Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 5 december 2012 nr. IenM/BSK-2012/239553, ter implementatie en uitvoering van het Europese systeem van handel in broeikasgasemissierechten (Regeling handel in emissierechten)

Regeling handel in emissierechten

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
Gelet op EU-richtlijn nr. 2003/87/EG (handel in broeikasgasemissierechten), de EU-verordeningen nr. 920/2010 (register handel in broeikasgasemissierechten), nr. 1031/2012 (veiling broeikasgasemissierechten), nr. 600/2012 (verificatie en accreditatie emissiehandel) en nr. 601/2012 (monitoring en rapportage emissiehandel), de EU-beschikkingen nr. 280/2004 (register handel in broeikasgasemissierechten) en nr. 2009/450 (nadere interpretatie van bijlage I bij richtlijn 2003/87/EG) en de artikelen 16.6, 16.12, 16.13a, 16.14, 16.21, 16.23, tweede lid, 16.29, 16.32, zesde lid, 16.34b, 16.39b, 16.39h in verbinding met de artikelen 16.12 en 16.14, 16.39j, zevende lid, en 16.45 van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong;

  • biomassabrandstof: gasvormige of vaste brandstof geproduceerd uit biomassa;

  • brandstoffen waarvoor het nultarief geldt: brandstoffen als bedoeld in artikel 3, punt 23, quinqies, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie;

  • CDM-projectactiviteit: projectactiviteit als bedoeld in artikel 16.46b, eerste lid, onderdeel b, van de wet;

  • CDM-raad: raad van bestuur van het mechanisme voor schone ontwikkeling, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van het Protocol van Kyoto;

  • conformiteitsbeoordelingsverklaring: verklaring, afgegeven door een conformiteitsbeoordelingsinstantie, dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de daarin gespecificeerde biomassa is geproduceerd op een wijze die voldoet aan de daarop van toepassing zijnde duurzaamheidseisen die in de verklaring zijn gespecificeerd;

  • erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie: conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen;

  • geaccrediteerde onafhankelijke entiteit: entiteit die is aangewezen volgens de procedure, bedoeld in het overeenkomstig het Protocol van Kyoto genomen besluit 9/CMP.1, Bijlage, sectie E;

  • houtige biomassa: biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van NTA 8003:2017;

  • in aanmerking komende vliegtuigbrandstoffen: duurzame vliegtuigbrandstoffen en andere vliegtuigbrandstoffen die niet van fossiele brandstoffen zijn afgeleid, als bedoeld in artikel 3 quater, zesde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;

  • JI-projectactiviteit: projectactiviteit als bedoeld in artikel 16.46b, eerste lid, onderdeel a, van de wet;

  • Kyotorekening: rekening in het PK-register, bedoeld in artikel 5 van Verordening EU-register handel in emissierechten;

  • meetverantwoordelijke partij: meetverantwoordelijke partij als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

  • minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;

  • multilaterale ontwikkelingsbank: African Development Bank, Asian Development Bank, Caribbean Development Bank, Council of Europe Development Bank, Europees Investeringsfonds, Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, Europese Investeringsbank, Inter American Development Bank, Inter-American Investment Corporation, International Bank for Reconstruction and Development en International Finance Corporation, Multilateral Investment Guarantee Agency of Nordic Investment Bank;

  • nalevingsrapport hydro-elektrische projectactiviteiten: rapport als bedoeld in artikel 58, tweede lid, onderdeel g, onder 1°;

  • onjuiste opgave: omissie, verkeerde voorstelling of fout in het emissieverslag, met uitzondering van de toelaatbare onzekerheid;

  • operationele instelling: instelling die is aangewezen volgens de procedure, bedoeld in het overeenkomstig het Protocol van Kyoto genomen besluit 3/CMP.1, Bijlage, sectie D;

  • pellet: tot vaste brokken samengeperst materiaal in grootteorden van enkele cm;

  • rekeninghouder: houder van een

    • 1°.

      exploitanttegoedrekening als bedoeld in artikel 16 van de Verordening EU-register handel in emissierechten;

    • 2°.

      vliegtuigexploitantrekening als bedoeld in artikel 15 van de Verordening EU-register handel in emissierechten;

    • 3°.

      handelsrekening als bedoeld in artikel 16 van de Verordening EU-register handel in emissierechten;

    • 4°.

      Kyotorekening;

    • 5°.

      maritieme-exploitanttegoedrekening als bedoeld in artikel 15bis van de Verordening EU-register handel in emissierechten; of

    • 6°.

      rekening voor een gereglementeerde entiteit als bedoeld in artikel 15ter van de Verordening EU-register handel in emissierechten;

  • richtlijn (EU) 2018/2001: Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L328);

  • RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • subinstallatie: productenbenchmark-, warmtebenchmark-, stadsverwarming-, brandstofbenchmark- of procesemissies-subinstallatie als bedoeld in artikel 2 van Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;

  • Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 van de Commissie van 31 oktober 2019 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de verdere regelingen voor de aanpassingen van de kosteloze toewijzing van emissierechten als gevolg van veranderingen in het activiteitsniveau betreft (PbEU 2019, L282);

  • Verordening (EU) 648/2012: Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201);

  • wet: Wet milieubeheer.

Artikel

1a

Deze regeling berust mede op richtlijn nr. 2004/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 2004 houdende wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap, met betrekking tot de projectgebonden mechanismen van het Protocol van Kyoto (PbEU L 338), op het op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998, 170, en 1999, 110) en op de artikelen 16.46b, vierde en achtste lid, van de wet.

Artikel

1b

Gegevensuitwisseling

Een transmissie- of distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit per gereglementeerde entiteit de allocatie- en reconciliatiegegevens, die het bestuur van de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen of het gasverbruik door gereglementeerde entiteiten juist en volledig is gerapporteerd.

Artikel

2

Interpretatie en reikwijdte handel in broeikasgasemissierechten luchtvaart

Artikel

3

Begripsbepalingen bij interpretatie handel in broeikasgasemissierechten luchtvaart

Voor de toepassing van artikel 2 en de op dat artikel berustende bijlage wordt verstaan onder:

commerciële luchtvervoersonderneming: een commerciële luchtvervoersonderneming als bedoeld in artikel 3, onder p, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;

CRCO-vrijstellingscode: code voor vluchten aangewezen door het Centraal Bureau voor routeheffingen van de Eurocontrol-organisatie, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart, voor de vrijstelling van vluchten van routeheffingen;

periode van vier maanden: periode van vier maanden, beslaande de maanden januari tot en met april, mei tot en met augustus of september tot en met december;

vlucht: één vluchtsector, zijnde één vlucht of één van een reeks van vluchten die begint op een parkeerplaats van het luchtvaartuig en eindigt op een parkeerplaats van het luchtvaartuig.

Hoofdstuk

2

Monitoring broeikasgasemissies

Afdeling

2.1

Broeikasgasinstallaties

§

2.1.1

Toepassingsbereik en begripsbepalingen

§

2.1.2

Aanvraag vergunning en monitoringsplan

Artikel

5

Aanvraag vergunning

Artikel

6

Aanvraag vergunning voor CO2-transportactiviteiten

Artikel

7

Monitoringsplan

Een monitoringsplan wordt opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel

7a

Vereenvoudigd monitoringsplan

Voor het vereenvoudigd monitoringsplan, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel

7b

Bewakingsregeling uitgesloten broeksgasinstallaties

Artikel

7c

Verzoek toepassen emissiehandelssysteem

Voor het verzoek als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van het besluit, wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel

8

Indienen van bij het monitoringsplan behorende documenten

§

2.1.3

Monitoringsmethodiek en kwaliteitsborging

Artikel

9

Standaarden CO2-emissiefactoren NIR en aardgas

Artikel

10

Duurzaamheid van biomassa

Artikel

11

Bemonsteringsplan

Goedkeuring van het bemonsteringsplan, bedoeld in artikel 33 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, wordt door het bestuur van de emissieautoriteit onthouden, indien dit plan niet voldoet aan de daaraan in die verordening gestelde eisen.

Artikel

12

Laboratoria

Artikel

13

Melding parallelmeting

Artikel

14

Melding geen parallelle meting

Indien degene die de broeikasgasinstallatie exploiteert geen gebruik maakt van de resultaten van een parallelle meting als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, meldt hij dit binnen twee weken nadat de resultaten van die meting bekend zijn geworden aan het bestuur van de emissieautoriteit onder opgave van redenen. Bij deze melding worden bedoelde meetresultaten bijgevoegd.

§

2.1.4

Melden van wijzigingen van het monitoringsplan en met betrekking tot de vergunningsplicht

Artikel

15

Wijzigingen van het monitoringsplan

Artikel

16

Tijdelijke wijzigingen van het monitoringsplan

Tijdelijke wijzigingen van het monitoringsplan, bedoeld in artikel 23 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, worden binnen vijf dagen na het ontstaan van de tijdelijke wijziging gemeld aan het bestuur van de emissieautoriteit.

Artikel

17

Standaardformulier

Voor de meldingen wordt gebruikgemaakt van door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gestelde standaardformulieren.

§

2.1.5

Emissieverslag

Artikel

18

Emissieverslag

Voor het emissieverslag wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

§

2.1.6

Verificatie en het principe van continue verbetering

Artikel

19

Verificatierapport

Voor het verificatierapport, bedoeld in artikel 27 van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, wordt gebruikgemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel

20

Niet afleggen van een bezoek aan een broeikasgasinstallatie

Het verzoek om goedkeuring om geen bezoek af te leggen als bedoeld in artikel 31 van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel wordt uiterlijk op 31 december van het jaar waarover verslag wordt uitgebracht ingediend bij het bestuur van de emissieautoriteit.

Artikel

21

Periodiek verslag verbetering van de monitoringsmethode

Vervallen

Afdeling

2.2

Luchtvaartactiviteiten

§

2.2.1

Algemeen

§

2.2.2

Monitoringsplan

Artikel

23

Standaardformulier voor het monitoringsplan voor geverifieerde emissies

De monitoringsplannen, bedoeld in artikel 52, eerste en tweede lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, worden opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel

24

Indienen van bij het monitoringsplan behorende documenten

Artikel

25

Eenvoudig monitoringsplan

Vervallen

§

2.2.3

Monitoringsmethodiek broeikasgasemissies

Artikel

26

Gebruik brandstoffen waarvoor het nultarief geldt en in aanmerking komende vliegtuigbrandstoffen

Artikel

26a

Gebruik door scheepvaartmaatschappijen van brandstoffen waarvoor het nultarief geldt

§

2.2.4

Goedkeuring van het monitoringsplan voor geverifieerde emissies

Artikel

27

Termijn goedkeuring monitoringsplan voor geverifieerde emissies

Het bestuur van de emissieautoriteit beslist omtrent goedkeuring van een monitoringsplan als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage, en de artikelen 16.39d, eerste lid, 16.39j, vierde lid, en 16.39n, tweede lid, tweede volzin, in verbinding met artikel 16.39j, vierde lid, van de wet binnen vier maanden na de dag waarop dit bestuur het ontwerp van het monitoringsplan heeft ontvangen.

§

2.2.5

Emissieverslag, CORSIA-emissieverslag en aanleveren geverifieerde emissiegegevens

Artikel

28

Emissieverslag en CORSIA-emissieverslag

Artikel

29

Aanvraag voor kosteloze toewijzing emissierechten luchtvaart

Artikel

29a

Aanleveren geverifieerde annuleringsrapportage van CORSIA eenheden

§

2.2.6

Verificatie en het principe van continue verbetering

Artikel

30

Verificatierapport en continue verbetering

Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op luchtvaartactiviteiten.

Afdeling

2.3

Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren

§

2.3.1

Toepassingsbereik en algemeen

Artikel

30b

Verordening monitoring en rapportage emissiehandel

Voor de gereglementeerde entiteit zijn de artikelen 75a, 75b, 75e, tot en met 75t van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van toepassing.

§

2.3.2

Vergunning en monitoringsplan

Artikel

30c

Aanvraag vergunning

Artikel

30d

Monitoringsplan

Artikel

30e

Vereenvoudigd monitoringsplan

Voor het vereenvoudigd monitoringsplan, bedoeld in artikel 75b, eerste lid, in verbinding met artikel 13, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel

30f

Indienen van bij het monitoringsplan behorende documenten

Artikel

30g

Inhoud vergunning

Een vergunning bevat ten minste:

  • a.

    de naam en het adres van de gereglementeerde entiteit;

  • b.

    een beschrijving van de wijze waarop de gereglementeerde entiteit de brandstoffen tot verbruik uitslaat in de sectoren bedoeld in bijlage II van het Besluit handel in emissierechten;

  • c.

    een lijst van de brandstoffen die de gereglementeerde entiteit tot verbruik uitslaat in de sectoren bedoeld in bijlage II van het Besluit handel in emissierechten;

  • d.

    een monitoringsplan dat voldoet aan de eisen die uit hoofde van Verordening monitoring en rapportage emissiehandel zijn vastgesteld;

  • e.

    de rapportagevereisten die uit hoofde van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel zijn vastgesteld;

  • f.

    de verplichting om een hoeveelheid emissierechten in te leveren overeenkomstig het gestelde in artikel 16.39aj van de wet.

§

2.3.3

Melden van wijzigingen van het monitoringsplan en met betrekking tot de vergunningsplicht

Artikel

30h

Wijzigingen van het monitoringsplan

Artikel

30i

Wijzigingen met betrekking tot de vergunningplicht

Artikel

30j

Standaardformulier

Voor de meldingen, bedoeld in 30h en 30i, wordt gebruikgemaakt van door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gestelde standaardformulieren.

§

2.3.4

Emissieverslag en verslag doorberekende kosten eindgebruiker

Artikel

30k

Emissieverslag

Voor het emissieverslag wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel

30l

Verslag doorberekende kosten eindgebruiker

Het verslag, bedoeld in artikel 16.39af van de wet, wordt ingediend overeenkomstig de vereisten en modellen vastgesteld bij de uitvoeringshandelingen conform artikel 30septies, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.

§

2.3.5

Verificatie en het principe van continue verbetering

Artikel

30m

Verificatierapport

Voor het verificatierapport, bedoeld in artikel 43i van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, wordt gebruikgemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Afdeling

2.4

Voorkomen dubbeltelling

Artikel

30n

Voorkomen dubbeltelling

Vervallen

Hoofdstuk

3

Toewijzing broeikasgasemissierechten

§

3.1

Aanwijzing veiler

Artikel

31

Als veiler als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van Verordening inzake tijdstippen, beheer en andere aspecten van veiling van broeikasgasemissierechten, verantwoordelijk voor het veilen van broeikasgasemissierechten voor Nederland, wordt aangewezen het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit.

§

3.2

Verstrekken van gegevens ten behoeve van de kosteloze toewijzing van emissierechten voor de periode 2021–2025

Artikel

32

Toepassingsbereik

Vervallen

Artikel

33

Gegevensverstrekking

Vervallen

Artikel

34

Overleggen methodologieverslag

Vervallen

Artikel

35

Standaardformulier

Vervallen

Artikel

36

Algemene eisen inzake de bepaling van in artikel 33 bedoelde gegevens

Vervallen

Artikel

37

Ontbreken van gegevens

Vervallen

Artikel

38

Verificatierapport van de verificateur

Vervallen

Artikel

39

Verificatiewerkzaamheden

Vervallen

Artikel

40

Informatieverplichting met betrekking tot verificatie

Vervallen

Artikel

41

Eisen aan verificateur

Vervallen

Artikel

41a

Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op broeikasgasinstallaties waarin een of meer activiteiten worden verricht, die behoren tot een categorie die is aangewezen in bijlage 1 bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten en die in aanmerking komen voor kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten op grond van artikel 11 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.

Artikel

41b

Aanvraag kosteloze toewijzing

Artikel

41c

Overleggen monitoringmethodiekplan

Artikel

41d

Wijzigingen monitoringmethodiekplan

Artikel

41e

Standaardformulier verificatierapport van de verificateur

Het op grond van artikel 27 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de verificatie en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2018, L334) opgestelde verificatierapport wordt opgesteld en overgelegd op een door het bestuur van de emissieautoriteit aangegeven wijze en met gebruikmaking van een standaardformulier dat door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

Artikel

41f

Standaardformulier aanvraag uitsluiting broeikasgasinstallaties die minder dan 2 500 ton uitstoten

Artikel

41g

Verslag activiteitsniveau

Artikel

41h

Verslag activiteitsniveau voldoet niet

Artikel

41i

Conditionaliteit voor energiebesparing

Artikel

41j

Klimaatneutraliteitsplan

Artikel

41k

Uitfasering kosteloze toewijzing broeikasgasemissierechten

De hoeveelheid kosteloze emissierechten voor de producten in Annex I van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens, bedoeld in artikel 16.28, vijfde lid, van de wet, worden verlaagd overeenkomstig de volgende percentages:

2024

100

2025

100

2026

97,5

2027

95

2028

90

2029

77,5

2030

51,5

2031

39

2032

26,5

2033

14

Vanaf 2034

0

§

3.3

Toewijzing aan nieuwkomers in de periode 2021–2025

Artikel

42

Toewijzing aan nieuwkomers in de periode 2013–2020

Vervallen

Artikel

42a

Toewijzing aan nieuwkomers in de periode 2021–2025

Artikel

42b

Goedkeuring monitoringsmethodiekplan nieuwkomers

§

3.4

Toepassing artikel 16.34a van de wet

Artikel

43

Aanleveren gegevens bij een voornemen tot wijziging van het toewijzingsbesluit

§

3.4a

Toepassing artikel 16.35c, vijfde lid, van de wet

Artikel

43a

De wijze waarop de gemiddelde marktprijs van een broeikasgasemissierecht wordt bepaald

De gemiddelde marktprijs van een broeikasgasemissierecht, bedoeld in artikel 16.35c, vijfde lid, van de wet, wordt bepaald door de hoeveelheid terug te vorderen broeikasgasemissierechten te vermenigvuldigen met het gemiddelde van de veilingprijs van de tien veilingen waarin de vraag naar broeikasemissierechten in ieder geval leidt tot een veilingprijs boven de reserveprijs, onmiddellijk voorafgaand aan de dagtekening van het dwangbevel, bedoeld in artikel 16.35c, tweede lid, van de wet, waarin Nederland broeikasgasemissierechten heeft aangeboden.

§

3.5

Wijzigingen broeikasgasinstallatie

Artikel

44

Melding beëindiging werking broeikasgasinstallatie

Artikel

45

Melding beëindiging werking subinstallatie

Artikel

46

Hervatten productie broeikasgasinstallatie

Vervallen

Artikel

47

Vermindering capaciteit broeikasgasinstallatie

Vervallen

Artikel

48

Melding en regels inzake activiteiten in reserve, achtervang of parallelle eenheid (artikel 2, tweede lid, onderdeel e, onder 4°, van het Besluit handel in emissierechten)

Artikel

49

Formulier en verificatierapport van de verificateur

Artikel

50

Melden wijzigingen periode 1 juli 2011 tot 1 juli 2012

Vervallen

Hoofdstuk

4

Register

Artikel

51

Voorwaarden openen en onderhouden persoonstegoed- of handelsrekening

Artikel

52

Vergoeding dienstverlening aan rekeninghouder

Vervallen

Artikel

53

Aan te leveren informatie aan de nationale administrateur

Artikel

54

Weigering tegoedrekening

Artikel

55

Schorsing persoonstegoedrekening of toegang tot de rekening

Indien een opsporingsdienst een redelijk vermoeden heeft dat met een rekening fraude wordt gepleegd, geld wordt witgewassen, terrorisme wordt gefinancierd of andere ernstige strafbare feiten worden gepleegd, kan die opsporingsdienst de nationale administrateur verzoeken om schorsing van:

  • a.

    de toegang tot de rekening overeenkomstig artikel 30, derde lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten;

  • b.

    de toegang tot de desbetreffende broeikasgasemissierechten overeenkomstig artikel 66, eerste lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten.

Artikel

56

Verplichtingen voor de houder van een exploitanttegoedrekening, de houder van een vliegtuigexploitanttegoedrekening en de verificateur

Vervallen

Artikel

57

Bevoegdheid tot opschorten storting toegewezen broeikasgasemissierechten

Hoofdstuk

4a

Instemming deelname Kyoto-projecten

Artikel

58

Vervallen

Artikel

59

Vervallen

Artikel

60

Vervallen

Artikel

61

Vervallen

Artikel

62

Vervallen

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

63

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Artikel

64

Intrekking regelingen en overgangsrecht handel in NOx-emissierechten

Artikel

64a

Overgangsrecht Fase III ETS 2013-2020

De artikelen 1, 5, 6, 7, 10, 12, 18, 23, 24, 25, 43, 44, 45, 46, 47, 49, 52 en 57, de paragrafen 3.2, 3.2a en 3.3 en de opschriften van afdeling 2.1 en paragraaf 3.2b, zoals die luidden voor 1 juli 2020, en de artikelen 51, 55 en 56, zoals die luidden voor 1 januari 2021, blijven van toepassing op emissies van broeikasgassen in de periode tot 1 januari 2021 en op broeikasgasemissierechten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer die zijn toegewezen en verleend of geveild voor de periode tot 1 januari 2021.

Artikel

65

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling handel in emissierechten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,W.J.Mansveld.

Bijlage

1

behorend bij artikel 2

  • 1.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    • a.

      Deze vluchten worden geïnterpreteerd overeenkomstig het exclusieve doel van de vluchten.

    • b.

      Onder ‘directe familie’ wordt uitsluitend verstaan: echtgenoot, elke als gelijkwaardig aan de echtgenoot beschouwde partner, kinderen en ouders.

    • c.

      Onder ‘ministers van de regering’ wordt verstaan: leden van de regering van het desbetreffende land. Als zodanig worden niet aangemerkt leden van regionale of lokale regeringen van dat land.

    • d.

      Onder ‘officiële dienstreis’ wordt verstaan: dienstreis waarbij betrokkene in een officiële hoedanigheid optreedt.

    • e.

      Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.

    • f.

      Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘S’, voor zover dit wordt bevestigd door een overeenkomstige statusindicator in het vluchtplan.

  • 2.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder b, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    • a.

      Onder ‘militaire vluchten’ wordt verstaan: vluchten die rechtstreeks verband houden met het verrichten van militaire activiteiten.

    • b.

      Onder deze vluchten vallen niet militaire vluchten die worden uitgevoerd door civiel geregistreerde luchtvaartuigen en evenmin civiele vluchten die worden uitgevoerd door militaire luchtvaartuigen.

    • c.

      Onder douane- en politievluchten worden zowel begrepen door civiel geregistreerde luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten als door militaire luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten.

    • d.

      Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘M’, ‘X’ en ‘P’.

  • 3.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder c, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    • a.

      Onder deze vluchten worden mede verstaan veerdienst- en positioneringsvluchten die worden uitgevoerd met het oog op deze vluchten alsmede vluchten tijdens welke uitsluitend rechtstreeks bij het verlenen van de gerelateerde diensten betrokken uitrusting en personeel worden vervoerd. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen met behulp van publieke of private middelen uitgevoerde vluchten.

    • b.

      Onder ‘vluchten in verband met opsporing en redding’ wordt verstaan: vluchten tijdens welke opsporings- en reddingsdiensten worden verleend. Hierbij wordt onder ‘opsporings- en reddingsdienst’ verstaan: uitvoering van taken in verband met de bewaking van noodsituaties, communicatie, coördinatie en opsporing en redding, eerste medische hulpverlening of medische evacuatie, met behulp van publieke en private middelen, met inbegrip van samenwerkende luchtvaartuigen, schepen en andere vaartuigen, en installaties.

    • c.

      Onder ‘vluchten in het kader van brandbestrijding’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van de verlening van diensten voor brandbestrijding vanuit de lucht, zijnde het gebruik van luchtvaartuigen om natuurbranden te bestrijden.

    • d.

      Onder ‘humanitaire vluchten’ wordt verstaan: uitsluitend voor humanitaire doeleinden uitgevoerde vluchten die bedoeld zijn om hulpverleningspersoneel en hulpgoederen zoals voedsel, kleding, onderdak en medische en andere goederen tijdens of na een noodsituatie of ramp te vervoeren of om personen uit een plaats waar hun leven of gezondheid door die noodsituatie of ramp wordt bedreigd te evacueren naar een toevluchtsoord in dat land of een ander land dat bereid is dergelijke personen op te vangen.

    • e.

      Onder ‘medische noodvluchten’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend tot doel hebben de verlening van medische noodhulp te vergemakkelijken, indien onmiddellijk en snel vervoer essentieel is, door het vervoeren van medisch personeel, medische benodigdheden, met inbegrip van uitrusting, bloed, organen en geneesmiddelen, of zieken of gewonden en andere direct betrokkenen.

    • f.

      Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘H’ en ‘R’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/SAR, STS/FFR, STS/HUM, STS/MEDEVAC of STS/HOSP.

  • 4.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder f, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘T’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als RMK/‘Training flight’.

  • 5.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder g, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    • a.

      Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.

    • b.

      Voor vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op wetenschappelijk onderzoek geldt dat het wetenschappelijk onderzoek geheel of gedeeltelijk tijdens de vlucht wordt uitgevoerd. Het vervoer van wetenschappers of onderzoeksuitrusting is hiervoor op zich niet voldoende.

    • c.

      Als vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op het controleren, testen of certificeren van luchtvaartuigen of grond- of boordapparatuur worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘N‘ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/FLTCK.

  • 6.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    Onder vluchten in het kader van openbaredienstverplichtingen (ODV) binnen ultraperifere gebieden worden uitsluitend verstaan ODV-vluchten binnen één ultraperifeer gebied of tussen twee ultraperifere gebieden.

  • 7.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    • a.

      Het commerciële kenmerk houdt verband met de exploitant en niet met de desbetreffende vluchten. In verband hiermee worden alle door een commerciële luchtvervoersonderneming uitgevoerde vluchten in aanmerking genomen om te bepalen of die exploitant onder bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten valt, ook al worden die vluchten niet tegen vergoeding uitgevoerd.

    • b.

      Vluchten die onder bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a tot en met i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vallen, blijven buiten beschouwing.

    • c.

      De lokale tijd van vertrek van de vlucht bepaalt welke periode van vier maanden in aanmerking wordt genomen om te bepalen of een exploitant onder of boven de drempels, bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, eerste gedachtestreepje, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, valt.

    • d.

      Uitsluitend in aanmerking worden genomen vluchten die vertrekken van of aankomen op een luchtvaartterrein dat gelegen is op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Trb. 1957, 16) van toepassing is, waarbij onder ‘luchtvaartterrein’ wordt verstaan: een afgebakende zone op het land of op het water, met inbegrip van gebouwen, installaties en uitrusting, bestemd om geheel of gedeeltelijk te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en het grondverkeer van luchtvaartuigen.

  • 8.

    Op vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, tweede alinea, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, zijn het eerste tot en met zevende lid van deze bijlage mede van toepassing op de vluchten als bedoeld onder b.

Bijlage

2

behorend bij artikel 58, derde lid

Vervallen