Artikel
1:1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
algemene positierisico:
-
1°.
ingeval van een schuldinstrument of een daarvan afgeleid instrument: het risico van een prijsverandering van het instrument als gevolg van een wijziging in de rentestand;
-
2°.
ingeval van een aandeel of een daarvan afgeleid instrument: het risico van een prijsverandering van het instrument als gevolg van een algemene koersontwikkeling op de aandelenmarkt die geen verband houdt met enig specifiek aspect van de betrokken aandelen;
-
1°.
-
a1.
back-testing: het voor iedere werkdag vergelijken van de uit het model resulterende eendagswaarde van het potentiële verlies (VaR) voor de eindedagsposities van de portefeuille met de eendagsverandering in de waarde van de portefeuille aan het einde van de daaropvolgende werkdag.
-
b.
Besluit: Besluit prudentiële regels Wft;
-
c.
delta: de verwachte lineaire verandering van een optieprijs als gevolg van een geringe verandering in de prijs van het onderliggende instrument;
-
d.
derivaten: de afgeleide financiële instrumenten, genoemd in bijlage C bij het Besluit, met uitzondering van die instrumenten waaraan overeenkomstig afdeling 5.4 van de Rsk 2010 een risicowaarde van nul is toegekend;
-
d1.
DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
-
e.
DVP-transactie: transactie waarbij een financiële onderneming effecten of grondstoffen heeft betaald bij gelijktijdige ontvangst van deze effecten of grondstoffen of vice versa. In het geval van grensoverschrijdende transacties, wordt tevens geacht sprake te zijn van een DVP-transactie indien minder dan één dag is verstreken sinds het tijdstip van levering of betaling;
-
f.
financiële instrumenten: een overeenkomst die leidt tot zowel een financieel actief bij een partij als een financiële verplichting of eigen-vermogensinstrument bij een andere partij.
-
g.
financiële onderneming: bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet;
-
h.
grondstoffen:grondstoffen of gegarandeerde rechten betreffende de eigendom van grondstoffen, daaronder tevens begrepen gegarandeerde rechten betreffende het eigendom van grondstoffen die een financiële onderneming bij een retrocessieovereenkomst overdraagt, respectievelijk die een financiële onderneming in lening geeft bij een grondstoffenleningsovereenkomst;
-
i.
korte positie: een positie in een financieel instrument die voor een financiële onderneming verliesgevend is bij een stijging van de prijs van dat instrument:
-
j.
lange positie: een positie in een financieel instrument die voor een financiële onderneming winstgevend is bij een stijging van de prijs van dat instrument;
-
k.
non-DVP-transactie: transactie waarbij de financiële onderneming effecten of grondstoffen heeft betaald alvorens ze te ontvangen of wanneer zij effecten of grondstoffen heeft geleverd alvorens daarvoor betaling te ontvangen en er, in het geval van grensoverschrijdende transacties, één dag of meer zijn verstreken sinds het tijdstip van levering of betaling;
-
l.
positie in grondstoffen: een positie in grondstoffen of van grondstoffen afgeleide instrumenten, uitgezonderd posities in goud en van goud afgeleide instrumenten en posities waarmee uitsluitend voorraden worden gefinancierd;
-
m.
positierisico: de som van het algemene positierisico en het specifieke positierisico;
-
n.
protectieverkoper: de partij, bedoeld in artikel 4:77, eerste lid, van de Rsk 2010 die, ten aanzien van kredietderivaten, een kredietrisico van een andere partij (de protectiekoper) overneemt;
-
o.
protectiekoper: de partij die, ten aanzien van kredietderivaten, een kredietrisico aan een protectieverkoper overdraagt;
-
o1.
Rsk 2010: de Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010;
-
o2.
Rso 2010: de Regeling solvabiliteitseisen operationeel risico Wft 2010;
-
p.
specifieke positierisico: het risico van een prijsverandering in een financieel instrument of een daaraan onderliggend instrument als gevolg van factoren die verband houden met de emittent van dat instrument of de emittent van het afgeleid instrument;
-
p1.
Value-at-Risk (VaR): Maatstaf die de omvang van het potentiële verlies op een handelsportefeuille berekent over een bepaalde horizon bij een bepaald statistisch betrouwbaarheidsniveau.
-
q.
warrant: een waardepapier dat de houder het recht geeft om tot of op het einde van de looptijd van het waardepapier tegen een vastgestelde prijs een onderliggende waarde te kopen en dat wordt afgewikkeld door levering van de onderliggende waarde zelf of door afwikkeling in contanten; en
- r.