Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nr. DMO-OHW-U-3065710, houdende regels omtrent de bekostiging van de uitvoering van de taken van de Pensioen- en Uitkeringsraad en de Sociale verzekeringsbank, genoemd inde Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Bekostigingsregeling Wuvo)

Bekostigingsregeling Wuvo

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen;

  • b.

    AOR: de Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië met inbegrip van het besluit van de Luitenant-Gouverneur Generaal van Nederlands-Indië van 5 november 1946 (Indisch Staatsblad 1946, 118);

  • c.

    minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • d.

    Raad: de Pensioen- en Uitkeringsraad, bedoeld in artikel 3 van de wet;

  • e.

    Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • f.

    product: een product als bedoeld in de bijlage bij deze regeling;

  • g.

    begrote productie: het geraamde aantal te realiseren eenheden product;

  • h.

    realisatie productie: het aantal tot stand gekomen eenheden product;

  • i.

    tarief: de vergoeding per eenheid product;

  • j.

    normbegroting: de begroting die is opgesteld op grond van genormeerde financiële uitgangspunten;

  • k.

    normproductie: het aantal eenheden product dat wordt gehanteerd bij de vaststelling van het tarief.

Artikel

2

De Raad zendt de minister jaarlijks vóór 1 oktober een begroting voor het daaropvolgende jaar en een meerjarenraming voor de vier jaren daarna.

Artikel

3

In de begroting en de meerjarenraming van de Raad worden de volgende onderdelen onderscheiden:

  • a.

    bestuurskosten, te onderscheiden naar:

    • 1.

      kosten bezoldiging en schadeloosstelling leden van de Raad;

    • 2.

      overige bestuurskosten;

    • 3.

      accountantskosten;

  • b.

    afbouwkosten, te onderscheiden naar:

    • 1.

      kosten wachtgeldverplichtingen;

    • 2.

      kosten mobiliteitsbevordering;

    • 3.

      kosten loon herplaatsers.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De Sociale verzekeringsbank zendt de minister jaarlijks vóór 1 oktober een begroting voor het daaropvolgende jaar en een meerjarenraming voor de vier jaren daarna betreffende:

Artikel

8

In de begroting en de meerjarenraming van de Sociale verzekeringsbank genoemd in artikel 7, onder a, worden de volgende onderdelen onderscheiden:

  • a.

    de reguliere kosten;

  • b.

    de overige kosten, te onderscheiden naar:

    • 1.

      kosten verbonden aan de vergoeding voor het opstellen van sociale rapportages en verzetsrapportages door de Stichting 1940–1945, de Stichting Pelita en de Stichting Joods Maatschappelijk Werk;

    • 2.

      kosten verbonden aan de vergoeding voor verificatiewerkzaamheden door het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen en het Nederlandse Rode Kruis;

    • 3.

      kosten verbonden aan keuringen door medisch specialisten, het opvragen van medische informatie, buitenlandse posten, door derden verrichtte incidentele werkzaamheden en proceskosten;

    • 4.

      kosten projecten;

    • 5.

      kosten verbonden aan het extern beheer van de informatie en communicatie technologie;

    • 6.

      kosten verbonden aan de afbouw van de Afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen;

    • 7.

      kosten verbonden aan de ondersteuning van de Raad;

    • 8.

      De indirecte kosten voor personeel, huisvestingskosten, bureaukosten, diensten en diversen.

Artikel

8a

Artikel

8b

Artikel

8c

Artikel

8d

De bijdrage, bedoeld in artikel 8c, eerste lid, kan in de loop van enig jaar worden aangepast indien de ontwikkeling van de lonen of prijzen daartoe aanleiding geven.

Artikel

8e

Artikel

8f

Artikel

9a

De minister kan op verzoek van de Sociale verzekeringsbank de artikelen 8a tot en met 8f en 9, eerste lid, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing gelet op het belang dat deze artikelen beogen te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

10

Artikel

11

De egalisatiereserve per 31 december van enig jaar mag niet meer bedragen dan 10% van de laatste vaststelling van de bijdragen bedoeld in artikel 8e, tweede en derde lid.

Artikel

12

De Sociale verzekeringsbank verschaft de minister periodiek de volgende informatie:

  • a.

    verbijzonderd naar de AOR en de specifiekewet voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen waarop de aanvraag is gebaseerd dan wel waaraan het recht wordt ontleend, waarbij wordt aangegeven of de aanvrager of de pensioen- of uitkeringsgerechtigde in het binnen- of buitenland woonachtig is:

    • 1.

      het aantal ingediende aanvragen, verbijzonderd naar categorie, waarbij wordt aangegeven hoeveel daarvan tot een toekenning of afwijzing hebben geleid, dan wel nog niet zijn afgehandeld;

    • 2.

      het aantal ingediende bezwaarschriften, waarbij wordt aangegeven hoeveel daarvan gegrond zijn verklaard, dan wel nog niet zijn afgehandeld;

    • 3.

      het aantal ingediende beroepschriften;

    • 4.

      het aantal nieuwe vaststellingen verbijzonderd naar ‘ambtshalve’ en ‘op verzoek cliënt’;

    • 5.

      bestand pensioen- en uitkeringsgerechtigden in beheer, verbijzonderd naar betaalbare en niet betaalbare pensioenen en uitkeringen;

    • 6.

      anciënniteit van de voorraad nog niet afgehandelde eerste en vervolgaanvragen en bezwaarschriften;

    • 7.

      het percentage beslissingen dat binnen de termijn, binnen de verlengde termijn en buiten de termijn is genomen, verbijzonderd naar een beslissing op een eerste aanvraag, een vervolgaanvraag of een bezwaarschrift.

  • b.

    het aantal ingediende aanvragen op basis van de Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie na-oorlogse generatie, waarbij wordt aangegeven hoeveel daarvan tot een toekenning of afwijzing hebben geleid, al dan niet gevolgd door een bezwaarschrift, dan wel nog niet zijn afgehandeld;

  • c.

    het aantal vastgestelde fouten;

  • d.

    het aantal ingediende klachten;

  • e.

    de resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek;

  • f.

    het aantal adviesaanvragen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet;

  • g.

    de inhoud van nieuwe en gewijzigde beleidsregels voor beschikkingen van de Raad en de Sociale verzekeringsbank als bedoeld in de artikelen 4 en 6, onderdelen a en b, van de wet.

Artikel

13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2011.

Artikel

14

Deze regeling wordt aangehaald als: Bekostigingsregeling Wuvo.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.L.L.E.Veldhuijzen van Zanten-Hyllner

Bijlage

bij artikel 1 van de Bekostigingsregeling Wuvo

Onder product als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, wordt verstaan:

1

Een eerste aanvraag

Er is sprake van een eerste aanvraag indien:

  • a.

    de aanvrager niet eerder aanspraken op de betreffende wet of de AOR heeft doen gelden;

  • b.

    de aanvrager niet eerder voor de betreffende wet is erkend;

  • c.

    de aanvraag aanspraken betreft als nagelaten betrekking van een overledene die geen aanspraken op de betreffende wet of de AOR heeft doen gelden.

2

Een vervolgaanvraag

Er is sprake van een vervolgaanvraag indien:

  • a.

    de aanvrager eerder aanspraken op de betreffende wet of de AOR heeft doen gelden;

  • b.

    de aanvrager eerder voor de betreffende wet is erkend;

  • c.

    de aanvraag aanspraken betreft als nagelaten betrekking van een overledene die aanspraken op de betreffende wet of de AOR heeft doen gelden.

3

Een bezwaarschrift

De werkzaamheden noodzakelijk voor en leidend tot een beslissing op een bezwaarschrift tegen een beslissing van de Pensioen- en Uitkeringsraad dan wel de Sociale verzekeringsbank op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 (Wbp), de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Wbpzo), de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (WIV), de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Wuv), de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Wubo) en de AOR.

4

Een beroepschrift

De werkzaamheden verbonden aan de behandeling van en leidend tot een beslissing van de Centrale Raad van Beroep op een beroepschrift, bestaande uit het samenstellen en verzenden van de inventaris en de processtukken, het opstellen van de contra-memorie en de pleitnotitie en het vertegenwoordigen van de Pensioen- en Uitkeringsraad dan wel de Sociale verzekeringsbank bij de Centrale Raad van Beroep, alsmede de werkzaamheden volgend op een door de Centrale Raad van Beroep gegrond verklaard beroepschrift, noodzakelijk voor en leidend tot een herbeoordeling van een beslissing op een bezwaarschrift.

5

Het beheer

De werkzaamheden noodzakelijk voor en leidend tot een besluit op een aanvraag op grond van de artikelen 42d, eerste lid, van de Wbp, 35i, eerste lid, van de Wbpzo, 49c, eerste lid, van de WIV, 59a, eerste lid, van de Wuv en 60, eerste lid, van de Wubo, alsmede de verwerking van gegevens die aanleiding zijn tot wijziging in het recht op en de hoogte van een pensioen, uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving, waarbij als eenheid geldt de pensioen- of uitkeringsgerechtigde. Voor de telling van het aantal eenheden wordt het aantal pensioen- en uitkeringsgerechtigden genomen bij aanvang van een begrotingsjaar.

6

De uitvoering van de Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie na-oorlogse generatie

De voor de Sociale verzekeringsbank aan de uitvoering van de Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie na-oorlogse generatie verbonden werkzaamheden.