Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 december 2010, nr. Z/VV-3038488, houdende regels voor de toepassing van het Besluit van 22 december 2010 houdende regels voor een zorgverzekering voor de bevolking van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Regeling aanspraken zorgverzekering BES)

Regeling aanspraken zorgverzekering BES

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Aanspraken als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, van het Besluit zorgverzekering BES

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b.

    specialist: een arts die bevoegd is tot uitoefening van het desbetreffende specialisme;

  • c.

    tandarts-specialist: een persoon die bevoegd is tot het verlenen van tandheelkundig-specialistische zorg;

  • d.

    huisarts: een arts die bevoegd is tot uitoefening van de huisartsengeneeskunde;

  • e.

    paramedicus: een persoon die bevoegd is tot het verlenen van paramedische zorg;

  • f.

    verloskundige: een persoon die bevoegd is tot het verlenen van verloskundige zorg;

  • g.

    psycholoog: een persoon die bevoegd tot het verlenen van psychologische zorg;

  • h.

    het besluit: het Besluit zorgverzekering BES;

  • i.

    BES-eilanden: de eilanden bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van het besluit;

  • j.

    Zorgverzekeringskantoor BES: Zorgverzekeringskantoor BES bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het besluit;

  • k.

    geneesmiddel: geneesmiddel als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES;

  • l.

    eigen bijdrage: een bijdrage in de kosten bedoeld in artikel 6, vierde lid, van het besluit;

  • m.

    ter hand stellen: het rechtstreeks verstrekken of doen bezorgen van een geneesmiddel aan de patiënt voor wie het geneesmiddel is bestemd.

Artikel

1.1.2

De inhoud en omvang van de zorg of diensten, omschreven in de artikelen 1.2.1.tot en met 1.13.4 wordt bepaald door het totaal aan zorg dat de zorgverlenende personen en instellingen kunnen bieden, hetgeen nader wordt omschreven in de overeenkomsten bedoeld in artikel 8 van het besluit en wordt mede bepaald door de stand van de wetenschap en praktijk en, bij het ontbreken van een zodanige maatstaf, door hetgeen in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg en diensten.

Artikel

1.1.3

Indien op grond van deze regeling toestemming dient te worden verkregen van het Zorgverzekeringskantoor BES, behoeft deze niet te worden gevraagd indien het Zorgverzekeringskantoor BES en de desbetreffende zorgaanbieder voor de noodzakelijke zorgverlening handelingsprotocollen zijn overeengekomen en de zorg, of, in voorkomend geval, de zorg waarvoor de verzekerde door de behandelend zorgaanbieder naar een andere zorgaanbieder wordt verwezen, wordt verleend door een zorgaanbieder met wie of waarmee het Zorgverzekeringskantoor BES een overeenkomst heeft gesloten als bedoeld in artikel 8 van het besluit.

§

2

Huisartsenzorg en eerstelijnspsychologische zorg

Artikel

1.2.1

Artikel

1.2.2

Eerstelijnspsychologische zorg omvat door een huisarts, specialist of verpleeghuisarts voorgeschreven behandeling door een vrijgevestigde psycholoog, gedurende maximaal negen eerstelijnspsychologische behandelingen, inclusief het intakegesprek.

§

3

Medisch-specialistische zorg en ziekenhuiszorg

Artikel

1.3.1

Artikel

1.3.2

Artikel

1.3.3

Artikel

1.3.4

De verzekerde heeft recht op een second opinion door een ter zake kundige zorgverlener in de geografische nabijheid van de verzekerde, in geval van een levensbedreigende aandoening, twijfel omtrent de urgentie van een behandeling, een operatie met onomkeerbare gevolgen, of bij gerede twijfel over de behandelmethode.

Artikel

1.3.5

Artikel

1.3.6

Voor zover de medisch-specialistische zorg hulp in het kader van erfelijkheidsadvisering betreft, omvat deze zorg onderzoek naar en van erfelijke afwijkingen door middel van stamboomonderzoek, chromosoomonderzoek, biochemische diagnostiek, ultrageluidsonderzoek en DNA-onderzoek, het geven van erfelijkheidsadviezen en daarmee verband houdende psychosociale begeleiding.

Artikel

1.3.7

Artikel

1.3.8

Artikel

1.3.9

Voor zover de medisch-specialistische zorg hulp door een trombosedienst betreft, omvat de zorg op voorschrift van de behandelend arts:

  • a.

    het regelmatig afnemen van bloedmonsters van de verzekerde;

  • b.

    het verrichten dan wel onder verantwoordelijkheid van de dienst doen verrichten van de noodzakelijke laboratoriumonderzoeken ter bepaling van de stollingstijd van het bloed;

  • c.

    het aan de verzekerde ter beschikking stellen van apparatuur en toebehoren waarmee hij de stollingstijd van zijn bloed kan meten;

  • d.

    het opleiden van de verzekerde in het gebruik van de apparatuur, bedoeld onder c, en het begeleiden van de verzekerde bij zijn metingen;

  • e.

    het geven van adviezen aan de verzekerde omtrent de toepassing van geneesmiddelen ter beïnvloeding van de bloedstolling.

Artikel

1.3.10

De verzekerde heeft aanspraak op medisch noodzakelijke Ultraviolet B lichttherapie.

Artikel

1.3.11

§

4

Paramedische zorg

Artikel

1.4.1

Paramedische zorg omvat:

  • a.

    door een huisarts of specialist voorgeschreven fysiotherapie en oefentherapie, te verlenen door fysiotherapeuten en oefentherapeutenCaesar en Mensendieck, met als doel genezing, verbetering, vermindering van pijn dan wel behoud van een zo goed mogelijke lichamelijke toestand;

  • b.

    door een huisarts, specialist of tandarts-specialist voorgeschreven logopedie, te verlenen door logopedistenmet als doel herstel of verbetering van de spraakfunctie of het spraakvermogen;

  • c.

    door een huisarts, specialist of verpleeghuisarts voorgeschreven advisering, instructie, training of behandeling gedurende maximaal tien uren per kalenderjaar, te verlenen door een ergotherapeut in zijn behandelruimte of ten huize van de verzekerde, met als doel de zelfzorg en zelfredzaamheid van de verzekerde te bevorderen of te herstellen;

  • d.

    door een arts of tandarts voorgeschreven voorlichting met een medisch doel over voeding en eetgewoonten gedurende maximaal vier behandeluren per jaar, te verlenen door een diëtist;

  • e.

    door een huisarts of medisch specialist voorgeschreven podotherapie, inclusief podozolen.

Artikel

1.4.2

Artikel

1.4.3

Voor het tot gelding brengen van de aanspraak op logopedie, is voorafgaande toestemming van het Zorgverzekeringskantoor BES vereist. De aanvraag om toestemming gaat vergezeld van een deugdelijke motivering van de verwijzende arts of tandarts-specialist.

Artikel

1.4.4

Artikel

1.4.5

De verzekerde heeft aanspraak op medisch pedicuren in verband met diabetische voet, en behoudens indien zulks is voorzien bij protocol, na verkregen toestemming van het Zorgverzekeringskantoor BES.

Artikel

1.4.6

§

5

Tandheelkundige zorg

Artikel

1.5.1

Artikel

1.5.2

§

6

Farmaceutische zorg

Artikel

1.6.1

Artikel

1.6.2

§

7

Hulpmiddelenzorg

Artikel

1.7.1

Artikel

1.7.2

De verzekerde is gehouden het hem in eigendom verschafte middel goed te verzorgen. De verzekerde heeft geen aanspraak op herstel of vervanging van het desbetreffende middel, indien herstel of vervanging het gevolg is van onmiskenbaar onzorgvuldig gebruik.

Artikel

1.7.3

Artikel

1.7.4

Artikel

1.7.5

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel a, omvatten:

  • a.

    prothesen voor schouder, arm of hand;

  • b.

    algemeen gangbare hulp- en aanzetstukken voor armprothesen;

  • c.

    prothesen voor been of voet;

  • d.

    een oplaadinrichting en batterijen, indien de prothese voor schouder, arm of hand in bekrachtigde uitvoering is.

Artikel

1.7.6

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel b, omvatten:

  • a.

    de gebruiksklaar verkrijgbare mammaprothesen voor uitwendige toepassing ter vervanging van een geheel of nagenoeg geheel ontbrekende borstklier;

  • b.

    ten behoeve van een verzekerde afzonderlijk vervaardigde mammaprothese indien het gebruik van gebruiksklaar verkrijgbare mammaprothesen niet mogelijk of redelijkerwijs niet verantwoord is.

Artikel

1.7.7

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel c, omvatten ten behoeve van de verzekerde afzonderlijk vervaardigde prothesen ter bedekking van het gelaat of een gedeelte ervan, neus en oorschelpen daarbij inbegrepen.

Artikel

1.7.8

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel d, omvatten:

  • a.

    volledige oogprothesen bij het ontbreken van de oogbol;

  • b.

    scleraschalen;

  • c.

    scleralenzen, al dan niet voorzien van een ingekleurde iris en pupil en al dan niet met visuscorrectie, bij een ernstig misvormd oog of na traumatische veranderingen van een oog.

Artikel

1.7.9

Artikel

1.7.10

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel f, omvatten:

  • a.

    brillenglazen, waaronder filterglazen met of zonder visuscorrigerende werking, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 2, van de bijlage bij deze regeling en de aanschaf plaatsvindt binnen twaalf maanden na een eerdere aanschaf van dit hulpmiddel;

  • b.

    contactlenzen, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 2, van de bijlage bij deze regeling en de aanschaf plaatsvindt binnen twaalf maanden na een eerdere aanschaf van dit hulpmiddel;

  • c.

    bandagelenzen zonder visuscorrigerende werking voor zover van andere therapieën geen resultaat is verkregen of te verwachten is en voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria als bedoeld in onderdeel 3, van de bijlage bij deze regeling;

  • d.

    bijzondere optische hulpmiddelen, bestemd voor rechtstreekse waarneming, met inbegrip van montuur, statief of verlichting, indien deze met het hulpmiddel één geheel vormen en de verzekerde een dusdanig verlies van gezichtsvermogen heeft dat redelijkerwijs niet kan worden volstaan met een middel als bedoeld in onderdeel a of b.

Artikel

1.7.11

Artikel

1.7.12

Artikel

1.7.13

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel i, omvatten uitsluitend voor verzekerden jonger dan eenentwintig jaar:

  • a.

    pessaria;

  • b.

    koperhoudende spiraaltjes, hormoonhoudende spiraaltjes en -staafjes.

Artikel

1.7.14

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, onderdeel j, omvatten:

  • a.

    krukken, loophulpen met drie of vier poten, looprekken, rollators en loopwagens, indien de verzekerde hier langdurig op is aangewezen om te kunnen lopen, niet kan worden volstaan met een eenvoudiger hulpmiddel en sprake is van:

    • 1°.

      evenwichtsstoornissen,

    • 2°.

      functiestoornissen van de onderste extremiteiten, al dan niet gepaard gaande met defecten, of

    • 3°.

      stoornissen in het uithoudingsvermogen dan wel vormen van lichamelijke zwakte, waarbij de verschaffing van een loophulpmiddel strekt tot behoud van de zelfredzaamheid of ter voorkoming van opname in een instelling;

  • b.

    serveerwagens indien de verzekerde hier langdurig op is aangewezen, niet volstaan kan worden met een eenvoudiger hulpmiddel en sprake is van een hand- of armfunctiestoornis;

  • c.

    blindentaststokken;

  • d.

    stoelen voorzien van een trippelfunctie, indien de verzekerde langdurig op dit middel is aangewezen, en

    • 1°.

      de verzekerde zich binnenshuis alleen zittend kan verplaatsen en niet beschikt over een in huis bruikbare rolstoel,

    • 2°.

      de verzekerde voldoet aan de voorwaarde voor een hulpmiddel als bedoeld in onderdeel a, maar dit niet kan gebruiken vanwege een gestoorde hand- of armfunctie, of

    • 3°.

      zich niet zonder gebruik van de handen staande kan houden;

  • e.

    loopfietsen indien de verzekerde langdurig op dit middel is aangewezen, sprake is van functiestoornissen van de onderste extremiteiten, al dan niet gepaard gaande met defecten en de verzekerde niet kan volstaan met een eenvoudiger loophulpmiddel.

Artikel

1.7.15

Artikel

1.7.16

Artikel

1.7.17

Artikel

1.7.18

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel o, omvatten aangezichtsmaskers, dan wel mondstukken, met aanzetstukken bestaande uit een weerstandsbuis en een, in- en uitademingsweg scheidend, ademventiel, waarbij deze hulpmiddelen dienen om bij het uitademen een positieve druk te bewerkstelligen ter bevordering van de sputumproductie.

Artikel

1.7.19

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, onderdeel p, omvatten draagbare, uitwendige infuuspompen met toebehoren, indien sprake is van continue parenterale toediening in de thuissituatie van een geneesmiddel dat valt onder de farmaceutische zorg, bedoeld in artikel 1.6.1, met uitzondering van insuline.

Artikel

1.7.20

Artikel

1.7.21

Artikel

1.7.22

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel s, omvatten een allergeenvrije en stofdichte matrashoes, een dekbedhoes en een kussenhoes, indien uit de resultaten van laboratoriumonderzoek of een huidtest blijkt dat sprake is van een allergie voor uitwerpselen van huisstofmijt.

Artikel

1.7.23

Artikel

1.7.24

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.2, eerste lid, onderdeel u, omvatten:

  • a.

    zuurstofapparaten met de daarbij behorende zuurstof;

  • b.

    zuurstofconcentratoren met toebehoren en vergoeding van stroomkosten.

Artikel

1.7.25

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel z, omvatten hulpmiddelen met toebehoren voor continue positieve luchtdruk tijdens het ademen, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 11, van de bijlage bij deze regeling.

Artikel

1.7.26

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel aa, omvatten solo-apparatuur met toebehoren, indien er sprake is van een indicatie, vermeld in onderdeel 12, van de bijlage bij deze regeling, alsmede indien de verzekerde:

  • a.

    de apparatuur gebruikt voor het volgen van her- of bijscholing, dan wel niet tot het reguliere onderwijs behorende beroepsopleidingen in klassikaal- of groepsverband,

  • b.

    de apparatuur gebruikt voor het volgen van regulier onderwijs of,

  • c.

    de apparatuur gebruikt voor het volgen van speciaal onderwijs in klassikaal- of groepsverband dat niet specifiek gericht is op dove en slechthorende leerlingen,

  • d.

    de apparatuur gebruikt tijdens het op medische gronden noodzakelijk ondergaan van een groepsgewijze therapeutische behandeling, of

  • e.

    de apparatuur gebruikt bij het in een gestructureerd en georganiseerd verband verrichten van betaalde of niet betaalde werkzaamheden.

Artikel

1.7.27

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel bb, omvatten tactielleesapparaten met toebehoren en vergoeding van de kosten, voor zover andere hulpmiddelen voor het lezen van zwartschrift voor de visueel gehandicapte niet doelmatig zijn en de verzekerde in staat is met het apparaat om te gaan.

Artikel

1.7.28

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel cc, omvatten vervanging van BAHA-hoortoestellen die kunnen worden aangesloten op een te implanteren beengeleider, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 4, van de bijlage bij deze regeling en een luchtgeleidingstoestel redelijkerwijs niet kan worden aangepast.

Artikel

1.7.29

Artikel

1.7.30

Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel ee, omvatten hulpmiddelen ter compensatie van onvoldoende arm-, hand- en vingerfunctie, indien de verzekerde als gevolg van blijvende, ernstige lichamelijke functiebeperkingen in arm-, hand- en vingerfunctie aangewezen is op professionele hulp bij algemene of huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen.

§

8

Verloskundige zorg

Artikel

1.8.1

§

9

Kraamzorg

Artikel

1.9.1

Artikel

1.9.2

De kraamzorg omvat tevens:

  • a.

    vergoeding van een kraampakket, medische en verpleegartikelen;

  • b.

    vergoeding van zorg door een lactatiekundige op verwijzing van verloskundige of consultatiebureau.

§

10

Ziekenvervoer

Artikel

1.10.1

Artikel

1.10.3

Artikel

1.10.4

De verzekerde heeft slechts aanspraak op de in artikel 1.10.3 bedoelde transportvergoeding indien zulks is voorzien bij protocol, dan wel indien het Zorgverzekeringskantoor BES daarvoor vooraf toestemming heeft gegeven.

Artikel

1.10.5

Artikel

1.10.6

De transportvergoeding omvat mede het vervoer van een begeleider, indien volgens een schriftelijke verklaring van de behandelende arts begeleiding noodzakelijk is, of indien het betreft begeleiding van minderjarige kinderen. In bijzondere gevallen kan het Zorgverzekeringskantoor BES vervoer van twee begeleiders toestaan.

Artikel

1.10.7

Recht op vervoer per ambulance omvat mede het transport per air-ambulance in geval van een noodsituatie in verband met een ziekte of ongeval.

Artikel

1.10.8

In geval van medische uitzending als bedoeld in de artikelen 1.13.1 en 1.13.2 wordt het vervoer van de plaats van verblijf naar de plaats van bestemming en vice versa van de verzekerde en van zijn begeleider volledig vergoed.

§

11

Repatriëring van overleden verzekerden

Artikel

1.11.1

De nabestaanden van een verzekerde die met toepassing van artikel 1.13.1 of 1.13.2 van deze regeling, buiten de het grondgebied van de BES-eilanden verblijf hield en die gedurende dat verblijf is overleden, hebben jegens het Zorgverzekeringskantoor BES recht op volledige vergoeding van transportkosten van het stoffelijk overschot vanuit de plaats van verblijf naar de vroegere woonplaats op de BES-eilanden.

§

12

Langdurige zorg

Artikel

1.12.1

Artikel

1.12.2

Artikel

1.12.3

Artikel

1.12.4

§

13

Medische uitzendingen

Artikel

1.13.1

Artikel

1.13.2

Een medische uitzending ten behoeve van het verkrijgen van langdurige zorg als bedoeld in artikel 1.12.1 is mogelijk indien uitstel van deze zorg naar het oordeel van het Zorgverzekeringskantoor Bes onaanvaardbaar is. De verzekerde wordt voor de toepassing van dit artikel geacht het ingezetenschap van het eiland waar vandaan de uitzending plaats vindt, te hebben voortgezet, indien en voor zolang het verblijf in een instelling als bedoeld in dit hoofdstuk verband houdt met:

  • a.

    het ontbreken van een dergelijke instelling op het grondgebied van het BES-eiland waarvan de verzekerde ingezetene is;

  • b.

    een wachtlijst voor plaatsing in een dergelijke instelling op het grondgebied van het BES-eiland waarvan de verzekerde ingezetene is.

Artikel

1.13.3

Artikel

1.13.4

§

14

Bijzondere bepalingen

Artikel

1.14.1

Hoofdstuk

2

Nadere regels betreffende inhoud en prijs van de overeenkomsten, alsmede vergoeding van kosten van zorg, bedoeld in artikel 8, vierde tot en met zevende lid, en artikel 10, zesde lid, van het Besluit zorgverzekering BES

Artikel

2.1

Artikel

2.2

Artikel

2.3

Hoofdstuk

3

Toepassing artikel 18 van het Besluit zorgverzekering BES

Artikel

3.1

Voor zover in het besluit en deze regeling aanspraken zijn opgenomen op zorg die op een of meer van de BES-eilanden nog niet beschikbaar is, stimuleert het Zorgverzekeringskantoor BES zo mogelijk en doelmatig, de ontwikkeling daarvan.

Hoofdstuk

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

4.1

Zolang niet anders wordt bepaald bestaat;

  • a.

    voor verzekerden van 18 jaar en ouder eenmalig sanering van het gebit met behulp van röntgenfoto’s, anesthesie, restauratie van gebitselementen met plastische materialen en extracties;

  • b.

    voor verzekerden van 18 jaar en jonger en van verzekerden van wie de door de behandelend tandarts gemotiveerde aanvraag om een behandeling bij het Zorgverzekeringskantoor BES is ingediend voordat de verzekerde de verzekerde de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, aanspraak op orthodontie uitsluitend indien het geen esthetische correctie betreft. De vergoeding bedraagt maximaal $ 2500 voor de gehele verzekeringsduur voor vaste apparatuur en $ 500 voor de uitneembare apparatuur.

Artikel

4.2

In het jaar 2011 bestaat aanspraak op:

  • a.

    brillen en contactlenzen anders dan bedoeld in artikel 1.7.10, tot een bedrag van maximaal $ 170 per twee kalenderjaren voor verzekerden van achttien jaar en ouder en van maximaal $ 170 per kalenderjaar voor verzekerden jonger dan achttien jaar;

  • d.

    voor verzekerden van 18 jaar en ouder negen behandelingen fysiotherapie en oefentherapie anders dan de behandelingen, bedoeld in artikel 1.4.2.

Artikel

4.4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanspraken zorgverzekering BES.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,E.I.Schippers

Bijlage

1

Orthopedisch schoeisel

Zorginhoudelijke criteria voor orthopedisch schoeisel zijn:

  • a.

    ontbreken van delen van de voet, waarop bij gaan en staan gesteund wordt;

  • b.

    ernstige objectiveerbare anatomische afwijkingen en functiestoornissen van de voet bestaande uit:

    • 1°.

      afwijkingen van de asstand in bovenste of onderste spronggewricht of andere steunende voetgewrichten;

    • 2°.

      afwijkingen van de lengte-breedte-verhouding, onder meer ten gevolge van arthrosis of arthritis;

  • c.

    afwijkingen ten gevolge van sensibiliteits- of circulatiestoornissen;

  • d.

    functioneel of anatomisch beenlengteverschil van vier cm. of meer;

  • e.

    het dragen van bijzondere typen beugels of binnenschoenen, waardoor een afwijkende voetvorm of functie ontstaat als aangegeven onderdeel b of c;

  • f.

    bijzondere individuele zorgvragen.

2

Brillenglazen, waaronder filterglazen met of zonder visuscorrigerende werking, en contactlenzen

Zorginhoudelijke criteria voor vervanging van brillenglazen, waaronder filterglazen met of zonder visuscorrigerende werking, en contactlenzen zijn:

  • a.

    hoornvliesonregelmatigheden ten gevolge van keratoconus dan wel ten gevolge van littekens na hoornvliestransplantatie, na ontstekingen van de cornea zoals bijvoorbeeld herpes of na cornea perforatie;

  • b.

    sterke graden van brekingsafwijkingen als regel van meer dan 10 dioptrieën;

  • c.

    bijzondere individuele zorgvragen.

3

Bandagelenzen zonder visuscorrigerende werking

Zorginhoudelijke criteria voor bandagelenzen zonder visuscorrigerende werking zijn:

  • a.

    keratitis sicca en pemphigoid;

  • b.

    keratitis bullosa;

  • c.

    indolente cornea-ulceraties;

  • d.

    cornea-etsingen;

  • e.

    keratitis-neuroparalytica;

  • f.

    cornea-dystrophieën;

  • g.

    status na cornea-operaties en cornea-traumata;

  • h.

    bijzondere individuele zorgvragen.

4

Hoortoestel

Zorginhoudelijke criteria voor hoortoestellen zijn:

  • a.

    voor één hoortoestel, dat het drempelverlies van het audiogram van het beste oor ten minste 35 dB (verkregen door het gehoorverlies bij frequenties van 1000, 2000 en 4000 Hz te middelen) bedraagt en dat het verstaan van spraak, in stilte aangeboden, met normale sterkte (55 dB) door toepassing van het hoortoestel ten minste 20% toeneemt.

  • b.

    voor twee hoortoestellen, dat de winst van spraakverstaanvaardigheid ten minste 10% bedraagt ten opzichte van de aanpassing met één hoortoestel, dan wel het richtinghoren hersteld wordt tot een hoek van 45 graden;

  • c.

    bijzondere individuele zorgvragen.

5

Ringleiding, infrarood-apparatuur en FM-apparatuur voor geluidsoverdracht

Zorginhoudelijke criteria voor ringleidingen, infrarood-apparatuur en FM-apparatuur voor geluidsoverdracht zijn:

  • a.

    indien sprake is van een toondrempelverlies op het beste oor van 40 dB gemiddeld over 500, 1000 en 2000 Hz (zogenoemd Fletcherindex), of 50 dB gemiddeld over 1000, 2000 en 4000 Hz op het beste oor, of

  • b.

    indien er volgens de meetmethode van Plomp sprake is van een hinderlijk verlies voor spraakverstaan in ruis van minimaal 3 dB, waarbij er rekening mee dient te worden gehouden dat dit met name bij jonge kinderen moeilijk of niet te meten is.

6

Draagbare insuline-infuuspomp

Zorginhoudelijke criteria voor een draagbare insuline-infuuspomp voor continue subcutane insuline injectie zijn:

  • a.

    dat bij optimale zelfregulatie de bloedsuikerwaarden bij herhaling onaanvaardbare schommelingen vertonen, zijnde schommelingen groter dan 10 mmol/l, of dat geen HbAlc-gehalte van minder dan 10% of een HbAlc-gehalte van minder dan 8% bereikt kan worden;

  • b.

    dat ondanks goede gemiddelde instelling en zelfregulatie geregeld hypoglycaemieën optreden of dat goede gemiddelde instelling slechts kan worden bereikt door drie of meer injecties per dag;

  • c.

    lijden aan diabetes en zwanger willen worden of in verwachting zijn en bij wie met maximaal twee injecties per dag geen optimale gemiddelde instelling kan worden bereikt ondanks goede instructie, motivatie en begeleiding;

  • d.

    het lijden aan diabetes met pijnlijke en progressieve neuropathie, indien optimale zelfregulatie niet tot voldoende verbetering leidt;

  • e.

    het leiden aan diabetes met groeistoornissen dan wel verlate puberteit, indien optimale zelfregulatie niet tot voldoende verbetering leidt;

  • f.

    bijzondere individuele zorgvragen.

7

Verbandschoenen

Zorginhoudelijke criteria voor verbandschoenen zijn:

Huiddefecten, huidulcera, sensibiliteits- en circulatiestoornissen aan de voet, alsmede in de herstelperiode na partiële amputaties, traumatische beschadigingen of operatieve ingrepen aan de voet.

8

Teksttelefoon of faxapparatuur

Zorginhoudelijke criteria voor teksttelefoons of faxapparatuur zijn:

  • a.

    Er is een toon-drempelverlies op het beste oor van 70dB gemiddeld over 500, 1000, 2000 en 4000 Hz; of

  • b.

    het verstaan van spraak, in stilte aangeboden met normale sterkte (55dB), zelfs door toepassing van een hoortoestel, bedraagt met het beste oor niet meer dan 50%;

  • c.

    bijzondere individuele zorgvragen.

9

Beeldtelefoon

Een indicatie voor een beeldtelefoon is aanwezig:

  • a.

    indien een indicatie voor een teksttelefoon of faxapparatuur aanwezig is, maar deze telefoon of apparatuur voor de verzekerde niet bruikbaar is, en de verzekerde de Nederlandse of een voor de BES-eilanden gangbare gebarentaal voldoende beheerst;

  • b.

    bijzondere individuele zorgvragen.

10

Wek- en waarschuwingsinstallatie

Een indicatie voor wek- en waarschuwingsinstallatie is aanwezig:

  • a.

    indien er sprake is van een toondrempelverlies op het beste oor van 60 dB gemiddeld over 500, 1000, 2000 en 4000 Hz;

  • b.

    bijzondere individuele zorgvragen.

11

CPAP-apparatuur

Een indicatie voor ‘continuous positive airway pressure’ (CPAP)-apparatuur is aanwezig, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    er is sprake van een klinisch relevant obstructief slaap-apneu syndroom. Dit is het geval als sprake is van hinderlijke klachten overdag die potentieel toe te schrijven zijn aan het obstructief slaap-apneu syndroom (OSAS). Voorbeelden hiervan zijn vergrote slaperigheid en moeheid overdag, concentratiestoornissen, stemmingsstoornissen en verhoogde prikkelbaarheid. Bovendien moet de diagnose OSAS bij polysomnografisch onderzoek zijn bevestigd. Dit is het geval als er sprake is van een apneu-hypopneu index groter of gelijk aan 15, of een apneu-index groter dan 10, of een respiratoire arousal index groter dan 10. Bij hoge pretest waarschijnlijkheid op OSAS is polygrafie voldoende. De polygrafie dient dan minimaal te bestaan uit meting van het ademhalingspatroon, zuurstofsaturatie, snurkgeluid en slaaphouding;

  • b.

    er is een indicatie voor CPAP-apparatuur met verlaagde expiratiedruk indien er sprake is van OSAS en voor de behandeling van de verzekerde CPAP met een druk van meer dan 15 cm. H20 noodzakelijk is, maar door de verzekerde niet goed wordt verdragen;

  • c.

    conservatieve maatregelen zijn of worden nagestreefd. Het gaat hierbij met name om gewichtsreductie, neusdoorgankelijkheid-verbeterende maatregelen en verbetering van de slaaphygiëne (onder meer het vermijden van het gebruik van tabak of alcohol voor de nachtslaap en het vermijden van slapen in rugligging);

  • d.

    er moet sprake zijn van een succesvolle proefaanpassing. Dat wil zeggen dat een afdoende verbetering van de polysomnografische en klinische afwijkingen tijdens CPAP-behandelingen is geconstateerd en dat sprake is van acceptatie van de CPAP-behandeling door de patiënt.

12

Solo-apparatuur

Zorginhoudelijke criteria voor solo-apparatuur zijn:

  • a.

    er is sprake van een toondrempelverlies op het beste oor van 40 dB gemiddeld over 500, 1000 en 2000 Hz (zogenoemde Fletcherindex), of 50 dB gemiddeld over 1000, 2000 en 4000 Hz op het beste oor.

  • b.

    er is volgens de meetmethode van Plomp sprake van een hinderlijk verlies voor spraakverstaan in ruis van minimaal 3 dB, waarbij er rekening mee dient te worden gehouden dat dit met name bij jonge kinderen moeilijk of niet te meten is.