Besluit van het college van afgevaardigden van 4 december 2014 tot vaststelling van de verordening op de advocatuur (Verordening op de advocatuur)

Verordening op de advocatuur

Het college van afgevaardigden van de Nederlandse orde van advocaten,
Overwegende dat het uit een oogpunt van kenbaarheid en vermindering van regels wenselijk is de bestaande verordeningen te harmoniseren, te vereenvoudigen en in een verordening te integreren;
Gezien het voorstel van de algemene raad;

Stelt de volgende verordening vast:

Hoofdstuk

1

Definities

Afdeling

1.1

Definities

Artikel

1.1

Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat;

  • advocaat bij de Hoge Raad: de advocaat, bedoeld in artikel 9j, eerste lid, van de Advocatenwet;

  • advocatenpas: het door de Nederlandse orde van advocaten verstrekte authenticatiemiddel met een elektronische component dat een set van eigenschappen bevat waarmee toegang kan worden verleend tot bepaalde beveiligde internetdiensten;

  • basistest: de test, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a;

  • beoefenaar van een toegelaten vrij beroep: een beroepsbeoefenaar als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdelen b en c;

  • beroepsopleiding advocaten: de opleiding, bedoeld in artikel 9c, van de Advocatenwet;

  • buitenstagiaire: de stagiaire aan wie op grond van artikel 9b, derde lid, van de Advocatenwet vrijstelling is verleend van de verplichting bij een patroon kantoor te houden;

  • CCBE: Council of Bars and Law Societies of Europe;

  • certificaat beroepsopleiding: het bewijs, bedoeld in artikel 8c, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de Advocatenwet, dat met gunstig gevolg het in artikel 9c, eerste lid, van de Advocatenwet bedoelde examen is afgelegd;

  • deken: de deken van de orde in het arrondissement, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Advocatenwet;

  • derdengelden: gelden die een relatie hebben met de dienst die door de advocaat wordt verleend en die niet zijn bestemd voor de advocaat in het kader van zijn optreden in die hoedanigheid, maar voor de cliënt of een derde, uitgezonderd verschotten en griffierechten;

  • financiële resultaat: het totaal van de ontvangen hoofdsom, rente, kostenvergoedingen, inclusief vergoeding op grond van artikel 96 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en (proces)kostenveroordelingen;

  • geaccrediteerde opleidingsinstelling: een opleidingsinstelling die de in artikel 3.25 bedoelde accreditatie heeft verkregen;

  • geheimhouder: een advocaat of een persoon met een van de advocaat afgeleide geheimhoudingsplicht en afgeleid verschoningsrecht;

  • geheimhoudernummer: een telefoon- of faxnummer dat doorgaans gebruikt wordt door geheimhouders voor vertrouwelijke communicatie;

  • gestructureerd intercollegiaal overleg: een gestructureerd overleg over vraagstukken met betrekking tot de dagelijkse praktijkvoering van advocaten;

  • houdster-rechtspersoon: een rechtspersoon die als feitelijke en statutaire activiteit heeft direct of indirect aandelen te houden in een praktijkrechtspersoon, lid te zijn van een coöperatie of op daarmee vergelijkbare wijze deel te nemen in een praktijkrechtspersoon;

  • intervisie: een gestructureerde en periodieke bespreking in een kleine groep hiërarchische gelijkwaardige professionals waarin dilemma’s en vragen over het eigen functioneren, de praktijkvoering en praktijkuitoefening centraal staan;

  • klacht: iedere schriftelijke uiting van ongenoegen van of namens de cliënt jegens de advocaat of de onder diens verantwoordelijkheid werkzame personen over de totstandkoming en de uitvoering van een overeenkomst van opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening of de hoogte van de declaratie, het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, niet zijnde een klacht als bedoeld in paragraaf 4 van de Advocatenwet;

  • onderwijsaanbieders: de aanbieder, bedoeld in artikel 3.24, de uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten en een geaccrediteerde opleidingsinstelling;

  • patroon: de advocaat onder wiens begeleiding de stagiaire de praktijk uitoefent;

  • peer review: een gestructureerde inhoudelijke beoordeling van bij een advocaat in behandeling zijnde of behandelde dossiers door een reviewer, gevolgd door een gesprek tussen de advocaat en de reviewer;

  • praktijk uitoefenen in dienst: een advocaat die op grond van een arbeidsovereenkomst of aanstelling een werkgever heeft;

  • praktijkrechtspersoon: iedere op de uitoefening van de rechtspraktijk gerichte rechtspersoon die voldoet aan de in artikel 5.7 gestelde eisen, niet zijnde een houdster-rechtspersoon;

  • raad van de orde: de raad van de orde in het arrondissement, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Advocatenwet;

  • samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 5.3;

  • specifieke kosten: kosten verbonden aan de behandeling van een zaak, waaronder in ieder geval

    • a.

      kosten gemaakt in opdracht van de advocaat voor medische adviezen en medische informatieverstrekking, toedrachtsonderzoeken of inschakeling van rekenbureaus, arbeidsdeskundigen en schade-experts; en

    • b.

      reiskosten van de advocaat, kosten van getuigen en tolken, deurwaarderskosten, kosten van gerechtelijk of buitengerechtelijk tussen partijen benoemde deskundigen, griffierecht, alsmede het bedrag van de eventuele kostenveroordeling van de rechtzoekende;

  • stage: de uitoefening van de praktijk door een advocaat onder begeleiding van een patroon;

  • stagiaire: een advocaat die verplicht is zijn praktijk uit te oefenen onder begeleiding van een patroon;

  • stagiaire-ondernemer: de stagiaire die de praktijk voor eigen risico en rekening uitoefent;

  • stichting derdengelden: een stichting die ten doel heeft de derdengelden te beheren;

  • uitvoeringsorganisatie: de uitvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 3.23.

Hoofdstuk

2

Organisatie van de Nederlandse orde van advocaten

Afdeling

2.1

Raden en commissies

Paragraaf

2.1.1

Raad van advies

Artikel

2.1

Leden raad van advies

Artikel

2.2

Taakomschrijving raad van advies

Artikel

2.3

Benoeming leden raad van advies

Artikel

2.4

Werkwijze raad van advies

Paragraaf

2.1.2

Dekenberaad

Artikel

2.5

Leden dekenberaad

Artikel

2.6

Werkzaamheden dekenberaad

De werkzaamheden van het dekenberaad zijn:

  • a.

    het uitwisselen van informatie en kennis met betrekking tot toezicht en klachtbehandeling;

  • b.

    het signaleren en bespreken van ontwikkelingen op het gebied van toezicht en klachtbehandeling;

  • c.

    het verzamelen van informatie met betrekking tot toezicht en klachtbehandeling ten behoeve van de verslaglegging, bedoeld in artikel 2.24; en

  • d.

    het uitwisselen van informatie en kennis ter bevordering van een uniforme uitvoering van bij of krachtens de Advocatenwet aan de dekens en de raden van de orde opgedragen taken.

Artikel

2.7

Werkwijze dekenberaad

Paragraaf

2.1.3

Commissie cassatie

Artikel

2.8

Leden van de commissie cassatie

Artikel

2.9

Taakomschrijving commissie cassatie

Een door de algemene raad te bepalen aantal leden van de commissie cassatie heeft tot taak namens de algemene raad het mondeling examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, onderdeel b, af te nemen van advocaten die de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ wensen te verkrijgen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, af te nemen van advocaten bij de Hoge Raad.

Artikel

2.10

Benoeming leden commissie cassatie

Artikel

2.11

Werkwijze commissie cassatie

Paragraaf

2.1.4

Nederlandse delegatie, commissies en werkgroepen CCBE

Artikel

2.12

Leden delegatie, commissies en werkgroepen CCBE

Artikel

2.13

Taakomschrijving delegatie, commissies en werkgroepen CCBE

Artikel

2.14

Benoeming delegatie, commissieleden en werkgroepleden CCBE

Artikel

2.15

Werkwijze delegatie, commissie en werkgroep CCBE

Paragraaf

2.1.5

Adviescommissie regelgeving

Artikel

2.16

Leden adviescommissie regelgeving

Artikel

2.17

Taakomschrijving adviescommissie regelgeving

Artikel

2.18

Benoeming leden adviescommissie regelgeving

Artikel

2.19

Werkwijze adviescommissie regelgeving

Paragraaf

2.1.5a

Adviescommissie beroepsopleiding advocaten

Artikel

2.19a

Leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten

Artikel

2.19b

Taakomschrijving adviescommissie beroepsopleiding advocaten

De adviescommissie beroepsopleiding advocaten heeft tot taak de algemene raad gevraagd en ongevraagd te adviseren over:

  • a.

    de kwaliteit en de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten;

  • b.

    de beroepsopleiding advocaten, waaronder in ieder geval de eindtermen.

Artikel

2.19c

Benoeming leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten

Artikel

2.19d

Werkwijze adviescommissie beroepsopleiding advocaten

Paragraaf

2.1.6

Overige adviescommissies

Artikel

2.20

Leden overige adviescommissies

De algemene raad kan voor een rechtsgebied of beleidsterrein een adviescommissie instellen die uit ten minste drie leden bestaat.

Artikel

2.21

Taakomschrijving overige adviescommissies

Een adviescommissie heeft tot taak de algemene raad gevraagd of ongevraagd te adviseren over voorstellen voor wet- en regelgeving of beleidsvraagstukken die van belang zijn voor de advocatuur en de rechtzoekende in het algemeen.

Artikel

2.22

Benoeming leden overige adviescommissies

Artikel

2.23

Werkwijze overige adviescommissies

Paragraaf

2.1.6a

Commissie disciplinaire rechtspraak

Artikel

2.23a

Leden commissie disciplinaire rechtspraak

Artikel

2.23b

Taakomschrijving commissie disciplinaire rechtspraak

De commissie disciplinaire rechtspraak heeft tot taak tuchtrechtelijke beslissingen te selecteren en te annoteren voor publicatie.

Artikel

2.23c

Benoeming leden commissie disciplinaire rechtspraak

Artikel

2.23d

Werkwijze commissie disciplinaire rechtspraak

Paragraaf

2.1.7

Verslag en ondersteuning

Artikel

2.24

Verslag van werkzaamheden

Artikel

2.25

Secretariaat commissies

Afdeling

2.2

Inkomsten en uitgaven

Paragraaf

2.2.1

Bijdragen aan de Nederlandse orde van advocaten

Artikel

2.26

Verschuldigdheid financiële bijdrage

Artikel

2.27

Voorstel hoogte financiële bijdrage

Paragraaf

2.2.2

Opleidings- en examengelden

Artikel

2.28

Opleidings- en examengeld beroepsopleiding advocaten

Artikel

2.29

Kosten examen en proeve van bekwaamheid cassatie

De advocaat is voor het examen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, onderdeel b, en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, een door de algemene raad vast te stellen vergoeding verschuldigd binnen een door de algemene raad te bepalen termijn.

Paragraaf

2.2.3

Vacatiegelden en kostenvergoedingen

Artikel

2.30

Vergoeding algemene raad

Het college van afgevaardigden stelt de vergoeding vast voor de werkzaamheden van de deken en de overige leden van de algemene raad.

Artikel

2.31

Rechthebbenden vacatiegeld en reiskostenvergoeding

Artikel

2.32

Rechthebbenden reiskostenvergoeding

De algemene raad vergoedt de reiskosten van:

  • a.

    de deken en de overige leden van de algemene raad;

  • b.

    de door de algemene raad benoemde leden van adviescommissies;

  • c.

    de leden van de adviescommissie regelgeving;

  • d.

    degene die op verzoek van de algemeen deken, de algemene raad of het college van afgevaardigden een bijeenkomst bijwoont en de Nederlandse orde van advocaten officieel vertegenwoordigt;

  • e.

    de leden van een door het college van afgevaardigden ingestelde voorbereidingscommissie.

Artikel

2.33

Verblijfskostenvergoeding

De algemene raad kan verblijfskosten vergoeden indien dat naar zijn oordeel doelmatig is.

Artikel

2.34

Andere rechthebbenden

De algemene raad kan in bijzondere gevallen aan anderen dan de in artikel 2.31 en artikel 2.32 genoemden vacatiegeld, een reiskostenvergoeding en een kostenvergoeding toekennen.

Artikel

2.35

Hoogte vacatiegeld en reiskostenvergoeding

Artikel

2.36

Nadere regels wijze declaratie

Paragraaf

2.2.4

Subsidie ondersteuning tuchtcolleges

Artikel

2.36a

Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op het verlenen van subsidie voor activiteiten die door de stichting ondersteuning tuchtcolleges advocatuur worden uitgevoerd en welke passen binnen de statutaire doelstellingen van de stichting.

Artikel

2.36c

Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

Artikel

2.36d

Subsidieaanvraag

Artikel

2.36f

Subsidieverlening

Artikel

2.36g

Verplichtingen en toestemming

Artikel

2.36h

Verantwoording en subsidievaststelling

Afdeling

2.3

Arbeidsvoorwaarden medewerkers college van toezicht

Artikel

2.37

Arbeidsvoorwaarden medewerkers college van toezicht

De arbeidsvoorwaarden van de medewerkers van het bureau van de Nederlandse orde van advocaten zijn van overeenkomstige toepassing op de secretaris en andere medewerkers van het college van toezicht.

Hoofdstuk

3

Stage

Afdeling

3.1

Stage

Paragraaf

3.1.1

Algemeen

Artikel

3.1

Aanvang stage

De stage vangt aan op het moment dat de stagiaire is beëdigd, de stage en de patroon zijn goedgekeurd en de uitoefening van de praktijk is aangevangen.

Artikel

3.2

Voltooide stage

De stagiaire krijgt de verklaring, bedoeld in artikel 9b, vijfde lid, van de Advocatenwet, op het moment waarop de termijn, bedoeld in artikel 9b, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de Advocatenwet, is verstreken en:

Artikel

3.3

Deeltijd

Artikel

3.4

Stage geëindigd of opgeschort

Paragraaf

3.1.2

Goedkeuring stage en patroon

Artikel

3.5

Goedkeuring stage en patroon

Artikel

3.5a

Cursus voor patroons

Artikel

3.6

Beoordeling aanvraag goedkeuring

Artikel

3.7

Bemiddeling bij zoeken patroon

Indien de patroon in de uitoefening van de praktijk is geschorst, de praktijk niet meer uitoefent of de stagiaire niet meer kan begeleiden, kan de raad van de orde bemiddelen bij het zoeken van een andere patroon.

Paragraaf

3.1.3

Verplichtingen stagiaire

Artikel

3.8

Verplichtingen stagiaire

Artikel

3.9

Praktijkervaring stagiaire

De stagiaire is aan het eind van de stage in staat zelfstandig en naar behoren de praktijk uit te oefenen en heeft gedurende de stage ten minste de volgende praktijkervaring opgedaan:

  • a.

    hij is vijf keer in rechte opgetreden in procedures op tegenspraak en de patroon heeft ten minste één mondelinge behandeling bijgewoond;

  • b.

    hij heeft tien stukken, waaronder ten minste zeven processtukken, vervaardigd;

  • c.

    hij heeft op twee van de drie rechtsgebieden burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht, bestuursrecht en bestuursprocesrecht of strafrecht en strafprocesrecht ervaring opgedaan of, indien dat niet mogelijk is, op meerdere sub-rechtsgebieden binnen een van deze rechtsgebieden.

Artikel

3.10

Activiteiten in arrondissement

Artikel

3.11

Buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer

Een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer:

  • a.

    richt de organisatie van zijn kantoor, inclusief de dienstverlening aan de cliënt en de administratie, de boekhouding daaronder begrepen, adequaat in; en

  • b.

    neemt alleen zaken aan die hij gelet op zijn kantoororganisatie adequaat kan behandelen.

Artikel

3.12

Liquiditeit en boekhouding stagiaire-ondernemer

Paragraaf

3.1.4

Verplichtingen patroon

Artikel

3.13

Verplichtingen patroon

Afdeling

3.2

Beroepsopleiding advocaten

Artikel

3.14

Indeling beroepsopleiding advocaten

Artikel

3.15

Curriculum en opleidingsreglement

Artikel

3.15a

Examenreglement

Artikel

3.16

Toelating tot beroepsopleiding advocaten

Artikel

3.17

Deelname onderwijs

Artikel

3.18

Vrijstelling deelname onderwijsonderdelen

Vervallen

Artikel

3.19

Examinering

Artikel

3.20

Vrijstelling van het examen

Vervallen

Artikel

3.21

Certificaat

Artikel

3.22

Terme de grâce

Afdeling

3.2a

Kwaliteits- en accreditatiekader beroepsopleiding advocaten

Artikel

3.22a

De algemene raad stelt een kwaliteits- en accreditatiekader vast voor de onderwijsaanbieders die de beroepsopleiding advocaten of onderdelen daarvan verzorgen. Het kwaliteits- en accreditatiekader omvat regels over:

  • a.

    de beoordeling van bestaande onderwijsaanbieders;

  • b.

    de accreditatie van nieuwe onderwijsaanbieders;

  • c.

    beoordelingsstandaarden.

Afdeling

3.3

Organisatie beroepsopleiding advocaten

Artikel

3.23

Aanbieder basistest

De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een aanbieder over de uitvoering van de basistest.

Artikel

3.24

Uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten

De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een uitvoeringsorganisatie over de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten, met uitzondering van de basistest.

Afdeling

3.4

Accreditatie beroepsopleiding advocaten

Artikel

3.25

Accreditatie beroepsopleiding advocaten

Hoofdstuk

4

Vakbekwaamheid van de advocaat

Afdeling

4.1

Vakbekwaamheid

Paragraaf

4.1.1

Algemeen

Artikel

4.1

Deskundigheid

Paragraaf

4.1.2

Professionele kennis en kunde

Artikel

4.2

Reikwijdte

Artikel

4.3

Professionele kennis en kunde

De advocaat onderhoudt en ontwikkelt jaarlijks aantoonbaar zijn professionele kennis en kunde op voor zijn praktijk relevante rechtsgebieden.

Artikel

4.3a

Kwaliteitstoetsen

Artikel

4.3b

Gestructureerd intercollegiaal overleg

Artikel

4.4

Opleidingspunten

Artikel

4.5

Inhaalverplichting

Artikel

4.6

Herintredersregeling

Artikel

4.7

Langdurige ziekte of zwangerschap

Afdeling

4.2

Vakbekwaamheidseisen cassatie

Paragraaf

4.2.1

Verkrijgen hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken

Artikel

4.7a

Bekwaamheid cassatie

Vervallen

Artikel

4.8

Aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken

Artikel

4.9

Verklaring ten behoeve van de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken

Artikel

4.10

Weigering nieuw verzoek tot afgifte van een verklaring ten behoeve van de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken

De algemene raad kan een verzoek als bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, afwijzen, indien het verzoek wordt ingediend binnen drie jaar:

  • a.

    nadat de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, al dan niet na herkansing, niet met goed gevolg is afgelegd; of

  • b.

    na het doorhalen van de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken.

Artikel

4.11

Bewijsstuk ten behoeve van de onvoorwaardelijke aantekening

Paragraaf

4.2.2

Behouden hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken

Artikel

4.12

Bekwaamheid cassatie

Een advocaat met de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken beschikt over de kennis en bekwaamheid om zelfstandig en naar behoren cassatieadviezen, cassatiemiddelen en cassatieverweren op te stellen.

Artikel

4.13

Opleidingseisen

Artikel

4.14

Praktijkeisen

Paragraaf

4.2.3

Verliezen hoedanigheid ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken

Artikel

4.15

Doorhaling voorwaardelijke aantekening

Artikel

4.16

Gevolg doorhaling aantekening

Indien de aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken door de secretaris van de algemene raad al dan niet op verzoek van de advocaat is doorgehaald, vervalt van rechtswege de verklaring, bedoeld in artikel 9j, tweede lid, van de Advocatenwet, en, indien van toepassing, het bewijsstuk, bedoeld in artikel 4.11, achtste lid.

Hoofdstuk

5

Praktijkstructuren

Afdeling

5.1

Algemeen

Artikel

5.1

In gevaar brengen vrijheid en onafhankelijkheid

Artikel

5.2

Wijzen van uitoefening van de praktijk

De advocaat oefent de praktijk uit op een of meer van de volgende wijzen:

  • a.

    zelfstandig, in een eenmanszaak of in de vorm van een praktijkrechtspersoon, waarover hij zeggenschap uitoefent;

  • b.

    in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 5.3, waarbij de advocaat niet in dienst is van dat samenwerkingsverband;

  • c.

    in dienst van een werkgever als bedoeld in artikel 5.9.

Afdeling

5.2

Samenwerking

Artikel

5.3

Samenwerkingsverband

Van een samenwerkingsverband is uitsluitend sprake indien een advocaat met een andere natuurlijk persoon, een samenwerkingsverband of een rechtspersoon:

  • a.

    voor gezamenlijke rekening en risico de praktijk uitoefent; of

  • b.

    de zeggenschap of eindverantwoordelijkheid over de praktijkuitoefening deelt.

Artikel

5.4

Toegestane samenwerkingsverbanden

Artikel

5.5

Naamgeving

Het is de advocaat niet toegestaan om met andere dan de in artikel 5.4, eerste lid, genoemde beroepsbeoefenaren, samenwerkingsverbanden en praktijkrechtspersonen onder een gemeenschappelijke naam naar buiten op te treden.

Afdeling

5.3

Bestuurders

Artikel

5.6

Bestuurders van samenwerkingsverbanden en rechtspersonen

Afdeling

5.4

Rechtspersonen

Artikel

5.7

Oprichten van praktijkrechtspersoon

Artikel

5.8

Aandeelhouderschap en stemrecht

Afdeling

5.5

Praktijkuitoefening in dienst

Paragraaf

5.5.1

Bescherming kernwaarden bij dienstverbanden

Artikel

5.9

Toegestane dienstverbanden

Een advocaat kan uitsluitend de praktijk uitoefenen in dienst van:

  • a.

    een advocaat;

  • b.

    een beoefenaar van een toegelaten vrij beroep;

  • c.

    een samenwerkingsverband, zo lang is voldaan aan artikel 5.4 en artikel 5.6;

  • d.

    een praktijkrechtspersoon;

  • e.

    een verzekeraar die uitsluitend de branche rechtsbijstandsverzekering uitoefent en als zodanig voldoet aan de in de Wet op het financieel toezicht gestelde voorwaarden of een juridisch zelfstandig schaderegelingkantoor als bedoeld in artikel 4:65, eerste lid, onderdeel b, van die wet, is of een daarmee vergelijkbare instelling, zo lang is voldaan aan artikel 5.11 tot en met artikel 5.13, of paragraaf 5.5.2;

  • f.

    een organisatie met een ideële doelstelling, zolang deze voldoet aan artikel 5.10; of

  • g.

    een andere werkgever, zolang de advocaat binnen dat dienstverband uitsluitend optreedt voor die werkgever of in de groep met de werkgever verbonden rechtspersonen, en de werkzaamheden in hoofdzaak zijn gericht op de uitoefening van de rechtspraktijk.

Artikel

5.10

Toegestane organisaties met ideële doelstelling

Artikel

5.11

Verzekerde rechtsbijstand

Artikel

5.12

Professioneel statuut

Artikel

5.13

Voorkomen tegenstrijdige belangen

Artikel

5.14

Kenbare hoedanigheid

De advocaat in dienst van een werkgever behoudt bij alle binnen het dienstverband voorkomende werkzaamheden de hoedanigheid van advocaat en maakt die hoedanigheid tegenover derden steeds duidelijk kenbaar.

Artikel

5.15

Informeren deken bij praktijkuitoefening in dienst

Paragraaf

5.5.2

Experiment rechtsbijstandsverzekeraars

Artikel

5.16

Experiment en voorwaarden deelname

Artikel

5.17

Informeren ten behoeve van de evaluatie

De advocaat in dienst van een aan het experiment deelnemende werkgever verstrekt ten behoeve van de evaluatie jaarlijks aan de algemene raad geaggregeerde en geanonimiseerde gegevens over:

  • a.

    het door de advocaat behandelde aantal zaken in een kalenderjaar met een uitsplitsing tussen verzekerden en niet-verzekerde cliënten;

  • b.

    de wijze waarop de kernwaarden van de advocaten in dienst zijn gewaarborgd; en

  • c.

    eventuele tussentijdse wijzigingen in de nakoming van de voorwaarden, bedoeld in artikel 5.16.

Hoofdstuk

6

Kantoororganisatie

Afdeling

6.1

Interne organisatie en beschrijving werkwijze

Artikel

6.1

Reikwijdte

Deze afdeling is niet van toepassing op advocaat-stagiaires, uitgezonderd stagiaire-ondernemers en buitenstagiaires.

Artikel

6.2

Inrichten organisatie en dienstverlening

Artikel

6.3

Aannemen zaken

Een advocaat neemt alleen zaken aan die hij gelet op zijn kantoororganisatie adequaat kan behandelen.

Artikel

6.4

Beschrijving werkwijze

Afdeling

6.2

Administratie

Artikel

6.5

Administratieplicht

Afdeling

6.3

Geheimhoudernummers

Paragraaf

6.3.1

Doel registreren geheimhoudernummers

Artikel

6.6

Doel registratie

De secretaris van de algemene raad registreert geheimhoudernummers met het oog op de verstrekking ervan aan de in de artikelen 6.7 en 6.8 bedoelde partijen ter waarborging van de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaat en cliënt.

Paragraaf

6.3.2

Verstrekking geheimhoudernummers

Artikel

6.7

Verstrekking aan instanties

Artikel

6.8

Verstrekken aan derden

Artikel

6.9

Verwerking kennisgevingen geheimhoudernummers

De secretaris van de algemene raad verwerkt kennisgevingen ten aanzien van geheimhoudernummers zo snel mogelijk in het register van geheimhoudernummers.

Paragraaf

6.3.3

Opgave geheimhoudernummers

Artikel

6.10

Opgave geheimhoudernummers

Artikel

6.11

Zorgplicht geheimhoudernummers

Artikel

6.12

Misbruik of verlies opgegeven geheimhoudernummers

Afdeling

6.4

Advocatenpas en authenticatiemiddel

Artikel

6.13

Advocatenpas

Een advocaat beschikt over een geldige advocatenpas, uitgegeven door een leverancier die door de algemene raad is geselecteerd op grond van artikel 6.16.

Artikel

6.14

Gemachtigden

Artikel

6.15

Informeren bij vermissing, diefstal of schade

De advocaat informeert de leverancier van de advocatenpas onverwijld in geval van vermissing, diefstal of beschadiging van de eigen advocatenpas of van een onder zijn verantwoordelijkheid aangeschafte advocatenpas.

Artikel

6.16

Selectie leveranciers en nadere regels

Artikel

6.17

Informatie door secretaris van de algemene raad

De secretaris van de algemene raad informeert de leverancier van de advocatenpas onverwijld over schrapping of doorhaling van het tableau of schorsing in de uitoefening van de praktijk van een advocaat opdat de advocatenpas wordt geblokkeerd.

Artikel

6.17a

In bewaring geven advocatenpas

Een advocaat aan wie de maatregel tot schorsing in de uitoefening van de praktijk is opgelegd, geeft op de datum waarop de maatregel ten uitvoer wordt gelegd de advocatenpas in fysieke vorm in bewaring bij de deken.

Afdeling

6.5

Derdengelden

Paragraaf

6.5.1

Derdengelden

Artikel

6.18

Reikwijdte derdengelden

Afdeling 6.5 is niet van toepassing op de advocaat die optreedt in een hoedanigheid die het gevolg is van een rechterlijke benoeming, indien en voor zover daarbij voorzien is in een regeling voor het beheer van derdengelden.

Artikel

6.19

Derdengelden

Artikel

6.20

Waardepapieren en kostbaarheden

Paragraaf

6.5.2

Stichting derdengelden

Artikel

6.21

Beschikbaarheid stichting derdengelden

Artikel

6.22

Eisen stichting derdengelden

Artikel

6.23

Bestuurder stichting derdengelden

Afdeling

6.6

Beroepsaansprakelijkheid

Artikel

6.24

Beroepsaansprakelijkheidsverzekering

Artikel

6.25

Dekking van verzekering

De in artikel 6.24, eerste lid, bedoelde verzekering:

  • a.

    dekt per advocaat of indien van toepassing per samenwerkingsverband ten minste schade tot een bedrag van € 500.000 per aanspraak en tot ten minste twee maal dat bedrag per verzekeringsjaar;

  • b.

    dekt mede de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de advocaat voor handelingen en nalatigheden van personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn;

  • c.

    dekt de schade voortvloeiend uit alle werkzaamheden die gerekend kunnen worden tot de beroepsuitoefening van de advocaat, daaronder begrepen het optreden als curator in een faillissement, als bewindvoerder in een (voorlopige) surséance van betaling en in andere hoedanigheid waarin de advocaat door de rechter wordt benoemd, dan wel als mediator, bindend adviseur of arbiter;

  • d.

    is ten minste van kracht voor gebeurtenissen in de lidstaten van de Europese Unie en landen die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland;

  • e.

    omvat voor een advocaat of een samenwerkingsverband van twee advocaten geen eigen risico hoger dan € 12.500 per aanspraak;

  • f.

    omvat voor een samenwerkingsverband van meer dan twee advocaten geen eigen risico per aanspraak hoger dan € 5.000 maal het aantal verzekerde advocaten, met een maximum van € 100.000 per aanspraak.

Artikel

6.26

Beperking aansprakelijkheid

Een advocaat kan schriftelijk met de cliënt overeenkomen dat de beroepsaansprakelijkheid, buiten het bedrag van het eigen risico, wordt beperkt tot het bedrag waarop de verzekering aanspraak op uitkering geeft, indien:

Afdeling

6.7

Betalingen aan en door advocaat

Artikel

6.27

Betalingen aan en door advocaat

Afdeling

6.8

Klachten en geschillen

Artikel

6.28

Kantoorklachtenregeling

Artikel

6.29

Geschilbeslechting

Artikel

6.30

Klachtregistratie

De klachtenfunctionaris houdt een overzicht bij van alle binnengekomen klachten met daarbij het onderwerp van de klacht.

Afdeling

6.9

Registratie rechtsgebieden

Artikel

6.32

Registratie rechtsgebiedenregister

Afdeling

6.10

Tableau

Artikel

6.32a

Controle gegevens tableau

Hoofdstuk

7

Relatie advocaat – cliënt

Afdeling

7.1

Controle door advocaat

Artikel

7.1

Controle identiteit cliënt en wettigheid opdracht

Artikel

7.2

Twijfel identiteit cliënt

Artikel

7.3

Weigeren dienstverlening

De advocaat onthoudt zich van de verlening van diensten of legt een opdracht neer, indien hij in redelijkheid niet in voldoende mate de gegevens, bedoeld in artikel 7.1 en artikel 7.2 heeft verkregen, of indien in redelijkheid aanwijzingen bestaan dat de opgedragen diensten strekken tot de voorbereiding, ondersteuning of afscherming van onwettige activiteiten.

Afdeling

7.2

Communicatie algemeen

Artikel

7.4

Informatieverstrekking

Artikel

7.5

Opdrachtbevestiging

Afdeling

7.3

Cassatieadvies civiel

Artikel

7.6

Adviseren cliënt inzake civiele cassatie

De advocaat bij de Hoge Raad adviseert de cliënt of, indien van toepassing, de advocaat die opdrachtgever is, tijdig en schriftelijk over:

  • a.

    de kansen van een principaal of incidenteel cassatieberoep dan wel -verweer;

  • b.

    de aan dat cassatieberoep dan wel -verweer verbonden kosten en risico's;

  • c.

    de opportuniteit van het cassatieberoep dan wel -verweer, gelet op de te verwachten rechtsgang na vernietiging en eventuele verwijzing of terugwijzing.

Afdeling

7.4

Resultaatgerelateerd honorarium

Paragraaf

7.4.1

Verbod op resultaatgerelateerd honorarium

Artikel

7.7

Verbod op resultaatgerelateerd honorarium

Paragraaf

7.4.2

Incassotarief

Artikel

7.8

Uitzondering incassotarief

Een advocaat kan gebruik maken van een binnen de advocatuur gebruikelijk en aanvaard incassotarief.

Paragraaf

7.4.3

Letsel- en overlijdensschadezaken

Artikel

7.9

Voorwaarden letsel- en overlijdensschadezaken

Een advocaat kan de bepalingen van deze paragraaf toepassen bij letsel- en overlijdensschadezaken, indien:

  • a.

    de aansprakelijkheid niet aanstonds is erkend of niet redelijkerwijs vaststaat, dan wel problemen van enige importantie voorzienbaar zijn in de sfeer van schade of causaliteit en

  • b.

    de cliënt niet in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand, of daar uitdrukkelijk van af ziet.

Artikel

7.10

Vergoeding advocaat

De advocaat kan met zijn cliënt overeenkomen dat hij geen honorarium in rekening brengt indien het financiële resultaat voor de cliënt minder is dan of gelijk is aan nihil, en

  • a.

    indien de specifieke kosten voor rekening van de cliënt blijven, dat hij zijn gebruikelijke uurtarief vermenigvuldigt met ten hoogste factor 2, en dat hij een honorarium in rekening brengt, inclusief algemene kantoorkosten en BTW, van ten hoogste 25 procent van het financiële resultaat; of

  • b.

    indien de betrokken advocaat alle specifieke kosten voldoet en deze kosten slechts aan de rechtzoekende in rekening brengt voor zover het te verkrijgen financiële resultaat daarvoor ruimte biedt, dat hij zijn gebruikelijke uurtarief vermenigvuldigt met ten hoogste factor 2,5, en dat hij een honorarium in rekening brengt, inclusief algemene kantoorkosten en BTW, van ten hoogste 35 procent van het financiële resultaat en dat toegewezen kostenvergoedingen aan hem toekomen.

Artikel

7.11

Bijzondere normen advocaat

Artikel

7.12

Inhoud overeenkomst

Een overeenkomst die afspraken aangaande het honorarium bevat wordt door beide partijen ondertekend en bevat in ieder geval:

  • a.

    een beschrijving van de opdracht;

  • b.

    de informatie, bedoeld in artikel 7.11, eerste, tweede en vijfde lid;

  • c.

    de volgende financiële afspraken:

    • het percentage van het uiteindelijke financiële resultaat dat volgens de overeenkomst geldt voor de berekening van het maximaal te declareren honorarium;

    • het verwachte financiële resultaat; en

    • het overeengekomen uurtarief van de advocaat;

    • of de specifieke kosten voor risico van de rechtzoekende zijn of voor risico van de advocaat;

  • d.

    een regeling voor het geval:

    • de cliënt tussentijds de opdracht intrekt zonder concreet zicht op het beschreven te behalen resultaat, inhoudende de betaling van een redelijke vergoeding voor gewerkte uren en de betaling van gemaakte kosten;

    • de cliënt tussentijds de opdracht intrekt met concreet zicht op het beschreven te behalen financiële resultaat;

  • e.

    een regeling, die ziet op de overdracht van de zaak aan een andere advocaat in geval van tussentijdse intrekking van de opdracht;

  • f.

    de bepaling, bedoeld in artikel 7.11, derde lid, dat de advocaat de rechtsbijstand slechts tussentijds kan beëindigen op grond van gewichtige redenen en met inachtneming van de daartoe noodzakelijke zorgvuldigheid, met bepaling van de wijze waarop in dat geval de honorering plaatsvindt;

  • g.

    een bepaling met de strekking van artikel 7.11, vierde lid;

  • h.

    een bepaling waarin is vastgelegd dat de cliënt na het tekenen van de overeenkomst deze nog eenzijdig en zonder gevolgen teniet kan doen binnen een in de overeenkomst te bepalen redelijke bedenktijd.

Artikel

7.13

Informeren deken over resultaatgerelateerd honorarium

Vervallen

Hoofdstuk

8

Besluitvorming en rechtsbescherming

Artikel

8.2

Uitsluiten toepassing lex silencio positivo

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de volgende beschikkingen:

Artikel

8.3

Administratief beroep

Artikel

8.4

Adviescommissie civiele cassatie bij bezwaar

Vervallen

Hoofdstuk

9

Overgangsrecht

Afdeling

9.1

Stage

Artikel

9.1

Overgangsrecht Stageverordening

Artikel

9.2a

Overgangsrecht beroepsopleiding advocaten 2020

Artikel

9.2b

Overgangsrecht geaccrediteerde opleidingsinstelling

Op een geaccrediteerde opleidingsinstelling die vóór 1 oktober 2020 de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in artikel 3.15, eerste lid, onderdelen b en c, zoals dit artikel luidde op 30 september 2020, mag aanbieden, blijft het bepaalde bij of krachtens artikel 3.25, zoals dit artikel luidde op 30 september 2020, van toepassing voor de resterende duur van de accreditatie.

Afdeling

9.2

Samenwerking

Artikel

9.3

Overgangsrecht bestuurders en statuten

Afdeling

9.2a

Cassatie in burgerlijke zaken

Artikel

9.3a

Overgangsrecht cassatie in burgerlijke zaken

Hoofdstuk

10

Slotbepalingen

Artikel

10.1

Intrekken van bestaande verordeningen

De volgende verordeningen worden ingetrokken:

Artikel

10.2

Intrekken van bestaande regelingen

De volgende regelingen worden ingetrokken:

  • a.

    de Regeling vacatiegelden en kostenvergoedingen 2012;

  • b.

    het Reglement van de Adviescommissie Regelgeving;

  • c.

    het Reglement voor de Adviescommissies Wetgeving;

  • d.

    de Regeling vakbekwaamheid;

  • e.

    de Regeling erkenning opleidingsinstellingen;

  • f.

    de Richtlijn Klachten- en Geschillenregeling Advocatuur;

  • g.

    de Richtlijn Registratie Rechtsgebieden Advocatuur;

  • h.

    de Regeling Registratie Rechtsgebieden advocatuur;

  • i.

    het Reglement vakbekwaamheidseisen civiele cassatieadvocatuur.

Artikel

10.3

Einde experiment letsel- en overlijdensschadezaken

Vervallen

Artikel

10.4

Einde experiment rechtsbijstandsverzekeraars

De volgende wijzigingen treden in werking met ingang van 1 januari 2028:

Artikel

10.5

Inwerkingtreding

De artikelen in deze verordening treden in werking op een door de algemene raad te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

10.6

Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de advocatuur.