Bij ministeriële regeling kan het bedrag, genoemd in het eerste lid, ieder jaar per 1 januari worden gewijzigd op grond van de ontwikkeling die het basiskinderbijslagbedrag op grond van artikel 13, derde lid, van de wet heeft ondergaan in de periode 2 juli tot en met 1 juli direct daaraan voorafgaand.
3
Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.
Artikel
4
Inkomen uit vakantiewerk
1
Inkomen tot een totaalbedrag van € 1.300 dat het kind tijdens de zomervakantie uit arbeid verwerft, voor zover deze arbeid niet voor een langere periode ook buiten de zomervakantie wordt verricht en mits deze arbeid geen deel uitmaakt van de studie of beroepsopleiding die dat kind volgt, wordt niet als inkomen als bedoeld in artikel 2 aangemerkt.
2
Bij ministeriële regeling kan het bedrag, genoemd in het eerste lid, ieder jaar per 1 januari worden gewijzigd op grond van de ontwikkeling die het basiskinderbijslagbedrag op grond van artikel 13, derde lid, van de wet heeft ondergaan in de periode 2 juli tot en met 1 juli direct daaraan voorafgaand.
3
Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.
Hoofdstuk
3
Het onderhoud van het kind
Artikel
5
Bedrag onderhoud van het kind voor enkele kinderbijslag dat niet tot het huishouden van de verzekerde behoort
1
Het bedrag van de door de verzekerde aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage om voor kinderbijslag in aanmerking te komen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de wet, is € 416 per kalenderkwartaal.
2
Bij ministeriële regeling kan het bedrag, genoemd in het eerste lid, ieder jaar per 1 januari worden gewijzigd op grond van de ontwikkeling die het basiskinderbijslagbedrag op grond van artikel 13, derde lid, van de wet heeft ondergaan in de periode 2 juli tot en met 1 juli direct daaraan voorafgaand.
3
Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.
Artikel
6
Bedrag onderhoud van het kind voor dubbele kinderbijslag dat niet tot het huishouden van de verzekerde behoort
1
Het bedrag van de door de verzekerde aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage om voor verdubbeling van de kinderbijslag in aanmerking te komen, bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de wet, is € 1.103 per kalenderkwartaal.
2
Bij ministeriële regeling kan het bedrag, genoemd in het eerste lid, ieder jaar per 1 januari worden gewijzigd op grond van de ontwikkeling die het basiskinderbijslagbedrag op grond van artikel 13, derde lid, van de wet heeft ondergaan in de periode 2 juli tot en met 1 juli direct daaraan voorafgaand.
3
Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt afgerond op hele euro’s.
4
Voor de toepassing van het eerste lid in de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2014 wordt het kind geacht grotendeels door de verzekerde te worden onderhouden als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van de Wet hervorming kindregelingen, indien het bedrag van de door de verzekerde aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage € 1.103 per kalendermaand bedraagt.
Artikel
7
Forfaitaire onderhoudsbijdrage
1
In het bedrag van de door de verzekerde minimaal aan het onderhoud van het kind te leveren bijdrage om voor kinderbijslag in aanmerking te komen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, en het zesde lid, van de wet wordt in ieder geval geacht te zijn begrepen een bedrag van € 10 per dag dat het kind bij de verzekerde verblijft of de verzekerde bij het kind verblijft.
Voor het vaststellen van de hoogte van de bijdrage die de verzekerde per kalenderkwartaal levert aan het onderhoud van het kind, bedoeld in artikel 5, eerste lid en artikel 6, eerste lid, mogen de bijdragen aan het onderhoud van dat kind van personen die rechthebbenden zijn op grond van de wet bij elkaar worden opgeteld, en mogen tevens als die personen geen gezamenlijk huishouden vormen, de bijdragen aan het onderhoud van dat kind van degene met wie zij een gezamenlijk huishouden vormen, daarbij worden opgeteld.
Hoofdstuk
4
Samenloop
Artikel
9
Samenloop bij recht op kinderbijslag en alimentatieverplichtingen
1
Indien voor een kind, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind behoort tot een huishouden, over eenzelfde tijdvak recht op kinderbijslag bestaat voor twee personen van wie één persoon krachtens overeenkomst of rechterlijke uitspraak verplicht is bijdragen te leveren voor levensonderhoud ten behoeve van dat kind, wordt de kinderbijslag, waarop laatstbedoeld persoon recht heeft, niet uitbetaald.
2
Het eerste lid vindt uitsluitend toepassing ten aanzien van overeenkomsten en rechterlijke uitspraken die tot stand zijn gekomen voorafgaand aan de dag waarop dit besluit in werking is getreden.
Artikel
10
Uitbetaling kinderbijslag bij co-ouderschap
Indien twee personen die recht hebben op kinderbijslag voor eenzelfde kind, dit kind op basis van een overeenkomst of rechterlijke beschikking overwegend in gelijke mate verzorgen en onderhouden zonder met elkaar een gemeenschappelijke huishouding te voeren, wordt tenzij in de overeenkomst anders is overeengekomen of in de rechterlijke beschikking anders is bepaald, het recht van één van deze personen op de kinderbijslag gelijk verdeeld uitbetaald aan beide verzekerden en wordt het recht van de andere persoon niet uitbetaald.
Hoofdstuk
5
Kinderbijslag bij intensieve zorg
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Hoofdstuk
6
Dubbele kinderbijslag bij om onderwijsredenen niet thuis wonende kinderen
Het in mindering brengen van de kosten van verwerving, inning en behoud van het inkomen, bedoeld in artikel 2 van de Regeling inkomen kinderbijslag 1997, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit, blijft van toepassing op het kind dat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit 16 jaar of ouder is.
2
Dit artikel vervalt twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Dit artikel vervalt twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel
20
Aansluiting recht op extra bedrag aan kinderbijslag voor alleenverdieners (AKW) op recht op extra tegemoetkoming (TOG)
1
Voor de toepassing van artikel 7a, tweede lid, onderdeel b, van de wet in het jaar 2015 wordt de verzekerde over het kalenderjaar 2014 geacht recht te hebben gehad op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, indien hij over het jaar 2014 heeft voldaan aan de voorwaarden van artikel 5a van de Regeling tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen.
2
Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2016.