Besluit van 1 april 2015, houdende regels ter uitvoering van de Wet raadgevend referendum (Besluit raadgevend referendum)

Besluit raadgevend referendum

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 februari 2015, 2015-0000121013;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 25 maart 2015, nr. W04.15.0054/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 30 maart 2015, 2015-0000187350;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepaling

Artikel

1

Hoofdstuk

2

Registratie van kiesgerechtigdheid van Nederlanders die buiten Nederland wonen

Artikel

3

Vervallen

Hoofdstuk

3

Stembureaus

Hoofdstuk

4

Het indienen van verzoeken en het afleggen van ondersteuningsverklaringen door kiesgerechtigden die buiten Nederland wonen

Artikel

6

Hoofdstuk

5

Controle van ingediende verzoeken en afgelegde ondersteuningsverklaringen

Artikel

7

Indien de controle van de verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen geschiedt door middel van een steekproef, bepaalt de voorzitter van het centraal stembureau de omvang van een steekproef aan de hand van de volgende formule:

waarbij:

n = het aantal verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen dat voor een steekproef wordt geselecteerd

z = 2,576

N = het totaal aantal ingediende verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen die niet op grond van artikel 33, derde lid, onder a tot en met c, onderscheidenlijk artikel 45, derde lid, onder a tot en met c, van de Wet raadgevend referendum ongeldig zijn verklaard

p = 0,5

F = 0,02

Artikel

8

De voorzitter van het centraal stembureau bepaalt op aselecte wijze welke verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen worden gebruikt voor een steekproef.

Artikel

9

Hoofdstuk

6

De stemming

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Ten aanzien van de schorsing van de zitting van het stembureau zijn de artikelen J 26 tot en met J 35 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:

Artikel

14

Ten aanzien van de extra zittingen van de briefstembureaus, bedoeld in artikel M 9 van de Kieswet, zijn de artikelen M 2 tot en met M 8 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:

Hoofdstuk

7

De stemopneming door het briefstembureau

Artikel

15

Ten aanzien van de schorsing en de hervatting van de stemopneming door briefstembureaus zijn de artikelen N 9 tot en met N 14 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:

Hoofdstuk

8

De vaststelling van de uitslag van het referendum

Artikel

16

Ten aanzien van het gebruik van programmatuur ten behoeve van de berekening van de uitslag van het referendum door het centraal stembureau zijn de artikelen P 1 en P 2 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:

Artikel

17

Hoofdstuk

9

Wijziging van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming

Artikel

18

Wijzigt het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.

Hoofdstuk

10

Slotbepalingen

Artikel

20

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit raadgevend referendum.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar
Willem-Alexander
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk
De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur