Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 1 maart 2011, nr. 187181, houdende voorschriften over dierlijke bijproducten (Regeling dierlijke bijproducten 2011)

Regeling dierlijke bijproducten 2011

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
Gelet op:
verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);
verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PbEU L 300);
verordening (EG) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    basisverordening: verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (PbEU L 300);

  • b.

    uitvoeringsverordening: verordening (EG) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PbEU L 54);

  • c.

    verordening (EG) nr. 999/2001: verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147);

  • d.

    verordening (EG) nr. 834/2007: verordening (EG) nr. 834/2007  van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEU L 189);

  • e.

    wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

  • f.

    aangifteplichtige: eigenaar of houder als bedoeld in artikel 81g van de wet;

  • g.

    besluit: Besluit dierlijke bijproducten;

  • h.

    Minister: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

  • i.

    VWA: Voedsel en Waren Autoriteit.

Hoofdstuk

2

Europese voorschriften

Artikel

2.1

[bevoegde autoriteit]

De Minister is de bevoegde autoriteit van Nederland, bedoeld in de basisverordening en in de uitvoeringsverordening.

Artikel

2.2

[VWA]

Artikel

2.3

[algemene verplichtingen en beperkingen]

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en tweede lid, en 6 van de basisverordening.

Artikel

2.4

[verwijdering en gebruik]

Artikel

2.5

[kleurstof en mengstof]

Artikel

2.6

[afwijkingen algemeen]

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11 tot en met 15 van de uitvoeringsverordening.

Artikel

2.7

[biodynamische preparaten]

In afwijking van artikel 2.4 is het toegestaan om voor het maken en uitrijden van biodynamische preparaten als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c), van verordening (EG) nr. 834/2007, gebruik te maken van mest, niet gemineraliseerde guano en de inhoud van het maag-darmkanaal als bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de basisverordening, hoorn en hoeven als bedoeld in artikel 10, onderdeel n, en horens als bedoeld in artikel 10, onderdeel b, onder iii, van de basisverordening, de blaas, alsmede van de schedel en darmen voor zover dit niet betreft gespecificeerd risicomateriaal als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van verordening (EG) nr. 999/2001.

Artikel

2.8

[onderzoek en andere specifieke doeleinden]

Artikel

2.9

[bijzondere vervoederingsdoeleinden]

Artikel

2.10

[verplichtingen exploitanten]

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 21 tot en met 29 en artikel 44, derde lid, van de basisverordening en de artikelen 8 tot en met 10 en 17 tot en met 20 van de uitvoeringsverordening.

Artikel

2.11

[verzameling, vervoer en verwijdering]

Artikel

2.12

[vervoer binnen Nederland]

Artikel

2.13

[uitzondering registratie]

Geen registratie is vereist voor het hanteren of produceren van jachttrofeeën en dergelijke en voor het hanteren of verwijderen van onderzoeks- of diagnosemonsters voor onderwijsdoeleinden, als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de uitvoeringsverordening.

Artikel

2.14

[nationale gidsen voor goede praktijken]

De Minister keurt de nationale gidsen als bedoeld in artikel 30 van de basisverordening goed. Een aanvraag om een nationale gids goed te keuren wordt ingediend bij de VWA.

Artikel

2.15

[handel]

Artikel

2.16

[invoer, doorvoer en uitvoer]

Artikel

2.17

[verzending]

Artikel

2.18

[toestemming]

Het verbod, bedoeld in de artikelen 2.2, 2.4, eerste lid, 2.6, 2.10, 2.15, 2.16, eerste lid en 2.17, eerste lid, geldt niet in zoverre met toestemming van de minister wordt afgeweken van de in die artikelen genoemde bepalingen van de basisverordening en uitvoeringsverordening, op een wijze als voorzien in de toestemming, de basisverordening en de uitvoeringsverordening.

Hoofdstuk

3

Nationale bepalingen

Paragraaf

1

Aanwijzen, aanmelden, aanbieden, bewaren en ophalen van categorie 1- en 2-materiaal

Artikel

3.1

[aanwijzen categorie 1- en 2-materiaal]

Als categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal, bedoeld in artikel 81g, van de wet, wordt aangewezen categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 8 onderscheidenlijk artikel 9, van de basisverordening met uitzondering van:

  • a.

    keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 8, onderdeel f, van de basisverordening;

  • b.

    categorie 1- en categorie 2-materiaal dat wordt gebruikt voor de vervaardiging van afgeleide producten als bedoeld in artikel 33, van de basisverordening.

  • c.

    dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 17, eerste lid en artikel 18, eerste en tweede lid, van de basisverordening, die worden gebruikt voor de daar genoemde activiteiten, mits ten aanzien van deze dierlijke bijproducten toestemming is verleend voor de in voornoemde artikelleden genoemde activiteiten;

  • d.

    dode gezelschapsdieren die worden verwijderd door begraving overeenkomstig artikel 2.11, eerste lid.

  • e.

    kadavers van paarden en gezelschapsdieren, mits de kadavers overeenkomstig artikel 13, onderdeel a, subonderdeel i of onderdeel b, subonderdeel i, van de basisverordening worden verbrand of meeverbrand;

  • f.

    kadavers van pelsdieren, mits de kadavers worden onthuid in een inrichting of bedrijf die op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel h, van de basisverordening voor het uitvoeren van die activiteit is erkend.

  • g.

    dierlijke bijproducten die bij een uitbraak van een meldingsplichtige ziekte met toepassing van 19, eerste lid, onderdeel c, van de basisverordening worden verwijderd door verbranding of begraving ter plaatse;

  • h.

    bijproducten van bijen en bijenteelt die worden verwijderd overeenkomstig artikel 19, eerste lid, onderdeel f, van de basisverordening;

  • i.

    mest, niet-gemineraliseerde guano en de inhoud van het maag-darmkanaal.

Artikel

3.2

[aangifteplicht]

Artikel

3.3

[ophaalverplichting]

Artikel

3.4

[bewaren materiaal door aangifteplichtige]

Artikel

3.5

[plaats van aanbieden]

Artikel

3.6

[overdracht materiaal]

De overdracht van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 3.1. door de aangifteplichtige aan de ondernemer geschiedt door overlading van dat materiaal in het daarvoor bestemde vervoermiddel.

Artikel

3.7

[wijze bewaren categorie 3-materiaal]

Artikel

3.8

[I&R-register]

Paragraaf

2

Schadeloosstelling

Artikel

3.9

[vaststelling schadeloosstelling]

Artikel

3.10

[betaling schadeloosstelling]

De betaling van de schadeloosstelling, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, geschiedt binnen zes maanden na de gebiedswijziging dan wel na de wijziging van de te verwerken soorten categorie 1-materiaal en 2-materiaal.

Paragraaf

3

Vergoedingen

Artikel

3.11

[berekening werkelijke kosten]

De werkelijke kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit zijn de op jaarbasis door de ondernemers te maken kosten van het ophalen, vervoeren, verwerken of verwijderen van het categorie 1-materiaal en categorie 2-materiaal, bedoeld in artikel 3.1, verminderd met de waarde van dit materiaal voorafgaand aan verwerking en het door de Minister vast te stellen percentage van de winst, die de ondernemer bij de verwerking van dit materiaal maakt.

Artikel

3.12

[goedkeuring tarieven]

Artikel

3.13

[vergoeding huiden]

Artikel

3.14

[vergoeding aanmerkelijke kosten bedoeld in artikel 7 van het besluit]

De vergoeding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit, bestaat uit:

  • a.

    aantoonbare werkelijke kosten van arbeidsloon voor het aanbrengen van de scheiding tussen destructiemateriaal en ander materiaal, dan wel verpakkingsmateriaal;

  • b.

    aantoonbare werkelijke kosten van afvoer en verwerking van ander materiaal, dan wel verpakkingsmateriaal;

  • c.

    aantoonbare werkelijke kosten van reiniging en exploitatie van bedrijfsruimte, die gebruikt wordt voor de scheiding, genoemd onder a, of de afvoer en verwerking, genoemd onder b;

  • d.

    aantoonbare werkelijke verwerkingskosten, indien blijkt dat het onmogelijk is een fysieke scheiding aan te brengen tussen het destructiemateriaal en het andere materiaal en de verwerking van de twee materialen tezamen een aantoonbare negatieve opbrengst heeft.

Hoofdstuk

4

Wijzigingen in andere regelingen

Hoofdstuk

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

5.1

[toestemmingen]

Toestemmingen die zijn verleend krachtens de Regeling dierlijke bijproducten 2008, gelden voor zover van toepassing, als toestemmingen die zijn verleend krachtens deze regeling, met dien verstande dat de voorschriften van de basisverordening, de uitvoeringsregeling en deze regeling ten aanzien van die toestemmingen van kracht zijn.

Artikel

5.3

[titel regeling]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling dierlijke bijproducten 2011.

Artikel

5.4

[inwerkingtreding]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 4 maart 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,H.Bleker

Bijlage

1

als bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, onderdeel a

Bij de veehouder gestorven dieren, voor zover het betreft categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 8, respectievelijk artikel 9, eerste lid, onderdelen b tot en met g, van verordening (EG) nr. 1069/2010.

Transport:

Voor de eerste 7 stops geldt een ophaaltarief per stop van € 35,82 (excl. BTW), voor daaropvolgende stops per stop € 11,20 (excl. BTW).

Verwerkingstarieven (in € excl. BTW)

Slachtvarken

Per dier

0,75

Big

Per vat max. 200 l.

2,34

Zeug

Per dier

2,81

Rund > 1 jaar

Per dier

9,35

Kalf

Per dier

1,31

Nuka

Per dier

0,75

Schaap

Per dier

0,75

Geit

Per dier

0,39

Lam

Per vat max. 200 l.

2,34

Paard

Per dier

6,55

Veulen

Per dier

1,31

Pony

Per dier

2,99

Pluimvee

Per vat max. 200 l.

2,34

Overig

Per vat max. 200 l.

2,34

Overig

Per dier

2,85

Bijlage

2

als bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, onderdeel b

Bloed van categorie 1 en 2.

Transport- en verwerkingstarieven (€ excl. BTW)

25,95

29,33

55,28

Bijlage

3

als bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, onderdeel c

Broederijafval van categorie 2.

Transport- en verwerkingstarieven (€ excl. BTW)

Kleine leveranciers:

per stop

per stop

per stop

Klasse 1

0–100

35,01

4,73

39,74

Klasse 2

101–200

35,01

10,40

45,40

Klasse 3

201–300

35,01

17,55

52,56

Klasse 4

301–400

35,01

24,58

59,58

Klasse 5

401–500

35,01

31,54

66,55

Grote leveranciers:

per ton

per ton

per ton

Klasse 6

501–5.000

34,01

68,12

102,13

Klasse 7

> 5.000

25,01

68,12

93,13

Bijlage

4

als bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, onderdeel d

Ander materiaal dan bloed of bij de veehouder gestorven dieren, voor zover het betreft categorie 1-materiaal als bedoeld in artikel 8, van verordening (EG) nr. 1069/2010.

Transport- en verwerkingstarieven (€ excl. BTW)

Kleine leveranciers:

per stop

per stop

per stop

Klasse 1

0–100

35,01

0,84

35,84

Klasse 2

101–200

35,01

2,45

37,46

Klasse 3

201–300

35,01

4,18

39,19

Klasse 4

301–400

35,01

5,88

40,88

Klasse 5

401–500

35,01

7,51

42,51

Grote leveranciers:

per ton

per ton

per ton

Klasse 6

501–5.000

34,01

16,46

50,46

Klasse 7

> 5.000

25,01

16,46

41,46

Bijlage

5

als bedoeld in artikel 3.12, eerste lid, onderdeel e

Ander materiaal dan bloed of bij de veehouder gestorven dieren, voor zover het betreft categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 9, onderdelen b tot en met g, van verordening (EG) nr. 1069/2009.

Transport- en verwerkingstarieven (€ excl. BTW)

Kleine leveranciers:

per stop

per stop

per stop

Klasse 1

0–100

35,01

1,11

36,12

Klasse 2

101–200

35,01

2,64

37,65

Klasse 3

201–300

35,01

4,27

39,27

Klasse 4

301–400

35,01

5,98

40,99

Klasse 5

401–500

35,01

7,74

42,75

Grote leveranciers:

per ton

per ton

per ton

Klasse 6

501–5.000

34,01

16,76

50,76

Klasse 7

> 5.000

25,01

16,76

41,76