Besluit van 27 maart 2009, houdende vaststelling van regels omtrent het verantwoordingsverslag en het verslag over de besteding van de verleende voorschotten voor stedelijke vernieuwing (Besluit verantwoording stedelijke vernieuwing ISV-2)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 11 februari 2009, nr. BJZ2009008142, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 4 maart, nr. W08.09.0039/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 23 maart 2009, nr. BJZ2009019656, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Voor de berekening, bedoeld in artikel 4, wordt het in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005 opgenomen bedrag van € 136.000,– per kalenderjaar van het investeringstijdvak en voor het eerst voor het jaar 2006, geïndexeerd met het aan het betreffende kalenderjaar voorafgaande tweejaargemiddelde van het door het Centraal bureau voor de statistiek berekende «Input-prijsindexcijfer van nieuwbouwwoningen».
De berekening, bedoeld in artikel 4, vindt per prestatie-indicator plaats met gebruikmaking van de formule:
Pr
Budget
-----
X
-------------
= Bv
Pv
Pi
in welke formule voorstelt:
Pr: de gerealiseerde prestatie-eenheden;
Pv: de voorgenomen prestatie-eenheden;
Budget: het deelbudget of de som van deelbudgetten als bedoeld in de artikel 5 of 6 waarop de betreffende prestatie-indicator ingevolge die artikelen betrekking heeft;
Pi: het aantal prestatie-indicatoren dat ingevolge artikel 5 of 6 betrekking heeft op het betreffende deelbudget of de som van deelbudgetten als bedoeld in die artikelen, verminderd met het aantal prestatie-indicatoren waarover in het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de wet, geen voornemens zijn opgenomen, en
Bv: de hoogte van het verlaagde budget per prestatie-indicator.
Artikel
9
1
Met uitzondering van de gevallen waarin met betrekking tot een prestatie-indicator geen bestedingen hebben plaatsgevonden kan, in afwijking van artikel 8, op verzoek van een gemeente die is aangewezen ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet, de berekening, bedoeld in artikel 4, plaatsvinden op basis van de bestedingen van de rijksbijdrage per prestatie-indicator.
2
De berekening, bedoeld in het eerste lid, vindt per prestatie-indicator plaats met behulp van de formule:
Bedrag – (Bedrag x Pr : Pv) = K
in welke formule voorstelt:
Bedrag: met betrekking tot een prestatie-indicator besteed bedrag, dan wel een forfaitair bedrag indien het totaal van de verantwoorde bestedingen van een bepaald deelbudget over de daarbij behorende en in het ontwikkelingsprogramma opgenomen prestatie-indicatoren minder is dan het verleende deelbudget, welk forfaitair bedrag wordt berekend door de relatieve verdeling van die bestedingen over die prestatie-indicatoren naar evenredigheid toe te passen op het totaal van dat verleende deelbudget;
Pr: de gerealiseerde prestatie-eenheden;
Pv: de voorgenomen prestatie-eenheden, en
K: de hoogte van de korting per prestatie-indicator.
3
Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt voor 15 juli 2010 ingediend bij Onze Minister.
4
Onze Minister kan voor zijn beslissing op het verzoek de gemeente om aanvullende informatie verzoeken.
Het Besluit verantwoording stedelijke vernieuwing zoals dat luidde op de datum van inwerkingtreding van het eerste lid blijft van toepassing op de gevallen waarin een voor het investeringstijdvak stedelijke vernieuwing 2000 tot en met 2004 verleende subsidie nog niet is vastgesteld.
Artikel
12
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit kan worden bepaald dat een of meer artikelen van dit besluit of onderdelen daarvan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.
Artikel
13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verantwoording stedelijke vernieuwing ISV-2.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage
Beatrix
DeMinistervoorWonen, Wijken en Integratie,E. E. van derLaan