Artikel
1
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
wet: Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1966, 6);
-
b.
lichaam: elk lichaam, waarvan personeel ambtenaar is in de zin van de wet met uitzondering van het Rijk, provinciën, gemeenten, waterschappen, veenschappen en veenpolders;
-
c.
werknemer: hij die in dienst is van een lichaam - tenzij hij in dienst is van een lichaam als bedoeld in artikel B2 van de wet dat krachtens subsidievoorwaarden te zijnen aanzien voorschriften toepast omtrent aanspraken bij werkloosheid of in dienst is van een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d 7, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Stb. 1985, 110) - en ambtenaar is in de zin van de wet;
-
d.
bestuursorgaan: het bestuur van een lichaam of het gezag dat voor dat lichaam dit besluit uitvoert;
-
e.
minimumloon: het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657), of, indien het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet, en vervolgens gedeeld door 21,75.