Bepalingen in dit besluit die betrekking hebben op een referendum over een wet zijn tevens van toepassing op een referendum over de stilzwijgende goedkeuring van een verdrag.
Hoofdstuk
2
Registratie van kiesgerechtigdheid van Nederlanders die buiten Nederland wonen
Artikel
2
Ten aanzien van de registratie van de kiesgerechtigdheid van Nederlanders die hun werkelijke woonplaats buiten Nederland hebben, zijn de artikelen D 4 tot en met D 10 van het Kiesbesluit van toepassing.
Het indienen van verzoeken en het afleggen van ondersteuningsverklaringen door kiesgerechtigden die buiten Nederland wonen
Artikel
6
1
De kiesgerechtigde die zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft, legt bij het verzoek, onderscheidenlijk de ondersteuningsverklaring, een kopie over van een geldig identiteitsbewijs waaruit het Nederlanderschap blijkt of maakt op een andere wijze aannemelijk dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit.
2
De voorzitter van het centraal stembureau gaat na of er met betrekking tot degene die het verzoek heeft ingediend onderscheidenlijk de ondersteuningsverklaring heeft afgelegd, die zich vóór 1 oktober 1994 dan wel op of na 1 oktober 1994 buiten Nederland gevestigd heeft, gegevens bekend zijn in het persoonskaartenarchief of het schakelregister, bedoeld in artikel 4.5 van de Wet basisregistratie personen, onderscheidenlijk in de basisregistratie personen, en, zo dit het geval is, of deze overeenstemmen met de in het verzoek onderscheidenlijk de verklaring vermelde gegevens.
3
Onverminderd de artikelen 33, derde lid, en 45, derde lid, van de Wet raadgevend referendum zijn ongeldig de verzoeken die zijn ingediend, onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen die zijn afgelegd door een kiesgerechtigde die zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft, indien deze niet een kopie heeft overgelegd van een geldig identiteitsbewijs waaruit het Nederlanderschap blijkt noch op een andere wijze aannemelijk heeft gemaakt dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit.
Hoofdstuk
5
Controle van ingediende verzoeken en afgelegde ondersteuningsverklaringen
Artikel
7
Indien de controle van de verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen geschiedt door middel van een steekproef, bepaalt de voorzitter van het centraal stembureau de omvang van een steekproef aan de hand van de volgende formule:
waarbij:
n = het aantal verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen dat voor een steekproef wordt geselecteerd
De voorzitter van het centraal stembureau bepaalt op aselecte wijze welke verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen worden gebruikt voor een steekproef.
Artikel
9
1
Het aantal in de steekproef als geldig aangemerkte verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen wordt uitgedrukt als een percentage van het totaal aantal geverifieerde verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen.
De burgemeester brengt de adressen en de openingstijden van de stemlokalen en de adressen en de zittingstijden van de mobiele stembureaus uiterlijk op de vierde dag voor de stemming ter openbare kennis. Hierbij vermeldt hij tevens welke stemlokalen voldoen aan artikel 59 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel J 4, tweede lid, van de Kieswet.
Bij het gelijktijdig plaatsvinden van een stemming voor een referendum ingevolge de Wet raadgevend referendum met de stemming voor een ander referendum of een verkiezing als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van die wet zijn de artikelen J 13 en J 14 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat in artikel J 14, eerste lid, voor «de stemming voor de verkiezing van de leden van provinciale staten als voor de stemming voor de verkiezing van de leden van de algemene besturen» wordt gelezen: de stemming voor het referendum als voor de stemming voor het andere referendum of de verkiezing als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum.
Ten aanzien van het gebruik van programmatuur ten behoeve van de berekening van de uitslag van het referendum door het centraal stembureau zijn de artikelen P 1 en P 2 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:
in artikel P 1, vierde lid, voor «dag van de kandidaatstelling» wordt gelezen: vierenveertigste dag voor de dag van stemming;
–
in artikel P 1, vijfde lid, voor «dag van kandidaatstelling» wordt gelezen: vierenveertigste dag voor de dag van stemming.
Artikel
17
1
Voor zover, bij een gecombineerde stemming voor een referendum en een stemming voor een verkiezing van provinciale staten, het algemeen bestuur van een waterschap of een gemeenteraad, het centraal stembureau voor het referendum tot een nieuwe stemopneming besluit, geschiedt deze mede in aanwezigheid van het centraal stembureau voor die verkiezing. Het centraal stembureau dat mede aanwezig is bij de nieuwe stemopneming doet daarvan verslag aan het vertegenwoordigend orgaan waarvoor het de verkiezingsuitslag vaststelt of heeft vastgesteld.
2
Voor zover, bij een gecombineerde stemming voor een referendum en een stemming voor een verkiezing van provinciale staten, het algemeen bestuur van een waterschap of een gemeenteraad, het centraal stembureau dan wel vertegenwoordigend orgaan voor die verkiezing tot een nieuwe stemopneming besluit, geschiedt deze mede in aanwezigheid van het centraal stembureau voor dat referendum.