Besluit van de directeur-generaal van Rijkswaterstaat van 11 maart 2013, met kenmerk RWS/SDG-2013/12895, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging (Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013)

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013

Artikel

2

Mandatering plaatsvervangend directeur-generaal, chief financial officer en chief operations officer

Artikel

3

Bevoegdheden voorbehouden aan de directeur-generaal, de plaatsvervangend directeur-generaal en de chief financial officer

Aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat, de plaatsvervangend directeur-generaal en de chief financial officer blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het opstellen van circulaires die een verzoek, gericht tot een groep van personen of instanties buiten de rijksoverheid, om medewerking of inlichtingen bevatten.

Artikel

4

Mandatering Rijkswaterstaat Bestuursstaf

De aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat verleende bevoegdheden worden, met inachtneming van de artikelen 3 en 12, eveneens gemandateerd aan de directeuren van de Rijkswaterstaat Bestuursstaf.

Artikel

5

Mandatering regionale en centrale organisatieonderdelen

Artikel

6

Mandatering centrale organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Corporate Dienst

Artikel

7

Mandatering Corporate Taken en overige mandatering

Artikel

8

Mandatering centrale organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Nova

Vervallen

Artikel

9

Verlening volmacht en machtiging

Artikel

10

Bevoegdheid bij afwezigheid

Artikel

11

Grensbedragen

Artikel

12

Voorbehouden en beperkingen

Ten aanzien van de in dit besluit verleende bevoegdheden gelden de in de bijlage bij dit besluit opgenomen voorbehouden en beperkingen.

Artikel

13

Instructies

Artikel

14

Bevoegdheid bij organisatieonderdeel overschrijdende aangelegenheden

Artikel

14a

Op verleende bevoegdheden in mandaat, volmacht en machtiging aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat of aan een andere functionaris binnen Rijkswaterstaat door een ander bestuursorgaan dan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, is dit besluit van overeenkomstige toepassing, tenzij betreffend besluit tot verlening van bevoegdheden in mandaat, volmacht en machtiging zelf in het onderwerp van dit besluit voorziet.

Artikel

15

Slotbepalingen

Artikel

16

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2013.

Artikel

17

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de in dit besluit genoemde functionarissen.

Den Haag
De directeur-generaal Rijkswaterstaat, J.H. Dronkers

Bijlage

bij artikel 12 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013

In aanvulling op artikel 3 wordt, conform deze bijlage, het uitoefenen van de bevoegdheden voor bepaalde categorieën besluiten voorbehouden aan de bepaalde functionarissen en/of beperkt door de eis van voorafgaande instemming van een functionaris op een hoger niveau.

Voorbehouden en beperkingen

  • 1.

    Aan de directeur-generaal zijn voorbehouden de volgende HRM-bevoegdheden, welke alleen mogen worden uitgeoefend nadat voorafgaande schriftelijke instemming van de secretaris-generaal is verkregen:

    • Afhandelen van formatieaangelegenheden met betrekking tot functies die rechtstreeks onder de hoofdingenieur-directeur van een regionaal of centraal organisatieonderdeel vallen;

    • Afwijken van de hoofdlijnen van het departementale personeelsbeleid, formatiebeleid en management ontwikkelingsbeleid;

    • Ontslag door middel van:

    • Toekennen van een materiële schadevergoeding die verband houdt met een ontslag wegens verstoorde arbeidsverhouding dan wel (het sluiten van) een beëindigingsovereenkomst in de zin van artikel 670b Burgerlijk Wetboek, indien de daaraan verbonden kosten – exclusief de kosten van een ontslaguitkering en een transitievergoeding – meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;

  • 2.

    Aan de directeur-generaal zijn voorbehouden de volgende HRM-bevoegdheden:

    • Het vaststellen van de structuur van een organisatieonderdeel tot en met het niveau van afdeling;

    • Het vaststellen van de functies en benoemen van leden en waarnemend leden in een directieteam van een organisatieonderdeel;

    • Het benoemen van (waarnemend) functionarissen die rechtstreeks onder de chief financial officer of de hoofdingenieur-directeur vallen;

    • Het vaststellen van de functie en het benoemen van een (waarnemend) Programma- of Projectdirecteur;

    • Het vaststellen van de functie en het benoemen van een (waarnemend) Strategisch Adviseur;

    • Het vaststellen van de functie van afdelingshoofd;

    • Het vaststellen en wijzigen van alle overige functies met een schaalniveau schaal 15 of hoger;

    • Vaststellen van de vaste vergoeding voor dienstreizen voor zover het groepen personeel betreft die voorkomen bij meerdere organisatieonderdelen;

    • Toekennen van vacatiegeld of vaste beloningen in afwijking van de Wet vergoedingen adviescolleges en het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies;

    • Ontslag door middel van:

      • a)

        Opzegging van de arbeidsovereenkomst met de ambtenaar die uit een vertrouwensfunctie moet worden ontheven, als bedoeld in artikel 12, tweede lid, Ambtenarenwet;

      • b)

        Een verzoek aan de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een van de volgende in artikel 7:669, lid 1 en lid 3 onder d en g Burgerlijk Wetboek opgenomen gronden:

        • ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer (d-grond);

        • verstoorde arbeidsrelatie (g-grond);

      • Besluiten over toekenning van immateriële schadevergoedingen.

  • 3.

    Aan de directeur-generaal, de chief financial officer en de hoofdingenieur-directeur zijn voorbehouden de volgende HRM-bevoegdheden, welke alleen mogen worden uitgeoefend nadat voorafgaande schriftelijke instemming van de secretaris-generaal is verkregen:

    • Ontslag door middel van opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens het vervallen van arbeidsplaatsen als gevolg van beëindiging van de werkzaamheden of bedrijfseconomische omstandigheden in de zin van artikel 7:669, lid 1 en lid 3 onder a Burgerlijk Wetboek (a-grond);

    • Bewust belonen, indien deze beloning een bruto maandsalaris te boven gaat;

    • Vaststellen van werklocaties die niet praktisch met het openbaar vervoer bereikt kunnen worden.

    • Aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd nadat de arbeidsovereenkomst wegens bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van rechtswege is geëindigd.

    Het verkrijgen van instemming van de secretaris-generaal verloopt via de directeur- generaal.

  • 4.

    Aan de chief financial officer en de hoofdingenieur-directeur zijn voorbehouden de volgende HRM-bevoegdheden, welke alleen mogen worden uitgeoefend nadat zij voorafgaande schriftelijke instemming van de directeur-generaal hebben verkregen:

    • Toekennen van een materiële schadevergoeding indien deze schadevergoeding meer bedraagt dan netto € 15.000;

    • Opleggen van een straf wegens het niet gedragen als een goed ambtenaar dan wel na disciplinair onderzoek afzien van het opleggen van een straf, niet zijnde de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer in de zin van artikel 7:669, lid 1 en lid 3 onder e, dan wel dringende reden in de zin van artikel 7:677 jo 678 Burgerlijk Wetboek;

    • Ontslag door middel van een verzoek aan de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een van de volgende in artikel 7:669, lid 1 en lid 3 onder f en h Burgerlijk Wetboek opgenomen gronden:

      • weigering de bedongen arbeid te verrichten vanwege gewetensbezwaar (fgrond);

      • andere omstandigheden (h-grond);

    • Toekennen van een materiële schadevergoeding die verband houdt met een ontslag wegens verstoorde arbeidsverhouding dan wel (het sluiten van) een beëindigingsovereenkomst in de zin van artikel 670b Burgerlijk Wetboek, indien de daaraan verbonden kosten – exclusief de kosten van een ontslaguitkering en een transitievergoeding – niet meer bedragen dan drie bruto maandsalarissen;

  • 5.

    Aan de chief financial officer en de hoofdingenieur-directeur zijn voorbehouden de volgende HRM-bevoegdheden:

    • Het vaststellen van de formatie-inhoud, formatieomvang en niveau van de functies tot en met schaal 14;

    • Het benoemen van de direct onder de directeuren ressorterende leidinggevende functionarissen;

    • Het vaststellen van de teams binnen structuur onder afdelingsniveau met inachtneming van de afspraken die binnen Rijkswaterstaat zijn gemaakt over de uniforme inrichting van organisatie-eenheden.

    • Ontslag door middel van:

  • 6.

    Aan de hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Corporate Dienst, diens directeur Communicatie, Personeel en Recht van de Rijkswaterstaat Corporate Dienst en aan de gemandateerde afdelingshoofden en senior-adviseurs werkzaam bij de Directie Communicatie, Personeel en Recht van de Rijkswaterstaat Corporate Dienst zijn voorbehouden de volgende bestuurlijk-juridische en civielrechtelijke bevoegdheden:

    • Opdrachtverlening aan externe advocaten, waaronder begrepen het inschakelen van het kantoor van de Landsadvocaat;

    • Aangaan van en voeren van verweer:

      • in civielrechtelijke procedures, waaronder begrepen arbeidsrechtelijke procedures;

      • in arbitrages;

      • in surseances, faillissementen, derde-beslagen, verpandingen en cessies;

      • inzake het opleggen van sancties aan opdrachtnemers c.q. bedrijven en instanties, met uitzondering van kortingen en boetes die voortvloeien uit contractbepalingen, en

      • inzake het geheel of gedeeltelijk matigen of kwijtschelden van kortingen of boetes die krachtens een contract aan een opdrachtnemer zijn opgelegd;

    • Behandelen van een geschil door middel van mediation of bindend advies, voor zover verband houdend met de onder voorgaand punt genoemde procedures;

    • Voorbereiden van onteigeningsbeschikkingen en het voeren van bekrachtigingsprocedures;

    • Behandelen van bezwaar en (hoger) beroep voor de bevoegde rechter ten aanzien van verleggingen van kabels en leidingen;

    • Behandelen van vorderingen inzake schade veroorzaakt door derden aan rijkseigendom in beheer bij Rijkswaterstaat, anders dan bij uitvoering van werkzaamheden in opdracht van Rijkswaterstaat;

    • Behandelen en afwikkelen van claims inzake materiële en immateriële schade aan derden veroorzaakt door Rijkswaterstaat als vaarweg- en wegbeheerder;

    • Het inschakelen van experts ten behoeve van schadezaken;

    • Behandelen en afwikkelen van letselschadezaken als gevolg van ongevallen, dienstongevallen of beroepsziekten;

    • Behandelen en afwikkelen van gedoogplichtbeschikkingen, met uitzondering van de gedoogplichten als bedoeld in artikel 10.16 van de Omgevingswet;

    • Behandelen en afwikkelen van nadeelcompensatie;

    • Behandelen en afwikkelen van onttrekkingen van wegen aan de openbaarheid op grond van de Wegenwet;

    • Behandelen en afwikkelen van overdrachten van waterstaatswerken op grond van de Waterstaatswet 1900;

    • Behandelen en afwikkelen van (hoger) beroep inzake besluiten als bedoeld in onderdeel 9 van deze Bijlage;

    • Behandelingen en afwikkelen van beroep inzake een ontheffing van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage.

  • 7.

    Aan de hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Corporate Dienst zijn de volgende bevoegdheden voorbehouden:

    • Na afstemming met de chief financial officer de comptabele bevoegdheid tot het doen van voorstellen aan de hoofddirectie Financiën, Management en Control aangaande het openen, wijzigen of opheffen van een bankrekening voor zakelijk gebruik op naam van Rijkswaterstaat, als bedoeld in artikel 8, lid 3 van het Besluit kasbeheer 1998;

    • Na afstemming met de chief financial officer de comptabele bevoegdheid tot het doen van voorstellen aan de hoofddirectie Financiën, Management en Control aangaande het openen, wijzigen of opheffen van een bankrekening voor zakelijk gebruik op naam van Rijkswaterstaat;

  • 8a.

    Aan de hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Corporate Dienst en diens directeur Facilitair en Financiën zijn voorbehouden de volgende comptabele bevoegdheden, welke alleen mogen worden uitgeoefend nadat instemming is verkregen van de hoofddirecteur Financiën, Management en Control:

    • Het kwijtschelden van een vordering wat bij of krachtens een specifieke wet plaatsvindt die het bedrag van € 500.000 overstijgt;

    • Het kwijtschelden van een vordering wat niet bij of krachtens een specifieke wet plaatsvindt;

    • Het buiten invordering stellen van een vordering die niet op basis van een administratieve organisatie procedure plaatsvindt als het bedrag de € 5.000 overstijgt;

    • Het buiten invordering stellen van een vordering die op basis van een administratieve organisatie procedure plaatsvindt als het bedrag de € 25.000 overstijgt;

    • Het verrichten van een schenking aan een derde van een aan de Staat toebehorende niet-geldelijke roerende zaak en niet bij of krachtens de wet geregeld.

    De genoemde bedragen zijn inclusief eventuele omzetbelasting.

  • 8b.

    Aan de hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Corporate Dienst en diens directeur Facilitair en Financiën zijn voorbehouden de volgende comptabele bevoegdheden:

    • Het kwijtschelden van een vordering wat bij of krachten een specifieke wet plaatsvindt als het bedrag gelijk of kleiner is dan € 500.000;

    • Het buiten invordering stellen van een vordering die niet op basis van een administratieve organisatie procedure plaatsvindt als het bedrag gelijk of kleiner is dan € 5.000;

    • Het buiten invordering stellen van een vordering die op basis van een administratieve organisatie procedure plaatsvindt als het bedrag gelijk of kleiner is dan € 25.000;

    • Het verrichten van een schenking aan een derde van een aan de Staat toebehorende niet-geldelijke roerende zaak indien het schenken bij of krachtens de wet is geregeld of indien de schenking voortvloeit uit een beleid gericht op de aanschaf van zaken met het oog op schenking aan derden.

    De genoemde bedragen zijn inclusief eventuele omzetbelasting.

  • 9.

    Aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving, diens directeur Leefomgeving en aan de gemandateerde afdelingshoofden werkzaam bij de directie Leefomgeving van het organisatieonderdeel Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving zijn voorbehouden de volgende bevoegdheden op het gebied van milieu en leefomgeving, mobiliteit en klimaat voor zover het betreft:

  • 10.

    Aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zee en Delta, diens directeuren en gemandateerde afdelingshoofden zijn voorbehouden:

    • a.

      het uitoefenen van de beheersbevoegdheden ten aanzien van de tot het regionale beheersgebied behorende territoriale zee en exclusieve economische zone van de BES-eilanden, als bedoeld in de Wet maritiem beheer BES, en

    • b.

      het nemen van besluiten en het sluiten van overeenkomsten in het kader van de uitvoering van de Wet bescherming Antarctica en het verrichten van handelingen ter voorbereiding en ter uitvoering van bedoelde besluiten en overeenkomsten;

    • c.

      het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de artikelen 27 en 28 van de Wet windenergie op zee, inclusief het nemen van beslissingen op bezwaar tegen bedoelde besluiten en het instellen van (hoger) beroep.

  • 11.

    Aan de hoofdingenieur- directeur en diens directeuren, is voorbehouden het nemen van besluiten op verzoeken als bedoeld in de Wet open overheid, tenzij het verzoek:

    • afgewezen kan worden omdat binnen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geen documenten zijn die betrekking hebben op het verzoek;

    • bij herhaling in eenzelfde kwestie op gelijke wijze kan worden afgedaan als reeds eerder is geschied, of

    • niet in behandeling wordt genomen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

    De laatste drie categorieën besluiten kunnen tevens door diens afdelingshoofden genomen worden.

  • 12.

    Aan de hoofdingenieur-directeur Rijkswaterstaat Programma’s, Projecten en Onderhoud, diens directeuren en aan de gemandateerde afdelingshoofden, project- of programmamanagers – Portfoliomanagement, project- of programmamanagers en projectleiders zijn voorbehouden de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 1 en 2 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur-generaal Rijkswaterstaat voor geluidwerende maatregelen spoorwegen.