Subsidieregeling energie-voorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren

Subsidieregeling energievoorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren

De Minister van Economische Zaken

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
groep:

een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

  • een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect

    • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

    • volledig aansprakelijk vennoot is van of

    • overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

  • laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.

b.
energie-advies:

advies bestaande uit een verkenning van de mogelijkheden om maatregelen te treffen ter verbetering van de energie-efficiency dat is vastgelegd in een rapportage die ten minste omvat:

  • 1º.

    een overzicht van de energiehuishouding van het bestaande object;

  • 2º.

    een energiebalans van de relevante onderdelen van het bestaande object;

  • 3º.

    een overzicht van de mogelijkheden van en de kwantificering tot energiebesparing;

  • 4º.

    een overzicht van de noodzakelijke organisatorische en administratieve aanpassingen;

  • 5º.

    een raming van de te verwachten kosten van koop van voorzieningen en de te verwachten baten,en in het geval dat de subsidieontvanger een afnemer is met een energieverbruik van meer dan 25.000 m3 aardgas of aardgasequivalent of van meer dan 50.000 kWh elektriciteit per jaar:

  • 6º.

    een inzichtelijke beschrijving van alle maatregelen met een terugverdientijd tot en met vijf jaar;

  • 7º.

    een specificatie in de energiebalans van 90 procent van het totale energieverbruik;

  • 8º.

    een beschrijving van het object of het proces;

  • 9º.

    een helder en eenvoudig plan voor het uitvoeren van de energiebesparende maatregelen.

c.
object:
  • 1º.

    een vaste installatie in de open lucht of een niet voor permanente bewoning bestemd gebouw of gedeelte daarvan, waarvan het energieverbruik afzonderlijk kan worden gemeten, of

  • 2º.

    één of meer woongebouwen waarvan het beheer in handen is van één rechtspersoon;

d.
Energielijst 2002:

de bedrijfsmiddelen, opgenomen in bijlage 1 van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2002, artikel 1, onderdelen A tot en met E, onder de voorwaarden, genoemd in de artikelen 2 en 3 van die bijlage.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

§

2

Aanvragen

Artikel

6

Artikel

7

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien hij de kosten op minder dan € 1900 raamt.

Artikel

8

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

§

3

Subsidieverlening en verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel

9

Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 10, 11 en 12 opgenomen verplichtingen.

Zij gelden tot de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

§

4

Voorschotten

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien een subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§

5

Subsidievaststelling

Artikel

16

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na de ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen daarvan geldende termijn is verstreken.

Artikel

17

Aan de subsidievaststelling is voor de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 2, derde lid, de verplichting verbonden dat hij de subsidie terugbetaalt, indien zich na de subsidievaststelling feiten voordoen op grond waarvan, gelet op artikel 2, vierde lid, aanhef en onder c, geen subsidie zou zijn verstrekt.

§

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

18

De Subsidieregeling energie-investeringen in de non-profitsector wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld.

Artikel

19

Vervallen

Artikel

20

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken, G.J.Wijers