Besluit van de Minister van Justitie van 3 november 2005, nr. 5384385/505/CBK, houdende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij Rijkswaterstaat

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Rijkswaterstaat 2005

De Minister van Justitie,

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat brengt jaarlijks, vóór 1 april, over het voorafgaande jaar, aan de Minister van Justitie verslag uit over:

  • a.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat op 31 december van het voorafgaande jaar;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten;

  • c.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar daarvoor zijn geslaagd;

  • d.

    het aantal klachten dat tegen de buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend en de aard van die klachten.

Artikel

7

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 6 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit te zijn.

Artikel

8

Dit besluit treedt in werking met ingang van 8 november 2005 en vervalt op 8 november 2010.

Artikel

9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Rijkswaterstaat 2005.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze:
hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, R.R.Joesoef Djamil