de Europese Unie, hierna „de EU” genoemd,
en
het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Republiek Kroatië,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
Hongarije,
de Republiek Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
Partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten van de Europese Unie” genoemd,
en
De Europese Unie,
hierna gezamenlijk de „EU” genoemd,
enerzijds, en
De Republiek Angola,
Antigua en Barbuda,
Het Gemenebest van de Bahama’s,
Barbados,
Belize,
De Republiek Benin,
De Republiek Botswana,
Burkina Faso,
De Republiek Burundi,
De Republiek Kaapverdië,
De Republiek Kameroen,
De Centraal-Afrikaanse Republiek,
De Republiek Tsjaad,
De Unie Der Comoren,
De Republiek Congo,
De Cookeilanden,
De Republiek Ivoorkust,
De Democratische Republiek Congo,
De Republiek Djibouti,
Het Gemenebest Dominica,
De Dominicaanse Republiek,
De Staat Eritrea,
Het Koninkrijk Eswatini,
De Federale Democratische Republiek Ethiopië,
De Republiek Fiji,
De Republiek Gabon,
De Republiek Gambia,
De Republiek Ghana,
Grenada,
De Republiek Guinee,
De Republiek Guinee-Bissau,
De Coöperatieve Republiek Guyana,
De Republiek Haïti,
Jamaica,
De Republiek Kenia,
De Republiek Kiribati,
Het Koninkrijk Lesotho,
De Republiek Liberia,
De Republiek Madagaskar,
De Republiek Malawi,
De Republiek der Maldiven,
De Republiek Mali,
De Republiek der Marshalleilanden,
De Islamitische Republiek Mauritanië,
De Republiek Mauritius,
De Federale Staten Van Micronesia,
De Republiek Mozambique,
De Republiek Namibië,
De Republiek Nauru,
De Republiek Niger,
De Federale Republiek Nigeria,
Niue,
De Republiek Palau,
De Onafhankelijke Staat Papoea-Nieuw-Guinea,
De Republiek Rwanda,
De Federatie van Saint Kitts en Nevis,
Saint Lucia,
Saint Vincent en de Grenadines,
De Onafhankelijke Staat Samoa,
De Democratische Republiek Sao Tomé en Principe,
De Republiek Senegal,
De Republiek der Seychellen,
De Republiek Sierra Leone,
Salomonseilanden,
De Federale Republiek Somalië,
De Republiek Sudan,
De Republiek Suriname,
De Verenigde Republiek Tanzania,
De Democratische Republiek Oost-Timor,
De Republiek Togo,
Het Koninkrijk Tonga,
De Republiek Trinidad en Tobago,
Tuvalu,
De Republiek Uganda,
De Republiek Vanuatu,
De Republiek Zambia,
De Republiek Zimbabwe,
leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (OACPS), hierna de „OACPS-leden” genoemd, anderzijds,
hierna gezamenlijk de „Partijen” genoemd,
Gezien de herziene Overeenkomst van Georgetown tot oprichting van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, anderzijds;
Gezien hun sterke banden en de nauwe politieke, economische en culturele betrekkingen die hen verenigen;
Opnieuw bevestigend dat zij gehecht zijn aan de op regels gebaseerde wereldorde, met multilateralisme als basisbeginsel en de Verenigde Naties als kern;
Bevestigend dat zij zich inzetten voor duurzame ontwikkeling in overeenstemming met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling;
Het belang benadrukkend van een regelmatige dialoog over onderwerpen van wederzijds belang op alle relevante niveaus;
Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten om hun partnerschap te consolideren door acties in internationale fora te coördineren op basis van gemeenschappelijke belangen, gedeelde waarden en wederzijds respect, en zich bewust van hun vermogen om wereldwijde resultaten te bewerkstelligen wanneer zij gezamenlijk optreden;
Bevestigend dat zij sterk gehecht zijn aan de democratische beginselen en de rechten van de mens, vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten, alsmede aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur;
Herinnerend aan hun sterke wil om vrede en veiligheid te bevorderen en aan hun internationale verplichtingen inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens, alsmede aan hun vastberadenheid om de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, te voorkomen en te vervolgen;
Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten om de samenwerking tussen verschillende belanghebbenden te bevorderen ter ondersteuning van de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling, daarbij rekening houdend met de verschillende rollen van de diverse belanghebbenden en er tegelijkertijd voor zorgend dat iedereen handelt binnen het kader van de rechtsstaat;
Benadrukkend dat de wereldwijde milieuproblemen dringend moeten worden aangepakt, alsook het belang benadrukkend van de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering en van de dringende noodzaak om stabiele en duurzame koolstofarme economieën en samenlevingen op te bouwen die klimaatveerkrachtig zijn, en om vorderingen te maken met de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen op het gebied van milieu, klimaatverandering en hernieuwbare energie;
Het belang erkennend van structurele economische omschakeling voor het bereiken van inclusieve en duurzame economische groei en ontwikkeling;
Herinnerend aan hun gehechtheid aan de beginselen en regels die van toepassing zijn op de internationale handel, met name die welke in de Wereldhandelsorganisatie zijn overeengekomen;
Herinnerend aan hun verbintenis de arbeidsrechten te eerbiedigen, rekening houdend met de beginselen die zijn neergelegd in de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie;
Erkennend dat wetenschap, technologie, onderzoek en innovatie een belangrijke rol spelen bij het versnellen van de overgang naar kennismaatschappijen, die wordt gefaciliteerd door de inzet van digitale instrumenten voor het bereiken van duurzame ontwikkeling;
Herinnerend aan hun inzet om menselijke en sociale ontwikkeling te bevorderen, armoede uit te bannen en discriminatie en ongelijkheid te bestrijden, waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten;
Erkennend dat demografische verschuivingen, in combinatie met economische, sociale en ecologische veranderingen, kansen bieden, maar ook een bedreiging vormen voor duurzame ontwikkeling;
Opnieuw verklarend dat gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen en meisjes essentieel zijn voor het tot stand brengen van inclusieve en duurzame ontwikkeling;
Zich bewust van de belangrijke rol van jongeren om de toekomst vorm te geven en bij te dragen aan duurzame ontwikkeling;
Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten voor de bevordering van een mensgericht partnerschap en de intensivering van intermenselijke contacten, onder meer door middel van samenwerking en uitwisselingen op het gebied van wetenschap, technologie, innovatie, onderwijs en cultuur;
Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten om de samenwerking en dialoog op het gebied van migratie en mobiliteit te intensiveren;
Zich bewust van de toenemende risico’s die worden veroorzaakt door natuurrampen en economische en andere exogene schokken, waaronder pandemieën;
Bevestigend dat zij bereid zijn samen te werken ter ondersteuning van regionale en continentale integratie, met name met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de Agenda 2063 van de Afrikaanse Unie en van de integratie- en samenwerkingskaders van het Caribisch gebied en de Stille Oceaan;
Herinnerend aan de beginselen van beleidscoherentie voor ontwikkeling en doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, alsmede aan de beginselen van de actieagenda van Addis Abeba;
Gezien de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds , zoals laatstelijk gewijzigd (de „Overeenkomst van Cotonou”),