Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens
de wetten, genoemd in artikel 1a van de Wet op de economische delicten;
de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterstaatswet 1900, de Wet op de waterhuishouding, de Scheepvaartverkeerswet, de Ontgrondingenwet; en
andere wetten, indien en voor zover hij in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van Justitie daarmee wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is tevens bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze strafbare feiten verband houden met de opsporing van strafbare feiten op basis van de in het eerste lid genoemde wetten.
De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat brengt jaarlijks, vóór 1 april, over het voorafgaande jaar, aan de Minister van Justitie verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat op 31 december van het voorafgaande jaar;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar daarvoor zijn geslaagd;
het aantal klachten dat tegen de buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend en de aard van die klachten.
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Rijkswaterstaat 1995 (Stcrt. 1995, nr. 215) wordt ingetrokken.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 6 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit te zijn.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 8 november 2005 en vervalt op 8 november 2010.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Rijkswaterstaat 2005.
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.