Besluit van 4 juni 2003, houdende vaststelling van retributies krachtens de Warenwet (Warenwetbesluit retributies veterinaire controles)

Warenwetbesluit retributies levensmiddelen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 april 2003, kenmerk VGB/VBL 2369966, handelende in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op de artikelen 1, 2 en 4 van richtlijn nr. 85/73/EEG van de Raad van de Europese Unie van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en veterinaire controles zoals bedoeld in de richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG, 90/675/EEG en 91/496/EEG (gewijzigd en gecodificeerd) (PbEG 1996, L 162) en op de artikelen 13 en 33 van de Warenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 15 mei 2003, nr. W13.03.0148/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 3 juni 2003, VGB/VBL 2382013, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • b.

    richtlijn nr. 97/78/EG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1998, L 24);

  • c.

    verordening (EG) 852/2004: verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEU L 139 en 226);

  • d.

    verordening (EG) 854/2004: verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PbEU L 139 en L 226);

  • e.

    richtlijn nr. 96/23/EG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (PbEG L 125);

  • f.

    verordening (EG) 882/2004: verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU L 165 en 191);

  • g.

    belanghebbende bij de lading: natuurlijke of rechtspersoon die overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269) verantwoordelijk is voor het verloop van de in die verordening bedoelde situaties waarin de partij kan verkeren, alsmede de in artikel 18 van die verordening bedoelde vertegenwoordiger, die de verantwoordelijkheid op zich neemt met betrekking tot de gevolgen van de door richtlijn nr. 97/78/EG voorgeschreven controles;

  • h.

    visserijproducten: producten als bedoeld in bijlage I, onderdeel 3.1, van verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139 en L 226);

  • i.

    aquacultuurproducten: visserijproducten die onder door de mens gecontroleerde omstandigheden uit eieren worden voortgebracht en opgekweekt totdat ze als eetwaar in de handel worden gebracht, zee- en zoetwatervis of zee- en zoetwaterschaaldieren die in het juveniele stadium in hun natuurlijke milieu zijn gevangen en zijn opgekweekt tot ze de gewenste maat hebben bereikt om voor menselijke consumptie te worden afgezet, met uitzondering van vis en schaaldieren van voor de handel geschikte maat, die zijn gevangen in hun natuurlijke milieu en levend zijn gehouden om op een later tijdstip te worden verkocht en die in visvijvers alleen in leven worden gehouden en waarbij niet wordt getracht om hun maat of gewicht te doen toenemen;

  • j.

    tweekleppige weekdieren: weekdieren als bedoeld in bijlage I, onderdeel 2.1, van verordening (EG) 853/2004;

  • k.

    partij visserijproducten: een hoeveelheid visserijproducten die is verkregen onder praktisch identieke omstandigheden;

  • l.

    aanvoerder: degene die een partij visserijproducten aanlandt;

  • m.

    producten van dierlijke oorsprong: producten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, van richtlijn 97/78/EG;

  • n.

    invoer: het in het vrije verkeer brengen van producten van dierlijke oorsprong en andere eet- en drinkwaren, alsmede het voornemen tot het in het vrije verkeer brengen van producten van dierlijke oorsprong en andere eet- en drinkwaren in de zin van artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269);

  • o.

    pakstation: bedrijf als bedoeld in artikel 1, negende lid, van verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren (PbEG L 173);

  • p.

    officiële controle: controle als bedoeld in artikel 2, onder 1 van verordening (EG) 882/2004;

  • q.

    aanvullende officiële controle: aanvullende officiële controle als bedoeld in artikel 28 van verordening (EG) 882/2004;

  • r.

    verordening (EG) 110/2008: verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 januari 2008 (PbEU L 39) betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van de geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1576/89 van de Raad;

  • s.

    exportverklaring: een schriftelijke verklaring over in een bedrijf geproduceerde waren die bestemd zijn voor uitvoer naar een derde land;

  • t.

    het COKZ: de stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel;

  • u.

    ontvanger van boerderijmelk: de natuurlijke of rechtspersoon die op jaarbasis 500.000 kg of meer boerderijmelk bedrijfsmatig ontvangt van één of meer in Nederland gevestigde melkveehouders en terzake betalingen aan de desbetreffende melkveehouders verricht, met uitzondering van boerderijzuivelbereiders.

Artikel

2

Artikel

2a

Artikel

3

De belanghebbende bij de lading is aan de NVWA een retributie verschuldigd voor een op grond van artikel 2, van de Warenwetregeling Veterinaire controles (derde landen) voorgeschreven controle van producten van dierlijke oorsprong afkomstig uit derde landen die op Nederlands grondgebied worden gebracht en bestemd zijn voor daarvoor naar een derde land of voor zeevervoermiddelen als proviand.

Artikel

4

Artikel

4a

Vervallen

Artikel

4b

Vervallen

Artikel

5

Artikel

5b

De exploitant of de eigenaar van een inrichting die een aanvraag doet tot registratie van die inrichting in het kader van artikel 6 van verordening (EG) 852/2004, is aan de NVWA een retributie verschuldigd.

Artikel

6

Artikel

7

Vervallen

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

9a

De exploitant of de eigenaar van de inrichting, dan wel degene die de producten ten tijde van de controle onder zijn hoede had is voor een aanvullende officiële controle aan de NVWA een retributie verschuldigd.

Artikel

9b

De exploitant die belang heeft bij een technisch dossier als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van verordening (EG) 110/2008, is aan de NVWA een retributie verschuldigd voor de verificatie van de inachtneming van de specificaties in het technisch dossier.

Artikel

9c

De exploitant, de eigenaar of de vertegenwoordiger van de eigenaar van een inrichting op wiens verzoek de NVWA of het COKZ een exportverklaring heeft afgegeven, is aan de NVWA onderscheidenlijk het COKZ een retributie verschuldigd.

Artikel

10

Retributieplichtigen verstrekken op verzoek aan Onze Minister, terstond alle inlichtingen die voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn.

Artikel

11

De tarieven van de retributies, bedoeld in dit besluit, worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister.

Artikel

12

Artikel

12a

Vervallen

Artikel

13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

14

Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit retributies levensmiddelen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J. F. Hoogervorst
De Minister van Justitie, J. P. H. Donner