Artikel
1
Begripsbepaling
In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
De vreemdeling die tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 3 van de wet aanvraagt, wordt met een Nederlander gelijkgesteld indien die vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijf heeft:
op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000,
op grond van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van die wet,
op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van die wet,
op grond van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 van die wet, of
bedoeld in artikel 8, onderdelen g of h, van die wet, voor zover er aan hem of ten behoeve van hem reeds tegemoetkoming is verstrekt.
Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing op de vreemdeling die tegemoetkoming op grond van de hoofdstukken 4 of 5 van de wet aanvraagt, met dien verstande dat de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, verleend is onder de beperking:
verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming als bedoeld in artikel 15 van de Vreemdelingenwet 2000 met een Nederlander of met een vreemdeling als bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b, c of d,
verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling of als gevolg daarvan voortgezet verblijf, of
verblijf ter adoptie of als pleegkind of als gevolg daarvan voortgezet verblijf.
Met een Nederlander wordt mede gelijkgesteld de vreemdeling die in Nederland verblijft en die aanspraak maakt op tegemoetkoming ingevolge:
hoofdstuk 4 van de wet en ten behoeve van wie of aan wie een tegemoetkoming is verstrekt op grond van hoofdstuk 3 van de wet,
hoofdstuk 5 van de wet en ten behoeve van wie of aan wie een tegemoetkoming is verstrekt op grond van hoofdstuk 3 of 4 van de wet of aan wie studiefinanciering is verstrekt ingevolge de Wet studiefinanciering 2000, of
hoofdstuk 5 van de wet en houder is van een verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, die verleend is onder de beperking verrichten van arbeid.
Artikel 16, eerste lid, van het Besluit studiefinanciering 2000 is van overeenkomstige toepassing op de verplichting, bedoeld in artikel 9.5 van de wet.
Artikel 16, tweede lid, van het Besluit studiefinanciering 2000 is van overeenkomstige toepassing op de verplichting, bedoeld in artikel 9.6 van de wet.
Onze Minister past de bedragen, genoemd in de artikelen 2.23, tweede lid, en 10.5, tweede lid, van de wet, per 1 januari van ieder kalenderjaar aan met de procentuele wijziging die het indexcijfer van de CAO-lonen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ondergaan.
Onze Minister past de bedragen, genoemd in de artikelen 3.5, 4.3, 4.6, 5.10 en 10.7, derde lid, van de wet per 1 januari van ieder kalenderjaar aan met de procentuele wijziging die het indexcijfer van de consumentenprijs over het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ondergaan.
Degenen die op 31 juli 2001 op grond van het Besluit tegemoetkoming studiekosten rechtmatig tegemoetkoming ontvingen, voldoen aan de nationaliteitseis, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet.
Wijzigt het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994.
Wijzigt het Besluit studiefinanciering 2000.
Wijzigt het Bijdragebesluit Zorg.
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000.
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WEB.
Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2001.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.