 1975;

  • 6.

    Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Singapore en de regering van de Republiek Letland inzake de bevordering en bescherming van investeringen, opgesteld te Singapore op 7 juli 1998;

  • 7.

    Overeenkomst tussen de Republiek Singapore en Hongarije inzake de bevordering en bescherming van investeringen, opgesteld te Singapore op 17 april 1997;

  • 8.

    Overeenkomst inzake economische samenwerking tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Republiek Singapore, opgesteld te Singapore op 16 mei 1972;

  • 9.

    Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Singapore en de regering van de Republiek Polen inzake de bevordering en bescherming van investeringen, opgesteld te Warschau (Polen) op 3 juni 1993;

  • 10.

    Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Singapore en de regering van de Republiek Slovenië inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, opgesteld te Singapore op 25 januari 1999;

  • 11.

    Overeenkomst tussen de Republiek Singapore en de Slowaakse Republiek inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, opgesteld te Singapore op 13 oktober 2006, en

  • 12.

    Overeenkomst tussen de regering van de Republiek Singapore en de regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake de bevordering en bescherming van investeringen, opgesteld te Singapore op 22 juli 1975.

Bijlage

6

Bemiddelingsmechanisme voor geschillen tussen investeerders en partijen

Artikel

1

Doel

Dit bemiddelingsmechanisme heeft tot doel te bevorderen dat door middel van een alomvattende en snelle procedure en met behulp van een bemiddelaar een onderling overeengekomen oplossing wordt bereikt.

AFDELING

A

PROCEDURE IN KADER VAN BEMIDDELINGSMECHANISME

Artikel

2

Inleiding van procedure

Artikel

3

Keuze van bemiddelaar

Artikel

4

Regels voor bemiddelingsprocedure

AFDELING

B

TENUITVOERLEGGING

Artikel

5

Tenuitvoerlegging van onderling overeengekomen oplossing

AFDELING

C

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

6

Verhouding tot beslechting van geschillen

Artikel

7

Termijnen

Alle in deze bijlage vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen bij het geschil worden gewijzigd.

Artikel

8

Kosten

Bijlage

7

Gedragscode voor leden van gerecht en beroepsinstantie en voor bemiddelaars

Definities

  • 1.

    In deze gedragscode wordt verstaan onder:

    „lid”: een lid van het op grond van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), ingestelde Gerecht of een lid van de op grond van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), ingestelde Beroepsinstantie;

    „bemiddelaar”: een persoon die overeenkomstig hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling A (Beslechting van geschillen tussen investeerders en partijen bij overeenkomst), bemiddeling verricht;

    „kandidaat”: een persoon wiens aanwijzing als lid wordt overwogen;

    „assistent”: een persoon die binnen het kader van het mandaat van een lid voor dat lid onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert; en

    „personeel”: met betrekking tot een lid, andere personen dan assistenten die onder de leiding en het toezicht van dat lid werkzaam zijn.

Verantwoordelijkheden in het kader van de procedure

  • 2.

    De kandidaten en de leden vermijden laakbaar gedrag en de schijn van laakbaar gedrag, zijn onafhankelijk en onpartijdig, vermijden directe en indirecte belangenconflicten en nemen bij hun gedrag de hoogste normen in acht, teneinde de integriteit en onpartijdigheid van het mechanisme van geschillenbeslechting te garanderen. De leden nemen geen instructies van enige organisatie of regering aan met betrekking tot de aan het Gerecht of de Beroepsinstantie voorgelegde aangelegenheden. Voormalige leden leven de verplichtingen in de punten 15 tot en met 21 van deze gedragscode na.

Openbaarmakingsplicht

  • 3.

    Voorafgaand aan hun aanwijzing als lid geven de kandidaten aan de partijen bij de overeenkomst opening van zaken over alle tegenwoordige of vroegere belangen, relaties of aangelegenheden die van invloed kunnen zijn op hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid zouden kunnen wekken. Daartoe stellen de kandidaten alles in het werk wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om na te gaan of er sprake is van dergelijke belangen, relaties of aangelegenheden.

  • 4.

    De leden richten mededelingen betreffende feitelijke of mogelijke schendingen van deze gedragscode aan de partijen bij het geschil en de niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst.

  • 5.

    De leden blijven te allen tijde alles in het werk stellen wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om na te gaan of er sprake is van de in punt 3 van deze gedragscode bedoelde belangen, relaties of aangelegenheden en zij geven in voorkomend geval opening van zaken. Op grond van de verplichting tot openbaarmaking zijn de leden voortdurend gehouden opening van zaken te geven over dergelijke belangen, relaties of aangelegenheden die zich tijdens elke fase van de procedure voordoen, zodra zij daarvan kennis hebben. De leden geven opening van zaken over dergelijke belangen, relaties en aangelegenheden door daarvan schriftelijk mededeling te doen aan de partijen bij het geschil en de niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst, ter overweging door al deze partijen.

Taken van leden

  • 6.

    De leden oefenen hun taken gedurende de gehele procedure nauwgezet, snel en naar billijkheid uit.

  • 7.

    De leden onderzoeken uitsluitend vraagstukken die in de procedure aan de orde worden gesteld en voor de uitspraak noodzakelijk zijn en delegeren deze taak niet aan een andere persoon.

  • 8.

    De leden nemen alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat hun assistenten en personeel bekend zijn met de punten 2, 3, 4, 5, 19, 20 en 21 van deze gedragscode en deze naleven.

  • 9.

    De leden onthouden zich van eenzijdige contacten in verband met de procedure.

Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van leden

  • 10.

    De leden zijn onafhankelijk en onpartijdig, vermijden de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid en laten zich niet leiden door eigenbelang, druk van buitenaf, politieke overwegingen, publieke protesten, loyaliteit aan een partij bij het geschil of niet bij het geschil betrokken partij bij de overeenkomst of vrees voor kritiek.

  • 11.

    De leden mogen direct noch indirect verplichtingen aangaan of voordelen aanvaarden die op welke wijze dan ook de goede uitoefening van hun taken verstoren of lijken te verstoren.

  • 12.

    De leden gebruiken hun positie als lid van het Gerecht niet om persoonlijke of particuliere belangen te dienen en onthouden zich van handelingen die de indruk kunnen wekken dat anderen in een bijzondere positie verkeren waardoor zij invloed op hen kunnen uitoefenen.

  • 13.

    De leden laten hun gedrag of oordeel niet beïnvloeden door financiële, zakelijke, professionele, familiale of sociale relaties of verantwoordelijkheden.

  • 14.

    De leden gaan geen relaties aan en verwerven geen financiële belangen wanneer daardoor hun onpartijdigheid in het gedrang kan komen of wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daardoor de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid wordt gewekt.

Verplichtingen van voormalige leden

  • 15.

    Alle voormalige leden onthouden zich van handelingen die de schijn kunnen wekken dat zij bij de uitoefening van hun taken niet onpartijdig waren of dat zij voordeel hebben ontleend aan de beslissing of de uitspraak van het Gerecht of van de Beroepsinstantie.

  • 16.

    Onverminderd artikel 3.9 (Gerecht van eerste aanleg), lid 5, en artikel 3.10 (Beroepsinstantie), lid 4, verbinden de leden zich ertoe om na afloop van hun mandaat op geen enkele wijze deel te nemen aan

    • a.

      investeringsgeschillen die vóór afloop van hun mandaat aanhangig waren bij het Gerecht of bij de Beroepsinstantie;

    • b.

      investeringsgeschillen die direct en duidelijk verband houden met geschillen die zij als lid van het Gerecht of van de Beroepsinstantie hebben behandeld, ook wanneer die afgesloten zijn.

  • 17.

    De leden verbinden zich ertoe om gedurende een periode van drie jaar na afloop van hun mandaat niet op te treden als vertegenwoordiger van een van de partijen bij investeringsgeschillen die aanhangig zijn bij het Gerecht of bij de Beroepsinstantie.

  • 18.

    Indien de president van het Gerecht of de president van de Beroepsinstantie ervan in kennis wordt gesteld of anderszins verneemt dat een voormalig lid van het Gerecht of van de Beroepsinstantie zou hebben gehandeld in strijd met de verplichtingen als bedoeld in de punten 15 tot en met 17, onderzoekt de president de aangelegenheid en stelt hij het voormalige lid in de gelegenheid te worden gehoord. Indien hij na afloop van het onderzoek van oordeel is dat het voormalige lid daadwerkelijk heeft gehandeld in strijd met die verplichtingen, stelt hij

    • a.

      de beroepsorde of een vergelijkbare instantie waarbij het voormalige lid is aangesloten;

    • b.

      de partijen bij de overeenkomst, en

    • c.

      de president van elk ander gerecht dat of elke andere beroepsinstantie die bevoegd is ter zake van investeringsgeschillen, daarvan in kennis.

    De president van het Gerecht of de president van de Beroepsinstantie maakt zijn bevindingen uit hoofde van dit punt openbaar.

Vertrouwelijkheid

  • 19.

    De leden of voormalige leden mogen op geen enkel tijdstip niet-openbare informatie over of verkregen tijdens een procedure openbaar maken of gebruiken, behalve voor de doeleinden van die procedure, en mogen deze informatie in het bijzonder niet openbaar maken of gebruiken om persoonlijk voordeel te behalen, anderen voordeel te verschaffen of de belangen van anderen te schaden.

  • 20.

    De leden mogen beslissingen of uitspraken dan wel delen daarvan niet openbaar maken voordat zij overeenkomstig bijlage 8 worden bekendgemaakt.

  • 21.

    De leden of voormalige leden mogen op geen enkel tijdstip informatie over de beraadslagingen van het Gerecht of de Beroepsinstantie of over het standpunt van een lid met betrekking tot de beraadslagingen openbaar maken.

Kosten

  • 22.

    De leden houden de aan de procedure bestede tijd en de hiervoor gedane uitgaven bij en leggen hiervan een eindafrekening over.

Bemiddelaars

  • 23.

    De in deze gedragscode beschreven voorschriften voor leden of voormalige leden zijn mutatis mutandis van toepassing op bemiddelaars.

Raadgevend Comité

  • 24.

    De president van het Gerecht en de president van de Beroepsinstantie worden elk bijgestaan door een Raadgevend Comité, bestaande uit de vicepresident en het naar leeftijd oudste lid van het Gerecht respectievelijk de Beroepsinstantie, ter waarborging van de juiste toepassing van deze gedragscode en artikel 3.11 (Ethische code) en met het oog op de uitvoering van enige andere taak, indien hierin wordt voorzien.

Bijlage

8

Regels inzake toegang van publiek tot documenten en zittingen en mogelijkheid voor derden om opmerkingen in te dienen

Artikel

1

Artikel

2

Het Gerecht houdt openbare zittingen en stelt in overleg met de partijen bij het geschil de nodige logistieke regelingen vast. Elke partij bij het geschil die voornemens is in een zitting informatie te gebruiken die zij als beschermd aanduidt, stelt het Gerecht hiervan evenwel in kennis. Het Gerecht stelt de nodige regelingen vast om deze informatie te beschermen tegen openbaarmaking.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties treedt via het secretariaat van de Uncitral op als depositaris en maakt de informatie openbaar uit hoofde van deze bijlage.

Artikel

6

Het Gerecht oefent zijn beoordelingsbevoegdheid uit voor zover dat in deze bijlage is bepaald en houdt daarbij rekening met:

  • a.

    het openbaar belang bij transparantie van de op een overeenkomst gebaseerde investeringsgeschillenbeslechting en van de specifieke procedure, en

  • b.

    het belang van de partijen bij het geschil bij een billijke en efficiënte beslechting van hun geschil.

Bijlage

9

Procedureregels voor arbitrage

Algemene bepalingen

  • 1.

    In hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen partijen bij overeenkomst), en in het kader van deze bijlage wordt verstaan onder:

    „adviseur”: een persoon die door een partij is aangesteld om haar in verband met de procedure voor het arbitragepanel te adviseren of bij te staan;

    „arbiter”: een lid van een krachtens artikel 3.29 (Instelling van arbitragepanel) ingesteld arbitragepanel;

    „assistent”: een persoon die binnen het kader van het mandaat van een arbiter voor die arbiter onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert;

    „klagende partij”: iedere partij die krachtens artikel 3.28 (Inleiding van arbitrageprocedure) om de instelling van een arbitragepanel verzoekt;

    „partij waartegen de klacht gericht is”: de partij ten aanzien waarvan wordt gesteld dat zij de in artikel 3.25 (Toepassingsgebied) bedoelde bepalingen heeft geschonden;

    „arbitragepanel”: een krachtens artikel 3.29 (Instelling van arbitragepanel) ingesteld panel;

    „vertegenwoordiger van een partij”: een persoon in dienst van of aangewezen door een ministerie, een overheidsdienst of een ander overheidsorgaan van een partij, die de partij met betrekking tot een geschil op het gebied van deze overeenkomst vertegenwoordigt.

  • 2.

    Deze bijlage is van toepassing op procedures voor geschillenbeslechting krachtens hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen partijen bij overeenkomst), tenzij de partijen anders overeenkomen.

  • 3.

    De partij waartegen de klacht gericht is, is belast met de logistieke organisatie van de geschillenbeslechtingsprocedures, in het bijzonder met de organisatie van de hoorzittingen, tenzij anders wordt overeengekomen. De partijen dragen elk voor een gelijk deel de kosten voor organisatorische aangelegenheden, met inbegrip van de kosten van de arbiters.

Kennisgevingen

  • 4.

    De partijen en het arbitragepanel versturen alle verzoeken, mededelingen, schriftelijke stukken of andere documenten per e-mail; op dezelfde dag wordt een kopie daarvan per fax, aangetekende post of koeriersdienst verzonden, dan wel tegen ontvangstbewijs afgegeven, of ingediend met een ander telecommunicatiemiddel waarbij de verzending wordt geregistreerd. Een e-mailbericht wordt geacht te zijn ontvangen op de datum van verzending, behoudens bewijs van het tegendeel.

  • 5.

    Elke partij verstrekt een elektronische kopie van haar schriftelijk ingediende stukken aan elk van de arbiters en tegelijkertijd aan de andere partij. Er wordt eveneens een papieren kopie van het document verstrekt.

  • 6.

    Kennisgevingen worden respectievelijk gericht aan de directeur-generaal, het directoraat Handel van de Europese Commissie en de directeur Noord-Amerika en Europa van het Ministerie van Handel en Industrie van Singapore.

  • 7.

    Kleine verschrijvingen in verzoeken, mededelingen, schriftelijke stukken of andere documenten in verband met de procedure voor het arbitragepanel kunnen worden hersteld door de indiening van een nieuw document waarin de wijzigingen duidelijk zijn aangegeven, tenzij de andere partij hiertegen bezwaar maakt.

  • 8.

    Indien de laatste dag waarop een document kan worden ingediend, op een officiële feest- of rustdag van Singapore of van de Unie valt, kan het document op de volgende werkdag worden ingediend.

Aanvang van arbitrage

  • 9.
    • a.

      Indien de arbiters overeenkomstig artikel 3.29 (Instelling van arbitragepanel) of de punten 21, 23 of 50 van deze bijlage door middel van loting worden aangewezen, hebben vertegenwoordigers van beide partijen het recht om bij de aanwijzing door middel van loting aanwezig te zijn.

    • b.

      Tenzij de partijen anders overeenkomen, komen zij binnen zeven dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel met dat panel bijeen om te beslissen over aangelegenheden die de partijen of het arbitragepanel passend achten, met inbegrip van de aan de arbiters verschuldigde honoraria en onkostenvergoedingen. De arbiters en de vertegenwoordigers van de partijen kunnen per telefoon of per videoconferentie aan deze bijeenkomst deelnemen.

  • 10.
    • a.

      Tenzij de partijen binnen zeven dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel anders overeenkomen, luidt de taakomschrijving van dit panel als volgt:

      „in het licht van de desbetreffende bepalingen van de overeenkomst de aangelegenheid onderzoeken die is beschreven in het ingevolge artikel 3.28 ingediende verzoek om instelling van het arbitragepanel, zich uitspreken over de verenigbaarheid van de maatregel in kwestie met de in artikel 3.25 bedoelde bepalingen door middel van juridische en/of feitelijke vaststellingen, met vermelding van de redenen daarvoor, en een uitspraak doen overeenkomstig de artikelen 3.31 en 3.32.”

    • b.

      Wanneer de partijen overeenstemming hebben bereikt over de taakomschrijving van het arbitragepanel, stellen zij het arbitragepanel daarvan onverwijld in kennis.

Eerste stukken

  • 11.

    Uiterlijk 20 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel dient de klagende partij haar schriftelijke eis in. Uiterlijk 20 dagen na de datum van indiening van de schriftelijke eis dient de partij waartegen de klacht gericht is haar schriftelijke verweer in.

Werkwijze van arbitragepanels

  • 12.

    De voorzitter van het arbitragepanel zit alle bijeenkomsten van het panel voor. Het arbitragepanel kan aan de voorzitter de bevoegdheid tot het nemen van administratieve en procedurele besluiten delegeren.

  • 13.

    Tenzij in hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen partijen bij overeenkomst), anders is bepaald, kan het arbitragepanel bij zijn werkzaamheden alle communicatiemiddelen gebruiken, waaronder telefoon-, fax- en computerverbindingen.

  • 14.

    Hoewel alleen arbiters aan de beraadslagingen van het arbitragepanel mogen deelnemen, kan het panel toestaan dat de assistenten de beraadslagingen van het panel bijwonen.

  • 15.

    Het opstellen van uitspraken is een exclusieve bevoegdheid van het arbitragepanel, die niet mag worden gedelegeerd.

  • 16.

    Wanneer zich een procedureel vraagstuk voordoet dat niet door de bepalingen van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen partijen bij overeenkomst), en de bijlagen daarbij wordt bestreken, kan het arbitragepanel na overleg met de partijen een passende, met die bepalingen verenigbare procedure vaststellen.

  • 17.

    Wanneer het arbitragepanel van oordeel is dat een procedurele termijn moet worden gewijzigd of dat een andere procedurele of administratieve aanpassing nodig is, stelt het de partijen schriftelijk in kennis van de redenen voor de wijziging of aanpassing onder vermelding van de vereiste termijn of aanpassing.

Vervanging

  • 18.

    Indien een arbiter niet aan de procedure kan deelnemen, zich terugtrekt of moet worden vervangen, wordt overeenkomstig artikel 3.29 (Instelling van arbitragepanel) een vervanger aangewezen.

  • 19.

    Wanneer een partij van oordeel is dat een arbiter de gedragscode van bijlage 11 (hierna „gedragscode” genoemd) schendt en om die reden moet worden vervangen, deelt zij dit de andere partij mee binnen 15 dagen nadat zij kennis heeft genomen van de omstandigheden die aan de schending van de gedragscode door de arbiter ten grondslag liggen.

  • 20.

    Wanneer een partij van oordeel is dat een arbiter die niet de voorzitter is, de gedragscode schendt, treden de partijen met elkaar in overleg en besluiten zij in voorkomend geval de arbiter te vervangen en overeenkomstig de procedure van artikel 3.29 (Instelling van arbitragepanel) een vervanger aan te wijzen.

  • 21.

    Indien de partijen het niet eens worden over de vraag of een arbiter moet worden vervangen, kan elke partij verzoeken de aangelegenheid voor te leggen aan de voorzitter van het arbitragepanel, wiens beslissing definitief is.

    Indien de voorzitter naar aanleiding van een dergelijk verzoek vaststelt dat een arbiter de gedragscode heeft geschonden, wordt een nieuwe arbiter aangewezen.

    De partij die de arbiter die moet worden vervangen heeft aangewezen, wijst een arbiter aan uit de overige in aanmerking komende personen op de overeenkomstig artikel 3.44 (Lijsten van arbiters), lid 2, opgestelde lijst. Indien de partij niet binnen vijf dagen na de vaststelling door de voorzitter van het arbitragepanel een arbiter aanwijst, wijst de voorzitter van het Comité of diens vertegenwoordiger binnen tien dagen na de vaststelling door de voorzitter van het arbitragepanel door middel van loting een arbiter aan uit de overige in aanmerking komende personen op de overeenkomstig artikel 3.44 (Lijsten van arbiters), lid 2, opgestelde lijst.

    Indien de in artikel 3.44 (Lijsten van arbiters), lid 2, bedoelde lijst op het in artikel 3.29 (Instelling van arbitragepanel), lid 4, voorgeschreven tijdstip niet is opgesteld, wijst de partij die de arbiter die moet worden vervangen heeft aangewezen of, wanneer zij zulks verzuimt, de voorzitter van het Comité of diens vertegenwoordiger binnen vijf dagen na de vaststelling door de voorzitter van het arbitragepanel een arbiter aan:

    • a.

      ingeval de partij geen personen heeft voorgedragen, uit de overige personen die overeenkomstig artikel 3.44 (Lijsten van arbiters), lid 2, door de andere partij zijn voorgedragen; of

    • b.

      ingeval de partijen niet tot overeenstemming zijn gekomen over een lijst van namen overeenkomstig artikel 3.44 (Lijsten van arbiters), lid 2, uit de personen die de partij overeenkomstig artikel 3.44 (Lijsten van arbiters), lid 2, heeft voorgedragen.

  • 22.

    Wanneer een partij van oordeel is dat de voorzitter van het arbitragepanel de gedragscode schendt, treden de partijen met elkaar in overleg en besluiten zij in voorkomend geval de voorzitter te vervangen en overeenkomstig de procedure van artikel 3.29 (Instelling van arbitragepanel) een vervanger aan te wijzen.

  • 23.

    Indien de partijen het niet eens worden over de vraag of de voorzitter van het arbitragepanel moet worden vervangen, kan elke partij verzoeken de aangelegenheid voor te leggen aan een neutrale derde. Indien de partijen het niet eens kunnen worden over een neutrale derde, wordt de aangelegenheid voorgelegd aan een van de overige personen op de in artikel 3.44 (Lijsten van arbiters), lid 1, bedoelde lijst. Welke persoon dit is, wordt door middel van loting bepaald door de voorzitter van het Comité of diens vertegenwoordiger. Het besluit van deze persoon over de noodzaak tot vervanging van de voorzitter is definitief.

    Indien deze persoon vaststelt dat de oorspronkelijke voorzitter van het arbitragepanel de gedragscode heeft geschonden, stemmen de partijen in met de vervanging. Indien de partijen het niet eens worden over een nieuwe voorzitter van het arbitragepanel, wijst de voorzitter van het Comité of diens vertegenwoordiger door middel van loting een nieuwe voorzitter aan uit de overige personen op de in artikel 3.44 (Lijsten van arbiters), lid 1, bedoelde lijst. De naam van de persoon die heeft vastgesteld dat de oorspronkelijke voorzitter de gedragscode heeft geschonden, mag, in voorkomend geval, niet op de lijst van overige personen voorkomen. De nieuwe voorzitter wordt aangewezen binnen vijf dagen na de vaststelling dat de voorzitter moet worden vervangen.

  • 24.

    De procedure voor het arbitragepanel wordt geschorst zolang de procedures bedoeld in de punten 19, 20, 21, 22, 23 en 24 van deze bijlage niet zijn voltooid.

Hoorzittingen

  • 25.

    De voorzitter stelt in overleg met de partijen en de overige arbiters de datum en het tijdstip van de hoorzitting vast en zendt de partijen hiervan een schriftelijke bevestiging. Tenzij de hoorzitting achter gesloten deuren plaatsvindt, wordt deze informatie door de partij die met de logistieke organisatie van de procedure is belast, tevens openbaar gemaakt. Tenzij een van de partijen hier bezwaar tegen heeft, kan het arbitragepanel besluiten geen hoorzitting te organiseren.

  • 26.

    Tenzij de partijen anders overeenkomen, wordt de hoorzitting in Brussel gehouden als Singapore de klagende partij is en in Singapore als de Unie de klagende partij is.

  • 27.

    Het arbitragepanel kan aanvullende hoorzittingen organiseren indien de partijen zulks overeenkomen.

  • 28.

    Gedurende de hoorzittingen zijn alle arbiters aanwezig.

  • 29.

    De volgende personen kunnen een hoorzitting bijwonen, ongeacht of de procedure openstaat voor het publiek:

    • a.

      vertegenwoordigers van de partijen;

    • b.

      adviseurs van de partijen;

    • c.

      administratief personeel, tolken, vertalers en notulisten, en

    • d.

      assistenten van de arbiters.

    Alleen de vertegenwoordigers en de adviseurs van de partijen mogen het woord tot het arbitragepanel richten.

  • 30.

    Uiterlijk vijf dagen voor de datum van de hoorzitting verstrekt elk van beide partijen het arbitragepanel en tegelijkertijd de andere partij een lijst met de namen van de personen die namens die partij op de hoorzitting pleidooien of uiteenzettingen zullen houden en van andere vertegenwoordigers of adviseurs die de hoorzitting zullen bijwonen.

  • 31.

    De hoorzittingen van het arbitragepanel zijn voor het publiek toegankelijk, tenzij de partijen besluiten dat de hoorzittingen gedeeltelijk of geheel achter gesloten deuren zullen plaatsvinden. Wanneer de hoorzittingen voor het publiek toegankelijk zijn en voor zover de partijen niet anders overeenkomen, is het volgende van toepassing:

    • a.

      wordt de hoorzitting gelijktijdig via een gesloten televisiecircuit voor het publiek uitgezonden in een afzonderlijke videoruimte in de nabijheid van de zaal waar de hoorzitting plaatsvindt;

    • b.

      is registratie voor het bijwonen van de openbare uitzending van de hoorzitting vereist;

    • c.

      is het niet toegestaan in de videoruimte beeld- of geluidopnamen dan wel foto's te maken;

    • d.

      heeft het panel te allen tijde het recht om voor de behandeling van aangelegenheden die op vertrouwelijke informatie betrekking hebben, te vragen dat de hoorzitting achter gesloten deuren wordt gehouden.

    Het arbitragepanel komt achter gesloten deuren bijeen wanneer de stukken en pleidooien van een partij vertrouwelijke informatie bevatten. Het panel heeft het recht, bij wijze van uitzondering, de hoorzittingen te allen tijde op eigen initiatief dan wel op verzoek van een van beide partijen achter gesloten deuren te houden.

  • 32.

    De hoorzitting wordt door het arbitragepanel op de volgende wijze gevoerd, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de klagende partij en de partij waartegen de klacht gericht is evenveel tijd krijgen toegewezen:

    pleidooien

    • a.

      eis van de klagende partij;

    • b.

      verweer van de partij waartegen de klacht gericht is;

    weerleggingen

    • a.

      weerlegging door de klagende partij;

    • b.

      antwoord van de partij waartegen de klacht gericht is op de weerlegging.

  • 33.

    Het arbitragepanel kan op elk moment van de hoorzitting aan een van beide partijen vragen stellen.

  • 34.

    Het arbitragepanel ziet erop toe dat van elke hoorzitting een proces-verbaal wordt opgemaakt, dat zo spoedig mogelijk aan de partijen wordt verstrekt.

  • 35.

    Elk van beide partijen kan binnen tien dagen na de datum van de hoorzitting bij het arbitragepanel en tegelijkertijd bij de andere partij een aanvullend schriftelijk stuk indienen over alle aspecten die tijdens de hoorzitting aan de orde zijn gekomen.

Schriftelijke vragen

  • 36.

    Het arbitragepanel kan op elk moment van de procedure aan een partij of aan beide partijen schriftelijk vragen stellen. Elk van beide partijen ontvangt een kopie van de schriftelijke vragen van het arbitragepanel.

  • 37.

    Elk van beide partijen verstrekt het arbitragepanel en tegelijkertijd de andere partij een kopie van haar schriftelijke antwoord op de vragen van het arbitragepanel. Elk van beide partijen krijgt de gelegenheid om binnen vijf dagen na de datum van ontvangst van de kopie schriftelijke opmerkingen over het antwoord van de andere partij te maken.

Vertrouwelijkheid

  • 38.

    Wanneer een hoorzitting van het arbitragepanel overeenkomstig punt 31 van deze bijlage achter gesloten deuren plaatsvindt, respecteren de partijen en hun adviseurs de vertrouwelijke aard van de zitting, van de beraadslagingen, van het tussentijdse verslag van het panel, van alle aan het panel voorgelegde schriftelijke stukken en van de contacten met het panel. Elk van beide partijen en hun adviseurs behandelen informatie die door de andere partij aan het arbitragepanel is verstrekt en als vertrouwelijk is aangemerkt, vertrouwelijk. Wanneer een door een partij aan het arbitragepanel voorgelegd schriftelijk stuk vertrouwelijke informatie bevat, verstrekt zij op verzoek van de andere partij binnen 15 dagen tevens een niet-vertrouwelijke versie van het schriftelijke stuk, die openbaar mag worden gemaakt. Niets in deze bijlage belet dat een partij haar eigen standpunten openbaar maakt voor zover zij, wanneer zij naar door de andere partij verstrekte informatie verwijst, geen informatie openbaar maakt die door de andere partij als vertrouwelijk is aangemerkt.

Eenzijdige contacten

  • 39.

    Het arbitragepanel ontmoet of hoort een partij niet en contacteert een partij evenmin anderszins in afwezigheid van de andere partij.

  • 40.

    Een arbiter mag inhoudelijke aspecten van de procedure niet met een of beide partijen bespreken in afwezigheid van de andere arbiters.

Stukken amicus curiae

  • 41.

    Tenzij de partijen binnen drie dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel anders overeenkomen, kan het arbitragepanel ongevraagde schriftelijke stukken van belanghebbende natuurlijke of rechtspersonen van de partijen in ontvangst nemen, op voorwaarde dat deze stukken binnen tien dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel worden ingediend, beknopt zijn, met inbegrip van eventuele bijlagen in elk geval niet meer dan vijftien getypte bladzijden tellen en direct van belang zijn voor de feitelijke vragen die door het arbitragepanel worden onderzocht.

  • 42.

    Deze schriftelijke stukken bevatten een beschrijving van de natuurlijke of rechtspersoon die het stuk indient, met inbegrip van zijn nationaliteit of plaats van vestiging, en de aard van zijn activiteiten en zijn financieringsbron, en vermelden nadere gegevens over het belang dat de persoon bij de arbitrageprocedure heeft. De stukken worden opgesteld in de talen die de partijen overeenkomstig punt 45 van deze bijlage hebben gekozen.

  • 43.

    Het arbitragepanel vermeldt in zijn uitspraak alle stukken die het overeenkomstig de punten 41 en 42 van deze bijlage heeft ontvangen. Het is niet verplicht in zijn uitspraak op de in die stukken naar voren gebrachte argumenten in te gaan. Alle stukken die het arbitragepanel overeenkomstig deze bijlage heeft ontvangen, worden aan de partijen verstrekt zodat zij hierover opmerkingen kunnen maken.

Dringende gevallen

  • 44.

    In dringende gevallen als bedoeld in hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen partijen bij overeenkomst), kan het arbitragepanel de in deze bijlage vastgestelde termijnen na raadpleging van de partijen zo nodig aanpassen, in welk geval het de partijen hiervan in kennis stelt.

Vertaling en interpretatie

  • 45.

    Tijdens het in artikel 3.26 (Overleg) bedoelde overleg, en uiterlijk op de in punt 9, onder b), van deze bijlage bedoelde bijeenkomst, proberen de partijen tot overeenstemming te komen over een gemeenschappelijke werktaal voor de procedure voor het arbitragepanel.

  • 46.

    Elk van beide partijen kan opmerkingen maken over een overeenkomstig deze bijlage gemaakte vertaling van een document.

  • 47.

    In geval van onenigheid over de interpretatie van deze overeenkomst houdt het arbitragepanel rekening met het feit dat de onderhandelingen over deze overeenkomst in het Engels zijn gevoerd.

Berekening van termijnen

  • 48.

    Wanneer de partijen een document ingevolge de toepassing van punt 8 van deze bijlage niet op dezelfde datum ontvangen, worden termijnen die ingaan vanaf de datum van ontvangst van dat document vanaf de laatste datum van ontvangst berekend.

Andere procedures

Bijlage

10

Bemiddelingsprocedure voor geschillen tussen partijen

Artikel

1

Doelstelling en toepassingsgebied

Artikel

2

Verzoek om informatie

Artikel

3

Inleiding van procedure

Artikel

4

Keuze van bemiddelaar

Artikel

5

Regels voor bemiddelingsprocedure

Artikel

6

Tenuitvoerlegging van onderling overeengekomen oplossing

Artikel

7

Verhouding tot beslechting van geschillen

Artikel

8

Termijnen

Alle in deze bijlage vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen worden gewijzigd.

Artikel

9

Kosten

Artikel

10

Evaluatie

De partijen treden vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst met elkaar in overleg over de eventuele noodzaak tot wijziging van de bemiddelingsprocedure tegen de achtergrond van de opgedane ervaringen in het gebruik van de bemiddelingsprocedure en in het licht van de ontwikkeling van een overeenkomstig mechanisme in de WTO.

Bijlage

11

Gedragscode voor arbiters en bemiddelaars

Definities

  • 1.

    In deze gedragscode wordt verstaan onder:

    „arbiter”: een lid van een krachtens artikel 3.29 (Instelling van arbitragepanel) ingesteld arbitragepanel;

    „kandidaat”: een persoon wiens naam voorkomt op de in artikel 3.44 (Lijsten van arbiters) bedoelde lijst van arbiters en wiens aanwijzing als arbiter overeenkomstig artikel 3.29 (Instelling van arbitragepanel) wordt overwogen;

    „assistent”: een persoon die binnen het kader van het mandaat van een arbiter voor die arbiter onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert;

    „procedure”: tenzij anders gespecificeerd, een procedure voor een arbitragepanel uit hoofde van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen partijen bij overeenkomst);

    „personeel”: met betrekking tot een arbiter, andere personen dan assistenten die onder de leiding en het toezicht van die arbiter werkzaam zijn.

Verantwoordelijkheden in het kader van de procedure

  • 2.

    Gedurende de procedure vermijden de kandidaten en de arbiters laakbaar gedrag en de schijn van laakbaar gedrag, zijn zij onafhankelijk en onpartijdig, vermijden zij directe en indirecte belangenconflicten en nemen zij bij hun gedrag de hoogste normen in acht, teneinde de integriteit en onpartijdigheid van het mechanisme van geschillenbeslechting te garanderen. De arbiters nemen geen instructies van enige organisatie of regering aan met betrekking tot de aan een panel voorgelegde aangelegenheden. Voormalige arbiters leven de verplichtingen in de punten 15, 16, 17 en 18 van deze gedragscode na.

Openbaarmakingsplicht

  • 3.

    Voorafgaand aan de bevestiging van hun aanwijzing als arbiter op grond van hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen partijen bij overeenkomst), geven de kandidaten opening van zaken over alle belangen, relaties of aangelegenheden die van invloed kunnen zijn op hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij tijdens de procedure de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid zouden kunnen wekken. Daartoe stellen de kandidaten alles in het werk wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om na te gaan of er sprake is van dergelijke belangen, relaties of aangelegenheden.

  • 4.

    De kandidaten of de arbiters richten mededelingen betreffende feitelijke of mogelijke schendingen van deze gedragscode uitsluitend aan het Comité, ter overweging door de partijen.

  • 5.

    Na hun aanwijzing blijven de arbiters alles in het werk stellen wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om na te gaan of er sprake is van de in punt 3 van deze gedragscode bedoelde belangen, relaties of aangelegenheden en geven zij in voorkomend geval opening van zaken. Op grond van de verplichting tot openbaarmaking zijn de arbiters voortdurend gehouden opening van zaken te geven over dergelijke belangen, relaties of aangelegenheden die zich tijdens elke fase van de procedure voordoen, zodra zij daarvan kennis hebben. De arbiters geven opening van zaken over dergelijke belangen, relaties of aangelegenheden door daarvan schriftelijk mededeling te doen aan het Comité, ter overweging door de partijen.

Taken van arbiters

  • 6.

    Na hun aanwijzing oefenen de arbiters hun taken gedurende de gehele procedure nauwgezet, snel en naar billijkheid uit.

  • 7.

    De arbiters onderzoeken uitsluitend vraagstukken die in de procedure aan de orde worden gesteld en voor de uitspraak noodzakelijk zijn en delegeren deze taak niet aan een andere persoon.

  • 8.

    De arbiters nemen alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat hun assistenten en personeel bekend zijn met de punten 2, 3, 4, 5, 16, 17 en 18 van deze gedragscode en deze naleven.

  • 9.

    De arbiters onthouden zich van eenzijdige contacten in verband met de procedure.

Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van arbiters

  • 10.

    De arbiters zijn onafhankelijk en onpartijdig, vermijden de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid en laten zich niet leiden door eigenbelang, druk van buitenaf, politieke overwegingen, publieke protesten, loyaliteit aan een partij of vrees voor kritiek.

  • 11.

    De arbiters mogen direct noch indirect verplichtingen aangaan of voordelen aanvaarden die op welke wijze dan ook de goede uitoefening van hun taken verstoren of lijken te verstoren.

  • 12.

    De arbiters gebruiken hun positie als lid van het arbitragepanel niet om persoonlijke of particuliere belangen te dienen en onthouden zich van handelingen die de indruk kunnen wekken dat anderen in een bijzondere positie verkeren waardoor zij invloed op hen kunnen uitoefenen.

  • 13.

    De arbiters laten hun gedrag of oordeel niet beïnvloeden door financiële, zakelijke, professionele, familiale of sociale relaties of verantwoordelijkheden.

  • 14.

    De arbiters gaan geen relaties aan en verwerven geen financiële belangen wanneer daardoor hun onpartijdigheid in het gedrang kan komen of wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daardoor de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid wordt gewekt.

Verplichtingen van voormalige arbiters

  • 15.

    Alle voormalige arbiters onthouden zich van handelingen die de schijn kunnen wekken dat zij bij de uitoefening van hun taken niet onpartijdig waren of dat zij voordeel hebben ontleend aan het besluit of de uitspraak van het arbitragepanel.

Vertrouwelijkheid

  • 16.

    De arbiters of voormalige arbiters mogen op geen enkel tijdstip niet-openbare informatie over of verkregen tijdens een procedure openbaar maken of gebruiken, behalve voor de doeleinden van die procedure, en mogen deze informatie in het bijzonder niet openbaar maken of gebruiken om persoonlijk voordeel te behalen, anderen voordeel te verschaffen of de belangen van anderen te schaden.

  • 17.

    De arbiters mogen uitspraken van het arbitragepanel of delen daarvan niet openbaar maken voordat zij overeenkomstig hoofdstuk drie (Geschillenbeslechting), afdeling B (Beslechting van geschillen tussen partijen bij overeenkomst), worden bekendgemaakt.

  • 18.

    De arbiters of voormalige arbiters mogen op geen enkel tijdstip informatie over de beraadslagingen van het arbitragepanel of over het standpunt van een arbiter met betrekking tot de beraadslagingen openbaar maken.

Kosten

  • 19.

    De arbiters houden de aan de procedure bestede tijd en de hiervoor gedane uitgaven, alsmede de door hun assistenten hieraan bestede tijd en hiervoor gedane uitgaven, bij en overleggen hiervan een eindafrekening.

Bemiddelaars

  • 20.

    De in deze gedragscode beschreven voorschriften voor arbiters of voormalige arbiters zijn mutatis mutandis van toepassing op bemiddelaars.

Memorandum van overeenstemming

1

Over de specifieke ruimtelijke beperkingen van Singapore of de toegang van Singapore tot natuurlijke hulpbronnen

  • 1.

    Artikel 2.3 (Nationale behandeling) is niet van toepassing op maatregelen met betrekking tot:

    • a.

      de drinkwatervoorziening in Singapore;

    • b.

      de eigendom, de aankoop, de ontwikkeling, het beheer, het onderhoud, het gebruik, het genot, de verkoop of andere vorm van vervreemding van niet-zakelijk onroerend goed1)Onder „niet-zakelijk onroerend goed” wordt verstaan onroerend goed dat op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst als zodanig is gedefinieerd in hoofdstuk 274 van de Residential Property Act (Wet op het niet-zakelijk onroerend goed). dan wel met betrekking tot de sociale woningbouw in Singapore.

  • 2.

    Het Comité toetst drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en daarna om de twee jaar, voor zover het Additional Buyer's Stamp Duty (extra koperszegelrecht – ABSD) nog van toepassing is, of het ABSD moet worden gehandhaafd ter verbetering van de stabiliteit van de markt voor niet-zakelijk onroerend goed. In het kader hiervan verstrekt Singapore statistieken en gegevens die relevant zijn voor de situatie op de markt voor niet-zakelijk onroerend goed.

Memorandum van overeenstemming

2

Over het honorarium van arbiters

Beide partijen bevestigen met betrekking tot punt 9 van bijlage 9 dat er tussen hen overeenstemming over bestaat dat:

  • 1.

    de aan de arbiters verschuldigde honoraria en onkostenvergoedingen worden gebaseerd op normen van vergelijkbare internationale geschillenbeslechtingsmechanismen in bilaterale of multilaterale overeenkomsten;

  • 2.

    zij het precieze bedrag van de honoraria en onkostenvergoedingen overeenkomen vóór hun bijeenkomst met het arbitragepanel overeenkomstig punt 9 van bijlage 9, en

  • 3.

    zij dit memorandum van overeenstemming te goeder trouw toepassen teneinde het functioneren van het arbitragepanel te vergemakkelijken.