Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam 2001

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam 2001

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers die het aangaat;
Gelezen het verzoek van het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam, d.d. 29 januari 2001 en de adviezen van de hoofdofficier van justitie te Amsterdam en de korpschef van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland;
Gelet op:
- artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

De personen in dienst van het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam, die de functie vervullen van havenbeambte, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

8

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 7 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot de aan de in die akten en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het is geplaatst en werkt terug tot 25 maart 2001 en vervalt op 25 maart 2006.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam 2001.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en het Algemeen Politieblad.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
Het hoofd van de afdeling Individuele Beleidsbeslissingen,
H. Gerritse , wnd