Wet van 23 januari 1958, houdende nieuwe regeling van de pacht

Pachtwet

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de pacht opnieuw bij de wet te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

De pachtovereenkomst

§ 1

Omschrijvingen

Artikel

1

§ 2

De vorm van de pachtovereenkomst en haar toetsing

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

4a

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

§ 3

Niet schriftelijk vastgelegde en niet ter goedkeuring ingezonden pachtovereenkomsten

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

11a

Vervallen

§ 4

De duur van de pachtovereenkomst

Artikel

12

§ 5

De pachtprijs

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Vermindering of vermeerdering van de pachtprijs kan gevorderd worden, indien de grootte van het verpachte afwijkt van de grootte, die in de overeenkomst is uitgedrukt. De vordering vervalt door verloop van een jaar na het ingaan van de pachtovereenkomst.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

19a

Artikel

19b

Op grond van artikel 258 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek kan geen wijziging van de tegenprestatie dan wel van de vergoeding worden gevorderd.

§ 6

De overige rechten en verplichtingen uit de pachtovereenkomst voortvloeiende

Artikel

20

De verpachter is gehouden het verpachte in goede staat van onderhoud ter beschikking te stellen.

Artikel

21

Op de omvang van het gepachte dat langs een water ligt, zijn de artikelen 29 en 34 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing, tenzij de verpachter aan een vastlegging van de grens overeenkomstig de artikelen 30-32 van Boek 5 van dat wetboek is gebonden.

Artikel

22

De pachter kan zowel van de verpachter schadevergoeding vorderen als de overeenkomst ontbinden, indien hij in het genot van het gepachte wordt belemmerd, doordat een derde een hem toekomend recht op hetzelve uitoefent, tenzij de pachter ten tijde van het aangaan der overeenkomst dit recht gekend heeft.

Artikel

23

De verpachter is niet gehouden de pachter te vrijwaren tegen de belemmeringen, welke derden, die generlei recht daartoe hebben, door feitelijkheden de pachter in zijn genot toebrengen.

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

Zonder schriftelijke toestemming van de verpachter is de pachter niet tot onderverpachting bevoegd.

Artikel

33

Artikel

33a

Op grond van artikel 258 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek kan, evenmin als van de tegenprestatie dan wel van de vergoeding, een wijziging van andere bepalingen der pachtovereenkomst worden gevorderd.

Artikel

34

Artikel

35

§ 7

De verlenging van de pachtovereenkomst

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

De pachtkamer beslist op een verzoek om verlenging naar billijkheid, met inachtneming evenwel van de bepalingen van deze paragraaf.

Artikel

38a

Artikel

39

De pachtkamer wijst het verzoek af, indien de bedrijfsvoering van de pachter niet geweest is, zoals het een goed pachter betaamt of het optreden van de pachter jegens de verpachter in de afgelopen pachtperiode aanleiding heeft gegeven tot gegronde klachten.

Artikel

40

De pachtkamer wijst het verzoek af, voorzover de verpachter het verpachte wil bestemmen voor niet tot de landbouw betrekkelijke doeleinden en die bestemming in overeenstemming is met het algemeen belang. De voorgenomen bestemming wordt geacht in overeenstemming met het algemeen belang te zijn, indien zij in overeenstemming is met een goedgekeurd bestemmingsplan.

Artikel

41

Artikel

42

Indien krachtens artikel 37, eerste lid, verlenging wordt verzocht, wijst de pachtkamer het verzoek af, indien de bijzondere omstandigheid, met het oog waarop de korte duur van de pachtovereenkomst is goedgekeurd, zich heeft voorgedaan of aannemelijk is, dat deze zich voor of korte tijd na het einde van de lopende pachtovereenkomst zal voordoen.

Artikel

43

Artikel

44

Artikel

45

Artikel

46

Indien de pachtovereenkomst op grond van een verzoek, als bedoeld in de artikelen 37 of 45, eerste lid, met zes jaren wordt verlengd, is voor verdere verlenging het bepaalde in artikel 36 van overeenkomstige toepassing.

Artikel

47

De pachtkamer kan, hetzij op verzoek van een der partijen, hetzij ambtshalve op grond van de billijkheid, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, eerste lid, onder c en d, tweede, derde en vijfde lid, de pachtovereenkomst voor een gedeelte van het verpachte verlengen. In dat geval vermindert zij de geldende tegenprestatie dienovereenkomstig. De pachter kan alsdan de pachtovereenkomst voor het overige beëindigen op het tijdstip waarop de pachtovereenkomst zonder verlenging zou zijn geëindigd. Hij geeft hiervan bij aangetekende brief kennis aan de verpachter binnen een maand nadat de beschikking onaantastbaar is geworden.

Artikel

48

§ 8

De pachtoverneming

Artikel

49

Artikel

49a

Artikel

50

§ 9

Het einde van de pachtovereenkomst

Artikel

51

Artikel

52

Artikel

53

Vervallen

Artikel

54

Artikel

55

Artikel

56

Vervallen

§ 9A

Het voorkeursrecht van de pachter

Artikel

56a

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    beperkt recht: het recht van erfpacht, opstal, beklemming of vruchtgebruik;

  • b.

    beperkt gerechtigde: de erfpachter, opstalhouder, beklemde meier of vruchtgebruiker;

  • c.

    vervreemding: overdracht van eigendom of vestiging of overdracht van een beperkt recht;

  • d.

    pachter: de pachter wiens pachtovereenkomst geldt voor ten minste de wettelijke duur dan wel is aangegaan voor een kortere duur, doch nadien voor zes jaren is verlengd en zo nodig is goedgekeurd.

Artikel

56b

Artikel

56c

Artikel

56d

Artikel

56e

Artikel

56f

Artikel

56g

De verpachter is verplicht om, alvorens tot openbare verkoop van het verpachte wordt overgegaan, behoudens in geval van executoriale verkoop, de pachter ten minste een maand voor de verkoop bij deurwaardersexploot of bij aangetekende brief daarvan kennis te geven.

Artikel

56h

Artikel

56i

§ 10

Bepalingen van algemene aard

Artikel

57

Alleen van de bepalingen van de artikelen 15, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, tweede lid, 26 eerste lid, 27 eerste lid, en 30 eerste en tweede lid, en 56i kan bij overeenkomst worden afgeweken.

Artikel

58

Artikel

59

Artikel

60

Alle kosten, vallende op een openbare verpachting, verpachting bij inschrijving daaronder begrepen, komen ten laste van de verpachter.

Artikel

61

In een pachtovereenkomst, aangegaan onder de voorwaarde, dat de overeenkomst door de grondkamer geheel of ten dele ongewijzigd zal worden goedgekeurd, wordt deze voorwaarde voor niet geschreven gehouden.

§ 11

Bijzondere bepalingen met betrekking tot verpachting door openbare lichamen

Artikel

62

Indien het Rijk, een provincie, een gemeente, een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, een waterschap, een veenschap of een veenpolder aan hun in eigendom toebehorende hoeven of los land een bestemming heeft gegeven voor niet tot de landbouw betrekkelijke doeleinden van openbaar nut, kunnen zij aan de grondkamer verzoeken goed te keuren, dat bij verpachting van zulke hoeven of zodanig los land in de overeenkomst een of meer van de volgende bedingen zullen worden opgenomen:

  • a.

    dat de overeenkomst in afwijking van het bepaalde in artikel 12, eerste lid, tweede zin, geldt voor de overeengekomen tijd;

  • b.

    dat de verlenging niet zal plaats hebben, indien en voorzover de verpachter in de kennisgeving, bedoeld in artikel 36, tweede lid, aan de pachter heeft medegedeeld, dat de verlenging met de bestemming van het verpachte onverenigbaar is;

  • c.

    dat de pachter niet bevoegd zal zijn aan de grondkamer machtiging te vragen bestemming, inrichting of gedaante van het gepachte te veranderen;

  • d.

    dat de overeenkomst door de verpachter te allen tijde kan worden beëindigd, indien en voorzover de bestemming de beëindiging naar zijn oordeel noodzakelijk maakt.

Artikel

63

De grondkamer onderzoekt uitsluitend of de bestemming het beding redelijkerwijs noodzakelijk kan maken. Zij treedt niet in een beoordeling dezer bestemming.

Artikel

64

Hoofdstuk

II

Bepalingen van bijzondere aard

§ 1

Zetboeren

Artikel

65

§ 2

Pachtovereenkomsten betreffende de naweide

Artikel

66

Vervallen

Artikel

67

Vervallen

Artikel

68

Vervallen

Artikel

69

Artikel

70

Het besluit, bedoeld in artikel 69, behoeft de goedkeuring van Onze Minister en wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.

§ 3

Bijzondere bepalingen met betrekking tot verpachtingen binnen reservaten

Artikel

70a

In deze paragraaf wordt verstaan onder "reservaat" een gebied waar de eigendom dan wel de erfpacht van landbouwgronden door de Staat of bij koninklijk besluit aangewezen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties is verworven en waar een beheer gevoerd kan worden gericht op doeleinden van natuur- en landschapsbehoud anders dan door middel van een daartoe te sluiten overeenkomst betreffende het richten van de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven op doeleinden van natuur- en landschapsbehoud.

Artikel

70b

Artikel

70c

Indien toepassing is gegeven aan artikel 70b geldt, in afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 12, de pachtovereenkomst voor zowel een hoeve als los land voor de duur van zes jaren.

Artikel

70d

Artikel

70e

In afwijking in zoverre van artikel 33, tweede lid, herziet de grondkamer de in het eerste lid van dat artikel bedoelde bepalingen, indien dit gewenst is met het oog op de instandhouding of ontwikkeling van de op het land aanwezige waarden van natuur en landschap.

§ 4

Bijzondere kortdurende pacht

Artikel

70f

Artikel

70g

Hoofdstuk

III

Verbodsbepalingen

Artikel

71

Hoofdstuk

IV

Samenstelling en werkwijze van de grondkamers en van de Centrale Grondkamer

§ 1

De grondkamers en de Centrale Grondkamer

Artikel

72

Er zijn grondkamers, waarvan het rechtsgebied en de standplaats door Ons worden aangewezen.

Artikel

73

Artikel

74

Artikel

75

Artikel

76

Artikel

77

Artikel

78

Artikel

79

Artikel

80

Artikel

81

Er is een Centrale Grondkamer, gevestigd te Arnhem.

Artikel

82

De tot de rechterlijke macht behorende leden, de deskundige leden en de plaatsvervangende deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem zijn van rechtswege tevens lid, onderscheidenlijk plaatsvervangend lid van de Centrale Grondkamer.

Artikel

83

Artikel

84

Artikel

85

Het bepaalde in de artikelen 77 en 78 vindt ten aanzien van de leden, de plaatsvervangende leden, de griffier en de plaatsvervangende griffier van de Centrale Grondkamer overeenkomstige toepassing.

Artikel

86

Artikel

87

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven ter uitvoering van het bepaalde in deze paragraaf alsmede omtrent de werkwijze van de grondkamers en de Centrale Grondkamer.

§ 2

Verzoeken aan de grondkamer

Afdeling 1

De indiening

Artikel

88

Artikel

89

Het verzoek tot goedkeuring van een ontwerp-pachtovereenkomst of van een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst wordt ingediend bij de grondkamer. Het moet zijn ondertekend door degenen, die in de ontwerp-overeenkomst als partijen zijn genoemd of hun gemachtigden. Daarbij wordt overgelegd een ongetekend exemplaar van de ontwerp-overeenkomst, vermeerderd met zovele ongetekende exemplaren als er verzoekers zijn. Het verpachte moet met de kadastrale aanduiding zijn aangeduid.

Artikel

90

Artikel

91

Artikel

92

Afdeling 2

Het onderzoek

Artikel

93

Artikel

94

Afdeling 3

De behandeling

Artikel

95

Artikel

96

Artikel

97

Artikel

98

Artikel

99

De secretaris maakt een verslag van hetgeen bij de mondelinge behandeling voorvalt met vermelding van de zakelijke inhoud der afgelegde verklaringen. Het verslag wordt door de voorzitter en de secretaris vastgesteld en ondertekend. Desverlangd ontvangen partijen daarvan afschrift.

Artikel

100

Artikel

101

Artikel

102

Bij de behandeling van een verzoek tot goedkeuring van een ontwerp-pachtovereenkomst of van een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst vinden de artikelen 99-101 overeenkomstige toepassing.

Artikel

103

Indien de grondkamer de pachtovereenkomst of de overeenkomst tot wijziging of beëindiging van de pachtovereenkomst ongewijzigd goedkeurt, zendt de secretaris aan ieder der partijen een exemplaar of een afschrift van de overeenkomst, waarop de beslissing, welke de grondkamer heeft genomen, is aangetekend.

Artikel

104

Afdeling 4

De behandeling in hoger beroep

Artikel

106

Artikel

107

Artikel

108

Artikel

109

Artikel

110

§ 3

Competentie-geschillen

Artikel

111

Competentie-geschillen tussen grondkamers worden door de Centrale Grondkamer beslist.

§ 4

Algemene bepalingen

Artikel

112

Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld betreffende de wijze waarop de kennisgevingen en de toezending van stukken door de secretaris van de grondkamer en door de griffier van de Centrale Grondkamer geschieden.

Artikel

112a

Artikel

113

§ 5

Bijzondere processuele bepaling

Artikel

114

Indien binnen de in de wet gestelde termijn een verzoek is ingediend of een vordering is ingesteld bij de pachtkamer van de rechtbank en deze beslist, dat zij niet bevoegd is daarvan kennis te nemen, kan het verzoek, indien de grondkamer bevoegd is daarvan kennis te nemen en een wettelijke termijn, binnen welke het verzoek bij de grondkamer moet worden ingediend, niet meer kan worden in acht genomen, niettemin nog binnen een maand na de beslissing van de pachtkamer bij de grondkamer worden ingediend. Hetzelfde geldt, indien een dergelijke beslissing door de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem wordt bevestigd dan wel door haar de pachtkamer bij de rechtbank alsnog niet bevoegd wordt verklaard van het verzoek of van de vordering kennis te nemen.

§ 6

Algemene wet bestuursrecht

Hoofdstuk

V

Samenstelling en bevoegdheden van de pachtkamers en behandeling van pachtzaken

§ 1

De pachtkamers

Artikel

115

Vervallen

Artikel

116

Artikel

117

Vervallen

Artikel

119

Vervallen

Artikel

120

Vervallen

Artikel

121

De president van de rechtbank is bevoegd op de vordering van de voorzitter van de pachtkamer of op de vordering van het openbaar ministerie aan de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamer, die de waardigheid van hun ambt, hun ambtsbezigheden of ambtsplichten verwaarlozen, of die zich schuldig maken aan de overtreding, bedoeld in artikel 123, de nodige waarschuwing te doen, na hen in de gelegenheid te hebben gesteld om te worden gehoord.

Artikel

121a

Vervallen

Artikel

122

Vervallen

Artikel

123

Vervallen

Artikel

124

De leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamers genieten vergoeding voor reis- en verblijfkosten en verdere vergoeding volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.

Artikel

125

Artikel

126

Vervallen

Artikel

127

Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven ter uitvoering van het bepaalde in deze paragraaf.

§ 2

De bevoegdheid van de pachtkamers

Artikel

128

De pachtkamers van de rechtbank behandelen en beslissen alle zaken betrekkelijk tot:

  • a.

    een pachtovereenkomst;

  • b.

    een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst;

  • c.

    een overeenkomst tot het aangaan van een pachtovereenkomst;

  • d.

    een overeenkomst, waarbij persoonlijke zekerheid wordt gesteld voor de nakoming van een pachtovereenkomst;

  • e.

    de overeenkomsten, genoemd in het tweede hoofdstuk van deze wet;

  • f.

    een overeenkomst tussen afgaande en opkomende pachters, verband houdende met de overgang van het bedrijf.

Artikel

129

De pachtkamers van de rechtbank behandelen en beslissen voorts vorderingen tot:

  • a.

    ontruiming van het gepachte door de pachter of de gewezen pachter;

  • b.

    opeising van het verpachte van de pachter of de gewezen pachter;

  • c.

    schadevergoeding of betaling van het bedrag, bedoeld in de artikelen 44, eerste en derde lid, en 51, derde lid;

  • d.

    terugvordering van teveel betaalde pacht;

  • e.

    vergoeding van schade wegens onrechtmatig gebruik van het gepachte, nadat de pachtovereenkomst is geëindigd.

Artikel

130

Artikel

131

Vervallen

Artikel

132

Van de vonnissen en beschikkingen van de pachtkamers van de rechtbanken staat, tenzij de vordering niet meer beloopt dan € 1750, beroep open op de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem.

Artikel

133

Artikel

134

De vonnissen en beschikkingen van de pachtkamers van de rechtbanken, de beschikkingen van haar voorzitter en de arresten en beschikkingen van de pachtkamer van het gerechtshof zijn niet vatbaar voor cassatie.

Artikel

135

De pachtkamer van het gerechtshof neemt kennis van alle jurisdictie-geschillen tussen de pachtkamers van de rechtbanken.

§ 3

De behandeling van de gedingen

Artikel

136

De behandeling van de zaken, bedoeld in de artikelen 128 en 129, geschiedt overeenkomstig de gewone regelen, voorzover daarvan niet bij de navolgende artikelen is afgeweken.

Artikel

137

Vervallen

Artikel

138

Vervallen

Artikel

140

Onverminderd het met betrekking tot gerechtelijke plaatsopneming en bezichtiging in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde, is de pachtkamer bevoegd, zo vaak zulks haar nodig voorkomt, in elke stand van de procedure, de staat van de onroerende zaak door een of meer harer leden te doen opnemen, mits de griffier hiervan ten minste twee dagen voor de opneming aan partijen heeft kennis gegeven. Van de opneming wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel

142

De termijn van hoger beroep van vonnissen bedraagt een maand na de dag van de uitspraak.

Artikel

142a

De pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem is bevoegd, indien zij een verschijning van partijen of een getuigenverhoor heeft bevolen, te bepalen dat deze verschijning of dit verhoor zal plaatshebben voor één lid van het gerechtshof en één raad.

Artikel

143

De pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem kan de kosten van een plaatsopneming geheel of ten dele ten laste van de Staat brengen.

Artikel

144

Artikel

145

De pachtkamers van de rechtbanken en de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem zijn verplicht aan letteren requisitoriaal ten dienste der justitie wettig gevolg te geven.

§ 4

De behandeling van verzoekschriften buiten eigenlijk rechtsgeding

Artikel

146

Artikel

147

Artikel

148

Artikel

149

Artikel

150

Bij de behandeling van verzoekschriften vindt het bepaalde in de artikelen 140 en 141 overeenkomstige toepassing.

Artikel

151

Artikel

152

Artikel

153

Indien bij een pachtkamer meer dan één verzoekschrift als bedoeld in artikel 36, derde lid, onderscheidenlijk artikel 70d, derde lid, is ingediend, kan de rechter ambtshalve de gezamenlijke behandeling der zaken gelasten.

§ 5

Bijzondere processuele bepaling

Artikel

154

Indien binnen de in de wet gestelde termijn een verzoek is ingediend bij de grondkamer en deze beslist, dat zij niet bevoegd is daarvan kennis te nemen, kan het verzoek, indien de pachtkamer van de rechtbank bevoegd is daarvan kennis te nemen en een wettelijke termijn, binnen welke het verzoek bij de pachtkamer moet worden ingediend of de vordering moet worden ingesteld, niet meer kan worden in acht genomen, niettemin nog binnen een maand na de beslissing van de grondkamer bij de pachtkamer worden ingediend of kan de vordering binnen dezelfde termijn worden ingesteld. Hetzelfde geldt, indien een dergelijke beslissing door de Centrale Grondkamer wordt bevestigd dan wel door haar de grondkamer alsnog niet bevoegd wordt verklaard van het verzoek kennis te nemen.

Hoofdstuk

VI

Artikel

155

Vervallen

Artikel

156

Vervallen

Hoofdstuk

VII

Overgangs- en slotbepalingen

§ 1

Overgangsbepalingen

Artikel

157

De rechten en verplichtingen, voortspruitende uit pachtovereenkomsten, welke van kracht zijn op het tijdstip van het in werking treden van deze wet, worden, te rekenen van dat tijdstip, doch alleen voor het vervolg, beheerst door de bepalingen van deze wet.

Artikel

158

Na 1 januari 1936 aangegane pachtovereenkomsten, welke bij het in werking treden van deze wet nog van kracht zijn en nog niet op grond van de Pachtwet 1937 of het Pachtbesluit zijn goedgekeurd, moeten binnen een jaar na het in werking treden van deze wet aan de grondkamer ter goedkeuring worden ingezonden.

Artikel

159

Het bepaalde in artikel 9, eerste lid, wordt op de in het vorige artikel bedoelde overeenkomsten eerst van toepassing een jaar na het in werking treden van deze wet.

Artikel

160

Pachtovereenkomsten, vóór het in werking treden van deze wet aangegaan, waarbij niet een bepaalde datum van beëindiging is vastgesteld, gelden voor de duur van twaalf jaren voor een hoeve en van zes jaren voor los land, met dien verstande, dat de jaren, gedurende welke de pachtovereenkomst vóór het in werking treden van deze wet bestaan heeft, voor de berekening van die duur medetellen tot een maximum van tien, onderscheidenlijk vier jaren.

Artikel

161

Een vóór 23 mei 1941 rechtsgeldig gemaakt beding, waarbij de geldelijke lasten, welke de verpachter door publiekrechtelijke lichamen zijn of zullen worden opgelegd, geheel of ten dele ten laste van de pachter gebracht worden, blijft van kracht ten belope van ten hoogste het bedrag der geldelijke lasten, welke gedurende het jaar 1940 op het verpachte drukten.

Artikel

162

Met betrekking tot pachtovereenkomsten welke van kracht zijn op het tijdstip van het in werking treden van deze wet, kan de ontheffing, bedoeld in artikel 29, tweede lid, gedurende een jaar na het in werking treden der wet gevraagd worden.

Artikel

163

Op verzoeken tot verlenging van een pachtovereenkomst, overeenkomstig artikel 30, eerste lid, van het Pachtbesluit ingediend, welke bij het in werking treden van deze wet aanhangig zijn, wordt beschikt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 38-48.

Artikel

164

Artikel

165

Het bepaalde in artikel 37 vindt geen toepassing, indien vóór het in werking treden van deze wet een pachtovereenkomst voor een kortere duur dan de in artikel 12, eerste lid, tweede zin, vermelde duur is aangegaan en de goedkeuring van de Grondkamer ten aanzien van deze duur is verkregen.

Artikel

166

De gevolgen, welke het overlijden van de pachter ten aanzien van de pachtovereenkomst heeft, worden geregeld door het recht, geldende ten tijde van het overlijden.

Artikel

167

De leden en plaatsvervangende leden van de pachtkamers van de kantongerechten, alsmede de raden en plaatsvervangende raden van de pachtkamer in het gerechtshof te Arnhem blijven in functie voor de tijd, voor welke zij zijn benoemd.

Artikel

168

Artikel

169

De rechten en verplichtingen van de in het Pachtbesluit bedoelde Grondkamers gaan over op het Rijk.

Artikel

170

Op de bij het in werking treden van deze wet bij de pachtkamers van de rechtbank en bij de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem aanhangige zaken blijven, ten aanzien van de bevoegdheid en van de rechtsvordering, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, de regelen van toepassing, geldende ten tijde van de indiening van het inleidende verzoekschrift.

Artikel

171

Artikel

172

Op rechtsgedingen, welke bij het in werking treden van deze wet bij een andere rechter dan de in pachtzaken bevoegde rechter aanhangig zijn en welke na dit in werking treden tot de kennisneming van de pachtkamer zouden staan, blijven, ten aanzien van de rechterlijke bevoegdheid en van de rechtsvordering zowel in eerste aanleg als in verdere instantie de regelen van toepassing, geldende ten tijde der inleidende dagvaarding.

Artikel

173

Indien in een onteigeningsprocedure de dagvaarding is uitgebracht vóór het in werking treden van deze wet, beslist de rechter ten aanzien van de schadeloosstelling van de pachter volgens het recht zoals dit luidt op het tijdstip van het vonnis, bedoeld in artikel 37, tweede lid van de Onteigeningswet.

§ 2

Wijzigingen in de bestaande wetten

Artikel

174

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

175

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

176

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

177

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

178

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

179

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

180

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

181

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

182

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

183

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

184

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

185

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

186

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

§ 3

Slotbepalingen

Artikel

187

Waar in andere wetten dan de in de artikelen 66-71 van de Pachtwet 1937 en de artikelen 175-178 van deze wet genoemde, en in andere algemeen verbindende voorschriften op 1 november 1938 sprake was van huur, verhuur, huren, verhuren, huurder, verhuurder, huurgelden, huurpenningen en andere soortgelijke woordverbindingen en daaronder op 1 november 1938, pacht, verpachting, pachten, enzovoorts, begrepen was, behouden deze uitdrukkingen ook na het in werking treden van deze wet haar ruime strekking.

Artikel

188

De volgende bezettingsmaatregelen vervallen:

  • a.

    het Pachtbesluit (Verordeningenblad 1941, No. 215);

  • b.

    het Reglement voor de Grondkamers (Stcrt. 1942, 118);

  • c.

    het besluit van 30 oktober 1942 (Stcrt. 1942, 232);

  • d.

    de door de grondkamers vastgestelde bezettingsmaatregelen.

Artikel

189

Ingetrokken worden:

Artikel

190

Ingetrokken worden:

  • a.

    artikel 1 van de Wet van 28 juli 1924 (Stb. 375);

  • b.

    de Pachtregeling 1945 (Stb. F 279);

  • c.

    de Pachtvoorziening 1947 (Stb. H 142);

  • d.

    de Wet van 15 juli 1948 (Stb. I 295);

  • e.

    de Wet van 2 januari 1953 (Stb. 17).

Artikel

191

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: Pachtwet.

Artikel

192

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk
JULIANA.
De Minister van Justitie, SAMKALDEN.
De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, A. VONDELING.
De Minister van Financiën, HOFSTRA.
De Minister van Justitie, SAMKALDEN.