Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Thailand, anderzijds

Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Thailand, anderzijds

de Europese Unie, hierna „de EU” genoemd,

en

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

lidstaten van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

enerzijds,

en

het Koninkrijk Thailand, hierna „Thailand” genoemd,

anderzijds,

hierna „de partijen” genoemd,

Gezien de traditionele vriendschapsbanden tussen de partijen en de nauwe historische, politieke en economische banden die hen verenigen;

Gezien het bijzondere belang dat de partijen hechten aan het omvattende karakter van hun wederzijdse betrekkingen;

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de democratische beginselen, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die op 10 december 1948 is aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN), en in andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten;

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur en streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdend met de vereisten inzake milieubescherming en de beginselen van duurzame ontwikkeling, alsmede de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, aangenomen bij Resolutie nr. 70/1 van de AVVN van 25 september 2015;

Erkennende dat Thailand een ontwikkelingsland is en rekening houdend met de respectieve ontwikkelingsstadia van de partijen;

Erkennende dat de concepten en de doelstellingen inzake non-proliferatie en ontwapening via toepasselijke internationale en regionale instrumenten moeten worden bevorderd om het gevaar van massavernietigingswapens tegen te gaan. Met de bij consensus aangenomen Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN-Veiligheidsraad) wordt onderstreept dat de gehele internationale gemeenschap zich ertoe verbindt om de verspreiding van dergelijke wapens te bestrijden. De Europese Raad heeft op 12 december 2003 een strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens goedgekeurd en de Raad van de Europese Unie heeft op 17 november 2003 beleidsmaatregelen van de EU goedgekeurd om non-proliferatiebeleid te integreren in de betrekkingen van de EU met derde landen. Thailand is, als lid van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (Asean), een van de initiatiefnemers van en ondertekenende partijen bij het Verdrag inzake een kernwapenvrije zone in Zuidoost-Azië, dat op 15 december 1995 in Bangkok werd ondertekend;

Overwegende dat de partijen de banden tussen ontwapening, wapenbeheersing, vrede en veiligheid en ontwikkeling erkennen, en vaststellen dat nauwere samenwerking tussen de partijen bij de bevordering van de uitvoering van de toepasselijke internationale instrumenten kan leiden tot vooruitgang in de richting van de verwezenlijking van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN en een veiligere wereld;

Overwegende dat de partijen terrorisme beschouwen als een bedreiging voor de mondiale veiligheid en hun dialoog en samenwerking bij de bestrijding van terrorisme wensen te intensiveren overeenkomstig de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, met name Resolutie 1373 (2001), en opnieuw bevestigend dat eerbiediging van de rechten van de mens van iedereen en de rechtsstaat de grondslag vormen voor de strijd tegen terrorisme;

Opnieuw bevestigend dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap als geheel met zorg vervullen, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal niveau te nemen en de wereldwijde samenwerking te intensiveren;

Opnieuw bevestigend dat zij vastbesloten zijn om ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap met zorg vervullen te bestrijden;

Het belang erkennende van de op 7 maart 1980 in Kuala Lumpur ondertekende Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Indonesië, Maleisië, de Filipijnen, Singapore en Thailand, lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN), en van de daaropvolgende toetredingsprotocollen;

Het belang erkennend van versterking van de bestaande betrekkingen tussen de partijen ter stimulering van de onderlinge samenwerking, alsook van hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van de eerbiediging van soevereiniteit, gelijkwaardigheid, non-discriminatie, inachtneming van het milieu en wederzijds voordeel;

Erkennend dat de partijen de gemeenschappelijke ambitie delen om hulpbronnenefficiënte, inclusieve, innovatieve, klimaatneutrale en groene economieën tot stand te brengen, en dat de uitwisseling van ervaringen bij de uitvoering van hun binnenlands beleid de resultaten ervan kan verbeteren en de verwezenlijking van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN kan versnellen;

Verklarend dat zij zich er volledig toe verbinden duurzame ontwikkeling in al haar dimensies te bevorderen, met inbegrip van milieubescherming en doeltreffende samenwerking voor de bestrijding van de klimaatverandering en de doeltreffende uitvoering van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC), dat op 9 mei 1992 in Rio de Janeiro is gesloten, en van de Overeenkomst van Parijs, die op 12 december 2015 is gesloten, alsmede de doeltreffende bevordering en uitvoering van internationaal erkende sociale en arbeidsnormen;

Ervoor zorgend dat in dit opzicht niemand wordt achtergelaten;

Wijzend op het belang van verdieping van de betrekkingen en samenwerking op gebieden zoals migratie;

Bevestigend dat zij ernaar streven om, in volledige overeenstemming met de in regionaal verband ondernomen activiteiten, de onderlinge samenwerking te verdiepen op grond van gemeenschappelijke waarden en tot wederzijds voordeel;

Het belang erkennend dat de partijen hechten aan de beginselen en regels die van toepassing zijn op de internationale handel, met name zoals deze zijn neergelegd in de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO-Overeenkomst), op 15 april 1994 gesloten te Marrakesh, en de noodzaak deze op transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen;

Wijzend op het feit dat, als de partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten besluiten aan te gaan op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de EU zouden worden gesloten op grond van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), de bepalingen van dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten niet bindend zijn voor Ierland, tenzij de EU, samen met Ierland wat betreft zijn bilaterale betrekkingen, Thailand ervan in kennis heeft gesteld dat Ierland gebonden is door dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten als deel van de EU, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het VWEU is gehecht. Evenzo zijn interne maatregelen die de EU krachtens de voornoemde titel vaststelt met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst, niet bindend voor Ierland, tenzij Ierland te kennen geeft deel te willen nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21.

Tevens vaststellend dat dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de EU vallen onder Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL

I

AARD EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

1

Algemene beginselen

Artikel

2

Doel van de samenwerking

In het licht van hun gevestigde partnerschap komen de partijen tot overeenstemming over een toekomstgerichte relatie met een meer gestructureerd en strategisch perspectief, gedeelde waarden en aangelegenheden van wederzijds belang, en verbinden zij zich ertoe een omvattende dialoog te voeren en verdere samenwerking tussen hen in alle sectoren van gemeenschappelijk belang te bevorderen. Hun inspanningen zijn met name gericht op:

  • a.

    het bevorderen van bilaterale en multilaterale samenwerking in alle desbetreffende regionale en internationale fora en organisaties die betrokken zijn bij aangelegenheden die onder deze overeenkomst vallen;

  • b.

    het tot stand brengen van samenwerking op het gebied van de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens;

  • c.

    het tot stand brengen van een dialoog over ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap met zorg vervullen;

  • d.

    het opzetten van samenwerking ter voorkoming en bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit;

  • e.

    het scheppen van voorwaarden voor en het bevorderen van de intensivering en ontwikkeling van handel en investeringen tussen de partijen tot wederzijds voordeel, met inachtneming van de beginselen en regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en op een wijze die de doelstelling van duurzame ontwikkeling ondersteunt en duurzame toeleveringsketens en verantwoordelijke ondernemingspraktijken bevordert;

  • f.

    het opzetten van samenwerking op alle handels- en investeringsgerelateerde gebieden van gezamenlijk belang, teneinde de toepassing van de WTO-beginselen en -regels te bevorderen, duurzame handels- en investeringsstromen te vergemakkelijken en belemmeringen voor handel en investeringen te voorkomen en weg te nemen, op een wijze die verenigbaar is met en complementair is aan lopende en toekomstige EU-Asean-initiatieven en aan duurzame ontwikkeling en die daar tevens aan bijdraagt;

  • g.

    het opzetten van samenwerking op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, met inbegrip van de rechtsstaat en justitiële en juridische samenwerking, bescherming van persoonsgegevens, migratie, de bestrijding van het witwassen van geld, van de georganiseerde misdaad en illegale drugs;

  • h.

    het opzetten van samenwerking in alle andere sectoren van wederzijds belang, met name macro-economisch beleid en financiële instellingen, ontwikkelingsplanning, goed bestuur op fiscaal gebied, de bestrijding van corruptie, maatschappelijk verantwoord ondernemen, industriebeleid en micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, de informatiemaatschappij, wetenschap, technologie en innovatie, een koolstofarme, circulaire en groene economie, bio-economie, de klimaatverandering, energie, vervoer, onderzoek en ontwikkeling, onderwijs en opleiding, cultuur, toerisme, mensenrechten, gendergelijkheid, het milieu en natuurlijke hulpbronnen, landbouw en plattelandsontwikkeling, gezondheid, statistieken, de kennismaatschappij, voedselveiligheid, fytosanitaire en veterinaire vraagstukken, werkgelegenheid en sociale zaken;

  • i.

    het bevorderen van de deelname van de partijen aan subregionale, regionale en trilaterale samenwerkingsprogramma’s die openstaan voor de andere partij;

  • j.

    het versterken van de rol en het profiel van de partijen in de regio van de andere partij, onder andere door middel van culturele uitwisselingen, het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en onderwijs;

  • k.

    het bevorderen van het begrip tussen mensen door middel van samenwerking tussen verschillende niet-gouvernementele entiteiten, zoals denktanks, wetenschappers, het maatschappelijk middenveld en de media, in de vorm van seminars, conferenties, contacten tussen jongeren, cyberoefeningen, opleidingen, uitwisselingen en andere activiteiten.

Artikel

3

Massavernietigingswapens

Artikel

4

Handvuurwapens en lichte wapens en andere conventionele wapens

Artikel

5

Ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap met zorg vervullen

De partijen bevestigen andermaal dat de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap met zorg vervullen, niet ongestraft mogen blijven en dat de vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen te nemen op nationaal en waar nodig internationaal niveau en door de internationale samenwerking overeenkomstig hun respectieve wetten en voorschriften te versterken.

Artikel

6

Samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van terrorisme

TITEL

II

BILATERALE, REGIONALE EN INTERNATIONALE SAMENWERKING

Artikel

7

Samenwerking in regionale en internationale organisaties

Artikel

8

Bilaterale en regionale samenwerking

TITEL

III

SAMENWERKING INZAKE HANDEL EN INVESTERINGEN

Artikel

9

Algemene beginselen

Artikel

10

Sanitaire en fytosanitaire vraagstukken

Artikel

11

Duurzame voedselsystemen

Artikel

12

Technische handelsbelemmeringen

Artikel

13

Douanesamenwerking en handelsbevordering

Artikel

15

Investeringen

De partijen sporen aan tot een grotere investeringsstroom, en wel door het scheppen van een aantrekkelijk en gunstig klimaat voor wederzijdse investeringen, met behulp van een consistente dialoog die gericht is op verbetering van wederzijds begrip en samenwerking op het gebied van investeringskwesties, onderzoek van administratieve mechanismen om investeringsstromen te vergemakkelijken, en stimulering van transparantie, openheid en niet-discriminatie voor investeerders overeenkomstig hun respectieve wetten en voorschriften.

Artikel

16

Mededingingsbeleid

Artikel

17

Diensten

De partijen gaan een consistente dialoog aan die met name gericht is op het uitwisselen van informatie over hun respectieve voorschriften, het stimuleren van toegang tot elkaars markt, het bevorderen van toegang tot bronnen van kapitaal en technologie, en het stimuleren van de handel in diensten tussen beide regio’s en op de markten van derde landen.

Artikel

18

Intellectuele-eigendomsrechten

Artikel

19

Digitale handel

TITEL

IV

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT

Artikel

20

Rechtsstaat

Artikel

21

Gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen en meisjes

Artikel

22

Bescherming van persoonsgegevens en privacy

Artikel

23

Justitiële en juridische samenwerking

Artikel

24

Consulaire bescherming

De partijen komen overeen regelmatig uitwisselingen te houden om het bieden van consulaire bescherming verder te vergemakkelijken en de inspanningen op het gebied van consulaire bijstand, met name in tijden van crisis, te coördineren.

Artikel

25

Samenwerking inzake migratie

Artikel

26

Humanitaire samenwerking

De partijen streven naar verdere samenwerking over alle kwesties op het gebied van humanitaire samenwerking en bijstand, waaronder bijstand aan ontheemden en steun voor capaciteitsopbouw voor ambtenaren die in hun respectieve regio met ontheemden te maken hebben. De partijen werken samen op een wederzijds aanvaardbare wijze en per geval, overeenkomstig de respectieve internationale normen die van toepassing zijn op de partijen en de humanitaire beginselen van menselijkheid, onpartijdigheid, onafhankelijkheid en neutraliteit. Deze inspanningen moeten steeds gebaseerd zijn op een brede visie op en diepgaand inzicht in de diepere oorzaken van ontheemding en er moet worden gezocht naar duurzame oplossingen. De partijen verbinden zich ertoe de nexus tussen humanitaire hulp en ontwikkelingshulp te versterken.

Artikel

27

Bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie

De partijen komen overeen samen te werken bij de bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, economische en financiële criminaliteit, ernstige criminaliteit3)Zoals gedefinieerd in artikel 2, punt b, UNTOC. en corruptie, en de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen. Die samenwerking is meer in het bijzonder gericht op de toepassing en bevordering van de desbetreffende internationale normen en rechtsinstrumenten waarbij de partijen partij zijn, zoals het UNTOC en de aanvullende protocollen daarbij en het VN-Verdrag tegen corruptie, aangenomen bij Resolutie nr. 58/4 van de AVVN van 31 oktober 2003.

Artikel

28

Samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Artikel

29

Samenwerking op het gebied van drugsbeleid

TITEL

V

SAMENWERKING IN ANDERE SECTOREN

Artikel

30

Mensenrechten

Artikel

31

Samenwerking in de financiële sector

De partijen komen overeen om, afhankelijk van hun behoeften en in het kader van hun respectieve programma’s, wetten en voorschriften, de samenwerking tussen financiële instellingen te bevorderen.

Artikel

32

Dialoog inzake het macro-economisch beleid

De partijen komen overeen de dialoog tussen hun autoriteiten te versterken en samen te werken aan de uitwisseling van ervaringen op het gebied van macro-economisch beleid, met name op het gebied van economische integratie.

Artikel

33

Goed bestuur op fiscaal gebied

Om de economische activiteit te versterken en te ontwikkelen, met inachtneming van de noodzaak een passend regelgevingskader te ontwikkelen, erkennen de partijen de beginselen van goed fiscaal bestuur en verbinden zij zich ertoe deze toe te passen, met inbegrip van mondiale normen inzake belastingtransparantie en de uitwisseling van informatie, eerlijke belastingheffing en de minimumnormen tegen grondslaguitholling en winstverschuiving. De partijen bevorderen goed bestuur in belastingzaken, verbeteren de internationale samenwerking op belastinggebied, ontwikkelen maatregelen voor de doeltreffende toepassing van die beginselen en vergemakkelijken de inning van belastinginkomsten met het oog op het voorkomen van belastingontduiking en -ontwijking.

Artikel

34

Samenwerking op het gebied van industriebeleid en samenwerking inzake micro-, kleine en middelgrote ondernemingen

De partijen, rekening houdend met hun respectieve economische beleidsmaatregelen en doelstellingen, bevorderen samenwerking op het gebied van het industriebeleid ter ondersteuning van inclusieve, duurzame en ontwikkelingsgerichte productieactiviteiten, het scheppen van fatsoenlijke banen, ondernemerschap, creativiteit en innovatie, alsmede de veerkracht van de toeleveringsketens en de toegang tot financiering op alle gebieden die geschikt worden geacht, teneinde de formalisering van en de toegang tot de internationale markten, het concurrentievermogen en de groei van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen te verbeteren, onder meer door:

  • a.

    het uitwisselen van informatie over en het delen van ervaringen met het scheppen van een klimaat waarbinnen micro-, kleine en middelgrote ondernemingen hun concurrentievermogen kunnen verbeteren;

  • b.

    het bevorderen van de contacten tussen economische actoren, het stimuleren van gemeenschappelijke investeringen en het tot stand brengen van joint-ventures en informatienetwerken, met name via bestaande horizontale EU-programma’s, waarbij met name de overdracht van zachte en harde technologie tussen de partners wordt gestimuleerd;

  • c.

    het verstrekken van informatie, het stimuleren van innovatie en het uitwisselen van goede praktijken met betrekking tot de toegang tot financiering en de markt;

  • d.

    het ondersteunen van capaciteitsopbouw voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen zodat zij soepeler kunnen integreren in de mondiale economie en toeleveringsketens;

  • e.

    het bevorderen en ondersteunen van activiteiten die door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen van de partijen worden ontwikkeld;

  • f.

    het bevorderen van maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht en het aanmoedigen van verantwoordelijke zakelijke praktijken, waaronder duurzame consumptie en productie.

Artikel

35

Faciliteren van samenwerking tussen ondernemingen

De partijen faciliteren en ondersteunen de relevante samenwerkingsactiviteiten die door de particuliere sector van de partijen worden opgezet.

Artikel

36

Samenwerking op het gebied van informatie- en communicatietechnologieën

Artikel

37

Samenwerking op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie

Artikel

38

Klimaatverandering

Artikel

39

Energie

Artikel

40

Vervoer

Artikel

41

Toerisme

Artikel

42

Onderwijs en cultuur

Artikel

43

Milieu en natuurlijke hulpbronnen

Artikel

44

Oceaangovernance

Artikel

45

Landbouw, veehouderij, visserij en plattelandsontwikkeling

Artikel

46

Volksgezondheid

Artikel

47

Werkgelegenheid en sociale zaken

Artikel

48

Statistieken

De partijen komen overeen om overeenkomstig de bestaande statistische samenwerkingsactiviteiten tussen de EU en de Asean, de samenwerking te bevorderen bij de harmonisatie van statistische methoden en werkwijzen, waaronder het verzamelen, verwerken, analyseren en verspreiden van statistische gegevens om de beschikbaarheid van kwalitatief hoogwaardige, tijdige, relevante en meer gedetailleerde geaggregeerde gegevens te vergroten, zodat zij op een onderling overeengekomen wijze gebruik kunnen maken van statistische gegevens over de handel in goederen en diensten en, meer in het algemeen, over alle andere gebieden die onder deze overeenkomst vallen en die zich lenen voor statistische verwerking. De partijen benadrukken het belang van gegevens en statistieken voor de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

Artikel

49

Maatschappelijk middenveld

De partijen erkennen de rol en de bijdrage van het maatschappelijk middenveld, met name academici, sociale partners, en de banden tussen denktanks en sociale partners, aan de dialoog en het samenwerkingsproces in het kader van deze overeenkomst en zij komen overeen een doeltreffende dialoog met het maatschappelijk middenveld aan te moedigen en te stimuleren, en hun effectieve en constructieve participatie en partnerschappen met meerdere belanghebbenden te bevorderen.

TITEL

VI

VORMEN VAN SAMENWERKING

Artikel

50

Middelen voor samenwerking

Artikel

51

Ontwikkelingssamenwerking ten behoeve van derde landen

TITEL

VII

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

52

Gemengd Comité

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

53

Aanpassingsclausule

Artikel

54

Andere overeenkomsten

Artikel

55

Naleving van verplichtingen

Artikel

56

Facilitering

Om de samenwerking in het kader van deze overeenkomst te faciliteren, verlenen de partijen de deskundigen en ambtenaren die betrokken zijn bij de uitvoering van de samenwerking, de nodige faciliteiten voor de uitoefening van hun taak, overeenkomstig hun respectieve wet- en regelgeving.

Artikel

58

Definitie van de partijen

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt met de term „partijen” bedoeld de EU of haar lidstaten, of de EU en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Thailand, anderzijds.

Artikel

59

Inwerkingtreding en voorlopige toepassing

Artikel

60

Duur en beëindiging

Artikel

61

Wijzigingen

Deze overeenkomst kan met onderlinge instemming tussen de partijen worden gewijzigd. De wijzigingen worden pas van kracht vanaf de datum van de laatste schriftelijke kennisgeving dat alle noodzakelijke formaliteiten daartoe vervuld zijn.

Artikel

62

Gezamenlijke verklaringen

De als bijlage aan deze overeenkomst gehechte gezamenlijke verklaringen vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel

63

Kennisgevingen

De in artikelen 59, 60 en 61 bedoelde kennisgevingen worden toegezonden aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en het ministerie van Buitenlandse Zaken van Thailand.

Artikel

64

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Thaise taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, veertien december tweeduizend tweeëntwintig.

Gezamenlijke verklaring betreffende artikel 5

(Ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap met zorg vervullen)

De lidstaten en Thailand zijn ondertekenende partijen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, dat een belangrijke ontwikkeling vormt voor het internationale rechtsstelsel en de doeltreffende werking ervan. Het Statuut van Rome bepaalt dat genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden „ernstige misdrijven zijn die de internationale gemeenschap met zorg vervullen”.

Gezamenlijke verklaring betreffende artikel 23

(Justitiële en juridische samenwerking)

De regering van het Koninkrijk Thailand zal op alle mogelijke manieren handelen overeenkomstig haar wetten om ervoor te zorgen dat de persoon de doodstraf niet zal ondergaan, en als het Hof de doodstraf uitspreekt, zal de regering van het Koninkrijk Thailand een aanbeveling indienen voor gratieverlening door de Koning.