Wet van 2 juli 1981, houdende Wet op het basisonderwijs

Wet op het primair onderwijs

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter bevordering van
een ononderbroken ontwikkeling van de leerlingen, gewenst is de afzonderlijke onderwijsvormen kleuteronderwijs en gewoon lager onderwijs samen te voegen tot een onderwijsvorm die gericht is op een doorlopend ontwikkelingsproces van de leerlingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Basisonderwijs

Titel

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze wet wordt verstaan onder:

Onze minister:

Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

inspectie of inspecteur:

de inspectie bedoeld in artikel 5, voor zover belast met taken op het gebied van het basisonderwijs;

school:

een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs, tenzij het tegendeel blijkt;

basisschool:

een school waar basisonderwijs wordt gegeven, niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs;

speciale school voor basisonderwijs:

een school waar basisonderwijs wordt gegeven aan kinderen voor wie vaststaat dat overwegend een zodanige orthopedagogische en orthodidactische benadering aangewezen is, dat zij althans gedurende enige tijd op een speciale school voor basisonderwijs moeten worden opgevangen;

school voor speciaal onderwijs:

een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs:

een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

school voor voortgezet speciaal onderwijs:

een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs;

instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs:

een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra;

school voor voortgezet onderwijs:

een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs;

openbare school:

  • a.

    een door een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid in stand gehouden school;

  • b.

    een door een openbare rechtspersoon als bedoeld in artikel 47 in stand gehouden school; dan wel

  • c.

    een door een stichting als bedoeld in artikel 17 of artikel 48 in stand gehouden school;

bijzondere school:

door een natuurlijk persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, niet zijnde een stichting als bedoeld in artikel 48, in stand gehouden school;

openbare rechtspersoon:

een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld als bedoeld in artikel 47;

nevenvestiging:

deel van een school, dat op de plaats waar het onderwijs wordt gegeven voordat het een deel van de school werd als zelfstandige school functioneerde;

bevoegd gezag van volgens deze wet bekostigde scholen: voor wat betreft

  • a.

    een openbare school:

    • 1°.

      het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen;

    • 2°.

      het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan;

    • 3°.

      de openbare rechtspersoon, bedoeld in artikel 47; dan wel

    • 4°.

      de stichting, bedoeld in artikel 17 of artikel 48;

  • b.

    een bijzondere school: de rechtspersoon bedoeld in artikel 55;

ouders:

ouders of voogden;

schooljaar:

het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;

samenwerkingsverband:

een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18, tenzij het tegendeel blijkt;

personeel:

de directeur, het personeel benoemd in een functie voor het geven van onderwijs en het personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs, tenzij de wet anders bepaalt;

nascholing:

een vorm van scholing, gegeven aan leden van het personeel om hun kennis, inzicht, vaardigheden en beroepshoudingen direct verband houdend met de uitoefening van hun beroep, voortbouwend op de in de initiële opleiding verworven aanvangsbekwaamheid te verdiepen en uit te breiden.

Artikel

1a

Inkomensbegrippen

Artikel

2

Doelgroep

Het basisonderwijs is het onderwijs bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van omstreeks 4 jaar. Het legt mede de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs.

Artikel

3

Bevoegdheid schoolonderwijs

Artikel

4

Kosten van leerlingenvervoer

Artikel

4a

Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven

Artikel

5

Inspectie

Artikel

5a

Vertrouwensinspecteurs

Artikel

6

Uitgaven uit de openbare kas

Ten laste van een andere openbare kas dan van Rijk en gemeente worden geen scholen in stand gehouden, noch uitgaven voor een school gedaan. Gemeenten doen geen uitgaven voor een niet door de gemeente in stand gehouden school dan krachtens de wet.

Artikel

7

Reikwijdte wet

Titel

II

Openbaar en uit de openbare kassen bekostigd bijzonder onderwijs

Afdeling

1

Regelen voor het openbaar onderwijs, tevens voorwaarden voor bekostiging van het bijzonder onderwijs

§

1

Onderwijs

Artikel

8

Uitgangspunten en doelstelling onderwijs

Artikel

9

Inhoud onderwijs

Artikel

9a

Ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen

Artikel

10

Kwaliteit onderwijs

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan: het uitvoeren van het in het schoolplan, bedoeld in artikel 12, beschreven beleid op een zodanige wijze dat de wettelijke opdrachten voor het onderwijs en de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs, worden gerealiseerd.

Artikel 10a

Vervallen

Artikel

10b

Vervallen

Artikel

11

Rapportage vorderingen van leerlingen

Het bevoegd gezag rapporteert over de vorderingen van de leerlingen aan hun ouders.

Artikel 11a

Vervallen

Artikel

11b

Vervallen

Artikel

12

Schoolplan

Artikel

13

Schoolgids

Artikel

13bis

Vervallen

Artikel 13a

Vervallen

Artikel 13b

Vervallen

Artikel

13c

Vervallen

Artikel

13c1

Vervallen

Artikel 13d

Vervallen

Artikel

13e

Vervallen

Artikel

13e1

Vervallen

Artikel

13e2

Vervallen

Artikel

13e3

Vervallen

Artikel

13e4

Vervallen

Artikel

13e5

Vervallen

Artikel

14

Klachtenregeling

Artikel

15

Meetellen tijd op andere school of school of instelling voor s.o. of v.s.o.; vaststellen zomervakantie

Artikel

16

Vaststelling schoolplan en schoolgids

Artikel

17

Bestuurlijke fusie openbare en bijzondere scholen

§

2

Zorgstructuur

Artikel

18

Samenwerkingsverbanden

Artikel

19

Zorgplan

Artikel

20

Reglement samenwerkingsverband

Artikel 20a

Vervallen

Artikel

21

Centrale dienst van samenwerkingsverband

Indien verschillende bevoegde gezagsorganen samenwerken in een samenwerkingsverband zijn zij aangesloten bij dezelfde centrale dienst.

Artikel

21a

Nascholingsplan

Vervallen

Artikel

22

Geschillencommissie samenwerkingsverbanden

Artikel 22a

Vervallen

Artikel 22b

Vervallen

Artikel

23

Permanente commissie leerlingenzorg

Artikel

24

Regionale verwijzingscommissies

Artikel

25

Regionale verwijzingscommissies verbonden aan schoolbegeleidingsdienst

Een regionale verwijzingscommissie die door Onze minister is erkend of ingesteld, wordt verbonden aan een regionaal werkzame schoolbegeleidingsdienst in de desbetreffende regio.

Artikel

26

Instelling regionale verwijzingscommissies

Indien Onze minister binnen 3 maanden na de opheffing van een regionale verwijzingscommissie niet een voorstel voor erkenning van een zodanige commissie heeft ontvangen dat door hem wordt ingewilligd, stelt hij een regionale verwijzingscommissie in.

Artikel 26a

Vervallen

Artikel

27

Bekostiging regionale verwijzingscommissies

Artikel

28

Nadere voorschriften regionale verwijzingscommissies

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent de taak, samenstelling, werkwijze en totstandkoming van de regionale verwijzingscommissies. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de vorige volzin, wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. Het bepaalde in de vorige 3 volzinnen is niet van toepassing indien het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur voordien aan de Kamer is overgelegd en door of namens de Kamer te kennen is gegeven dat van de procedure, bedoeld in de vorige 3 volzinnen, kan worden afgeweken.

§

3

Personeel

Artikel

29

Directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel

Artikel 29a

Vervallen

Artikel 29b

Vervallen

Artikel 29c

Vervallen

Artikel

30

Document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding

Artikel

31

Vaststelling directiestatuut

Artikel

32

Benoemingsvereisten personeel

Artikel

33

Benoeming, schorsing en ontslag

Artikel

34

Benoeming in algemene dienst

Artikel

35

Uitkeringen aan het personeel

Door het bevoegd gezag worden direct of indirect geen andere uitkeringen aan het personeel gedaan dan bij of krachtens de wet zijn voorzien.

Artikel

36

Verplichting tot bieden van stagemogelijkheden

Artikel

37

Decentraal georganiseerd overleg

Artikel

38

Geschillencommissie georganiseerd overleg bij scholen

§

4

Leerlingen

Artikel

39

Toelatingsleeftijd; duur onderwijs

Artikel

40

Toelating en verwijdering van leerlingen

Artikel

41

Verplichte deelname leerlingen aan het onderwijs

Artikel

42

Onderwijskundig rapport

Over iedere leerling die de school verlaat, stelt de directeur, na overleg met het onderwijzend personeel, ten behoeve van de ontvangende school een onderwijskundig rapport op. Afschrift van dit rapport wordt aan de ouders van de leerling verstrekt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften omtrent dit rapport worden gegeven.

Artikel 42a

Vervallen

Artikel

43

Onderwijskundig rapport ten behoeve van een permanente commissie leerlingenzorg

§

5

Ouders

Artikel

44

Ondersteunende werkzaamheden ouders

Het bevoegd gezag stelt de ouders van de leerlingen in de gelegenheid ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de school en het onderwijs te verrichten. De ouders zijn daarbij gehouden de aanwijzingen op te volgen van de directeur en het overige onderwijzend personeel, die verantwoordelijk blijven voor de gang van zaken.

Artikel

45

Overblijfmogelijkheid

Het bevoegd gezag stelt leerlingen in de gelegenheid onder toezicht de middagpauze in het schoolgebouw en op het terrein van de school door te brengen. De kosten die hieruit voortvloeien komen voor rekening van de ouders, voogden of verzorgers. Het bevoegd gezag kan de overblijfmogelijkheid zelf organiseren. Indien leerlingen van de mogelijkheid bedoeld in de eerste volzin gebruik maken, draagt het bevoegd gezag zorg voor een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid. Het bevoegd gezag van een bijzondere school is, telkenmale voor de duur van een schooljaar, ontheven van de verplichting tot verzekering indien:

  • a.

    deze verplichting zich naar zijn oordeel niet verdraagt met de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging die aan de school ten grondslag ligt; en

  • b.

    het bevoegd gezag van zijn oordeel mededeling heeft gedaan aan de ouders.

Van de ontheffing van de verplichting bedoeld in de vorige volzin doet het bevoegd gezag tijdig mededeling aan de inspecteur.

Afdeling

2

Overige regelen voor het openbaar onderwijs

Artikel

46

Karakter openbaar onderwijs

Artikel

47

Instandhouding openbare school door een openbare rechtspersoon

Artikel

48

Instandhouding openbare school door een stichting

Artikel

49

Bestuursoverdracht openbare scholen

Artikel

50

Mogelijkheid godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs

Het bevoegd gezag stelt de leerlingen in de gelegenheid op de school, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen. Van de tijd daaraan te besteden worden ten hoogste 120 uren per schooljaar meegeteld voor het aantal uren onderwijs dat de leerlingen krachtens artikel 8, zevende lid, aanhef en onder a, ten minste moeten ontvangen. Voor de leerlingen die dit onderwijs niet volgen, voorziet het bevoegd gezag in andere onderwijsactiviteiten op de school.

Artikel

51

Leraren godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs

Godsdienstonderwijs wordt gegeven door leraren daartoe aangewezen door kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken, of rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens hun statuten het geven van godsdienstonderwijs ten doel stellen. Levensbeschouwelijk vormingsonderwijs wordt gegeven door leraren daartoe aangewezen door volledige rechtsbevoegdheid bezittende organisaties op geestelijke grondslag.

Artikel 51a

Vervallen

Artikel

52

Aanstelling, schorsing, ontslag en disciplinaire maatregelen personeel

Artikel 52a

Vervallen

Artikel

52b

Vervallen

Artikel

53

Akte van aanstelling

Artikel

54

Horen directeur bij aanstelling personeel

De aanstelling van de mede-directeur, de adjunct-directeur of leraren geschiedt de directeur gehoord.

Afdeling

3

Overige voorwaarden voor bekostiging uit de openbare kassen van het bijzonder onderwijs

Artikel

55

Instandhouding bijzondere school door rechtspersoon

Een bijzondere school wordt in stand gehouden door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens de statuten of reglementen het geven van onderwijs ten doel stelt zonder daarbij het maken van winst te beogen.

Artikel

56

Bestuursoverdracht

Artikel

57

Godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs

Onverminderd artikel 9 kunnen de onderwijsactiviteiten godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs omvatten. Van de tijd daaraan te besteden worden ten hoogste 120 uren per schooljaar meegeteld voor het aantal uren onderwijs dat de leerlingen krachtens artikel 8, zevende lid, aanhef en onder a, ten minste moeten ontvangen. Het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs kan worden opgedragen aan een niet aan de school verbonden leraar.

Artikel

58

Geen weigering toelating op grond van godsdienstige gezindheid of levensbeschouwing

Artikel

59

Akte van benoeming

Artikel

60

Beroepsrecht personeel

Artikel

61

Beroepstermijn

Artikel

62

Commissie van beroep personeel

Artikel

63

Beslissingen bijzonder onderwijs inzake toelating en verwijdering en bezwaarprocedure

Artikel 63a

Vervallen

Artikel 63b

Vervallen

Artikel

63c

Vervallen

Artikel

63d

Vervallen

Artikel

63e

Vervallen

Artikel

63f

Vervallen

Titel

III

Overige bepalingen met betrekking tot het uit de openbare kassen bekostigd onderwijs

Artikel

64

Georganiseerd overleg

Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel bedoeld in artikel 32, wordt volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties en, indien en voor zover zij daarbij belang hebben, organisaties van gemeente- en schoolbesturen. De algemene maatregel van bestuur bepaalt tevens de gevallen waarin in dat overleg overeenstemming met de personeelsorganisaties dient te worden bereikt.

Artikel

64a

Omschrijving voorzieningen in de huisvesting

Vervallen

Artikel

64b

Budgetplafond en verdelingsregels

Vervallen

Artikel

65

Schoolwijken

Artikel

66

Overlegorgaan b.o. – s.o.

Vertegenwoordigers van het basisonderwijs en het speciaal onderwijs kunnen ten behoeve van de scholen en instellingen die zij vertegenwoordigen een overlegorgaan oprichten met het doel de samenwerking tussen die scholen en instellingen te bevorderen ten aanzien van de toelating van leerlingen en de inrichting van het onderwijs.

Artikel

67

Overlegorgaan b.o. – aansluitend v.o.

Met betrekking tot het basisonderwijs en het aansluitend voortgezet onderwijs is artikel 66 van overeenkomstige toepassing.

Artikel

68

Centrale dienst

Titel

IV

Bekostiging

Afdeling

1

Algemeen

Artikel

69

Grondslag bekostiging

Artikel

70

Aanvullende middelen

Onze minister kan onder nader te stellen voorwaarden aanvullende middelen ter beschikking stellen die niet strekken tot bekostiging van het onderwijs, bedoeld in deze wet, en de schoolbegeleiding ten behoeve daarvan, maar die direct of indirect dienstig zijn voor de uitvoering van het onderwijs of voor verhoging van de mogelijkheid tot deelname aan het onderwijs. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCenW-subsidies van toepassing.

Artikel 70a

Vervallen

Artikel

71

Beroep

Een belanghebbende kan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen:

  • a.

    een besluit of een van rechtswege verleende goedkeuring als bedoeld in de afdelingen 2 en 9 van deze titel,

  • b.

    een besluit als bedoeld in artikel 120, vijfde lid, en

  • c.

    een besluit als bedoeld in artikel 135.

Artikel

72

Instandhouding openbare scholen door een stichting of een openbare rechtspersoon

Afdeling

2

Aanvang van de bekostiging

§

1

Basisscholen

Artikel

73

Begripsbepaling

In deze paragraaf wordt onder «school» verstaan: basisschool.

Artikel

74

Plan van nieuwe scholen

Artikel

75

Plaatsing openbare school op plan

Artikel

76

Verzoek om opneming in plan van bijzondere school

Artikel

77

Opneming bijzondere school in plan

Artikel

78

Berekening aantal leerlingen

Bij de berekening van het aantal leerlingen dat een openbare of een bijzondere school zal bezoeken, worden niet meegeteld leerlingen die wonen binnen redelijke afstand van een openbare school, onderscheidenlijk van een bijzondere school van de desbetreffende richting of richtingen en voor wie op die school plaatsruimte aanwezig is.

Artikel

79

Goedkeuring plan door minister

Artikel

80

Administratief beroep bij weigering opneming school in plan

Artikel

81

Bekostiging van op het plan voorkomende scholen

Artikel

82

Scholen uit voorgaand plan

Artikel

83

Achterwege blijven vaststelling plan

Artikel

84

Omzetting; uitbreiding met openbaar of bijzonder onderwijs; verplaatsing

Artikel

85

Bekostiging nevenvestiging

§

2

Speciale scholen voor basisonderwijs

Artikel

86

Begripsbepaling

In deze paragraaf wordt onder «school» verstaan: speciale school voor basisonderwijs.

Artikel

87

Beslissing minister tot bekostiging

Artikel

88

Omzetting; wijziging van richting; uitbreiding met openbaar of bijzonder onderwijs; verplaatsing

Artikel

89

Bekostiging nevenvestiging

§

3

Nadere voorschriften voor de uitvoering van afdeling 2

Artikel

90

Nadere voorschriften voor de uitvoering van afdeling 2

Artikel

90a

Onderverdeling programma's van eisen

Vervallen

Artikel

90b

Vaststelling programma van eisen voor schoolterreinen

Vervallen

Artikel

90c

Vervallen

Afdeling

3

Voorziening in de huisvesting

Artikel

91

Voorziening in huisvesting door de gemeenteraad

Artikel

92

Voorzieningen in de huisvesting

Artikel

93

Vaststelling door gemeenteraad van bekostigingsplafond voor nieuwe voorzieningen in de huisvesting

Artikel

94

Indiening aanvraag

Artikel

95

Programma huisvestingsvoorzieningen

Artikel 95a

Vervallen

Artikel

95b

Vervallen

Artikel

96

Overzicht

De gemeenteraad stelt gelijktijdig met het programma, bedoeld in artikel 95, ten behoeve van het onderwijs op het grondgebied van de gemeente voor een door hem te bepalen tijdstip een overzicht vast van die voorzieningen die zijn aangevraagd dan wel nodig zijn, die niet op het programma zijn opgenomen. Daarbij wordt aangegeven waarom de desbetreffende voorzieningen niet zijn opgenomen. Het overzicht wordt ter inzage gelegd. Het overzicht heeft betrekking op scholen als bedoeld in artikel 93, eerste lid, onderdelen a, b en c.

Artikel 96a

Vervallen

Artikel 96b

Vervallen

Artikel

96b1

Vervallen

Artikel 96c

Vervallen

Artikel

96c1

Vervallen

Artikel

96c2

Vervallen

Artikel 96d

Vervallen

Artikel 96d.1

Vervallen

Artikel 96d.2

Vervallen

Artikel 96e

Vervallen

Artikel 96f

Vervallen

Artikel 96g

Vervallen

Artikel

96h

Vervallen

Artikel

97

Geen vaststelling van programma en overzicht

De gemeenteraad stelt geen programma als bedoeld in artikel 95 en geen overzicht als bedoeld in artikel 96 vast, indien geen voorziening in de huisvesting nodig is noch een aanvraag is ingediend voor scholen als bedoeld in artikel 93, eerste lid, onderdelen a, b en c.

Artikel

98

Beschikkingen op aanvragen met een spoedeisend karakter

Artikel

99

Tijdstip aanvang bekostiging; vervallen aanspraak op bekostiging

Artikel

100

Weigeringsgronden

Artikel

101

Toetsing i.v.m. wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden

Voorzieningen die in het programma, bedoeld in artikel 95, zijn opgenomen, komen voor bekostiging in aanmerking, mits op het tijdstip dat daarvoor op grond van artikel 99, eerste lid, is vastgesteld,

  • a.

    is voldaan aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften, en

  • b.

    de feiten en omstandigheden waarin de school verkeert, ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het programma niet ingrijpend zijn gewijzigd.

Artikel

102

Gemeentelijke regeling

Artikel

103

Bouwheerschap

Artikel

104

Instemming met eigen bouwplannen voor een niet door de gemeente in stand gehouden school

Tenzij het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat aanspraak heeft op bekostiging van een voorziening in de huisvesting, met burgemeester en wethouders overeenkomt dat de gemeente deze voorziening tot stand brengt, behoeven de bouwplannen en de desbetreffende begrotingen de instemming van burgemeester en wethouders.

Artikel

105

Totstandbrenging voorziening voor een niet door de gemeente in stand gehouden school

De gemeente brengt een voorziening in de huisvesting van een niet door de gemeente in stand gehouden school slechts tot stand, indien tussen burgemeester en wethouders en het bevoegd gezag overeenstemming bestaat over de bouwplannen en de wijze van uitvoering.

Artikel 105a

Vervallen

Artikel 105a1

Vervallen

Artikel 105a2

Vervallen

Artikel 105b

Vervallen

Artikel 105c

Vervallen

Artikel 105d

Vervallen

Artikel 105e

Vervallen

Artikel 105f

Vervallen