De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Besluit:
Artikel
1
De directeur, de plaatsvervangend directeur en de adjunct-directeur van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a.
het besluit tot toepassing van bestuursdwang van de artikelen 7 en 12 van de Plantenziektenwet, alsmede de aanwijzing van ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij die de beslissing tot bestuursdwang uitvoeren;
het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard;
r.
het sluiten van overeenkomsten betreffende het inhuren van externe fytosanitaire of fytofarmaceutische deskundigheid;
s.
het sluiten van overeenkomsten betreffende advisering, diagnostisering op verzoek, voorlichting en kennisoverdracht aan derden op fytosanitair of fytofarmaceutisch terrein;
t.
het aanvragen van de benodigde vergunningen in het kader van de uitvoering van de werkzaamheden de dienst betreffende;
u.
de afdoening van klachten betreffende gedragingen van ambtenaren van de Plantenziektenkundige Dienst, voorzover de klacht niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende klachten niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens deze door de Secretaris-Generaal dient te worden ondertekend;
v.
de beantwoording van aan de Minister gerichte individuele brieven, het werkterrein van de dienst betreffende, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en niet van politieke betekenis is, terwijl ook overigens uit de aard en inhoud van de desbetreffende brieven niet voortvloeit dat de beantwoording door de Minister persoonlijk of namens deze door de Secretaris-Generaal dient te worden ondertekend.
Artikel
2
De directeur, de plaatsvervangend directeur, de adjunct-directeur en het hoofd van de afdeling Financiën & Control van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
De afdelingshoofden, de plaatsvervangend afdelingshoofden, de districtsmanagers en het hoofd Bedrijfsbureau Buitendienst van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a.
het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard, voorzover deze een bedrag van € 50.000,- niet te boven gaan;
b.
het sluiten van overeenkomsten betreffende het inhuren van externe fytosanitaire of fytofarmaceutische deskundigheid, voorzover deze een bedrag van € 50.000,- niet te boven gaan;
c.
het sluiten van overeenkomsten betreffende advisering, diagnostisering op verzoek, voorlichting en kennisoverdracht aan derden op fytosanitair of fytofarmaceutisch terrein, voorzover deze een bedrag van € 50.000,- niet te boven gaan.
Artikel
4
De medewerkers Inkoop van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a.
het sluiten van overeenkomsten voor uitgaven van materiële aard voor zover deze een bedrag van € 5.000,- niet te boven gaan;
b.
het sluiten van overeenkomsten betreffende het inhuren van externe fytosanitaire of fytofarmaceutische deskundigheid voor zover deze een bedrag van € 5.000,- niet te boven gaan.
Artikel
5
De directeur, de plaatsvervangend directeur, de adjunct-directeur en het hoofd van de afdeling Fytosanitair Risicomanagement van de Plantenziektenkundige Dienst zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
De directeur, de plaatsvervangend directeur, de adjunct-directeur, het hoofd van de afdeling Fytosanitair Risicomanagement, het hoofd van de afdeling Buitendienst, de districtsmanagers, de locatiemanagers en de senior medewerkers Buitendienst van de Plantenziektenkundige Dienst zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij besluiten te nemen en te ondertekenen betreffende:
De directeur, de plaatsvervangend directeur, de adjunct-directeur, het hoofd van de afdeling Fytosanitair Risicomanagement, het hoofd van de afdeling Geïntegreerde Gewasbescherming, het hoofd van de afdeling Buitendienst, de districtsmanagers, de locatiemanagers, de senior medewerkers Buitendienst en de technisch medewerkers Buitendienst van de Plantenziektenkundige Dienst zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij besluiten te nemen en te ondertekenen betreffende:
de verklaring dat het gebruik van het middel Plantomycin noodzakelijk wordt geacht, bedoeld in de bijlage bij toelatingsbeschikking nr. 6879 N van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 15 april 1987, voorzover in de voor het middel geldende toelatingsbeschikking naar deze bijlage wordt verwezen.
Artikel
8
De sectiehoofden van de afdeling Diagnostiek, de locatiemanagers, de senior medewerkers Buitendienst en de technisch medewerkers Buitendienst van de Plantenziektenkundige Dienst zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het sluiten van overeenkomsten betreffende advisering, diagnostisering op verzoek, voorlichting en kennisoverdracht aan derden op fytosanitair of fytofarmaceutisch terrein, voorzover deze een bedrag van € 1.000,- niet te boven gaan.
Artikel
9
De ambtenaren van de Plantenziektenkundige Dienst die zijn aangewezen als toezichthouder als bedoeld in artikel 10 van de Plantenziektenwet zijn bevoegd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij besluiten te nemen en te ondertekenen betreffende het kenmerken en onder verzegeling brengen als bedoeld in artikel 15 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen.
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze;
DE DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE ADJUNCT-DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET HOOFD VAN DE AFDELING [NAAM AFDELING] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET PLAATSVERVANGEND HOOFD VAN DE AFDELING [NAAM AFDELING] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET HOOFD VAN HET BEDRIJFSBUREAU BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
MEDEWERKER INKOOP VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE DISTRICTSMANAGER VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET HOOFD VAN DE SECTIE [NAAM SECTIE] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE LOCATIEMANAGER VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE SENIOR MEDEWERKER BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE TECHNISCH MEDEWERKER BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE TOEZICHTHOUDER PLANTENZIEKTENWET VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,'.
Artikel
11
Voorzover een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 9 behoort tot het takenpakket van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, geschiedt het nemen van beslissingen of ondertekenen van stukken betreffende die aangelegenheden namens de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze;
DE DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE ADJUNCT-DIRECTEUR VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET HOOFD VAN DE AFDELING [NAAM AFDELING] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET PLAATSVERVANGEND HOOFD VAN DE AFDELING [NAAM AFDELING] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET HOOFD VAN HET BEDRIJFSBUREAU BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
MEDEWERKER INKOOP VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE DISTRICTSMANAGER VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
HET HOOFD VAN DE SECTIE [NAAM SECTIE] VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE LOCATIEMANAGER VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE SENIOR MEDEWERKER BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE TECHNISCH MEDEWERKER BUITENDIENST VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,',
onderscheidenlijk
`DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE TOEZICHTHOUDER PLANTENZIEKTENWET VAN DE PLANTENZIEKTENKUNDIGE DIENST,'.
Artikel
13
Het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 17 december 2002, nr TRCJZ/2002/13225 (Stcrt. 2002, nr. 248), houdende machtiging aan ambtenaren van de Plantenziektenkundige Dienst, wordt ingetrokken.
Artikel
14
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2003.
Dit besluit wordt in de Staatscourant geplaatst.
's-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, C.P. Veerman