Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds en Oekraïne, anderzijds

Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds en Oekraïne, anderzijds

Het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk Der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna gezamenlijk „de EU-Verdragen” genoemd) en lidstaten van de Europese Unie (hierna „de EU-lidstaten” genoemd),

en

de Europese Unie, hierna „EU” genoemd,

enerzijds,

en

Oekraïne, anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd;

Geleid door de wens een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tot stand te brengen, gebaseerd op wederzijdse toegang tot de luchtvervoersmarkten van de partijen, gelijke concurrentievoorwaarden en naleving van dezelfde regels, met name op het gebied van veiligheid, beveiliging, luchtverkeersbeheer, sociale aspecten en milieu;

Erkennende dat de internationale burgerluchtvaart een geïntegreerd karakter heeft en erkenning tonend voor de rechten en plichten van Oekraïne en de EU-lidstaten die voortvloeien uit hun lidmaatschap van internationale luchtvaartorganisaties, met name de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart, en hun rechten en verplichtingen uit internationale overeenkomsten met derde landen en internationale organisaties;

Geleid door de wens de betrekkingen tussen de partijen op het gebied van luchtvervoer te verdiepen, inclusief op het gebied van industriële samenwerking, en voort te bouwen op het kader van het bestaande systeem van overeenkomsten voor luchtdiensten teneinde de economische, culturele en vervoersbanden tussen de partijen te bevorderen;

Geleid door de wens de uitbreiding van de luchtvervoersmogelijkheden te vergemakkelijken, onder meer via de ontwikkeling van luchtvervoersnetwerken, teneinde tegemoet te komen aan de behoeften van passagiers en expediteurs aan passende luchtvervoersdiensten;

Erkennende dat luchtvervoer belangrijk is voor het bevorderen van handel, toerisme en investeringen;

Nota nemend van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, voor ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944;

Ermee rekening houdende dat de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten en Oekraïne bepaalt dat, teneinde te komen tot een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de partijen, in overeenstemming met hun commerciële behoeften, de voorwaarden voor wederzijdse markttoegang en verlening van diensten in het luchtvervoer in specifieke overeenkomsten kunnen worden geregeld;

Geleid door de wens dat luchtvaartmaatschappijen de mogelijkheid krijgen om passagiers en expediteurs concurrerende prijzen en diensten aan te bieden op open markten;

Geleid door de wens dat alle sectoren van de luchtvervoersindustrie, inclusief het personeel van luchtvaartmaatschappijen, profijt kunnen trekken van een geliberaliseerde overeenkomst;

Voornemens voort te bouwen op het bestaande kader van de huidige luchtvervoersovereenkomsten, teneinde te zorgen voor geleidelijke openstelling van de markttoegang en zoveel mogelijk voordelen te creëren voor de consumenten, luchtvaartmaatschappijen, werknemers en gemeenschappen van beide partijen;

Overeenkomende dat het belangrijk is de regels betreffende de gemeenschappelijke luchtvaartruimte te baseren op de relevante wetgeving in de Europese Unie, zoals vastgesteld in bijlage I bij deze Overeenkomst, onverminderd de EU-Verdragen en de grondwet van Oekraïne;

Nota nemende van het voornemen van Oekraïne de relevante eisen en normen van de Europese Unie, met inbegrip van toekomstige wetgevingsinitiatieven in de EU, op te nemen in zijn luchtvaartwetgeving;

Geleid door de wens het hoogst mogelijke niveau van veiligheid en beveiliging van het internationaal luchtvervoer te garanderen en nogmaals bevestigend dat zij zich grote zorgen maken over daden of bedreigingen die gericht zijn tegen luchtvaartuigen en die de veiligheid van personen of goederen in gevaar brengen, de exploitatie van luchtvaartuigen nadelig beïnvloeden en het vertrouwen van de reizigers in de veiligheid van de burgerluchtvaart ondermijnen;

De voordelen erkennende die de volledige naleving van de regels van de gemeenschappelijke luchtvaartruimte beide partijen kan opleveren, zoals het openstellen van de toegang tot markten en het maximaliseren van de voordelen voor de consumenten en bedrijfssectoren van beide partijen;

Erkennende dat de totstandbrenging van de gemeenschappelijke luchtvaartruimte en de toepassing van de regels ervan niet kan worden bereikt zonder overgangsmaatregelen vast te stellen en dat het belangrijk is in dit verband adequate bijstand te verlenen;

Benadrukkende dat luchtvaartmaatschappijen een transparante en niet-discriminerende behandeling moeten krijgen bij het verwerven van toegang tot luchtvervoersinfrastructuur, met name wanneer deze infrastructuur beperkt is, met inbegrip van de toegang tot luchthavens;

Geleid door de wens een gelijk speelveld voor luchtvaartmaatschappijen tot stand te brengen, waardoor de luchtvaartmaatschappijen van de partijen billijke en gelijke kansen genieten om de overeengekomen diensten te exploiteren;

Erkennende dat overheidssubsidies een negatief effect kunnen hebben op de mededinging tussen luchtvaartmaatschappijen en de basisdoelstellingen van deze Overeenkomst in het gedrang kunnen brengen;

Het belang bevestigend van milieubescherming bij de ontwikkeling en toepassing van het internationale luchtvaartbeleid en erkennende dat soevereine staten het recht hebben passende milieubeschermingsmaatregelen te nemen;

Nota nemend van het belang van bescherming van de consument, met inbegrip van de bescherming die wordt verleend door het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer, gesloten te Montreal op 28 mei 1999;

Ingenomen met de lopende dialoog tussen de partijen, die tot doel heeft hun betrekkingen te verdiepen op andere gebieden, met name om het vrije verkeer van personen te vergemakkelijken,

Zijn als volgt overeengekomen:

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Doelstellingen en werkingssfeer

Het doel van deze Overeenkomst is de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en Oekraïne, met name gebaseerd op identieke regels op het gebied van veiligheid, beveiliging, luchtverkeersbeheer, milieu, consumentenbescherming en geautomatiseerde boekingssystemen, alsook identieke regels wat betreft sociale aspecten. Hiertoe worden in deze Overeenkomst de regels, technische voorschriften, administratieve procedures, fundamentele operationele normen en uitvoeringsbepalingen vastgesteld die van toepassing zijn in de betrekkingen tussen de partijen.

Deze gemeenschappelijke luchtvaartruimte is gebaseerd op vrije toegang tot de markt voor luchtvervoer en op gelijke mededingingsvoorwaarden.

Artikel

2

Definities

Tenzij anders bepaald, wordt met het oog op de toepassing van deze Overeenkomst verstaan onder:

  • 1.

    „overeengekomen diensten” en „gespecificeerde routes”: internationaal luchtvervoer overeenkomstig artikel 16 en bijlage II bij deze Overeenkomst;

  • 2.

    „Overeenkomst”: de onderhavige Overeenkomst, de bijlagen daarbij en de eventuele wijzigingen daarvan;

  • 3.

    „luchtvervoer”: het afzonderlijke of gecombineerde vervoer per luchtvaartuig van passagiers, bagage, vracht en post, tegen vergoeding of betaling van huur; om twijfel te vermijden: dit omvat geregelde en niet-geregelde (charter)diensten en uitsluitend voor vrachtvervoer bestemde diensten;

  • 4.

    „luchtvaartmaatschappij”: een onderneming met een geldige exploitatievergunning of een gelijkwaardig document;

  • 5.

    „bevoegde autoriteiten”: de overheidsagentschappen of openbare organen die verantwoordelijk zijn voor de administratieve taken uit hoofde van deze Overeenkomst;

  • 6.

    „bedrijven of ondernemingen”: entiteiten naar burgerlijk recht of handelsrecht, inclusief coöperatieve maatschappijen en andere rechtspersonen naar publiek- of privaatrecht, met uitzondering van die zonder winstoogmerk;

  • 7.

    „Verdrag”: het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, voor ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944, en omvattende:

    • a.

      alle wijzigingen die krachtens artikel 94 bis van het Verdrag van kracht zijn geworden en zijn geratificeerd door zowel Oekraïne als een lidstaat of lidstaten van de Europese Unie; en

    • b.

      iedere bijlage of iedere wijziging daarvan die is goedgekeurd krachtens artikel 90 van het Verdrag, voor zover deze bijlage of wijziging op een gegeven tijdstip voor zowel Oekraïne als de lidstaat of lidstaten van de EU van kracht is, al naargelang het thema in kwestie;

  • 8.

    „ECAA-Overeenkomst”: de Multilaterale Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Republiek Bulgarije, de Republiek Kroatië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, de Republiek IJsland, de Republiek Montenegro, het Koninkrijk Noorwegen, Roemenië, de Republiek Servië en de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo1)Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. betreffende de totstandbrenging van een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte;

  • 9.

    „EASA”: het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, opgericht bij Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG;

  • 10.

    „daadwerkelijke zeggenschap”: een relatie gebaseerd op rechten, overeenkomsten of andere middelen die, afzonderlijk of tezamen en gelet op de desbetreffende feitelijke of juridische omstandigheden, de mogelijkheid bieden om rechtstreeks of onrechtstreeks een beslissende invloed uit te oefenen op een onderneming, meer bepaald via:

    • a.

      het recht om alle of een gedeelte van de activa van een onderneming te gebruiken;

    • b.

      rechten of overeenkomsten waardoor een beslissende invloed kan worden uitgeoefend op de samenstelling, het stemgedrag of de besluiten van de organen van een onderneming of waardoor anderszins een beslissende invloed kan worden uitgeoefend op het beleid van de onderneming;

  • 11.

    „effectieve zeggenschap” betekent dat de bevoegde vergunningverlenende autoriteit van een partij, die een exploitatievergunning aan een luchtvaartmaatschappij heeft afgegeven:

    • a.

      voortdurend controleert of de toepasselijke criteria voor de exploitatie van internationale luchtdiensten, op grond waarvan de exploitatievergunning is afgegeven, worden nageleefd door die luchtvaartmaatschappij, overeenkomstig de relevante nationale wet- en regelgeving; en

    • b.

      op passende wijze toezicht houdt op veiligheid en beveiliging overeenkomstig ten minste de ICAO-normen;

  • 12.

    „EU-Verdragen”: het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  • 13.

    „EU-lidstaat”: een lidstaat van de Europese Unie;

  • 14.

    „deugdelijkheid”: het feit dat een luchtvaartmaatschappij internationale luchtdiensten kan exploiteren, d.w.z. dat ze over voldoende financiële middelen en adequate managementdeskundigheid beschikt en bereid is de wetten, regels en eisen voor het exploiteren van dergelijke diensten na te leven;

  • 15.

    „recht van de vijfde vrijheid”: het recht of voorrecht dat door een staat (de „verlenende staat”) aan de luchtvaartmaatschappijen van een andere staat (de „ontvangende staat”) wordt verleend om internationale luchtvervoersdiensten uit te voeren tussen het grondgebied van de verlenende staat en het grondgebied van een derde staat, voor zover dergelijke diensten beginnen of eindigen op het grondgebied van de ontvangende staat;

  • 16.

    „volledige kosten”: de kosten van het verlenen van luchtdiensten plus een redelijke toeslag voor administratieve overheadkosten en, voor zover van toepassing, alle toepasselijke toeslagen die milieukosten weerspiegelen en die zonder onderscheid naar nationaliteit worden toegepast;

  • 17.

    „ICAO”: de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, opgericht op basis van het Verdrag.

  • 18.

    „internationaal luchtvervoer”: luchtvervoer tussen plaatsen in ten minste twee staten.

  • 19.

    „intermodaal vervoer”: openbaar vervoer van passagiers, bagage, vracht en post via een luchtvaartuig en een of meer wijzen van het vervoer over land, gescheiden of gecombineerd, tegen vergoeding of betaling van huur;

  • 20.

    „maatregel”: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit of administratieve handeling, of in enige andere vorm;

  • 21.

    „onderdaan”:

    • a.

      in het geval van Oekraïne, elke persoon met de Oekraïense nationaliteit, of, in het geval van de Europese Unie en haar lidstaten, elke persoon met de nationaliteit van een EU-lidstaat; of

    • b.

      elke rechtspersoon:

      • i.

        die rechtstreeks of via een meerderheidsparticipatie eigendom is van en te allen tijde onder de feitelijke zeggenschap staat van, in het geval van Oekraïne, personen of entiteiten met Oekraïense nationaliteit, of, in het geval van de Europese Unie en haar lidstaten, personen of entiteiten met de nationaliteit van een EU-lidstaat of een van de andere in bijlage V bij deze Overeenkomst vermelde staten, en

      • ii.

        waarvan de hoofdvestiging zich, in het geval van Oekraïne, in Oekraïne bevindt, of, in het geval van de Europese Unie en haar lidstaten, in een lidstaat;

  • 22.

    „nationaliteit”: in het geval van een luchtvaartmaatschappij, het feit dat de luchtvaartmaatschappij voldoet aan de eisen inzake eigendom, feitelijke zeggenschap en hoofdvestigingsplaats;

  • 23.

    „exploitatievergunning”:

    • a.

      in het geval van de Europese Unie en haar lidstaten, een vergunning die door de bevoegde vergunningverlenende autoriteit aan een onderneming of bedrijf is verleend en waardoor die onderneming of dat bedrijf toestemming krijgt om luchtdiensten te verlenen onder de relevante EU-wetgeving; en

    • b.

      in het geval van Oekraïne, een vergunning voor vervoer door de lucht van passagiers en/of goederen, welke wordt afgegeven overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van Oekraïne;

  • 24.

    „prijs”:

    • a.

      de passagierstarieven die moeten worden betaald aan luchtvaartmaatschappijen of hun agenten of aan andere ticketverkopers voor het vervoer van passagiers en bagage op luchtdiensten, alsmede de voorwaarden waaronder deze prijzen gelden, met inbegrip van aan agentschappen en andere aanvullende diensten aangeboden vergoedingen en voorwaarden; en

    • b.

      luchttarieven: de tarieven die moeten worden betaald voor het vervoer van post en vracht en de voorwaarden waaronder deze tarieven gelden, met inbegrip van aan agentschappen en andere aanvullende diensten aangeboden vergoedingen en voorwaarden.

      Voor zover van toepassing heeft deze definitie betrekking op het vervoer over land in het kader van internationaal luchtvervoer, alsook op de voorwaarden voor de toepassing van deze luchttarieven en passagierstarieven;

  • 25.

    „Associatieovereenkomst”: de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, gedaan te Brussel op 21 maart 2014 en 27 juni 2014, en alle opvolgingsinstrumenten;

  • 26.

    „hoofdvestiging”: het hoofdkantoor of het geregistreerde kantoor van een luchtvaartmaatschappij waar de belangrijkste financiële functies en de operationele zeggenschap over de luchtvaartmaatschappij, met inbegrip van het beheer van de blijvende luchtwaardigheid, worden uitgeoefend;

  • 27.

    „openbaredienstverplichting”: een verplichting die aan luchtvaartmaatschappijen wordt opgelegd om op een specifieke route een minimumaanbod te waarborgen van geregelde luchtdiensten die voldoen aan vastgestelde normen inzake continuïteit, regelmaat, prijzen en minimumcapaciteit, waaraan luchtvaartmaatschappijen niet zouden voldoen indien zij alleen op hun eigen commerciële belangen zouden letten. De luchtvaartmaatschappijen kunnen door de betrokken partij worden vergoed voor het naleven van openbaredienstverplichtingen;

  • 28.

    „SESAR”: het Single European Sky ATM Research Programme, dat de technologische pijler vormt van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en tot doel heeft ervoor te zorgen dat de EU over een hoogperformante infrastructuur voor luchtverkeersleiding beschikt die de veilige en milieuvriendelijke ontwikkeling van het luchtvervoer mogelijk maakt;

  • 29.

    „Subsidie”: alle door een overheid, een regionaal openbaar orgaan of andere publiekrechtelijke organisatie verleende financiële bijdragen waarbij:

    • a.

      de praktijk van een overheid, een regionaal openbaar orgaan of een andere publiekrechtelijke organisatie rechtstreekse overdracht omvat van middelen zoals schenkingen, leningen, kapitaalinbreng, mogelijke rechtstreekse overdracht van middelen aan de onderneming of het overnemen van passiva van de onderneming, zoals leninggaranties, kapitaalinjecties, eigendom, bescherming tegen faillissement of verzekering;

    • b.

      een overheid, een regionaal openbaar orgaan of een andere publiekrechtelijke organisatie afstand doet van inkomsten die haar normaal toekomen, deze niet int, of waarbij deze inkomsten buitensporig zijn afgenomen;

    • c.

      een overheid, een regionaal openbaar orgaan of een andere publiekrechtelijke organisatie goederen levert of diensten biedt, niet bestaande uit algemene infrastructuur, of goederen of diensten aankoopt, of

    • d.

      een overheid, een regionaal openbaar orgaan of een andere publiekrechtelijke organisatie betalingen aan een financieringsmechanisme verricht of een particulier lichaam opdraagt een of meer van de in de punten a), b) en c), genoemde soorten functies uit te voeren, die zij normaal zelf zou vervullen en die in werkelijkheid niet afwijken van praktijken die overheidsinstanties plegen te volgen;

      en waarbij een voordeel wordt verleend;

  • 30.

    „grondgebied”: wat Oekraïne betreft, het landoppervlak en de territoriale zee die onder de soevereiniteit van Oekraïne vallen en, wat de Europese Unie betreft, het landoppervlak (vasteland en eilanden), de binnenwateren en de territoriale zee die onder het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen en onderhevig zijn aan de in die verdragen en eventuele opvolgingsinstrumenten vastgestelde voorwaarden;

  • 31.

    „Doortochtovereenkomst”: de Overeenkomst inzake de doortocht van internationale luchtdiensten, gedaan te Chicago op 7 december 1944;

  • 32 .

    „gebruikersheffing”: een heffing die door de bevoegde autoriteit aan luchtvaartmaatschappijen wordt opgelegd, of die door die autoriteit wordt toegestaan, voor het gebruik van faciliteiten en diensten in verband met de luchtvaart (ook in geval van overvluchten), luchtverkeersleiding, en luchthavens en luchtvaartveiligheid door luchtvaartuigen, hun bemanning, passagiers, vracht en post.

Artikel

3

Tenuitvoerlegging van de Overeenkomst

Artikel

4

Non-discriminatie

Binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst en onverminderd de daarin vervatte bijzondere bepalingen, is elke discriminatie op grond van nationaliteit verboden.

TITEL

II

REGELGEVENDE SAMENWERKING

Artikel

5

Algemene beginselen van de regelgevende samenwerking

Artikel

6

Naleving van wetten en regels

Artikel

7

Veiligheid van de luchtvaart

Artikel

8

Beveiliging van de luchtvaart

Artikel

9

Luchtverkeersbeheer

Artikel

10

Milieu

Artikel

11

Consumentenbescherming

Artikel

12

Industriële samenwerking

Artikel

13

Geautomatiseerde boekingssystemen

Artikel

14

Sociale aspecten

Artikel

15

Nieuwe wetgeving

TITEL

III

ECONOMISCHE BEPALINGEN

Artikel

16

Verlening van rechten

Artikel

17

Exploitatievergunning en technische vergunning

Bij ontvangst van een aanvraag van een exploitatievergunning of technische vergunning van een luchtvaartmaatschappij van een partij, welke moet worden ingediend in de vorm en op de wijze die zijn voorgeschreven voor exploitatievergunningen of technische vergunningen, verlenen de bevoegde autoriteiten van de andere partij zo snel mogelijk de passende vergunningen, voor zover:

  • a.

    in het geval van een luchtvaartmaatschappij uit Oekraïne:

    • i.

      de hoofdvestiging van de luchtvaartmaatschappij zich in Oekraïne bevindt en de maatschappij houder is van een geldige exploitatievergunning overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van Oekraïne;

    • ii.

      het regelgevend toezicht op de luchtvaartmaatschappij effectief wordt uitgeoefend en gehandhaafd door Oekraïne en de bevoegde luchtvaartautoriteit duidelijk is geïdentificeerd; en

    • iii.

      tenzij anders bepaald in artikel 20 van deze Overeenkomst, de eigendom van de luchtvaartmaatschappij, hetzij rechtstreeks hetzij via een meerderheidsparticipatie, en de feitelijke zeggenschap over die maatschappij berust bij Oekraïne en/of Oekraïense onderdanen.

  • b.

    in het geval van een luchtvaartmaatschappij uit de Europese Unie:

    • i.

      de hoofdvestiging van de luchtvaartmaatschappij zich op het grondgebied van een EU-lidstaat onder de EU-Verdragen bevindt en de luchtvaartmaatschappij houder is van een geldige exploitatievergunning overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Europese Unie;

    • ii.

      het regelgevend toezicht op de luchtvaartmaatschappij effectief wordt uitgeoefend en gehandhaafd door de EU-lidstaat die verantwoordelijk is voor de afgifte van het Air Operator Certificate, en de bevoegde autoriteit duidelijk is geïdentificeerd; en

    • iii.

      tenzij anders bepaald in artikel 20 van deze Overeenkomst, de eigendom van de luchtvaartmaatschappij, hetzij rechtstreeks hetzij via een meerderheidsparticipatie, en de feitelijke zeggenschap over die maatschappij berusten bij een of meer EU-lidstaten en/of onderdanen van lidstaten of bij andere in bijlage V bij deze Overeenkomst vermelde staten en/of onderdanen van die andere staten.

  • c.

    de luchtvaartmaatschappij voldoet aan de voorwaarden van de in artikel 6 van deze Overeenkomst vermelde wetten en regels, en

  • d.

    de voorschriften van artikel 7 en artikel 8 van deze Overeenkomst worden gehandhaafd en toegepast.

Artikel

18

Wederzijdse erkenning van regelgevende vaststellingen inzake de draagkracht en nationaliteit van luchtvaartmaatschappijen

Artikel

19

Weigering, intrekking, opschorting of beperking van exploitatievergunningen of technische vergunningen

Artikel

20

Investeringen in luchtvaartmaatschappijen

Artikel

21

Verbod op kwantitatieve beperkingen

Artikel

22

Commerciële kansen

Zaken doen

Vertegenwoordigers van luchtvaartmaatschappijen

Grondafhandeling

Toewijzing van slots op luchthavens

Verkoop, plaatselijke uitgaven en overmaking van fondsen

Samenwerkingsregelingen

Intermodaal vervoer

Leasing

Franchising, branding en commerciële concessieregelingen

Nachtelijke stops

Artikel

23

Douanerechten en belastingen

Artikel

24

Gebruikersheffingen voor luchthavens en luchthavenvoorzieningen en -diensten

Artikel

25

Prijsstelling

Artikel

26

Mededinging

Artikel

27

Statistieken

TITEL

IV

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

28

Interpretatie en handhaving

Artikel

29

Gemengd Comité

Artikel

30

Geschillenbeslechting en arbitrage

Artikel

31

Vrijwaringsmaatregelen

Artikel

32

Openbaarmaking van informatie

De vertegenwoordigers, afgevaardigden en deskundigen van de partijen, alsmede de in het kader van deze Overeenkomst handelende functionarissen mogen, zelfs na beëindiging van hun activiteiten, geen onder de geheimhoudingsplicht vallende informatie bekendmaken aan derde partijen, met name relevante veiligheidsinformatie en informatie over ondernemingen, hun handelsbetrekkingen of de elementen van hun kostprijs.

Artikel

33

Overgangsbepalingen

Artikel

34

Verhouding tot andere overeenkomsten en/of regelingen

Artikel

35

Financiële bepalingen

Onverminderd artikel 5, lid 1, punt b), van deze Overeenkomst wijzen de partijen de nodige financiële middelen toe, inclusief middelen voor het Gemengd Comité, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst op hun respectieve grondgebieden.

TITEL

V

INWERKINGTREDING, HERZIENING, BEËINDIGING EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

36

Wijzigingen

Artikel

37

Beëindiging

Een partij kan te allen tijde de andere partij langs diplomatieke kanalen schriftelijk meedelen dat zij besloten heeft deze Overeenkomst te beëindigen. Deze kennisgeving dient tegelijkertijd naar de ICAO te worden verstuurd. Deze Overeenkomst eindigt om middernacht GMT aan het einde van het verkeersseizoen van de Internationale Luchtvervoersvereniging dat een jaar na de datum van de schriftelijke kennisgeving van de beëindiging lopende is, tenzij de mededeling in onderlinge overeenstemming tussen de partijen wordt ingetrokken voordat deze termijn is verstreken.

Artikel

38

Inwerkingtreding en voorlopige toepassing

Artikel

39

Registratie bij de ICAO en het secretariaat van de Verenigde Naties

Deze Overeenkomst en alle wijzigingen daarvan worden, zodra ze in werking zijn getreden, door Oekraïne geregistreerd bij de ICAO en bij het secretariaat van de Verenigde Naties, overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel

40

Authentieke teksten

Deze Overeenkomst wordt opgesteld in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Oekraïense taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend

GEDAAN te Kiev, twaalf oktober tweeduizend eenentwintig.

Bijlage

I

Lijst van door de Europese Unie vastgestelde toepasselijke eisen en normen op het gebied van de burgerluchtvaart, welke dienen te worden opgenomen in de wetgeving van Oekraïne

De toepasselijke eisen en normen van de volgende besluiten van de Europese Unie worden opgenomen in de Oekraïense wetgeving en beschouwd als een onderdeel van deze Overeenkomst en zijn van toepassing overeenkomstig deze Overeenkomst en bijlage III bij deze Overeenkomst, tenzij anders wordt aangegeven. Zo nodig worden specifieke aanpassingen voor elk afzonderlijk besluit in deze bijlage vermeld.

De toepasselijke eisen en normen van in deze bijlage genoemde besluiten zijn bindend voor de partijen en maken deel uit van of worden opgenomen in hun interne rechtsorde zoals hierna aangegeven:

  • a.

    verordeningen en richtlijnen van de Europese Unie zijn bindend voor de Europese Unie en haar lidstaten overeenkomstig de EU-Verdragen;

  • b.

    een nationaal besluit van Oekraïne dat is goedgekeurd met het oog op de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de overeenkomstige verordeningen en richtlijnen van de Europese Unie is juridisch bindend voor Oekraïne, maar de vorm en de wijze van uitvoering dienen te worden bepaald door Oekraïne.

A. Markttoegang en Bijbehorende Kwesties

Nr. 1008/2008

Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Europese Gemeenschap,

Toepasselijke eisen en normen: Hoofdstuk IV.

Nr. 95/93

Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op communautaire luchthavens,

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 894/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 mei 2002 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op communautaire luchthavens,

Verordening (EG) nr. 1554/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2003 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op communautaire luchthavens,

Verordening (EG) nr. 793/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op communautaire luchthavens.

Toepasselijke eisen en normen: Artikelen 1 tot en met 12, artikel 14 en artikel 14 bis, lid 2.

Wat de toepassing van artikel 12, lid 2, betreft, wordt de term „de Commissie” gelezen als „het Gemengd Comité”.

Nr. 96/67

Richtlijn 96/67/EG van de Raad van 15 oktober 1996 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 25 en de bijlage.

Wat de toepassing van artikel 10 betreft, wordt „lidstaten” gelezen als „EU-lidstaten”.

Wat de toepassing van artikel 20, lid 2, betreft, wordt de term „de Commissie” gelezen als „het Gemengd Comité”.

Nr. 785/2004

Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen,

als gewijzigd bij:

Verordening (EU) nr. 285/2010 van de Commissie van 6 april 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen.

Toepasselijke eisen en normen: Artikelen 1 tot en met 8 en artikel 10, lid 2.

2009/12

Richtlijn 2009/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake luchthavengelden.

Toepasselijke eisen en normen: alle, behalve artikel 12, lid 1, en de artikelen 13 en 14.

B. Luchtverkeersbeheer

Nr. 549/2004

Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”),

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 1070/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 549/2004, (EG) nr.550/2004, (EG) nr. 551/2004 en (EG) nr. 552/2004 teneinde de prestaties en de duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren.

Toepasselijke eisen en normen: Artikelen 1 tot en met 4, artikel 6 en artikelen 9 tot en met 14.

Nr. 550/2004

Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim („de luchtvaartnavigatiedienstenverordening”),

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 1070/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 teneinde de prestaties en de duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 19, bijlagen I en II.

Nr. 551/2004

Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim („de luchtruimverordening”),

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 1070/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 teneinde de prestaties en de duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren.

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 11.

Nr. 552/2004

Verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeheer („de interoperabiliteitsverordening”),

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 1070/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 teneinde de prestaties en de duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 12, bijlagen I tot en met V.

Uitvoeringswetgeving

Nr. 691/2010

Verordening (EU) nr. 691/2010 van de Commissie van 29 juli 2010 tot vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2096/2005 tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten,

als gewijzigd bij:

Verordening (EU) nr. 677/2011 van de Commissie van 7 juli 2011 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van de netwerkfuncties voor luchtverkeersbeheer en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 691/2010,

Verordening (EU) nr. 1216/2011 van de Commissie van 24 november 2011 houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 691/2010 tot vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties,

Verordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 tot vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 25, bijlagen I tot en met IV.

Nr. 1794/2006

Verordening (EG) nr. 1794/2006 van de Commissie van 6 december 2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten,

als gewijzigd bij:

Verordening (EU) nr. 1191/2010 van de Commissie van 16 december 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1794/2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten,

Verordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 17, bijlagen I tot en met VI.

Nr. 482/2008

Verordening (EG) nr. 482/2008 van de Commissie van 30 mei 2008 betreffende de invoering van een systeem ter verzekering van de softwareveiligheid door verleners van luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2096/2005,

als gewijzigd bij:

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 van de Commissie van 17 oktober 2011 tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 482/2008 en (EU) nr. 691/2010.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 6, bijlagen I en II.

Nr. 1034/2011

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1034/2011 van de Commissie van 17 oktober 2011 betreffende het veiligheidstoezicht op het gebied van luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 691/2010.

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 19.

Nr. 1035/2011

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 van de Commissie van 17 oktober 2011 tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 482/2008 en (EU) nr. 691/2010,

als gewijzigd bij:

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 14, bijlagen I tot en met V.

Nr. 409/2013

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 409/2013 van de Commissie van 3 mei 2013 inzake de definitie van gemeenschappelijke projecten, de vaststelling van governance en de identificatie van stimulansen ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het Europees masterplan inzake luchtverkeersbeheer.

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 15.

Nr. 2150/2005

Verordening (EG) nr. 2150/2005 van de Commissie van 23 december 2005 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor een flexibel gebruik van het luchtruim.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 9 en de bijlage.

Nr. 730/2006

Verordening (EG) nr. 730/2006 van de Commissie van 11 mei 2006 betreffende de luchtruimclassificatie en de toegang van vluchten volgens zichtvliegvoorschriften boven vliegniveau 195.

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 4.

Nr. 255/2010

Verordening (EU) nr. 255/2010 van de Commissie van 25 maart 2010 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake de regeling van luchtverkeersstromen

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 15.

Nr. 176/2011

Verordening (EU) nr. 176/2011 van de Commissie van 24 februari 2011 inzake de informatie die moet worden verstrekt vóór de vaststelling en wijziging van een functioneel luchtruimblok

Nr. 923/2012

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 10 en de bijlage.

Nr. 1032/2006

Verordening (EG) nr. 1032/2006 van de Commissie van 6 juli 2006 tot vaststelling van de eisen voor automatische systemen voor de uitwisseling van vluchtgegevens met het oog op de aanmelding, coördinatie en overdracht van vluchten tussen luchtverkeersleidingseenheden,

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 30/2009 van de Commissie van 16 januari 2009 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1032/2006 voor wat de voorschriften voor automatische systemen voor de uitwisseling van vluchtgegevens ter ondersteuning van datalinkdiensten betreft.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 10, bijlagen I tot en met V.

Nr. 1033/2006

Verordening (EG) nr. 1033/2006 van de Commissie van 4 juli 2006 tot vaststelling van de vereisten inzake de procedures voor vliegplannen in de aan de vlucht voorafgaande fase in het gemeenschappelijke Europese luchtruim,

als gewijzigd bij:

Verordening (EU) nr. 428/2013 van de Commissie van 8 mei 2013 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1033/2006 voor wat de in artikel 3, lid 1, vermelde ICAO-bepalingen betreft en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 929/2010.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 5 en de bijlage.

Nr. 633/2007

Verordening (EG) nr. 633/2007 van de Commissie van 7 juni 2007 tot vaststelling van de eisen voor de toepassing van een protocol voor de overdracht van vluchtberichten met het oog op de aanmelding, coördinatie en overdracht van vluchten tussen luchtverkeersleidingseenheden,

als gewijzigd bij:

Verordening (EU) nr. 283/2011 van de Commissie van 22 maart 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 633/2007 wat de in artikel 7 vermelde overgangsbepalingen betreft.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 7, artikel 8, tweede en derde zin, bijlagen I tot en met IV.

Nr. 29/2009

Verordening (EG) nr. 29/2009 van de Commissie van 16 januari 2009 tot vaststelling van de eisen inzake datalinkdiensten voor het gemeenschappelijke Europese luchtruim

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 14, bijlagen I tot en met VII.

Nr. 262/2009

Verordening (EG) nr. 262/2009 van de Commissie van 30 maart 2009 tot vaststelling van de eisen inzake de gecoördineerde toewijzing en toepassing van Mode S-ondervragingscodes in het gemeenschappelijke Europese luchtruim

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 12, bijlagen I tot en met VI.

Nr. 73/2010

Verordening (EU) nr. 73/2010 van de Commissie van 26 januari 2010 tot vaststelling van de kwaliteitseisen voor luchtvaartgegevens en -informatie voor het gemeenschappelijke Europese luchtruim

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 13, bijlagen I tot en met X.

Nr. 1206/2011

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1206/2011 van de Commissie van 22 november 2011 tot vaststelling van de eisen inzake de identificatie van luchtvaartuigen voor de surveillance in het gemeenschappelijke Europese luchtruim.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 11, bijlagen I tot en met VII.

Nr. 1207/2011

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1207/2011 van de Commissie van 22 november 2011 tot vaststelling van de eisen voor de prestaties en interoperabiliteit van surveillance voor het gemeenschappelijke Europese luchtruim.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 14, bijlagen I tot en met IX.

Nr. 1079/2012

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1079/2012 van de Commissie van 16 november 2012 tot vaststelling van de eisen voor de kanaalafstand bij mondelinge communicatie in het gemeenschappelijke Europese luchtruim.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 15, bijlagen I tot en met V.

SESAR-verordening

Nr. 219/2007

Verordening (EG) nr. 219/2007 van de Raad van 27 februari 2007 betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR),

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 1361/2008 van de Raad van 16 december 2008 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 219/2007 voor wat de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR) betreft.

Toepasselijke eisen en normen: artikel 1, leden 1, 2 en 5 tot en met 7, artikelen 2 en 3, artikel 4, lid 1, en de bijlage.

Vergunning van luchtverkeersleider

Nr. 805/2011

Verordening (EU) nr. 805/2011 van de Commissie van 10 augustus 2011 tot vaststelling van gedetailleerde regels voor vergunningen en bepaalde certificaten van luchtverkeersleiders, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 32, bijlagen I tot en met IV.

Besluiten van de Commissie

Nr. 2011/121

Besluit van de Commissie 2011/121/EU van 21 februari 2011 inzake de vaststelling van EU-wijde prestatiedoelen en waarschuwingsdrempels voor het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten voor de periode 2012-2014.

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 4.

Nr. 2011/2611 definitief

Besluit van de Commissie C(2011) 2611 definitief van 20 mei 2011 inzake vrijstellingen uit hoofde van artikel 14 van Verordening (EG) nr. 29/2009 van de Commissie.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 3, bijlagen I en II.

2011/9074 definitief

Uitvoeringsbesluit van de Commissie C(2011) 9074 definitief van 9 december 2011 inzake vrijstellingen uit hoofde van artikel 14 van Verordening (EG) nr. 29/2009 van de Commissie.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 3, bijlagen I en II.

2012/9604 definitief

Uitvoeringsbesluit C(2012) 9604 definitief van de Commissie van 19 december 2012 inzake de goedkeuring van het strategisch netwerkplan voor de netwerkfuncties voor luchtverkeersbeheer van het gemeenschappelijk Europees luchtruim voor de periode 2012-2019.

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 3.

C. Veiligheid van de Luchtvaart

Nr. 216/2008 (basisverordening)

Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG,

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 690/2009 van de Commissie van 30 juli 2009 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG,

Verordening (EG) nr. 1108/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 216/2008 op het gebied van luchtvaartterreinen, luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten en tot intrekking van Richtlijn 2006/23/EG,

Verordening (EU) nr. 6/2013 van de Commissie van 8 januari 2013 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG.

Toepasselijke eisen en normen: Artikelen 1 tot en met 11, artikelen 13 tot en met 16, artikelen 20 tot en met 25, artikelen 54, 55 en 68 en bijlagen I tot en met VI.

Verordening (EG) nr. 216/2008 en de uitvoeringsbepalingen daarvan worden toegepast op Oekraïne overeenkomstig de volgende bepalingen:

  • 1.

    Oekraïne delegeert geen enkele van zijn veiligheidsgerelateerde functies aan het EASA, zoals gepland in het kader van de Overeenkomst en de bijlagen;

  • 2.

    Oekraïne is onderworpen aan normaliseringsinspecties van het EASA op grond van artikel 54 van Verordening (EG) nr. 216/2008;

  • 3.

    het Gemengd Comité besluit of artikel 11 van Verordening (EG) nr. 216/2008 wordt toegepast op certificaten die zijn afgegeven door Oekraïne, overeenkomstig de bepalingen van bijlage III bij deze Overeenkomst;

  • 4.

    artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008 is niet van toepassing op certificaten van Oekraïne op het gebied van vluchtuitvoering en initiële en blijvende luchtwaardigheid (Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 965/2012, (EU) nr. 748/2012 en (EG) nr. 2042/2003);

  • 5.

    de Europese Commissie beschikt in Oekraïne over de beslissingsbevoegdheden die haar overeenkomstig artikel 11, lid 2, artikel 14, leden 5 en 7, artikel 24, lid 5, en artikel 25, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008 zijn toegekend op de gebieden waarop artikel 11, lid 1, van toepassing is verklaard door het Gemengd Comité;

  • 6.

    op het gebied van luchtwaardigheid mag Oekraïne, voor zover geen taken worden uitgevoerd door het EASA, certificaten, vergunningen of erkenningen afgeven op grond van een overeenkomst of regeling die het met een derde land heeft gesloten.

Nr. 748/2012

Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties,

als gewijzigd bij:

Verordening (EU) nr. 7/2013 van de Commissie van 8 januari 2013 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 748/2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1, 2, 8, 9 en 10 en de bijlage.

Nr. 2042/2003

Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen,

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 707/2006 van de Commissie van 8 mei 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003 met betrekking tot goedkeuringen voor bepaalde duur en de bijlagen I en III,

Verordening (EG) nr. 376/2007 van de Commissie van 30 maart 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen,

Verordening (EG) nr. 1056/2008 van de Commissie van 27 oktober 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen,

Verordening (EU) nr. 127/2010 van de Commissie van 5 februari 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen,

Verordening (EU) nr. 962/2010 van de Commissie van 26 oktober 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen,

Verordening (EU) nr. 1149/2011 van de Commissie van 21 oktober 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen,

Verordening (EU) nr. 593/2012 van de Commissie van 5 juli 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 6, bijlagen I tot en met IV.

Nr. 996/2010

Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 26, met uitzondering van artikel 7, lid 4, en artikel 24.

2003/42

Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2003 inzake de melding van voorvallen in de burgerluchtvaart.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 11, bijlagen I en II.

Nr. 1321/2007

Verordening (EG) nr. 1321/2007 van de Commissie van 12 november 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen om overeenkomstig Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad uitgewisselde informatie over voorvallen in de burgerluchtvaart op te nemen in een centraal register.

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 4.

Nr. 1330/2007

Verordening (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie van 24 september 2007 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de verspreiding onder belanghebbenden van informatie over voorvallen in de burgerluchtvaart als bedoeld in artikel 7, lid 2, van Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 10, bijlagen I en II.

Nr. 104/2004

Verordening (EG) nr. 104/2004 van de Commissie van 22 januari 2004 tot vaststelling van regels voor de organisatie en de samenstelling van de kamer van beroep van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 7 en de bijlage.

Nr. 628/2013

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 628/2013 van de Commissie van 28 juni 2013 inzake de werkmethoden van het Europees Agentschap voor de Veiligheid van de luchtvaart voor de uitvoering van normaliseringsinspecties en het toezicht op de toepassing van de regels van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 736/2006 van de Commissie.

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 27.

Nr. 2111/2005

Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 13 en de bijlage.

Nr. 473/2006

Verordening (EG) nr. 473/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 6, bijlagen A tot en met C.

Nr. 474/2006

Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 tot opstelling van de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap,

als laatstelijk gewijzigd bij:

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 659/2013 van de Commissie van 10 juli 2013 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 tot opstelling van de communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap.

Toepasselijke eisen en normen: De artikelen 1 tot en met 3, bijlagen A en B.

Nr. 1178/2011

Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad,

als gewijzigd bij:

Verordening (EU) nr. 290/2012 van de Commissie van 30 maart 2012 houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 11, bijlagen I tot en met VII.

Nr. 965/2012

Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad,

als gewijzigd bij:

Verordening (EU) nr. 800/2013 van de Commissie van 14 augustus 2013 houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 965/2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 9, bijlagen I tot en met VII.

Nr. 1332/2011

Verordening (EU) nr. 1332/2011 van de Commissie van 16 december 2011 tot vaststelling van gemeenschappelijke eisen voor het gebruik van het luchtruim en exploitatieprocedures voor het vermijden van botsingen in de lucht.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 4 en de bijlage.

D. Milieu

2003/96

Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit.

Toepasselijke eisen en normen: Artikel 14, lid 1, punt b), en lid 2.

2006/93

Richtlijn 2006/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de regulering van de exploitatie van de vliegtuigen van bijlage 16 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, boekdeel 1, deel II, hoofdstuk 3, tweede uitgave (1988).

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 5.

2002/49

Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 16, bijlagen I tot en met VI.

2002/30

Richtlijn 2002/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de invoering van geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap,

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 15, bijlagen I en II.

E. Sociale Aspecten

1989/391

Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk,

als gewijzigd bij:

Richtlijn 2007/30/EG van het Europees parlement en de Raad van 20 juni 2007 tot wijziging van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad, de daaruit voortvloeiende bijzondere richtlijnen, alsmede de Richtlijnen 83/477/EEG, 91/383/EEG, 92/29/EEG en 94/33/EG van de Raad, met het oog op de vereenvoudiging en rationalisatie van de verslagen over de praktische tenuitvoerlegging.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 16 en artikelen 18 en 19.

2003/88

Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd.

Toepasselijke bepalingen: Artikelen 1 tot en met 19, 21 tot en met 24 en 26 tot en met 29.

2000/79

Richtlijn 2000/79/EG van de Raad van 27 november 2000 inzake de inwerkingstelling van de Europese overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van mobiel personeel in de burgerluchtvaart gesloten door de Association of European Airlines (AEA), de European Transport Workers’ Association (ETF), de European Cockpit Association (ECA), de European Regions Airline Association (ERA) en de International Air Carrier Association (IACA).

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 2 tot en met 3 en de bijlage.

F. Consumentenbescherming

90/314

Richtlijn 90/314/EEG van de Raad van 13 juni 1990 betreffende pakketreizen, met inbegrip van vakantiepakketten en rondreispakketten.

Toepasselijke bepalingen: de artikelen 1 tot en met 10.

93/13

Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 10 en de bijlage.

Voor de toepassing van artikel 10 wordt „de Commissie” gelezen als „alle andere overeenkomstsluitende partijen bij de ECAA”.

95/46

Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 34.

Nr. 2027/97

Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad van 9 oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen,

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 889/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 13 mei 2002 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen.

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 8.

Nr. 261/2004

Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91.

Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 17.

Nr. 1107/2006

Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 16, bijlagen I en II.

G. Geautomatiseerde Boekingssystemen

Nr. 80/2009

Verordening (EG) nr. 80/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 14 januari 2009 inzake een gedragscode voor geautomatiseerde boekingssystemen en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2299/89 van de Raad Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 19 en de bijlagen.

H. Overige Wetgeving

Nr. 437/2003

Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht,

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 1358/2003 van de Commissie van 31 juli 2003 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht en tot wijziging van de bijlagen I en II daarbij,

Verordening (EG) nr. 546/2005 van de Commissie van 8 april 2005 tot aanpassing van Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad, wat de codering van het land van aangifte betreft, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1358/2003 van de Commissie, wat de bijwerking van de lijst van communautaire luchthavens betreft.

Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot en met 11, bijlagen I en II.

Nr. 1358/2003

Verordening (EG) nr. 1358/2003 van de Commissie van 31 juli 2003 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht en tot wijziging van de bijlagen I en II daarbij,

als gewijzigd bij:

Verordening (EG) nr. 158/2007 van de Commissie van 16 februari 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1358/2003, wat de lijst van communautaire luchthavens betreft

Toepasselijke eisen en normen: Artikelen 1 tot en met 4, bijlagen I, II en III.

Bijlage

II

Overeengekomen diensten en gespecificeerde routes

  • 1.

    Elke partij verleent de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij het recht luchtvervoersdiensten te exploiteren op de hierna gespecificeerde routes:

    • a.

      in het geval van luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie: elk punt in de Europese Unie – tussenliggende punten op het grondgebied van landen die deelnemen aan het Europees nabuurschapsbeleid 1) Onder „landen die deelnemen aan het Europees nabuurschapsbeleid” wordt verstaan: Algerije, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Egypte, Georgië, Israël, Jordanië, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië en de Republiek Moldavië, d.w.z. dat in dit geval Oekraïne hier niet onder wordt verstaan. , ECAA-landen 2) „ECAA-landen” zijn partij zijn bij de multilaterale overeenkomst tot oprichting van een gemeenschappelijke Europese luchtvaartruimte, namelijk: de lidstaten van de Europese Unie, de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, de Republiek IJsland, de Republiek Montenegro, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië en Kosovo (Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo). of in bijlage V vermelde landen – elk punt in Oekraïne – verder gelegen punten;

    • b.

      in het geval van luchtvaartmaatschappijen uit Oekraïne: elk punt in Oekraïne – tussenliggende punten op het grondgebied van landen die deelnemen aan het Europees nabuurschapsbeleid, ECAA-landen of in bijlage V vermelde landen – elk punt in de Europese Unie.

      Bestaande en nieuwe rechten, met inbegrip van rechten om verder gelegen punten te bedienen die onder bilaterale overeenkomsten of andere regelingen tussen Oekraïne en EU-lidstaten vallen, die niet onder de onderhavige Overeenkomst vallen, kunnen worden uitgeoefend en overeengekomen op voorwaarde dat er geen sprake is van discriminatie tussen luchtvaartmaatschappijen op basis van nationaliteit;

    • c.

      luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie hebben ook het recht luchtvervoerdiensten tussen punten in Oekraïne te verrichten, ongeacht of deze luchtvervoersdiensten beginnen of eindigen in de EU.

  • 2.

    De diensten die overeenkomstig punt 1, punten a) en b), van deze bijlage worden geëxploiteerd, beginnen of eindigen op het grondgebied van Oekraïne voor Oekraïense luchtvaartmaatschappijen en op het grondgebied van de Europese Unie voor luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie.

  • 3.

    De luchtvaartmaatschappijen van beide partijen mogen bij een vlucht of alle vluchten en naar keuze:

    • a.

      vluchten in één van beide of beide richtingen exploiteren;

    • b.

      verschillende vluchtnummers combineren bij één vluchtuitvoering;

    • c.

      tussenliggende en verder gelegen punten, zoals gespecificeerd in punt 1, punten a) en b), en punten op het grondgebied van de partijen bedienen in elke combinatie en in volgorde;

    • d.

      landingen op een punt of punten overslaan;

    • e.

      op ieder willekeurig punt verkeer overbrengen van een van haar luchtvaartuigen naar een ander;

    • f.

      een tussenlanding maken op ieder punt binnen of buiten het grondgebied van een partij;

    • g.

      doorvoervluchten verrichten via het grondgebied van de andere partij; en

    • h.

      verkeer op hetzelfde luchtvaartuig combineren, ongeacht de herkomst van dit verkeer.

  • 4.

    Elke partij verleent elke luchtvaartmaatschappij het recht om de frequentie en capaciteit van het door haar aangeboden internationale luchtvervoer te baseren op commerciële marktgerelateerde overwegingen. Overeenkomstig dit recht mag geen van beide partijen unilateraal beperkingen opleggen met betrekking tot het verkeersvolume, de frequentie of de regelmaat van de vluchten of de door de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij gebruikte types luchtvaartuigen, behalve om douane-, technische, operationele, milieu- of gezondheidsredenen of overeenkomstig artikel 26.

  • 5.

    De luchtvaartmaatschappijen van elke partij mogen, binnen het kader van codesharingovereenkomsten, elk punt in een derde land bedienen dat niet is opgenomen in de gespecificeerde routes, voor zover ze geen rechten van de vijfde vrijheid uitoefenen.

  • 6.

    De overgangsbepalingen van bijlage III en de daarbij voorziene uitbreiding van rechten zijn van toepassing op deze bijlage.

Bijlage

III

Overgangsbepalingen

Afdeling 1.

Overgangsperioden

  • 1.

    De overgang van Oekraïne naar de effectieve tenuitvoerlegging van alle bepalingen en voorwaarden die voortvloeien uit deze Overeenkomst vindt plaats in twee overgangsperioden.

  • 2.

    Deze overgang zal worden beoordeeld aan de hand van normaliseringsinspecties die worden uitgevoerd door de Europese Commissie en het EASA; voorts wordt ook een besluit genomen door het Gemengd Comité, zoals ingesteld bij artikel 33.

Afdeling 2.

Specificaties die van Toepassing zijn Tijdens de eerste Overgangsperiode

  • 1.

    Tijdens de eerste overgangsperiode:

    • a.

      krijgen luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie en door Oekraïne geregistreerde luchtvaartmaatschappijen toestemming om onbeperkte verkeersrechten uit te oefenen tussen elke plaats in de Europese Unie en elk punt in Oekraïne;

    • b.

      na een beoordeling van de tenuitvoerlegging door Oekraïne van de normen en relevante eisen van de Europese Unie en ingevolge de informatie van het Gemengd Comité wordt Oekraïne als waarnemer betrokken bij de werkzaamheden van het comité dat is opgericht bij Verordening (EEG) nr. 95/93 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op communautaire luchthavens; en

    • c.

      artikel 22, lid 5, punt c), is niet van toepassing.

  • 2.

    Onder de volgende voorwaarden mag Oekraïne overgaan naar de tweede overgangsperiode:

    • a.

      de toepasselijke eisen en normen van de onderstaande besluiten moeten in de nationale wetgeving zijn opgenomen en ten uitvoer zijn gelegd:

      • Verordening (EG) nr. 216/2008 (inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart);

      • Verordening (EU) nr. 748/2012 (uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties);

      • Verordening (EG) nr. 2042/2003 (permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen), zoals gewijzigd;

      • Verordening (EU) nr. 965/2012 (technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot luchtvaartactiviteiten);

      • Verordening (EU) nr. 1178/2011 (technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen);

      • Verordening (EU) nr. 996/2010 (inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten);

      • Richtlijn 2009/12/EG (inzake luchthavengelden);

      • Richtlijn 96/67/EG (betreffende toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap);

      • Verordening (EEG) nr. 95/93 (betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots);

      • Richtlijn 2000/79/EG (inzake de Europese Overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van mobiel personeel in de burgerluchtvaart);

      • Hoofdstuk IV van Verordening (EG) nr. 1008/2008 (betreffende exploitatie van luchtvaartdiensten);

      • Verordening (EG) nr. 785/2004 (betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen);

      • Verordening (EG) nr. 80/2009 (betreffende geautomatiseerde boekingssystemen);

      • Verordening (EG) nr. 2027/97 (betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen);

      • Verordening (EG) nr. 261/2004 (gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertragingen);

      • Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”)

      • Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim („de luchtvaartnavigatiedienstenverordening”),

      • Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de luchtruimverordening”);

      • Verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeveiliging („de interoperabiliteitsverordening”);

      • Verordening (EU) nr. 691/2010 van de Commissie van 29 juli 2010 tot vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2096/2005 tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten;

      • Verordening (EG) nr. 1794/2006 van de Commissie van 6 december 2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten;

      • Verordening (EU) nr. 1034/2011 van de Commissie van 17 oktober 2011 betreffende het veiligheidstoezicht op het gebied van luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 691/2010;

      • Verordening (EG) nr. 2150/2005 van de Commissie van 23 december 2005 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor een flexibel gebruik van het luchtruim; en

      • Verordening (EU) nr. 255/2010 van de Commissie van 25 maart 2010 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake de regeling van luchtverkeersstromen,

      zoals deze zijn vermeld, met inbegrip van de wijzigingen, in bijlage I bij deze Overeenkomst;

    • b.

      Oekraïne moet regels voor de afgifte van exploitatievergunningen toepassen die in wezen gelijkwaardig zijn aan die van hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Europese Unie, en

    • c.

      wat betreft de beveiliging van de luchtvaart moet Oekraïne de meest recente toepasselijke wijziging van ECAC-document 30, deel II, toepassen.

Afdeling 3.

Specificaties die van Toepassing zijn Tijdens de tweede Overgangsperiode

  • 1.

    Na het besluit van het Gemengd Comité als bedoeld in artikel 33, waarin wordt bevestigd dat Oekraïne voldoet aan alle voorwaarden die zijn vastgesteld in afdeling 2, punt 2):

    • a.

      worden de relevante certificaten die zijn afgegeven door Oekraïne, zoals vermeld in bijlage IV, afdeling 1, door de EU-lidstaten erkend overeenkomstig de voorwaarden van het besluit van het Gemengd Comité en overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 216/2008;

    • b.

      is artikel 22, lid 5, punt c), van toepassing; en

    • c.

      na een beoordeling van de tenuitvoerlegging door Oekraïne van de relevante normen en eisen van de Europese Unie en ingevolge de informatie van het Gemengd Comité wordt Oekraïne als waarnemer betrokken bij de werkzaamheden van het comité dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2111/2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd.

  • 2.

    Onder de volgende voorwaarden mag Oekraïne deze Overeenkomst volledig ten uitvoer leggen:

    • a.

      Oekraïne moet alle toepasselijke eisen en normen van de in bijlage I vermelde besluiten van de Europese Unie in nationale wetgeving hebben omgezet en ten uitvoer hebben gelegd; en

    • b.

      het luchtruim onder verantwoordelijkheid van Oekraïne moet worden georganiseerd overeenkomstig de EU-eisen die gelden voor de vaststelling van FAB’s.

Afdeling 4.

Volledige tenuitvoerlegging van deze overeenkomst

Na het besluit van het Gemengd Comité als bedoeld in artikel 33, waarin wordt bevestigd dat Oekraïne voldoet aan alle voorwaarden die zijn vastgesteld in afdeling 3, punt 2), van deze bijlage, is het volgende van toepassing:

  • 1.

    Naast de verkeersrechten die zijn uiteengezet in afdeling 2, punt 1), van deze bijlage:

    • a.

      mogen luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen punten in Oekraïne, tussenliggende punten in landen die deelnemen aan het Europees nabuurschapsbeleid en ECAA-landen, en punten in landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage V en verder gelegen punten, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een punt in een lidstaat bedient.

      Luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie hebben ook het recht onbeperkte verkeersrechten uit te oefenen tussen punten in Oekraïne, ongeacht of deze diensten beginnen of eindigen in de EU, en

    • b.

      luchtvaartmaatschappijen uit Oekraïne mogen onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen punten in de Europese Unie, tussenliggende punten in landen die deelnemen aan het Europees nabuurschapsbeleid en ECAA-landen, en punten in landen die zijn opgenomen in de lijst in bijlage V, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die een punt in Oekraïne bedient.

  • 2.

    Alle relevante certificaten van bijlage IV, afdeling 2, die zijn afgegeven door Oekraïne worden door de EU-lidstaten erkend overeenkomstig de voorwaarden van deze bepalingen.

Bijlage

IV

Lijst van de certificaten als bedoeld in bijlage III

1. Vliegtuigbemanningen

Piloten (de afgifte, handhaving, wijziging, beperking, opschorting of intrekking van vergunningen) (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 van de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011).

Certificering van personen die verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van vluchtopleidingen of vluchtsimulatieopleidingen en voor het beoordelen van de vaardigheden van piloten (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011).

Attesten van cabinebemanningsleden (afgifte, handhaving, wijziging, beperking, opschorting of intrekking van attesten van cabinebemanningsleden) (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011).

Medische certificaten voor piloten (afgifte, handhaving, wijziging, beperking, opschorting of intrekking) (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011).

Certificaten van keuringsartsen voor de luchtvaart, en de voorwaarden waaronder huisartsen mogen optreden als keuringsartsen voor de luchtvaart (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011).

Periodieke luchtvaartgeneeskundige beoordeling van cabinebemanningsleden – de kwalificaties van personen die verantwoordelijk zijn voor deze beoordeling (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011).

De voorwaarden voor de afgifte, handhaving, wijziging, beperking, opschorting of intrekking van certificaten van opleidingsinstellingen voor piloten (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011).

De voorwaarden voor de afgifte, handhaving, wijziging, beperking, opschorting of intrekking van certificaten van luchtvaartgeneeskundige centra die betrokken zijn bij de kwalificatie en luchtvaartgeneeskundige beoordeling van bemanningen van burgerluchtvaartuigen (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011).

Certificering van vluchtsimulators en de eisen voor organisaties die dergelijke simulatoren exploiteren en gebruiken (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011).

2. Luchtverkeersbeheer en Luchtvaartnavigatiediensten

Certificaten van verleners van luchtverkeersdiensten (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1034/2011, (EU) nr. 1035/2011 Bijlage II Specifieke eisen voor de verlening van luchtverkeersdiensten).

Certificaten voor verleners van meteorologische diensten (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1034/2011, (EU) nr. 1035/2011 Bijlage III Specifieke eisen voor de verlening van meteorologische diensten).

Certificaten voor verleners van luchtvaartinlichtingendiensten (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1034/2011, (EU) nr. 1035/2011 Bijlage IV Specifieke eisen voor de verlening van luchtvaartinlichtingendiensten).

Certificaten voor verleners van communicatie-, navigatie of surveillancediensten (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1034/2011, (EU) nr. 1035/2011 Bijlage V Specifieke eisen voor de verlening van communicatie-, navigatie- of surveillancediensten).

Vergunningen voor luchtverkeersleiders (ATCO) en student-luchtverkeersleiders (afgifte, opschorting en intrekking) en bijbehorende bevoegdverklaringen en aantekeningen (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 805/2011).

Medische certificaten van luchtverkeersleiders (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 805/2011).

Certificaten van opleidingsorganisaties voor luchtverkeersleiders (ATCO) (geldigheid, verlenging, nieuwe validering en gebruik) (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 805/2011).

Bijlage

V

Lijst van andere landen als bedoeld in de artikelen 17, 19 en 22 van deze overeenkomst en bijlagen II en III bij deze overeenkomst

  • 1.

    De Republiek IJsland (in het kader van de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte);

  • 2.

    Het Vorstendom Liechtenstein (krachtens de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte);

  • 3.

    Het Koninkrijk Noorwegen (krachtens de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte); en

  • 4.

    De Zwitserse Bondsstaat (in het kader van de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat).

Bijlage

VI

Procedureregels

Deze Overeenkomst is van toepassing in overeenstemming met de procedureregels hieronder:

  • 1.

    Betrokkenheid van Oekraïne bij comités

    Wanneer Oekraïne volgens dit akkoord betrokken is bij een comité dat is ingesteld krachtens de relevante EU-besluiten, verwerft het de status van waarnemer, wordt het blootgesteld aan alle relevante discussies en wordt het aangemoedigd om deel te nemen aan het debat, overeenkomstig het reglement van orde; het wordt evenwel uitgesloten van bijeenkomsten tijdens dewelke een stemming plaatsvindt.

    Om de relevante wetgeving inzake het gemeenschappelijke Europese luchtruim ten uitvoer te leggen, wordt Oekraïne, wat luchtverkeersbeheer betreft, ook betrokken bij alle organen die door de Europese Commissie zijn opgericht, zoals het Raadgevend orgaan voor de industrie (ICB) en de Netwerkbeheerder.

  • 2.

    Status van waarnemer in het EASA

    De status van waarnemer bij het EASA verleent Oekraïne het recht om deel te nemen aan technische groepen en organen van het EASA die openstaan voor de EU-lidstaten en andere partnerlanden van het Europees nabuurschapsbeleid, mits aan de voorwaarden voor een dergelijke deelname is voldaan. De status van waarnemer verleent niet het recht om aan de stemmingen deel te nemen. Deze status wordt niet verworven voor wat betreft de Raad van bestuur van het EASA.

  • 3.

    Samenwerking en uitwisseling van informatie

    Teneinde de uitoefening van de relevante bevoegdheden van de bevoegde instanties van de partijen te vergemakkelijken, wisselen de bevoegde instanties op verzoek alle informatie met elkaar uit die noodzakelijk is voor de goede werking van deze Overeenkomst.

  • 4.

    Gebruik van talen

    De partijen zijn gerechtigd om in procedures in het kader van deze Overeenkomst gebruik te maken van een van de officiële talen van de instellingen van de Europese Unie of van het Oekraïens. De partijen zijn zich ervan bewust dat het gebruik van de Engelse taal het verloop van deze procedures zal vergemakkelijken. Wanneer in een officieel document een taal wordt gebruikt die geen officiële taal van de Europese Unie is, wordt bij dat document een vertaling in een officiële taal van de instellingen van de Europese Unie gevoegd, waarbij rekening wordt gehouden met de bepaling in de vorige zin. Indien een partij voornemens is in een mondelinge procedure een taal te gebruiken die geen officiële taal van de instellingen van de Europese Unie is, zorgt die partij voor een simultane vertaling in de Engelse taal.

Bijlage

VII

Criteria als bedoeld in artikel 26, lid 4

  • 1.

    Met de goede werking van deze Overeenkomst zijn verenigbaar:

    • a.

      steunmaatregelen van sociale aard aan individuele verbruikers op voorwaarde dat deze toegepast worden zonder onderscheid naar de oorsprong van de betrokken diensten; en

    • b.

      steunmaatregelen tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen.

  • 2.

    Bovendien kunnen worden beschouwd als verenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst:

    • a.

      steunmaatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst;

    • b.

      steun voor het bevorderen van de ontwikkeling van zekere economische bedrijvigheid of van zekere economische gebieden, wanneer door deze maatregelen geen nadelige gevolgen heeft voor de commerciële activiteiten van luchtvaartmaatschappijen aan de belangen van de partijen; en

    • c.

      steun om de gestelde doelen te bereiken, kunnen in het kader van de horizontale groepsvrijstellingsverordeningen en horizontale en sectorale regels inzake staatssteun verleend in overeenstemming met de daarin vermelde voorwaarden.