Mandaatbesluit ambtenaren Plantenziektenkundige Dienst

Mandaatbesluit ambtenaren Plantenziektenkundige Dienst

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Besluit:

Artikel

1

De directeur, de plaatsvervangend directeur en de adjunct-directeur van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:

Artikel

2

De directeur, de plaatsvervangend directeur, de adjunct-directeur en het hoofd van de afdeling Financiën & Control van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:

Artikel

3

De afdelingshoofden, de plaatsvervangend afdelingshoofden, de districtsmanagers en het hoofd Bedrijfsbureau Buitendienst van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:

  • a.

    het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard, voorzover deze een bedrag van € 50.000,- niet te boven gaan;

  • b.

    het sluiten van overeenkomsten betreffende het inhuren van externe fytosanitaire of fytofarmaceutische deskundigheid, voorzover deze een bedrag van € 50.000,- niet te boven gaan;

  • c.

    het sluiten van overeenkomsten betreffende advisering, diagnostisering op verzoek, voorlichting en kennisoverdracht aan derden op fytosanitair of fytofarmaceutisch terrein, voorzover deze een bedrag van € 50.000,- niet te boven gaan.

Artikel

4

De medewerkers Inkoop van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:

  • a.

    het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard voor zover deze een bedrag van € 5.000,- niet te boven gaan;

  • b.

    het sluiten van overeenkomsten betreffende het inhuren van externe fytosanitaire of fytofarmaceutische deskundigheid voor zover deze een bedrag van € 5.000,- niet te boven gaan.

Artikel

5

De directeur, de plaatsvervangend directeur, de adjunct-directeur en het hoofd van de afdeling Fytosanitair Risicomanagement van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:

Artikel

6

De directeur, de plaatsvervangend directeur, de adjunct-directeur, het hoofd van de afdeling Fytosanitair Risicomanagement, het hoofd van de afdeling Buitendienst, de districtsmanagers, de locatiemanagers en de senior medewerkers Buitendienst van de Plantenziektenkundige Dienst zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij besluiten te nemen en te ondertekenen betreffende:

Artikel

7

De directeur, de plaatsvervangend directeur, de adjunct-directeur, het hoofd van de afdeling Fytosanitair Risicomanagement, het hoofd van de afdeling Geïntegreerde Gewasbescherming, het hoofd van de afdeling Buitendienst, de districtsmanagers, de locatiemanagers, de senior medewerkers Buitendienst en de technisch medewerkers Buitendienst van de Plantenziektenkundige Dienst zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij besluiten te nemen en te ondertekenen betreffende:

Artikel

8

De sectiehoofden van de afdeling Diagnostiek, de locatiemanagers, de senior medewerkers Buitendienst en de technisch medewerkers Buitendienst van de Plantenziektenkundige Dienst zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten betreffende advisering, diagnostisering op verzoek, voorlichting en kennisoverdracht aan derden op fytosanitair of fytofarmaceutisch terrein, voorzover deze een bedrag van € 1.000,- niet te boven gaan.

Artikel

10

De ondertekening, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 9, luidt:

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze;

DE DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE ADJUNCT-DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

HET HOOFD VAN DE AFDELING [NAAM AFDELING] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

HET PLAATSVERVANGEND HOOFD VAN DE AFDELING [NAAM AFDELING] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

HET HOOFD VAN HET BEDRIJFSBUREAU BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

MEDEWERKER INKOOP VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE DISTRICTSMANAGER VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

HET HOOFD VAN DE SECTIE [NAAM SECTIE] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE LOCATIEMANAGER VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE SENIOR MEDEWERKER BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE TECHNISCH MEDEWERKER BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE TOEZICHTHOUDER PLANTENZIEKTENWET VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,'.

Artikel

11

Voorzover een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 9 behoort tot het takenpakket van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, geschiedt het nemen van beslissingen of ondertekenen van stukken betreffende die aangelegenheden namens de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Artikel

12

Indien artikel 11 van toepassing is, luidt de ondertekening, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 9, in afwijking van artikel 10:

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze;

DE DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE ADJUNCT-DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

HET HOOFD VAN DE AFDELING [NAAM AFDELING] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

HET PLAATSVERVANGEND HOOFD VAN DE AFDELING [NAAM AFDELING] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

HET HOOFD VAN HET BEDRIJFSBUREAU BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

MEDEWERKER INKOOP VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE DISTRICTSMANAGER VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

HET HOOFD VAN DE SECTIE [NAAM SECTIE] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE LOCATIEMANAGER VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE SENIOR MEDEWERKER BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE TECHNISCH MEDEWERKER BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',

onderscheidenlijk

`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,

voor deze:

DE TOEZICHTHOUDER PLANTENZIEKTENWET VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,'.

Artikel

13

Het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 17 december 2002, nr TRCJZ/2002/13225 (Stcrt. 2002, nr. 248), houdende machtiging aan ambtenaren van de Plantenziektenkundige Dienst, wordt ingetrokken.

Artikel

14

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2003.

Dit besluit wordt in de Staatscourant geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, C.P. Veerman