Besluit van 5 juli 1993, houdende in hoofdzaak wijziging van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 in verband met algemene salarismaatregelen per 1 april 1992 en 1 januari 1993 en de toekenning van een eenmalige uitkering in 1992

Wijzigingsbesluit Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (3)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 5 maart 1993, nr. AB93/U227, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel, mede gedaan namens Onze Minister van Justitie;
De Raad van State gehoord (advies van 18 mei 1993, nr. W04.93.0157);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 22 juni 1993, nr. AB93/483, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Wijziging van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en enige andere rechtspositionele regelingen in verband met algemene salarismaatregelen per 1 april 1992 en per 1 januari 1993

§

I

Wijziging per 1 april 1992

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Artikel

III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

V

§

II

Wijziging per 1 januari 1993

Artikel

VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VII

Artikel

VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

X

Hoofdstuk

II

Toekenning van een eenmalige uitkering in 1992 aan burgerlijk rijkspersoneel en ander personeel

Artikel

XI

Artikel

XII

Artikel

XIII

Hij die na zijn ontslag uit hoofde van ziekte aan hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, dan wel aan daarmede overeenkomende voorzieningen in andere rechtspositieregelingen, aanspraak kan ontlenen op bezoldiging of loon, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk behandeld alsof hij in dienst is gebleven.

Artikel

XIV

Hoofdstuk

III

Intrekking van de Bezoldigingsregeling leerling-verpleegkundigen en leerling-ziekenverzorgenden 1978

Artikel

XV

De Bezoldigingsregeling leerling-verpleegkundigen en leerling-ziekenverzorgenden 1978 wordt ingetrokken.

Artikel

XVI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk

IV

Enkele wijzigingen van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984

Artikel

XVII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

XVIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk

V

Slotbepaling

Artikel

XIX

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I. Dales
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie a.i., J. E. Andriessen