Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 april 2006, nr. TRCJZ/2006/623, Directie Juridische Zaken, houdende vaststelling van de aanvraagperioden en subsidieplafonds in het kader van de Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw, de Kaderregeling kennis en advies, de Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht, de Subsidieregeling nieuwe agrarische schadeverzekeringen 2003, de Subsidieregeling jonge agrariërs (Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2006)

Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2006

Hoofdstuk

I

Algemene bepaling

Hoofdstuk

II

Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten

Artikel

3

Aanvragen tot subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk worden beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de regeling volgens de criteria, bedoeld in artikel 11 van de regeling.

§

1

Openstelling biologische landbouw

Artikel

4

§

2

Openstelling energie

Artikel

5

Artikel

7

In aanvulling op artikel 11 van de regeling worden projecten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van dit besluit hoger gerangschikt naarmate:

  • a.

    het project een grotere energiebesparingspotentie heeft;

  • b.

    de energiebesparing toepasbaar is op een groter aantal bedrijven of een groter aantal hectares, en

  • c.

    voor zover het een project betreft als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, het project relevant is voor meerdere gewassen of gewasgroepen.

Hoofdstuk

III

Kaderregeling kennis en advies

§

1

Openstelling biologische landbouw

Artikel

10

Artikel

11

Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b, c, d, en f van de regeling, voor zover de activiteiten betrekking hebben op:

  • a.

    de bedrijfseconomische gevolgen van de omschakeling naar, aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;

  • b.

    de markt- en afzetperspectieven voor de ondernemer bij omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;

  • c.

    de implementatie van de regelgeving voor de biologische productiemethode in de bedrijfsvoering;

  • d.

    de aanpassingen in het bedrijfssysteem ten behoeve van de biologische productiemethode;

  • e.

    de financieringsmogelijkheden van de voor omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode benodigde investeringen;

  • f.

    het verwerven van technische kennis en vaardigheden van de biologische productiemethode, of

  • g.

    het verwerven van alternatieve inkomsten opdat de biologische productiemethode op het bedrijf kan worden gecontinueerd.

Artikel

12

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 6.000,– per ondernemer.

Artikel

13

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 1.200.000,–.

§

2

Openstelling jonge agrariërs

Artikel

14

In deze paragraaf wordt verstaan onder vestigen: stichten van een nieuw landbouwbedrijf of het overnemen van een bestaand landbouwbedrijf, waarbij een natuurlijke persoon, die niet eerder een landbouwbedrijf volledig in eigendom, pacht of erfpacht heeft gehad voor eigen rekening en risico het landbouwbedrijf gaat uitoefenen en:

  • het betreffende landbouwbedrijf in eigendom, pacht of erfpacht verwerft, of

  • met een andere natuurlijke persoon, die niet eerder een landbouwbedrijf volledig in eigendom, pacht of erfpacht van een landbouwbedrijf heeft gehad, gezamenlijk het betreffende landbouwbedrijf in eigendom, pacht of erfpacht verwerft.

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.000,– per ondernemer.

Artikel

18

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 500.000,–.

§

3

Openstelling bedrijfsbeëindiging

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 1.000,– per ondernemer.

Artikel

22

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 75.000,–.

§

4

Openstelling vaktechnische kennis mestbeleid

Artikel

23

Artikel

24

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 300,– per dagdeel, tot een maximum van € 1.500,– per aanvraag.

Artikel

25

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 700.000,–.

§

5

Openstelling bedrijfsadvisering randvoorwaarden

Artikel

26

In deze paragraaf wordt verstaan onder randvoorwaarden: eisen als bedoeld in artikel 2, dertigste lid, van verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 141).

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 1.000,– per ondernemer.

Artikel

30

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 750.000,–.

§

6

Openstelling energiebesparing glastuinbouw

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 2.000,– per ondernemer.

Artikel

34

Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 1.000.000,– .

Hoofdstuk

IV

Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht

Artikel

36

Hoofdstuk

V

Subsidieregeling nieuwe agrarische schadeverzekeringen 2003

Hoofdstuk

VI

Subsidieregeling jonge agrariërs

Artikel

39

Hoofdstuk

VII

Slotbepalingen

Artikel

40

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2006.

Artikel

41

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2007.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman