Tijdelijke regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 januari 2012, IVV/I/2012/438, tot verstrekking van een uitkering aan de kunstenaar die op 31 december 2011 recht had op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars (Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden)

Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Artikel

1

Het recht op uitkering

Artikel

2

Mandaat

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente jegens wie het recht op uitkering van de persoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, zou bestaan op grond van artikel 16 van het Uitvoeringsbesluit WWIK, zoals dat luidde op 31 december 2011, is bevoegd om namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met betrekking tot die persoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van deze regeling. Het college kan deze bevoegdheden in een door hem te bepalen omvang mandateren of doorverlenen met inbegrip van de mogelijkheid van ondermandaat en verdere doorverlening.

Artikel

3

Rijksbijdrage

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekt ten laste van ’s Rijks kas aan het college, bedoeld in artikel 2, een eenmalige specifieke uitkering voor de lasten voortvloeiend uit deze regeling. Artikel 47, tweede lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op 31 december 2011, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel

3a

Taak en vergoeding Stichting Cultuur – Ondernemen

Artikel

3b

Uitvoeringskosten Stichting Cultuur – Ondernemen

Artikel

3c

Kostenopgave Stichting Cultuur – Ondernemen

Artikel

3d

Voorschot Stichting Cultuur – Ondernemen

Artikel

3e

Vaststelling vergoeding Stichting Cultuur – Ondernemen

Artikel

4

Inwerkingtreding

Artikel

5

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,P. deKrom

Bijlage

1

als bedoeld in artikel 3c, tweede lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden

Bijlage

2

als bedoeld in artikel 3c, derde lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden

Bijlage

3

als bedoeld in artikel 3c, derde lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden

De krachtens artikel 3a, derde lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden te stellen regels inzake de accountantsverklaring bij de kostenopgave van de Stichting Cultuur – Ondernemen, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden en het onderzoek dat resulteert in de accountantsverklaring

Controle- en rapportageprotocol

1

Inleiding

De Stichting Cultuur – Ondernemen (SC-O) is belast met de advisering als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden.

Het bestuur van de SC-O verantwoordt de over de looptijd van de regeling voor rijksvergoeding in aanmerking komende declarabele adviezen door middel van een door haar ondertekende kostenopgave, als bedoeld in artikel 3a, derde lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden.

Het bestuur van de SC-O draagt zorg voor de tijdige inzending van de kostenopgave en de daarop betrekking hebbende accountantsverklaring. Deze verklaring wordt afgegeven op basis van een onderzoek dat met inachtneming van dit controle- en rapportageprotocol is uitgevoerd.

2

Het accountantsonderzoek

Het onderzoek door de accountant omvat de juistheid en rechtmatigheid van de in de kostenopgave verantwoorde uitvoeringskosten.

Ten behoeve van de juistheid en rechtmatigheid van de aantallen stelt de accountant vast dat adviezen alleen op verzoek van het college zijn uitgebracht, gelet op artikel 3b, eerste lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden.

De controle van de kostenopgave wordt afgesloten met een accountantsverklaring. De accountantsverklaring omvat een oordeel over de juistheid en rechtmatigheid van de in de kostenopgave opgenomen informatie. Voor de verklaring moet worden gebruikgemaakt van het door het ministerie verstrekte formulier van het model dat is opgenomen in bijlage 2 bij de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden.

De goedkeuringstolerantie is 1%. Indien de onjuistheden/onrechtmatigheden groter zijn dan 1%, dan mag geen goedkeurende accountantsverklaring worden afgegeven. In deze situatie wordt op het vervolgblad bij de accountantsverklaring de reden en de omvang van de fout (geëxtrapoleerd naar de massa) aangegeven.

3

Kostenopgave ten behoeve van de Stichting Cultuur – Ondernemen

Met betrekking tot de kostenopgave dienen de volgende taken te worden uitgevoerd:

  • vaststellen dat per uitgebracht advies ten aanzien van wie gedurende de looptijd van de regeling op verzoek van het college advies is uitgebracht, het bedrag wordt gedeclareerd genoemd in artikel 3b, eerste lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden;

  • vaststellen dat de advisering heeft plaatsgevonden op verzoek van het college, gelet op artikel 3b, eerste lid, van de Tijdelijke regeling uitkering aan voormalig WWIK-gerechtigden, waarbij de datum van het afgegeven advies is gelegen in de looptijd van de regeling.