Regeling 'Extra investeringsimpuls infrastructuur in het stads- en streekvervoer'

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Na overleg met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Financiën;
Gezien het rapport van bevindingen van het Overlegorgaan Personenvervoer van 26 februari 1996, alsmede de adviezen en schriftelijke reacties van Provincies en regionaal openbare lichamen en gemeenten met lokaal openbaar vervoer;

Besluit:

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Regionaal openbaar lichaam: krachtens de Kaderwet bestuur in verandering ingesteld regionaal openbaar lichaam.

  • 2.

    Dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam dan wel van een bij gemeenschappelijke regeling ingesteld openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 24 of 25, eerste lid, van de Wet personenvervoer.

  • 3.

    Gemeente: een gemeente die is aangewezen op grond van artikel 39 van de Wet personenvervoer.

  • 4.

    Project: Een op zichzelf staande investering gericht op dan wel samenhangend met snelheidsbevorderende maatregelen in o.v.-infrastructuur.

  • 5.

    O.v-infrastructuur: Infrastructurele voorzieningen voor het lokaal en interlokaal openbaar vervoer per auto, (trolley)bus, (snel)tram en metro.

  • 6.

    Reizigerskilometer: vervoerprestatie die wordt volbracht wanneer één passagier met een geldig vervoerbewijs over één voertuigkilometer wordt vervoerd.

  • 7.

    Voertuigkilometer: Kilometer afgelegd door een auto, (trolley)bus, (snel)tram of metro.

  • 8.

    Nationaal Tariefsysteem (NTS): Het tariefsysteem, bedoeld in de Regeling vaststelling tarieven en modellen van vervoerbewijzen, met uitzondering van de vervoerbewijzen voor openbaar vervoer per buurtbus, alsmede met inbegrip van vervoerbewijzen en de eventueel daarmee samenhangende opbrengstderving welke conform artikel 45 van het besluit personenvervoer zijn goedgekeurd.

  • 9.

    IMOC: Index materiële overheidsconsumptie voor een bepaald jaar volgens de Macro Economische Verkenning voor dat jaar.

  • 10.

    De minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel

2

Deze regeling is van toepassing op te realiseren en gerealiseerde investeringen in o.v-infrastructuur, welke zijn gericht op dan wel samenhangen met snelheidsbevorderende maatregelen ten behoeve van het lokaal en interlokaal openbaar vervoer.

Artikel

3

II

Vaststelling en betaling van de bijdrage

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Vervallen

III

Wijze van indiening en te stellen eisen aan projecten

Artikel

9

Artikel

11

IV

Gereedmelding en voortgangsrapportage

Artikel

12

Artikel

13

V

Verantwoording, onderzoek, informatie en sanctie

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

VI

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

17a

Artikel

18

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag-tekening in de staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1996. Zij vervalt op een door de Minister nader te bepalen tijdstip.

Artikel

19

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling ’Extra investerings-impuls infrastructuur in het stads- en streekvervoer’.

Deze regeling wordt met toelichting maar zonder bijlagen in de Staatscou-rant geplaatst. De bijlagen liggen ter inzage ten kantore van de Directeur-Generaal voor het Vervoer en de regionale directies van Rijkswaterstaat.

’s-Gravenhage
De Minister van Verkeer en Waterstaat,A.Jorritsma-Lebbink