Beleidsregel AFM en DNB toepassing en uitvoering Wfm BES en Wwft BES 2012

De Stichting Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandsche Bank N.V.,
Gelet op de Wet financiële markten BES (Stb. 2011, 612), in het bijzonder de artikelen 2:23, 3:5, 3:8 en 3:9, 3:30, 3:38, 3:44 en 10:5 en hoofdstuk 7;
Gelet op het Besluit financiële markten BES (Stb. 2012, 238), in het bijzonder de artikelen 3:14, 3:19 en 3:21;

BESLUITEN:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

(definities)

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Gezamenlijke beleidsregels van AFM en DNB

§

2.1

Geschiktheid

Artikel

2

(geschiktheid van dagelijks beleidsbepalers en commissarissen)

§

2.2

Betrouwbaarheid

Artikel

3

(conflicterende belangen en fungerende en niet-fungerende lokale PEPs)

§

2.3

Integere bedrijfsuitoefening

Artikel

4

(voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme)

In het toezicht op de naleving van de verplichtingen krachtens de Wwft BES en van de regels met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:8 van de Wfm BES, geven de AFM en DNB overeenkomstige toepassing aan de Provisions and Guidelines on the Detection and Deterrence of Money Laundering and Terrorist Financing van de CBCS, zoals die voor de verschillende sectoren zijn vastgesteld en zoals deze luiden of komen te luiden, alsmede voor zover hiervan niet expliciet wordt afgeweken bij door de AFM of DNB gestelde (nadere) regels of beleidsregels met betrekking tot de voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of de integere bedrijfsuitoefening. Dit betreft de volgende Provisions and Guidelines:

  • a.

    de Provisions and Guidelines on the Detection and Deterrence of Money Laundering and Terrorist Financing for Credit Institutions – May 2011;

  • b.

    de Provisions and Guidelines on the Detection and Deterrence of Money Laundering and Terrorist Financing for Money Transfer Companies – May 2011;

  • c.

    de Provisions and Guidelines on the Detection and Deterrence of Money Laundering and Terrorist Financing for Insurance Companies and Intermediaries (Insurance Brokers) – May 2011;

  • d.

    de Provisions and Guidelines on the Detection and Deterrence of Money Laundering and Terrorist Financing for Administrators of Investment Institutions and Self-Administered Investment Institutions – May 2011; en

  • e.

    de Provisions and Guidelines on the Detection and Deterrence of Money Laundering and Terrorist Financing for Company (Trust) Service Providers – May 2011;

steeds met inbegrip van de Appendix I and II Policy Rule of June 2011, voor zover relevant.

Artikel

5

(beleidsregels en guidelines van de CBCS inzake integere bedrijfsvoering)

In het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:8 van de Wfm BES, geven de AFM en DNB overeenkomstige toepassing aan de volgende beleidsregels en guidelines van de CBCS, voor zover deze relevant zijn voor de betrokken financiële onderneming en zoals deze luiden of komen te luiden, alsmede voor zover hiervan niet expliciet wordt afgeweken bij door de AFM of DNB gestelde (nadere) regels of beleidsregels met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening:

  • a.

    de CBCS Beleidsregel integere bedrijfsvoering bij incidenten en integriteitsgevoelige functies van januari 2011; en

  • b.

    Corporate Governance – Summary of Best Practice Guidelines van november 2006.

Artikel

6

(procedures en maatregelen met betrekking tot incidenten)

In ieder geval in de volgende situaties wordt een financiële onderneming geacht onverwijld, schriftelijk en uit eigen beweging melding te doen aan DNB dan wel aan de AFM van een incident, in de zin van artikel 3:14 van het Bfm BES:

  • a.

    indien sprake is van een daadwerkelijke of voorgenomen aangifte omtrent het incident bij de justitiële autoriteiten;

  • b.

    indien sprake is van een (potentiële) bedreiging voor het voortbestaan van de financiële onderneming;

  • c.

    in geval van een ernstige tekortkoming in de opzet en werking van de maatregelen voor een integere bedrijfsvoering van de financiële onderneming;

  • d.

    in geval van verwachte ernstige mate van publiciteit, financiële gevolgen of reputatieschade voor de financiële onderneming of de financiële sector; of

  • e.

    in geval van een ander voorval van een zodanige ernst of omvang of waarbij sprake is van zodanige andere omstandigheden dat DNB dan wel de AFM redelijkerwijs van dit incident in kennis behoort te worden gesteld, waaronder:

    • interne of externe fraudezaken bij de financiële onderneming;

    • een inval of huiszoeking bij de onderneming door het Openbaar Ministerie of een onderzoek ter plaatse door de Belastingdienst; alsmede

    • rechtszaken die naar het oordeel van de (mede)beleidsbepalers gevolgen met zich kunnen brengen voor de financiële positie of de reputatie van de financiële onderneming of van de financiële sector.

§

2.4

Verrichten van diensten in de openbare lichamen vanuit een vestiging in het buitenland

Artikel

7

(‘initiative test’ bij verrichten van diensten in de openbare lichamen)

Hoofdstuk

3

Beleidsregels van DNB

§

3.1

Inkomende dienstverrichting verzekeraars

Artikel

8

(begrip ‘inkomende dienstverrichting verzekeraars’)

Artikel

9

(termijnen voor notificaties op grond van artikel 2:23 van de Wfm BES)

§

3.2

Integere en beheerste bedrijfsuitoefening

Artikel

10

(provisions, guidelines en policy memoranda van de CBCS)

In het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot de beheerste bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:9 van de Wfm BES, geeft DNB overeenkomstige toepassing aan de volgende provisions and guidelines en policy memoranda van de CBCS, voor zover deze relevant zijn en zoals deze luiden of komen te luiden:

  • a.

    Provisions and Guidelines for Safe and Sound Electronic Banking van december 2007;

  • b.

    Policy Memorandum On the Periodic Filing of a Management Report;

  • c.

    Policy Memorandum – Management of Computer Risks for Senior Management.

Artikel

11

(bedrijfsvoering van een hoofd van een financiële groep)

Op de beheerste bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:44, eerste lid, van de Wfm BES, van een onderneming met zetel in de openbare lichamen die aan het hoofd staat van een groep kredietinstellingen of een groep verzekeraars als bedoeld in artikel 3:45 of 3:46 van deze wet, is het bepaalde in artikel 3:19 van het Bfm BES ten aanzien van de algemene aspecten van de beheerste bedrijfsvoering en artikel 3:21 van het Bfm BES inzake risicomanagement van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

12

(wijzigingen van deze beleidsregel)

Deze beleidsregel kan worden gewijzigd bij besluit van de AFM en DNB gezamenlijk, dan wel bij afzonderlijk besluit van de AFM onderscheidenlijk van DNB, voor zover het domein van de andere toezichtautoriteit door die wijziging niet wordt geraakt.

Artikel

13

(inwerkingtreding)

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2012.

Artikel

14

(citeertitel)

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel AFM en DNB toepassing en uitvoering Wfm BES en Wwft BES 2012.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam
De Nederlandsche Bank N.V., A.J. Kellermann, directeur
J. Sijbrand, directeur
Stichting Autoriteit Financiële Markten R. Gerritse, voorzitter
Th.F. Kockelkoren, bestuurder