Verordening van het bestuur van het Productschap Vee en Vlees van 31 oktober 2007 houdende de regulering van varkensleveringen (Verordening varkensleveringen (PVV) 2007)

Verordening varkensleveringen (PVV) 2007

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

productschap

:

Productschap Vee en Vlees;

b.

bestuur

:

bestuur van het productschap;

c.

voorzitter

:

voorzitter van het productschap;

d.

wet

:

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

e.

ondernemer

:

de natuurlijke of rechtspersoon die een varkenshouderijbedrijf exploiteert;

f.

varkenshouderijbedrijf

:

locatie van een landbouwbedrijf, niet zijnde een spermawincentrum of een quarantaineruimte, waar, anders dan voor educatieve doeleinden, vijf of meer varkens worden gehouden dan wel een locatie die voor het zodanig houden bestemd is;

g.

spermawincentrum

:

varkenshouderij waar beren worden gehouden voor de winning van sperma en dat erkend is krachtens artikel 5 van richtlijn nr. 90/429/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PbEG L 224) dan wel krachtens artikel 3, eerste lid, van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra;

h.

quarantaineruimte

:

afzonderingsruimte die is erkend krachtens bijlage B, hoofdstuk 1, artikel 1, onderdeel a, van richtlijn nr. 90/429/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PbEG L 224) dan wel krachtens artikel 3, eerste lid, van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra;

i.

A-bedrijf

:

varkenshouderijbedrijf dat krachtens artikel 2 is aangewezen als A-bedrijf;

j.

B-bedrijf

:

varkenshouderijbedrijf dat krachtens artikel 3 is aangewezen als B-bedrijf;

k.

C-bedrijf

:

varkenshouderijbedrijf dat krachtens artikel 4 is aangewezen als C-bedrijf;

l.

D-bedrijf

:

varkenshouderijbedrijf, niet zijnde een spermawincentrum of quarantaineruimte, dat niet is aangewezen als een A-bedrijf, een B-bedrijf een C- bedrijf, dan wel een E-bedrijf of een F-bedrijf.

m.

E-bedrijf

:

varkenshouderijbedrijf dat krachtens artikel 5 is aangewezen als E-bedrijf;

n.

F-bedrijf

:

varkenshouderijbedrijf dat krachtens artikel 6 is aangewezen als F-bedrijf;

o.

geaccrediteerde keuringsinstantie

:

keuringsinstantie, waarvan:

1. door de Nederlandse Raad voor Accreditatie of een gelijkwaardige buitenlandse instantie is verklaard dat de keuringsinstantie voldoet aan de criteria van NEN-EN-ISO 17020, voor zover deze verklaring betrekking heeft op het opstellen van de in artikel 2, aanhef, artikel 4, onderdeel b, of artikel 19, tweede lid, genoemde rapporten, dan wel;

2. door de Nederlandse Raad voor Accreditatie of een gelijkwaardige buitenlandse instantie is verklaard dat de keuringsinstantie voldoet aan de criteria van NEN-EN-ISO 17020, voor zover deze verklaring betrekking heeft op verrichtingen in de veehouderij, en de keuringsinstantie aan de Nederlandse Raad voor Accreditatie of een gelijkwaardige buitenlandse instantie heeft verzocht te verklaren dat de keuringsinstantie aan genoemde criteria voldoet met betrekking tot de in artikel 2, aanhef, artikel 4, onderdeel b, of artikel 19, tweede lid, genoemde rapporten en dit verzoek niet is afgewezen;

p.

meldingsbureau

:

een door het bestuur bij besluit aangewezen organisatie die namens het productschap alle meldingen met betrekking tot transport van varkens inventariseert en daarvan een bevestiging verstrekt;

q.

onderzoeksinstituut

:

instituut waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de dierproeven is verleend, niet zijnde een A-bedrijf, B-bedrijf, C-bedrijf, D-bedrijf, E-bedrijf of een F-bedrijf;

r.

verzamelcentrum

:

verzamelcentrum voor varkens dat is erkend krachtens artikel 11 van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121);

s.

cluster

:

combinatie van ten hoogste drie C-bedrijven die van één A-bedrijf varkens ontvangen, overeenkomstig de opgave van artikel 14, vierde lid;

t.

transportdocument

:

door het meldingsbureau afgegeven ontvangstbevestiging van een overeenkomstig artikel 19, eerste lid, ingediende melding van een voorgenomen levering van varkens. De ontvangstbevestiging wordt overeenkomstig de vereisten opgenomen in artikel 30, tweede en derde lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren opgemaakt;

u.

varken

:

dier behorende tot de familie der Suidae Gray 1821;

v.

speenbig

:

gespeend varken, met een leeftijd van tenminste drie weken en ten hoogste twaalf weken;

w.

big

:

varken vanaf zijn geboorte tot aan het spenen;

x.

opfokgelt

:

vrouwelijk varken, bestemd voor de voortplanting;

y.

opfokbeer

:

mannelijk varken, bestemd voor de voortplanting;

z.

fokbijproduct

:

big die vanwege ongeschiktheid om als opfokgelt of opfokbeer afgezet te worden, als vleesvarken worden;

aa.

be- of verwerker

:

ondernemer die zich toelegt op het slachten van varkens of op de be- of verwerking van varkensvlees;

bb.

vervoermiddel

:

voertuig, waaronder mede begrepen een combinatie van een voertuig met één of meer door dat voortuig voortbewogen aanhangwagens;

cc.

vervoerseenheid

:

voertuig dat, of aanhangwagen die, deel uitmaakt van een combinatie van een vervoermiddel.

2

Verlenen en intrekken van de aanwijzing

Artikel

2

Artikel

3

De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een B-bedrijf, indien op het varkenshouderijbedrijf vrouwelijke varkens worden gehouden voor het bedrijfsmatig produceren van biggen.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een F-bedrijf, indien op het varkenshouderijbedrijf speenbiggen worden gehouden, uitsluitend afkomstig van één B-bedrijf.

Artikel

7

3

Varkensleveringen

Artikel

9

Het is de ondernemer verboden een of meer varkens te vervoeren van of naar, af te voeren of te doen afvoeren van een varkenshouderijbedrijf of een verzamelcentrum dan wel te ontvangen of aan te voeren op een varkenshouderijbedrijf.

Artikel

10

Het verbod, bedoeld in artikel 9, is niet van toepassing op het vervoeren, afvoeren of doen afvoeren van:

  • a.

    een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een slachthuis, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum, mits de varkens zijn gemerkt als slachtvarkens en uit het vervoersdocument, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren blijkt dat sprake is van vervoer van slachtdieren;

  • b.

    een of meer mannelijke varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een quarantaineruimte;

  • c.

    een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een onderzoeksinstituut;

  • d.

    ten hoogste vier varkens per levering van een varkenshouderijbedrijf naar een locatie waar varkens worden gehouden voor recreatieve of educatieve doeleinden, of

  • e.

    een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum.

Artikel

11

Indien na aanvang van het transport van varkens naar een lidstaat of een derde land, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e., van de wet in samenhang met artikel 5, eerste lid van de Regeling dierenvervoer 2007 geen certificaat wordt afgegeven, is het de ondernemer in afwijking van artikel 9 toegestaan, deze varkens op de dag dat dit certificaat geweigerd wordt weer op zijn bedrijf te ontvangen of aan te voeren en, na gedeeltelijke lossing, de niet geloste varkens vervolgens wederom van zijn bedrijf te vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

4

Varkensleveringen

Artikel

19

Artikel

20

5

Toezicht

Artikel

21

6

Handhaving

7

Bijzondere bepalingen

Artikel

23

Artikel

24a

Leveringen van varkens door of aan een varkenshouderijbedrijf of aan een verzamelcentrum waarvan de exploitatie nadien blijvend is gestaakt, worden niet begrepen onder de op grond van de artikelen 12, eerste lid, onderdelen a. en b., 13, eerste lid, onderdelen a. en b., en tweede lid, 14, eerste lid, en tweede lid, onderdeel b., en 15, eerste en tweede lid, toegestane leveringen, indien door de levering door of aan het bedrijf waarvan de exploitatie blijvend is gestaakt het in genoemde artikelen opgenomen maximum aantal toegestane leveringen wordt bereikt.

8

Gegevensverwerking

Artikel

25

9

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

27

Zoetermeer
J.J. Ramekers voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Bijlage

I

Eisen aan een toevoegstal als bedoeld in artikel 2, onderdeel b

A) inrichtingseisen:

  • de toevoegstal kan vrij staan of inpandig zijn;

  • de toevoegstal ligt aan de rand van het bedrijf;

  • de inpandige toevoegstal heeft dichte muren en plafonds, met uitzondering van ventilatiekanalen en een deur naar buiten en heeft geen inpandige doorgang naar andere delen van het pand;

  • de toevoegstal heeft kelders die niet in verbinding staan met de overige kelders van het bedrijf en een afzonderlijk (mechanisch) ventilatiesysteem voorzien van filterdoek voor het wegvangen van grove stofdelen in uitgaande lucht;

  • het materiaal en gereedschap dat in de toevoegstal wordt gebruikt, wordt niet elders in het bedrijf gebruikt;

  • de toevoegstal heeft een eigen omkleedruimte, die ruimtelijk gescheiden is van de centrale gang en afdelingen met varkens;

  • de omkleedruimte is voorzien van een wasbak, laarzensets en overalls.

B) managementeisen:

  • de aangevoerde varkens verblijven in deze stal totdat uit een door een dierenarts na vier weken na aanvoer uitgevoerd serologisch onderzoek blijkt dat de aangevoerde varkens niet zijn besmet met klassieke varkenspest of ziekte van Aujeszky;

  • de behandelingen, de gegevens betreffende identificatie en registratie, de gegevens betreffende het vervoer en de gegevens van het serologisch onderzoek van in de toevoegstal gehuisveste varkens worden geregistreerd in een van de overige bedrijfsgegevens te onderscheiden administratie (logboek);

  • iedere verplaatsing van een of meer varkens van of naar de toevoegstal wordt afzonderlijk geregistreerd, waarbij wordt vastgelegd op welk tijdstip welk varken wordt verplaatst;

  • in de toevoegstal wordt strikt volgens het all-in all out principe gewerkt, d.w.z. na elke ronde wordt de stal gereinigd en ontsmet;

  • een ieder die de toevoegstal betreedt, trekt vooraf in de omkleedruimte een daar aanwezige schone overall aan;

  • indien een varken gedurende het verblijf in de toevoegstal overlijdt, biedt de exploitant het varken overeenkomstig de Uitvoeringsbeschikking ex artikel 50 Vleeskeuringswet aan voor sectie om te worden onderzocht op aangewezen besmettelijke dierziekten.

Bijlage

II

Aantallen te onderzoeken varkens op A-bedrijven en C-bedrijven en E-bedrijven als bedoeld in artikel 2, onderdelen b en j

31 of meer

12

11 tot en met 30

9

7 tot en met 10

7

1 tot en met 6

alle

Bijlage

III

Procedure en inhoud bedrijfsrapport voor aanvangscontrole en structurele controle als bedoeld in artikel 2. aanhef en tweede lid, artikel 4, onderdeel b., en artikel 5, onderdeel b.

Bedrijven die aan een erkend kwaliteitssysteem deelnemen

Indien een bedrijf is gecertificeerd onder IKB-varkens, dan wel IKB-2004, of een ander erkend kwaliteitssysteem, kan het, op verzoek van de varkenshouder, in plaats van een bedrijfsrapport een controlerapport in het kader van het kwaliteitssysteem indienen, met de in deze verordening aan varkenshouderijen gestelde voorschriften. Voor zover de voorschriften niet overeen komen is een aanvullende rapportage nodig.

Aanvullend kunnen steekproefsgewijs controles worden uitgevoerd op zowel de IKB-gecertificeerde als de niet-IKB-gecertificeerde bedrijven.

A. Model bedrijfsrapport voor aanvraag en structurele controle VVL-status voor A-, C-, of E-bedrijven

Getoetst aan

Voorwaarden

bedrijfscategorie:

A □

C □

E □

UBN □ □ □ □ □ □ □

Huidigebedrijfscategorie:

A □

B □

C □

D □

E □

F □

Datumbezoek: ..........................

Naam opsteller rapport: ........................

Naam geaccrediteerde instantie: ................

Naambedrijf: .........................

Adres bedrijf: .........................

Aantal varkens op het bedrijf:

Gelten/zeugen: ........................

Beren: ............................

Opfok: ..........................

Vleesvarkens: ......................

Naam dierenartspraktijk: ...............

Nummer dierenartspraktijk: ... .............

Toevoegstal:

□ Niet aanwezig (sla de vragen van de toetslijst toevoegstal over)

□ Wel aanwezig

□ Inpandig

□ Vrijstaande stal

Als verplicht onderdeel van dit rapport is bij de eerste controle een plattegrond bijgevoegd, waarop aangegeven het UBN, het woonhuis, de openbare weg, de toerit vanaf de openbare weg, de stal(len) met inrichting en, indien van toepassing, de locatie van de toevoegstal.

Algemeen

1.

Is het bedrijf voorzien van een erfafscheiding, waarbij voor het betreden van het bedrijf hulp nodig is van de exploitant?

Ja

Nee

N.v.t.

2.

Is er een douche aanwezig, gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de ingang van het bedrijf?

Ja

Nee

N.v.t.

3.

Wordt de douche, bedoeld in vraag 2, door iedere bezoeker van de stallen gebruikt?

Ja

Nee

N.v.t.

4.

Worden op het bedrijf vrouwelijke varkens gehouden voor het bedrijfsmatig produceren van biggen?

Ja

Nee

N.v.t.

5.

Zijn alle varkens op het bedrijf die langer dan één week zijn gespeend gemerkt overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren 2003?

Ja

Nee

N.v.t.

6.

Is er een wasplaats voor transportmiddelen aanwezig op het bedrijf, die voldoet aan artikel 58 en 59 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s (zie vraag 36 e.v.)?

Ja

Nee

N.v.t.

7.

Worden vervoermiddelen waarmee varkens op het bedrijf worden gelost, ter plekke gereinigd en ontsmet?

Ja

Nee

N.v.t.

8.

Wordt op het bedrijf artikel 79 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s nageleefd (zie vraag 26 e.v.)?

Ja

Nee

N.v.t.

9.

Voldoet de administratie aan de voorwaarden gesteld in de Verordening varkensleveringen (PVV) 2007?

Ja

Nee

N.v.t.

10.

Is er een logboek als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Diergeneesmiddelenwet aanwezig en wordt beroepsmedicatie hierin geregistreerd?

Ja

Nee

N.v.t.

Betreffende de toevoegstal (van A-bedrijf), vragen 11 t/m 25:

11.

Ligt de toevoegstal aan de rand van het bedrijf?

Ja

Nee

N.v.t.

12.

Indien er varkens in de toevoegstal liggen, zijn deze varkens dan afkomstig van de aanvoeradressen van artikel 13, eerste lid, onderdeel a en b?

Ja

Nee

N.v.t.

13.

Indien de toevoegstal leeg is, is deze dan gereinigd en ontsmet?

Ja

Nee

N.v.t.

14.

Is de inpandige toevoegstal volledig gescheiden van de rest van het bedrijf (dus ook de kelders en de ventilatie)?

Ja

Nee

N.v.t.

15.

Heeft de inpandige toevoegstal alleen uitgangen naar buiten, zonder inpandige verbinding met de rest van het bedrijf?

Ja

Nee

N.v.t.

16.

Heeft de toevoegstal een ventilatiesysteem voorzien van filterdoek voor het wegvangen van grove stofdelen?

Ja

Nee

N.v.t.

17.

Heeft de toevoegstal eigen materialen die alleen in de toevoegstal gebruikt worden?

Ja

Nee

N.v.t.

18.

Heeft de toevoegstal een eigen omkleedruimte, gescheiden van de rest van de toevoegstal?

Ja

Nee

N.v.t.

19.

Heeft de omkleedruimte genoemd in vraag 18 een wasbak en zijn voldoende schone laarzen en overalls aanwezig?

Ja

Nee

N.v.t.

20.

Heeft de toevoegstal een administratie die gescheiden is van de administratie van de rest van het bedrijf?

Ja

Nee

N.v.t.

21.

Worden de varkens in de toevoegstal gehouden totdat uit een door een dierenarts na vier weken na aanvoer uitgevoerd serologisch onderzoek blijkt dat de aangevoerde varkens niet zijn besmet met klassieke varkenspest en de Ziekte van Aujeszky?

Ja

Nee

N.v.t.

22.

Worden in de administratie genoemd in vraag 20 gegevens betreffende I&R bewaard?

Ja

Nee

N.v.t.

23.

Worden in de administratie genoemd in vraag 20 gegevens betreffende verplaatsingen binnen het bedrijf bewaard?

Ja

Nee

N.v.t.

24.

Worden in de administratie genoemd in vraag 20 gegevens betreffende de klinische inspecties en de gegevens van het serologisch onderzoek bewaard?

Ja

Nee

N.v.t.

25.

Indien er varkens zijn overleden in de toevoegstal, zijn deze varkens aangeboden voor sectie om te worden onderzocht op besmettelijke dierziekten?

Ja

Nee

N.v.t.

Overige vragen:

26.

Is een verharde, vloeistofdichte R&O-plaats voor vervoermiddelen, e.d. aanwezig?

Ja

Nee

N.v.t.

27.

Zijn de opstaande randen en/of het afschot van de R&O-plaats van vraag 26 zodanig dat gebruikte vloeistoffen niet in grond of oppervlaktewater terecht komen?

Ja

Nee

N.v.t.

28.

Is er een goede afvoer van de gebruikte vloeistoffen naar de opvangplek?

Ja

Nee

N.v.t.

29.

Is er een goede opvang van de gebruikte vloeistoffen?

Ja

Nee

N.v.t.

30.

Is bij de R&O-plaats van vraag 26 voldoende water beschikbaar om reiniging en ontsmetting van een vervoermiddel mogelijk te maken?

Ja

Nee

N.v.t.

31.

Is een toegelaten ontsmettingsmiddel voor de ontsmetting van vervoermiddelen aanwezig?

Ja

Nee

N.v.t.

32.

Is een toereikende hoeveelheid ontsmettingsmiddel aanwezig voor de reiniging en ontsmetting van ten minste één vervoermiddel?

Ja

Nee

N.v.t.

33.

Is een goed werkende drukspuit met voorraadvat voor de ontsmetting van een vervoermiddel aanwezig?

Ja

Nee

N.v.t.

34.

Is voldoende verlichting van de R&O-plaats mogelijk?

Ja

Nee

N.v.t.

35.

Is een voorziening aanwezig waar de chauffeur van een vervoermiddel zijn handen kan wassen met warm water en zeep?

Ja

Nee

N.v.t.

36.

Zijn de toegangsdeuren voorzien van sloten en worden deze afgesloten bij afwezigheid?

Ja

Nee

N.v.t.

37.

Zijn eventueel aanwezige lege vervoermiddelen, gebruikt of toegelaten voor vervoer van varkens over de openbare weg, gereinigd en ontsmet?

Ja

Nee

N.v.t.

38.

Is een bedrijfseigen varkens-drijfschotje, dan wel aflevervoorziening aanwezig?

Ja

Nee

N.v.t.

39.

Is bij het in voorraad hebben van I&R-gebruiksnummers een bedrijfseigen merktang voor I&R-gebruiksnummers aanwezig?

Ja

Nee

N.v.t.

40.

Is een bedrijfseigen merktang voor I&R-slachtnummers aanwezig?

Ja

Nee

N.v.t.

41.

Is ten minste een ontsmettingsmogelijkheid voor schoeisel aanwezig?

Ja

Nee

N.v.t.

42.

Worden producten of voorwerpen die van buiten het bedrijf afkomstig zijn, waar mogelijk gereinigd en ontsmet?

Ja

Nee

N.v.t.

43.

Zijn de ruimtes waar varkens worden gehouden ontoegankelijk voor andere dieren?

Ja

Nee

N.v.t.

44.

Is er voldoende bestrijding van ratten, muizen of ander ongedierte?

Ja

Nee

N.v.t.

45.

Is een goed afsluitbare, onbeschadigde en reinigbare kadaverton en/of kadaverstolp aanwezig?

Ja

Nee

N.v.t.

46.

Wordt het destructiemateriaal afgesloten bewaard?

Ja

Nee

N.v.t.

47.

Is een verharde stenen kadaverplaat of een geschikte mobiele kadaverwagen aanwezig?

Ja

Nee

N.v.t.

48.

Worden de kadaverplaat, kadaverton en kadaverbak direct na ophalen van de kadavers gereinigd en ontsmet?

Ja

Nee

N.v.t.

49.

Is de kadaverton voor maximaal 3/4 vol?

Ja

Nee

N.v.t.

50.

Heeft bij medicatie bij verschijnselen van besmettelijke dierziekte binnen 24 uur insturen van bloed plaatsgevonden?

Ja

Nee

N.v.t.

51.

Heeft bij sterven van varkens wegens een mogelijke besmettelijke dierziekte insturen van sectiemateriaal plaatsgevonden?

Ja

Nee

N.v.t.

52.

Heeft de eigenaar/houder, tot op het moment van inspectie, al het mogelijke gedaan om een besmettelijke dierziekte te voorkomen?

Ja

Nee

N.v.t.

Inzake de administratie:

53.

Wordt het kenteken en de aanwezigheid van lege vervoermiddelen geregistreerd?

Ja

Nee

N.v.t.

54.

Worden datum en plaats van laatste R&O van lege vervoermiddelen geregistreerd?

Ja

Nee

N.v.t.

55.

Worden transportdocumenten en afschriften van transportdocumenten in het bedrijfsregister bewaard?

Ja

Nee

N.v.t.

Opmerkingen:

Datum bedrijfsbezoek: ………

Datum en Handtekening

opsteller bedrijfsrapport:

………

Datum en Handtekening

ondernemer:

………