Verordening van het Productschap Pluimvee en Eieren van 29 oktober 2009, houdende uitvoering van een nationaal programma ter zake van de bewaking en bestrijding van Salmonella en Campylobacter in de kalkoenhouderij (Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij (PPE) 2009)

Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij (PPE) 2009

Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren,
Gezien Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van Richtlijn 92/117/EEG van de Raad (PbEU L 325), Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van Salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEU L 325), Verordening (EG) Nr. 1003/2005 van de Commissie van 30 juni 2005 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een communautaire doelstelling voor het verminderen van de prevalentie van bepaalde serotypen salmonella bij vermeerderingskoppels van Gallus gallus en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2160/2003, Verordening (EG) nr. 1177/2006 van de Commissie van 1 augustus 2006 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorschriften voor het gebruik van specifieke bestrijdingsmethoden in het kader van de nationale programma’s voor de bestrijding van salmonella bij pluimvee, Verordening (EG) Nr. 584/2008 van de Commissie van 20 juni 2008 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een communautaire doelstelling voor het verminderen van de prevalentie van Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium bij kalkoenen, Verordening (EG) Nr. 213/2009 van de Commissie van 18 maart 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1003/2005 wat betreft de bestrijding en de uitvoering van tests op de aanwezigheid van salmonella bij vermeerderingskoppels van Gallus gallus en kalkoenen en:

Besluit:

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze verordening en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder:

1.

productschap

: Productschap Pluimvee en Eieren;

2.

bestuur

: het bestuur van het productschap;

3.

voorzitter

: de voorzitter van het productschap;

4.

kalkoenen

: pluimvee van de soort meleagris gallopavo, dat wordt opgefokt of gehouden voor de productie van broedeieren of vlees;

5.

vermeerderingskalkoenen

: kalkoenen van 72 uur en ouder bestemd voor de productie van broedeieren die bestemd zijn voor de productie van vleeskalkoenen;

6.

fokkalkoenen

: kalkoenen van 72 uur en ouder, bestemd voor de productie van broedeieren die zijn bestemd voor de productie van fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen;

7.

vleeskalkoenen

: kalkoenen van 72 uur en ouder, die worden gehouden voor de productie van vlees;

8.

broedeieren

: eieren afkomstig van kalkoenen, bestemd om te worden bebroed;

9.

eendagskuikens

: kalkoenen die nog geen 72 uur oud zijn;

10.

koppel

: alle kalkoenen met dezelfde gezondheidsstatus die in dezelfde stal of binnen dezelfde uitloopruimte worden geplaatst of gehouden en die een epidemiologische eenheid vormen;

11.

kalkoenbedrijf

: inrichting die wordt gebruikt voor het opfokken, fokken of houden van fokkalkoenen of vleeskalkoenen;

12.

fokbedrijf

: kalkoenbedrijf dat zich toelegt op de productie van broedeieren, bestemd voor de productie van fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen;

13.

vermeerderingsbedrijf

: kalkoenbedrijf dat zich toelegt op de productie van broedeieren, bestemd voor de productie van vleeskalkoenen;

14.

opfokbedrijf

: kalkoenbedrijf dat zich toelegt op het opfokken van fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen tot het voortplantingsstadium;

15.

vleeskalkoenbedrijf

: kalkoenbedrijf dat zich toelegt op het houden van vleeskalkoenen;

16.

kalkoenkuikenbroederij

: inrichting die wordt gebruikt voor het inleggen en uitbroeden van broedeieren onderscheidenlijk inrichting waarin één of meerdere vorengenoemde handelingen worden verricht;

17.

ondernemer

: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een kalkoenbedrijf of een kalkoenkuikenbroederij uitoefent;

18.

bedrijfsgebouw

: het gebouw waarin kalkoenen worden gehouden of broedeieren zijn ingelegd en de tot het gebouw behorende voorruimte, stallen en lokalen;

19.

ronde

: de periode van het plaatsen van een koppel tot het moment van:

a. overplaatsing van een koppel;

b. aflevering aan de slachterij; of

c. ruiming van een koppel;

20.

erkend laboratorium

: een laboratorium dat op basis van het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen laboratoria (PPE) 2009 door de voorzitter is erkend;

21.

hygiënogram

: een onderzoek naar de hygiënestatus van een stal nadat deze is gereinigd en ontsmet;

22.

hygiëneonderzoek

: een onderzoek naar de hygiënestatus van een kalkoenkuikenbroederij nadat deze is gereinigd en ontsmet;

23.

erkende HOSOWO-instantie

: een instantie die op basis van het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2007 door de voorzitter is erkend;

24.

Salmonella

: alle typen Salmonella;

25.

Campylobacter

: alle typen Campylobacter;

26.

detectie

: het wel of niet aantonen van de aanwezigheid van Salmonella of Campylobacter in een monster door een erkend laboratorium;

27.

serotypering

: het bepalen van het serotype van Salmonella positieve monsters door een erkend laboratorium;

28.

verificatieonderzoek

: een onderzoek dat in opdracht van de voorzitter op een kalkoenbedrijf bij een koppel of broedeieren wordt uitgevoerd, met als doel de bevestiging dat in dit koppel of deze broedeieren de aanwezigheid van Salmonella is vastgesteld;

29.

GD

: Gezondheidsdienst voor Dieren B.V. te Deventer;

30.

ruimen

: het op last van de voorzitter verwijderen van kalkoenen van het kalkoenbedrijf;

31.

professioneel ontsmettingsbedrijf

: een ontsmettingsbedrijf dat een erkenning in het kader van de IKB PSB regeling heeft dan wel aan de voorzitter aantoont dat het gelijkwaardig is aan een in het kader van de IKB PSB regeling erkend bedrijf;

32.

overplaatsen

: het verplaatsen van een koppel naar een andere stal, ongeacht de leeftijd van het koppel;

33.

Verordening (EG) nr. 1177/2006

: Verordening (EG) nr. 1177/2006 van de Commissie van 1 augustus 2006 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorschriften voor het gebruik van specifieke bestrijdingsmethoden in het kader van de nationale programma’s voor de bestrijding van salmonella bij pluimvee;

34.

Verordening (EG) nr. 1774/2002

: Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten;

35.

verwerken

: het zodanig behandelen van broedeieren van een met Salmonella besmet koppel dat de uitschakeling van Salmonella gewaarborgd is overeenkomstig de communautaire wetgeving inzake levensmiddelenhygiëne.

2

Hygiënemaatregelen

Artikel

2

3

Reinigings- en ontsmettingsmaatregelen

Artikel

3

4

Onderzoek naar Salmonella en Campylobacter

Artikel

4

5

Informatieoverdracht

Artikel

5

6

Maatregelen bij een besmetting Fokbedrijf, opfokbedrijf en vermeerderingsbedrijf

Artikel

6

Vleeskalkoenen

Artikel

7

Kalkoenkuikenbroederij

Artikel

8

7

Ontheffing en vrijstelling

Artikel

9

8

Controle

Artikel

10

9

Toezicht op de naleving

Artikel

11

10

Tuchtrechtelijke maatregelen en strafbaarstelling

Artikel

12

11

Slotbepalingen

Artikel

13

De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens worden in handen gesteld van de voorzitter en worden, behoudens bij of krachtens de wet te bepalen gevallen, niet aan derden verstrekt.

Artikel

14

De op grond van deze verordening door het bestuur vast te stellen besluiten worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

16

Zoetermeer
J.J. Ramekers voorzitter B.M. Dellaert secretaris

Bijlage

I

Protocol Antibiotica

Voorwaarden gebruik antibiotica ter behandeling van Salmonellabesmettingen bij fokkalkoenen.

Achtergrond

In Verordening (EG) nr. 1177/2006 heeft de Commissie bepaald dat het gebruik van antibiotica voor de bestrijding van Salmonella bij reproductiekoppels kalkoenen vanaf 1 januari 2010 in principe niet meer is toegestaan. Genoemde verordening biedt echter een drietal uitzonderingsmogelijkheden op dit verbod. In dit protocol wordt aangegeven onder welke voorwaarden het gebruik van antibiotica bij de behandeling van salmonellabesmettingen in geval van fokkalkoenen is toegestaan. Basis hiervoor is de mogelijkheid die artikel 2, tweede lid, b), van Verordening (EG) nr. 1177/2006 biedt.

Protocol

Wanneer uit het reguliere Salmonellaonderzoek blijkt dat een koppel fokkalkoenen positief is, dient volgens artikel 4, zesde lid, van deze verordening uiterlijk de volgende werkdag een verificatieonderzoek plaats te vinden door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Onderdeel van het verificatieonderzoek is een test op de aanwezigheid van antimicrobiële stoffen. Als door middel van het verificatieonderzoek de Salmonellabesmetting wordt bevestigd, dan vindt melding plaats aan het productschap en de betreffende ondernemer. Naar aanleiding van de melding neemt het productschap contact op met de betreffende ondernemer. In het geval er bij het betreffende koppel fokkalkoenen een ander serotype dan Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium wordt vastgesteld kan de ondernemer ontheffing vragen aan het productschap om te behandelen met antibiotica. Dit vindt plaats binnen twee werkdagen na de uitslag van het verificatieonderzoek. Het productschap registreert de meldingen en de verleende ontheffingen. Indien geen ontheffing wordt verleend, is het niet toegestaan om het betreffende koppel te behandelen met antibiotica.

Voorwaarden

Indien door het productschap ontheffing wordt verleend voor behandeling met antibiotica dan zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

  • De behandeling dient plaats te vinden onder verantwoordelijkheid van de bedrijfsdierenarts. De bedrijfsdierenarts is er tevens verantwoordelijk voor dat de behandeling volledig wordt afgemaakt.

  • Na afloop van de behandeling wordt het effect gemeten door een officiële monstername door GD, op de wijze omschreven in artikel 4, vierde lid, onder a., van deze verordening.

  • Het productschap ontvangt uiterlijk één maand na afloop van de behandeling een rapport van de bedrijfsdierenarts.

  • De toestemming geldt slechts voor één behandeling. Wanneer hetzelfde koppel voor een tweede maal Salmonella positief wordt bevonden of dat blijkt dat na de behandeling het koppel nog steeds positief is dan dient een behandeling opnieuw te worden aangevraagd bij het productschap.

Procedurebehandeling antibiotica

Salmonellae-infecties in levende kalkoenen kunnen op korte termijn alleen worden bestreden met behulp van antibacteriële middelen (verder aangeduid als antibiotica). Afhankelijk van het type en de gevoeligheid van de betreffende Salmonella is de keuze in geschikte middelen meer of minder groot. Uitgangspunt dient te zijn dat het middel overal voldoende actief is, c.q. in alle organen van het dier waar de Salmonellae zich kunnen bevinden. Het tweede uitgangspunt is dat alleen antibiotica ingezet worden die niet in de humane geneeskunde worden gebruikt dan wel verwant zijn met antibiotica die in de humane geneeskunde worden gebruikt.

Verder moet men er rekening mee houden dat door een behandeling met antibioticum de darmflora van de behandelde dieren wordt aangetast, zodat het verstandig is na de behandeling weer een nieuwe flora toe te dienen. Uit internationaal onderzoek is overigens gebleken dat (mengsels van) speciaal geselecteerde bacteriën minder goed beschermen dan complete, ongedefinieerde (maar uiteraard wel ziektekiem vrije) florapreparaten.

In verband met de orale opname van het antibioticum en de flora is het raadzaam ernstig zieke en zwakke dieren (die mogelijk onvoldoende opnemen voor een effectieve behandeling) voor aanvang van de behandeling te verwijderen.

Uitgaande van het voorgaande en enige ervaring in praktijksituaties is het advies voor het behandelen van koppels kalkoenen met een infectie door Salmonella, anders dan Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium, als volgt:

  • Neem een voor bestrijding van Salmonella bij pluimvee (kalkoenen) geregistreerd antibioticum.

  • Dien dit toe conform de registratievoorwaarden.

  • Doseer conform de voorschriften van de fabrikant.

  • Houd daarbij de hoogste door de fabrikant/leverancier aangegeven dosering aan.

  • Dien flora (Aviguard, Broilact) toe op de eerste en de derde dag na het beëindigen van de antibioticumkuur. Zorg voor een gelijkmatige verdeling van de flora over de dieren.

  • Laat het effect controleren met bacteriologisch onderzoek per stal van 150 (blinde darm-) mest monsters en /of cloacaswabs op 7 – 10 dagen en (als geen enrofloxacin is gebruikt) op 5 weken na de laatste flora toediening. Dit laatste om een eventueel slechts tijdelijk effect door onderdrukken in plaats van elimineren van de salmonella op te sporen.

*GD gebruikt hiervoor een test met ampicilline, amoxycilline, tetracycline, flumequine, enrofloxacin, trimethoprim-sulfa en neomycine.