Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
De personen, werkzaam in de functie van flora- en faunabeheerder in dienst van de Dienst Stadsbeheer van de gemeente Den Haag, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:
de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (WED) genoemde wetten alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED;
de Visserijwet 1963;
de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
de Veewet;
de Binnenschepenwet;
artikel 2 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (i.v.m. onverzekerd crossen);
de artikelen 141, 157, 158, 161 t/m 163, 173, 173a, 173b, 179, 180, 184, 239, 266, 267, 284, 285, 310, 311, 314, 315, 350, 351, 351 bis, 352, 424 t/m 429, 430a, 435, onder ten vierde, 447e en 458 t/m 461 van het Wetboek van Strafrecht ;
verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor hij of zij is beëdigd, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 15 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
De algemeen directeur (plv) de Dienst Stadsbeheer van de gemeente Den Haag brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Het besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Stadsbeheer van de gemeente Den Haag 2000, kenmerk 5068390/DBZ/00 wordt ingetrokken.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaren die in dienst zijn van de Dienst Stadsbeer van de gemeente Den Haag in de functie van boswachter, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden mede op basis van het onderhavige besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 21 december 2005 en vervalt op 21 december 2010.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Stadsbeheer van de gemeente Den Haag flora- en faunabeheerder 2005.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.