Regeling mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-generaal VROM

De Inspecteur-Generaal VROM,
Overwegende dat het bij het Inspectoraat-generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gewenst is dat de bevoegdheid van de inspecteur-generaal tot het verrichten van rechtshandelingen en andere handelingen namens het bestuursorgaan tevens mag worden uitgeoefend door een aantal andere functionarissen;

Besluit:

Definities

Artikel

1

In deze Regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.
inspecteur-generaal:

de inspecteur-generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

b.
VI:

de VROM Inspectie van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

d.
Directie:

de (staf-)Directies van VI, zoals opgenomen in het Organisatiebesluit

e.
Inspectie:

de Regio-inspecties van VI, zoals opgenomen in het Organisatiebesluit

f.
functionaris:

iedere ambtenaar in dienst bij VI

g.
directeur:

functionaris belast met de leiding over een Directie

h.
inspecteur:

functionaris belast met de leiding over een Inspectie

i.
mandaat:

de bevoegdheid om in naam van de Minister of Staatssecretaris besluiten te nemen

j.
volmacht:

de bevoegdheid om in naam van de Minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten

k.
machtiging:

de bevoegdheid om in naam van de Minister of de Staatssecretaris handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Voorbehoud inspecteur-generaal

Artikel

2

Het nemen van besluiten op de navolgende terreinen blijft voorbehouden aan de inspecteur-generaal:

  • 1.

    ten aanzien van aangelegenheden op personeels- en organisatiebeleid:

    • a.

      Het vaststellen van het integraal personeelsplan van VI

    • b.

      Het vaststellen en wijzigen van de formatie van VI tot met met schaal 12

    • c.

      Beslissen over de geschiktheid van kandidaten vanaf schaal 13 voor een leidinggevende functie

    • d.

      Het doen van aanstellingen vanaf schaal 13 in een leidinggevende functie

    • e.

      Het doen van aanstellingen vanaf schaal 15 in een niet-leidinggevende functie

    • f.

      Het beoordelen van functionarissen vanaf schaal 15

    • g.

      Het bevorderen, het toekennen van salarisverhoging en toekennen van extra beloningen vanaf schaal 15

    • h.

      Het vaststellen van opleidingsplannen voor functionarissen vanaf schaal 15

    • i.

      Het toekennen van scholingsfaciliteiten vallend onder de studieopdrachtregeling (100% vergoeding) met een studieverlof van minimaal 8 uur per week

    • j.

      Het vaststellen en wijzigen van de structuur van de Directies en Inspecties en van de algemene werkwijze binnen geheel VI

    • k.

      Het vaststellen en wijzigen van de taken van een Directie of Inspectie

    • l.

      Het herschikken van taken op het niveau van Directie of Inspectie

    • m.

      Het vaststellen en wijzigen van de geografische indeling (werkgebieden) van (onderdelen van) een Directie of Inspectie

    • n.

      Het voorzitten van het VI-overleg.

  • 2.

    ten aanzien van aangelegenheden op rechtspositioneel gebied:

    • a.

      het al dan niet vervullen van een vacature vanaf schaal 15

    • b.

      reorganisatie-ontslag met recht op wachtgeld

    • c.

      herplaatsing

    • d.

      toepassing flankerend beleid

    • e.

      toekenning van buitengewoon verlof zonder bezoldiging

    • f.

      de rechtspositie van functionarissen in Hoofdgroep VI en in Hoofdgroep V, schaal 13 en hoger

    • g.

      stopzetten van bezoldiging bij weigering van dienstverrichting

    • h.

      toekennen van buitengewoon verlof van lange duur

    • i.

      toepassen van sancties bij overtredingen van de voorschriften bij ziekte

    • j.

      toekennen van schadevergoeding / kostenvergoeding aan een functionaris

    • k.

      de uitvoering van bijzondere bepalingen die afwijken van hoofdlijnen van regelingen op rechtspositioneel gebied, met uitzondering van uitvoering hardheidsclausules van de Reisbesluiten binnen- en buitenland bij dienstreizen, alsmede ter zake van het Verplaatsingskostenbesluit en het Vervoersmanagementplan VROM voor wat betreft het woon-werkverkeer.

  • 3.

    ten aanzien van aangelegenheden op het gebied van informatievoorziening en automatisering:

    • a.

      Het vaststellen van het integraal informatiebeleid van VI

    • b.

      Het vaststellen van het integraal beveiligings- en privacybeleid van VI.

  • 4.

    ten aanzien van aangelegenheden op financieel gebied:

    • a.

      Het beoordelen en vaststellen van begrotingsvoorstellen en wijzigingen daarvan op grond van de vastgelegde ontwikkeling, planning en prioriteitenstelling van het inspectiebeleid, de richtlijnen van de directeur Financiële en Economische Zaken en het Ministerie van Financiën

    • b.

      Het vaststellen van het beleid op het gebied van de administratieve organisatie van VI

    • c.

      Het vaststellen van het controlbeleid van VI

    • d.

      de uitvoering van bijzondere bepalingen die afwijken van de hoofdlijnen van regelingen op het gebied van de onderwerpen die onder deze Regeling vallen.

    • e.

      De inspecteur-generaal rapporteert aan de secretaris-generaal en de directeur Financiële en Economische Zaken.

  • 5.

    ten aanzien van de arbeidsomstandigheden VI-breed:

    • a.

      Het vaststellen van het risicobeleid

    • b.

      Het ontwikkelen en aanbieden van risicomaatregelen en -middelen

    • c.

      Het opstellen en vaststellen van het Arbo Jaarplan

    • d.

      Het vaststellen van de jaarrapportage Arbozorg.

  • 6.

    ten aanzien van de afwijkingsbevoegdheid, zoals opgenomen in de regelgeving:

    Het afwijken van artikelen, zoals opgenomen in de regelgeving/voorwaarden, voorzover de desbetreffende regelgeving daarin voorziet

Bevoegdheid plaatsvervangend inspecteur-generaal

Artikel

3

De plaatsvervangend inspecteur-generaal is bevoegd om de bevoegdheden krachtens mandaat, volmacht en machtiging van de inspecteur-generaal, uit te oefenen.

Doorgeven mandaat, volmacht en machtiging

Artikel

4

Met inachtneming van artikel 10 zijn de directeuren en inspecteurs bevoegd de aan de inspecteur-generaal, krachtens artikel 3, tweede, derde en vierde lid, van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002, verleende bevoegdheden inzake het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, andere handelingen en het afdoen van alle overige stukken, uit te oefenen, voor zover in deze Regeling niet anders is bepaald en voor zover de in het bestedingsplan van de betreffende Directie of Inspectie vastgestelde budgetten niet worden overschreden.

De directeuren en inspecteurs zijn bevoegd tot:

  • 1.

    ten aanzien van aangelegenheden op personeels en organisatiebeleid:

    • a.

      het beheer van hun Directie of Inspectie

    • b.

      het opstellen van begrotingsvoorstellen

    • c.

      het vaststellen, verdelen en beheren van het personeelsbudget

    • d.

      het beheer van de formatie

    • e.

      het waarderen van functies tot en met schaal 12 binnen hun Directie of Inspectie

    • f.

      werving en selectie tot en met schaal 14

    • g.

      Beslissen over de geschiktheid van kandidaten voor een leidinggevende functie tot en met schaal 12

    • h.

      Het doen van aanstellingen in een leidinggevende functie tot en met schaal 12

    • i.

      Het doen van aanstellingen in een niet-leidinggevende functie tot en met schaal 14

    • j.

      Het beoordelen van functionarissen tot en met schaal 14

    • k.

      Het bevorderen, het toekennen van salarisverhoging en toekennen van extra beloningen tot en met schaal 14

    • l.

      Het vaststellen van opleidingsplannen voor functionarissen tot en met schaal 14

    • m.

      Het aangaan van detacheringen

    • n.

      Het beheer van ziek- en betermeldingen, wao-zaken, verzuimbeleid en vakantie-/verlof

    • o.

      Het toekennen van de studiefaciliteitenregeling (maximaal 75% vergoeding) met minder dan 8 uur per week studieverlof

    • p.

      Bezwaarprocedures waarvan de behandeling niet is voorbehouden aan de Bezwarenadviescommissie Rechtspositionele aangelegenheden VROM 1996

    • q.

      Het vertegenwoordigen van zijn Directie of Inspectie in het regionaal overleg.

  • 2.

    ten aanzien van aangelegenheden op financieel gebied

    • a.

      het aangaan van verplichtingen voor zover het in het bestedingsplan vastgestelde budget niet wordt overschreden, conform de hiervoor gestelde regels in het management contract

    • b.

      de verificatie van verplichtingen, de boeking van verplichtingen, de registratie van ontvangen facturen, het (doen) verrichten van betalingen, de registratie van ingestelde vorderingen

    • c.

      de bevoegdheid tot het beheren van de directiebudgetten.

  • 3.

    ten aanzien van de arbeidsomstandigheden bij hun Directie of Inspectie:

    • a.

      Het vaststellen van het risicobeleid

    • b.

      Het ontwikkelen en aanbieden van risicomaatregelen en -middelen

    • c.

      Het opstellen en vaststellen van het Arbo Jaarplan

    • d.

      Het vaststellen van de jaarrapportage Arbo Zorg.

  • 4.

    de inspecteurs leggen verantwoording af aan de IG.

  • 5.

    de directeuren leggen verantwoording af aan de plaatsvervangend IG.

Artikel

5

Bevoegdheden directeur Bedrijfsvoering

Artikel

7

De directeur Bedrijfsvoering is bevoegd tot:

  • a.

    het geven van aanwijzingen omtrent en het coördineren van het financieel beheer en de administratieve organisatie van VI

  • b.

    het geven van aanwijzingen omtrent en het coördineren van de totstandkoming van de ontwerpbegroting en de suppletoire wetten

  • c.

    het geven van aanwijzingen omtrent en het coördineren van de totstandkoming van de financiële bepalingen in de regelgeving van VI

  • d.

    de registratie van begrotingsvoorstellen

  • e.

    het beheren van budgetten op VI-niveau

  • f.

    het innen van vorderingen

  • g.

    Het opstellen van financiële verantwoordingen op VI-niveau

  • h.

    het opstellen van periodieke control-rapportages

  • i.

    het geven van aanwijzingen omtrent het opstellen en het vaststellen van controlprotocollen

  • j.

    de ontwikkeling van en de advisering over (de uitvoering van) het integraal financieel beleid van VI

  • k.

    de ontwikkeling van en de advisering over (de uitvoering van) integraal personeelsbeleid van VI

  • l.

    de ontwikkeling van en de advisering over (de uitvoering van) integraal informatiebeleid van VI

  • m.

    de ontwikkeling van en de advisering over (de uitvoering van) integraal facilitair beleid van VI

  • n.

    de ontwikkeling van en de advisering over (de uitvoering van) integraal archiefbeleid van VI

  • o.

    de ontwikkeling van en de advisering over het facilitaire beleid VROM in samenwerking met de overige VROM-onderdelen

  • p.

    het voeren van de personeelsadministratie van VI en het formatiebeheer

  • q.

    het ondertekenen van rechtspositionele besluiten bij VI

  • r.

    het faciliteren bij het afhandelen van personeelsaangelegenheden van VI.

Uitvoering reisbesluiten binnen- en buitenland en Verplaatsingskostenbesluit 1989

Artikel

8

Kleine kas

Artikel

9

Een directeur of inspecteur kan functionarissen aanwijzen die bevoegd zijn tot het beheren van en doen van betalingen uit een kleine kas. De kleine kas dient ter vereffening van gemaakte kosten die niet door middel van een declaratie gepresenteerd kunnen worden, conform de regels van de Directie Financiële en Economische Zaken.

Plaatsvervanging

Artikel

10

Aanwijzingen door mandans

Artikel

11

Management overeenkomst

Artikel

12

Jaarlijks worden de door een Directie of Inspectie te bereiken resultaten en de haar daarvoor ter beschikking staande personele en financiële middelen vastgelegd in een managementovereenkomst waaronder begrepen een directie-/inspectieplan dat bestaat uit een werkplan en een bestedingsplan.

(Boven)departementale regelingen

Artikel

13

De directeuren en inspecteurs en de in artikel 5 genoemde functionarissen nemen bij de uitoefening van de aan hen gemandateerde bevoegdheden de (boven)departementele regelgeving, alsmede de daarop gebaseerde aanwijzingen van de directeur Bedrijfsvoering VI, bedoeld in artikel 7, in acht.

Algemene begrenzing gebruik bevoegdheden

Artikel

14

Geen rechtshandelingen met betrekking tot zichzelf

Artikel

15

Een ge(vol)machtigde is niet bevoegd een rechtshandeling te verrichten betrekking hebbend op hemzelf.

Naleving en onderhoud regeling en register

Artikel

16

Ondertekening

Artikel

17

Artikel

22

Den Haag
De inspecteur-generaalVROM, G.J.R.Wolters