Wet van 22 mei 2008 tot aanpassing van een aantal wetten met het oog op de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening alsmede regeling van overgangsrecht (Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening)

Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, ter bevordering van een goede inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening wenselijk is een aantal wetten aan te passen, de Wet ruimtelijke ordening op onderdelen aan te vullen, waaronder het hoofdstuk over Intergemeentelijke samenwerking in stedelijke gebieden, de vestigingsgrondslagen van het voorkeursrecht in de Wet voorkeursrecht gemeenten te vereenvoudigen, alsmede te voorzien in overgangsregels;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Artikel

1.1

Wijzigt de Gemeentewet.

Artikel

1.2

Wijzigt de Provinciewet.

Artikel

1.3

Wijzigt de Wet algemene regels herindeling.

Hoofdstuk

II

Economische Zaken

Artikel

2.1

Wijzigt de Elektriciteitswet 1998.

Hoofdstuk

III

Financiën

Artikel

3.1

Wijzigt de Wet Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen.

Hoofdstuk

IV

Justitie

Artikel

4.1

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

4.2

Wijzigt de Onteigeningswet.

Artikel

4.3

Wijzigt de Pachtwet.

Artikel

4.4

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.

Artikel

4.5

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Hoofdstuk

V

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Artikel

5.1

Wijzigt de Boswet.

Artikel

5.2

Wijzigt de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën.

Artikel

5.3

Wijzigt de Natuurbeschermingswet 1998.

Artikel

5.4

Wijzigt de Reconstructiewet concentratiegebieden.

Artikel

5.5

Wijzigt de Wet agrarisch grondverkeer.

Hoofdstuk

VI

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Artikel

6.1

Wijzigt de Monumentenwet 1988.

Artikel

6.2

Wijzigt de Monumentenwet 1988.

Artikel

6.3

(vervallen)

Hoofdstuk

VII

Verkeer en Waterstaat

Artikel

7.1

Wijzigt de Luchtvaartwet.

Artikel

7.2

Wijzigt de Luchtvaartwet.

Artikel

7.3

Wijzigt de Wet luchtvaart.

Artikel

7.4

Wijzigt de Wet luchtvaart.

Artikel

7.5

Wijzigt de Ontgrondingenwet.

Artikel

7.6

Wijzigt de Ontgrondingenwet.

Artikel

7.7

Wijzigt de Planwet verkeer en vervoer.

Artikel

7.8

Wijzigt de Spoedwet wegverbreding.

Artikel

7.9

Wijzigt de Tracéwet.

Artikel

7.10

Wijzigt de Wet bereikbaarheid en mobiliteit.

Artikel

7.11

Wijzigt de Wet op de waterkering.

Hoofdstuk

VIII

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Artikel

8.1

Wijzigt de Huisvestingswet.

Artikel

8.2

Wijzigt de Interimwet stad-en-milieubenadering.

Artikel

8.2.a

Wijzigt de Reconstructiewet Midden-Delfland.

Artikel

8.3

Wijzigt de Waterleidingwet.

Artikel

8.4

Wijzigt de Wet ammoniak en veehouderij.

Artikel

8.5

Wijzigt de Wet bodembescherming.

Artikel

8.6

Wijzigt de Wet buitenspeelruimte.

Artikel

8.7

Wijzigt de Wet geluidhinder.

Artikel

8.8

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Artikel

8.9

Wijzigt deze wet.

Artikel

8.10

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Artikel

8.11

Wijzigt de Wet op de Raad voor de Wadden.

Artikel

8.12

Wijzigt de Wet op de VROM-raad.

Artikel

8.13

Wijzigt de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel

8.14

Wijzigt de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel

8.15

Wijzigt de Wijzigingswet Huisvestingswet, enz. (integratie van de woonwagen- en woonschepenregelgeving).

Artikel

8.16

Wijzigt de Wet voorkeursrecht gemeenten.

Artikel

8.17

Wijzigt de Woningwet.

Artikel

8.18

Vervallen.

Artikel

8.19

Wijzigt de Woningwet.

Hoofdstuk

IX

Overgangsrecht

Afdeling

9.1

Overgangsrecht Wet op de Ruimtelijke Ordening – WRO

Artikel

9.1.2

Artikel

9.1.4

Artikel

9.1.6

Artikel

9.1.7

Artikel

9.1.10

Artikel

9.1.13

Artikel

9.1.14

Artikel

9.1.15

Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van een vrijstelling of een andere beschikking inzake toestemming als bedoeld in artikel 40 of 41 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, waarvan het verzoek is ingediend vóór dat tijdstip.

Artikel

9.1.17

Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van een overeenkomst krachtens artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, die

  • a.

    voor dat tijdstip is gesloten, of

  • b.

    strekt ter uitvoering van een bestemmingsplan, waarvan het ontwerp vóór dat tijdstip ter inzage is gelegd.

Artikel

9.1.18

Artikel

9.1.20

Voor zover op grond van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 of 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening bouwvergunning had kunnen worden verleend voor een bouwplan dat na 1 juli 2008 is aangewezen krachtens artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, en bij de herziening van dat bestemmingsplan na dat tijdstip geen andere bestemmingsregeling is vastgesteld, blijven de artikelen 6.12 tot en met 6.22 ten aanzien van een dergelijk bouwplan buiten toepassing.

Afdeling

9.2

Overgangsrecht Wet op de stads- en dorpsvernieuwing – WRO

Artikel

9.2.2

Artikel

9.2.3

Artikel

9.2.4

Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van een besluit tot verlening van een bouwvergunning als bedoeld in artikel 26 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, waarvan de aanvraag vóór dat tijdstip is ingediend.

Artikel

9.2.5

Afdeling

9.3

Overgangswet Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting – WRO

Artikel

9.3.2

Afdeling

9.4

Overgangsrecht Wet voorkeursrecht gemeenten – WRO

Artikel

9.4.1

Artikel

9.4.2

Artikel

9.4.4

Een besluit tot aanwijzing van gronden als bedoeld in artikel 8 van de Wet voorkeursrecht gemeenten zoals dat luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet wordt gelijk gesteld met een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 5, van de Wet voorkeursrecht gemeenten zoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, met dien verstande dat de termijn, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten zoals dit luidt na inwerkingtreding van deze wet, twee jaar en zes maanden bedraagt.

Afdeling

9.5

Overgangsrecht Woningwet

Artikel

9.5.1

De Woningwet zoals die gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van een besluit omtrent een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet waarvan de aanvraag is ingekomen voor dat tijdstip.

Afdeling

9.6

Overgangsrecht uitvoeringsregelingen

Afdeling

9.7

Overgangsrecht bouwplanonteigening

Artikel

9.7.1

Hoofdstuk

X

Slotbepalingen

Artikel

10.1

Artikel

10.2

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

10.3

Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. M. Cramer
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin