Reglement register zware criminaliteit voor een bijzonder politieregister dat (deels) geautomatiseerd gevoerd wordt bij de criminele inlichtingen eenheid van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD)

Reglement register zware criminaliteit SIOD

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, beheerder van het Korps Landelijke Politiediensten,
Handelend na overleg met het bevoegd gezag;
Gezien het Modelreglement register zware criminaliteit (Stcrt. 2000, 198) waaromtrent het College bescherming persoonsgegevens ingevolge artikel 12, eerste lid, van de Wet politieregisters een verklaring van overeenstemming heeft afgegeven;

Besluit vast te stellen het privacyreglement voor het bijzondere politieregister zware criminaliteit dat gevoerd wordt bij de criminele inlichtingen eenheid van de SIOD:

Paragraaf

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

  • a.

    de wet: de Wet politieregisters;

  • b.

    het besluit: het Besluit politieregisters;

  • c.

    het instellingsbesluit: het Besluit instelling criminele inlichtingen eenheid SIOD;

  • d.

    beheerder: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • e.

    registerbeheerder: de directeur van de SIOD, op grond van het Mandaatbesluit gegevensbeheer bijzondere politieregisters bij bijzondere opsporingsdiensten;

  • f.

    gegeven: een gegeven dat herleidbaar is tot een individueel natuurlijke persoon;

  • g.

    criminele inlichtingen eenheid (CIE): de criminele inlichtingen eenheid bedoeld in artikel 2, lid 1, van het instellingsbesluit;

  • h.

    CIE-informant: een persoon die, anders dan als getuige of verdachte, aan een opsporingsambtenaar, welke werkzaamheden verricht zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid onder c van het instellingsbesluit, informatie verstrekt omtrent door anderen gepleegde of te plegen strafbare feiten, hetgeen voor hemzelf of voor derden gevaar oplevert;

  • i.

    verstrekken van gegevens uit het register: het bekend maken of ter beschikking stellen van gegevens, voor zover zulks geheel of grotendeels steunt op gegevens die in het register zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens, zijn verkregen;

  • j.

    gegevensbeheer: de verantwoordelijkheid voor de juistheid van de ingevoerde gegevens, alsmede voor het bewaren, verwijderen,verstrekken en afschermen van gegevens;

  • k.

    koppeling: het treffen van technische of organisatorische voorzieningen, waardoor verschillende verzamelingen van persoonsgegevens systematisch met elkaar kunnen worden vergeleken;

  • l.

    het register: het register zware criminaliteit, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van de wet;

  • m.

    commissie van toezicht: een commissie zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder f, van het besluit;

  • n.

    ics-code: een code samengesteld aan de hand van de personalia van de informant, door een landelijk vastgesteld coderingsprogramma;

  • o.

    CIE-officier van justitie: de als zodanig door de betrokken hoofdofficier van justitie dan wel het College van procureurs-generaal aangewezen officier van justitie.

Paragraaf

2

Doel en werking

Artikel

3

Het register wordt deels geautomatiseerd en deels handmatig gevoerd bij de criminele inlichtingen eenheid.

Paragraaf

3

Beheer en Toezicht

Artikel

4

De registerbeheerder is, onder verantwoordelijkheid van de beheerder, belast met de zeggenschap over het register. Hij draagt zorg voor de naleving van de wet, het besluit en het reglement. Hij treft daartoe onder meer voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van het register tegen verlies of aantasting van gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan. Tevens treft hij maatregelen ter bevordering van de juistheid en volledigheid van de in het register opgenomen gegevens.

Paragraaf

4

Inhoud van het register

Artikel

5

In het register worden gegevens opgenomen betreffende de volgende categorieën van personen:

  • a.

    verdachten van misdrijven waarvoor het register is aangelegd;

  • b.

    personen, ten aanzien van wie een redelijk vermoeden bestaat dat zij betrokken zijn bij het beramen of plegen van misdrijven als bedoeld onder a;

  • c.

    personen, die in een bepaalde relatie staan tot degenen bedoeld onder a en b, in die zin dat zij andere dan toevallige contacten met deze personen hebben;

  • d.

    ambtenaren van politie, van de Koninklijke marechaussee of van een publiekrechtelijk lichaam als bedoeld in artikel 13c van de wet, voor zover dat van belang is voor het gebruik van de gegevens, bedoeld onder a tot en met c alsmede voor de verantwoording van de verrichtingen naar aanleiding van de opgenomen gegevens.

Artikel

6

Paragraaf

5

Bijzondere bepalingen omtrent de opgenomen gegevens

Artikel

7

Paragraaf

6

Correctie opgenomen gegevens

Artikel

8

Indien blijkt dat bepaalde gegevens onjuist of onvolledig zijn, draagt de registerbeheerder zorg voor zo spoedig mogelijke verbetering of aanvulling van die gegevens.

Paragraaf

7

Verwijdering en vernietiging van gegevens

Artikel

9

Paragraaf

8

Verstrekking van gegevens

Artikel

10

Artikel

11

Internationale verstrekking

Artikel

12

Paragraaf

9

Vastleggen van verstrekkingen

Artikel

13

Paragraaf

10

Rechtstreekse toegang tot het register en protocol

Artikel

14

Rechtstreekse toegang tot het register, dan wel onderdelen daarvan, hebben personen die daartoe overeenkomstig de wet en het besluit zijn aangewezen. Deze aanwijzing geeft aan voor welk doel de rechtstreekse toegang wordt verleend. Op verzoek wordt inzage gegeven in de autorisaties.

Paragraaf

11

Rechten van de geregistreerde

Artikel

15

Artikel

16

Paragraaf

12

Koppeling

Artikel

17

Paragraaf

13

Verbanden met andere gegevensverzamelingen

Artikel

18

De gegevens, opgenomen in het register, kunnen afkomstig zijn uit andere bijzondere politieregisters.

Paragraaf

14

Slotbepalingen

Artikel

19

Het reglement wordt voor een ieder ter inzage gelegd op het Bureau Communicatie van het Korps landelijke politiediensten te Driebergen en de criminele inlichtingen eenheid te Den Haag.

Artikel

20

Het reglement treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

21

Het reglement wordt aangehaald als: Reglement register zware criminaliteit SIOD.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes