Besluit van 31 december 2004, houdende vaststelling van een aantal tijdelijke rechtspositionele voorzieningen van sociaal flankerend beleid voor de sector Rijk die gelden van 1 maart 2004 tot 1 januari 2008 (Tijdelijk besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2004)

Tijdelijk besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2004

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 25 oktober 2004, nr. DGMOS 04/77577, directoraat-generaal Management Openbare Sector, directie Personeel, Organisatie en Informatievoorziening Rijksdienst, afdeling Arbeidsvoorwaarden, gedaan mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 2 december 2004, nr. W04.04.0538/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 december 2004, nr. 2004-45218, directoraat-generaal Management Openbare Sector, directie Personeel, Organisatie en Informatievoorziening Rijksdienst, Afdeling Arbeidsvoorwaarden, uitgebracht mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel

2

Periode voor bevordering van vrijwillige mobiliteit

Voordat het bevoegd gezag besluit tot de aanwijzing van een herplaatsingskandidaat, neemt het een periode van drie maanden in acht waarin het tracht via bevordering van vrijwillige mobiliteit deze aanwijzing te voorkomen. Deze periode neemt een aanvang op het moment dat het bevoegd gezag het voornemen tot reorganisatie bekend heeft gemaakt aan het betrokken medezeggenschapsorgaan.

Artikel

3

Oorspronkelijk schaalniveau

Bij een herplaatsing in het kader van een reorganisatie op een functie waarvan de salarisschaal lager is dan de salarisschaal die geldt voor de ambtenaar, spant het bevoegd gezag zich in om, zodra een vacature beschikbaar is op het schaalniveau dat voor de ambtenaar geldt, hem in aanmerking te laten komen voor benoeming in deze vacature.

Artikel

4

Beëindiging of vermindering van toelagen

Aan de in het kader van een reorganisatie herplaatste ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in de artikelen 14, 17a, 17b en 18a van het BBRA 1984, een blijvende verlaging ondergaat van ten minste 3% van de som van het salaris en een periodieke toeslag, wordt een aflopende toelage die een onderdeel vormt van de bezoldiging toegekend onder de voorwaarde dat eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder onderbreking van langer dan twaalf maanden is genoten. De aflopende toelage bedraagt gedurende het eerste jaar 75%, het tweede jaar 50% en het derde jaar 25% van de verlaging van de bezoldiging.

Artikel

5

Hogere aflopende onregelmatigheidstoelage

Bij toepassing van artikel 18 van het BBRA 1984 in het kader van een reorganisatie kan het bevoegd gezag een hogere aflopende toelage toekennen dan die berekend overeenkomstig dat artikel.

Artikel

6

Ontheffing terugbetalingsverplichting

Het bevoegd gezag kan de ambtenaar aan wie ontslag wordt verleend ontheffing verlenen van de terugbetalingsverplichting met betrekking tot de vergoeding voor de kosten van verhuizing.

Artikel

7

Hernieuwde aanwijzing als herplaatsingskandidaat

Indien een functie waarin een herplaatsingskandidaat is geplaatst alsnog binnen een jaar niet passend blijkt te zijn, kan de ambtenaar één keer opnieuw worden aangewezen als herplaatsingskandidaat. In dat geval is de redelijke termijn, bedoeld in artikel 96, tweede lid, van het ARAR, artikel 126, tweede lid, van het ARSG respectievelijk artikel 99, tweede lid, van het RDBZ, gelijk aan de nog niet verstreken duur van de voor hem oorspronkelijke geldende herplaatsingstermijn van voor de herplaatsing.

Artikel

8

Hernieuwde ambtelijke aanstelling

De herplaatsingskandidaat aan wie op zijn aanvraag ontslag is verleend wegens het aanvaarden van een functie buiten de sector Rijk, en die buiten zijn schuld binnen twee maanden daarna ontslagen wordt, kan met ingang van de datum van dat ontslag opnieuw worden aangesteld in vaste dienst, in welk geval hij herplaatsingskandidaat is voor de nog niet verstreken duur van de voor hem oorspronkelijke geldende herplaatsingstermijn. Indien de ambtenaar niet gedurende die periode kan worden herplaatst in een voor hem passende functie kan hem ontslag worden verleend. Bij een ontslagverlening op grond van dit artikel geldt geen opzegtermijn.

Artikel

9

Fpu-arrangement

Artikel

11

Extra aflopende vergoeding woon-werkverkeer

Aan de ambtenaar die in het kader van een reorganisatie wordt verplaatst en daardoor voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling reiskosten heeft die uitgaan boven de vergoeding waarop hij krachtens het VKB 1989 aanspraak heeft, kan een aflopende tegemoetkoming worden toegekend in de niet voor vergoeding in aanmerking komende kosten.

Artikel

12

Vergoeding kosten begeleiding emotionele verwerking

Als de ambtenaar daarom verzoekt, kan hem begeleiding worden aangeboden door een onafhankelijke psycholoog of arbeidskundige ten behoeve van de emotionele verwerking van de reorganisatie. De kosten daarvan komen tot een maximum van € 3 000 (inclusief BTW) voor rekening van het bevoegd gezag.

Artikel

13

Vergoeding kosten kinderopvang

Aan de ambtenaar aan wie op zijn aanvraag eervol ontslag is verleend om een functie buiten de sector Rijk te gaan vervullen, kan gedurende maximaal drie jaar een gehele of gedeeltelijke voortzetting van vergoeding van de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang worden toegekend indien de nieuwe werkgever of de werkgever van de partner daartoe geen regeling kent.

Artikel

14

Faciliteiten bij aanvang eigen bedrijf

Artikel

16

Regeling bij samenloop

Indien vóór 1 maart 2004 op grond van artikel 113 van het ARAR, artikel 139 van het ARSG respectievelijk artikel 142 van het RDBZ in het overleg met de centrales van verenigingen van ambtenaren een voorziening is overeengekomen die voor een ambtenaar gunstiger is dan een soortgelijke voorziening in dit besluit, dan kan eerstgenoemde voorziening in de plaats treden van die in dit besluit.

Artikel

17

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2004.

Artikel

18

Werkingsduur

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2005, werkt terug tot en met 1 maart 2004 en vervalt met ingang van 1 januari 2008.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties , J. W. Remkes
De Minister van Buitenlandse Zaken , B. R. Bot
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner