Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 29 februari 2016, nr. IENM/BSK-2016/39486, houdende regels ter uitwerking van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Regeling risico's zware ongevallen)

Regeling risico’s zware ongevallen

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Veiligheid en Justitie;
Gelet op Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L197);

BESLUIT:

Paragraaf

1

Begripsbepalingen

Paragraaf

2

Algemene bepalingen

Artikel

2

(uitwisseling gegevens)

Artikel

3

(presentatie lijst van de gevaarlijke stoffen)

Bij het opstellen van de lijst van de gevaarlijke stoffen kan voor de aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen worden volstaan met een opgave per stof van de gevaarscategorie respectievelijk de chemische naam en het CAS-nummer, mits daaruit de fysisch-chemische eigenschappen en de gevaarseigenschappen van de desbetreffende stof kenbaar zijn en inzichtelijk is op basis van welke gevaarlijke stoffen of categorieën van stoffen de inrichting een lagedrempelinrichting of een hogedrempelinrichting is.

Artikel

4

(vastlegging preventiebeleid voor zware ongevallen)

Bij de vastlegging van het preventiebeleid voor zware ongevallen wordt een beschrijving gegeven van:

  • a.

    de aard en de omvang van de risico’s van zware ongevallen, in hoofdlijnen;

  • b.

    de beginselen die ten grondslag liggen aan de inrichting van het veiligheidsbeheerssysteem en die inzicht bieden in de samenhang tussen het beleid en het veiligheidsbeheerssysteem;

  • c.

    de criteria die worden toegepast bij de vaststelling van de risico’s van zware ongevallen;

  • d.

    de beginselen die ten grondslag liggen aan de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming van zware ongevallen en die inzicht bieden in de samenhang tussen de getroffen maatregelen en de risico’s van zware ongevallen.

Artikel

5

(procedures voor de identificatie van de gevaren van zware ongevallen)

Artikel

6

(aanwijzing domino-inrichtingen)

Het bevoegd gezag stelt de exploitanten van de betrokken inrichtingen en burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten waarin de inrichtingen geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in kennis van een aanwijzing als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit.

Paragraaf

3

Hogedrempelinrichtingen

Artikel

9

(inhoud van het veiligheidsrapport)

Het veiligheidsrapport bevat de gegevens en beschrijvingen, bedoeld in bijlage II bij de richtlijn, met dien verstande dat:

  • a.

    ten aanzien van onderdeel 1 een beschrijving wordt gegeven van het maximale aantal personen dat in de inrichting werkzaam is en het maximale aantal personen binnen en buiten de inrichting dat aan het risico van een zwaar ongeval is blootgesteld, alsmede een indicatie van de verdeling van het aantal personen over de inrichting;

  • b.

    ten aanzien van onderdeel 2 een beschrijving wordt gegeven van de zones die door een zwaar ongeval kunnen worden getroffen, voor zover zij van belang zijn voor:

    • 1°.

      de interne veiligheid;

    • 2°.

      de externe veiligheid;

    • 3°.

      de voorbereiding van de rampenbestrijding;

  • c.

    ten aanzien van onderdeel 3 een beschrijving wordt gegeven van de processen die in de inrichting plaatsvinden, alsmede het verloop daarvan en een beschrijving van de stoffen op de lijst van de gevaarlijke stoffen waaronder de eigenschappen en gedragingen van deze stoffen onder de in de inrichting geldende omstandigheden en bij een voorzienbaar ongeval, alsmede de hoeveelheden waarin deze stoffen in de inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn;

  • d.

    ten aanzien van onderdeel 4 een gedetailleerde beschrijving wordt gegeven van de scenario’s, uitgewerkt per installatie en van de scenario's voor een mogelijk zwaar ongeval op het terrein van de inrichting die bepalend zijn voor de inhoud van het intern noodplan, voor het rampbestrijdingsplan en voor de omvang en uitrusting van de bedrijfsbrandweer, bedoeld in artikel 7.3 van het Besluit veiligheidsregio’s;

  • e.

    ten aanzien van onderdeel 5 een beschrijving wordt gegeven van de consequenties die de in dit onderdeel bedoelde beschrijving van de beschermings- en interventiemiddelen hebben voor het intern noodplan, alsmede een beschrijving van de organisatie van de nodig geachte bedrijfsbrandweer, waaronder de omvang van het personeel en materieel en een beschrijving van andere gegevens die met het oog op de voorbereiding van de rampenbestrijding nodig zijn;

  • f.

    ten aanzien van de onderdelen 4 en 5 een beschrijving wordt gegeven van de zware ongevallen die binnen of buiten de inrichting gevaar kunnen opleveren en een opsomming van de bijbehorende maatregelen die zijn genomen om de kans dat deze ongevallen zich voordoen, te verkleinen en de gevolgen van die ongevallen te beperken.

Artikel

10

(beschrijving scenario’s in een risico-analyse)

Artikel

11

(berekening groepsrisico en plaatsgebonden risico)

Artikel

12

(beschrijving risico’s voor het milieu)

Onverminderd het bepaalde in artikel 9, bevat het veiligheidsrapport, voor zover het betreft de risico’s voor het milieu, de volgende gegevens:

  • a.

    een schatting van de kans dat belangrijke ongewenste effecten voor het milieu ten gevolge van een zwaar ongeval zich voordoen in het oppervlaktewater of in de lozing naar een zuiveringstechnisch werk alsmede een schatting van de omvang van die effecten;

  • b.

    een opsomming van de maatregelen die zijn genomen om de risico’s voor het milieu bij een zwaar ongeval te beperken.

Artikel

13

(beschrijving externe en natuurlijke oorzaken van een zwaar ongeval)

Onverminderd het bepaalde in artikel 9, bevat de beschrijving in het veiligheidsrapport van externe en natuurlijke oorzaken, bedoeld in bijlage II, onderdeel 4, onderdeel a, onder ii en iii, bij de richtlijn in ieder geval:

  • a.

    bij een aanwijzing als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit, een schatting van de kans en de omvang van de effecten van een zwaar ongeval dat door een naburige inrichting wordt veroorzaakt;

  • b.

    een schatting van de kans en de omvang van de effecten van een mogelijke overstroming;

  • c.

    een schatting van de kans en de omvang van de effecten van een mogelijke aardbeving;

  • d.

    een opsomming en een onderbouwing van de maatregelen die zijn genomen om de risico’s van zware ongevallen te beperken.

Artikel

14

(indiening van het veiligheidsrapport)

Artikel

15

(completeren van het veiligheidsrapport)

Artikel

16

(termijn beoordeling van het veiligheidsrapport)

Artikel

17

(beoordeling van het veiligheidsrapport door andere betrokken bestuursorganen)

Artikel

18

(bijhouden actuele lijst van de in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen)

Paragraaf

4

Toezicht

Artikel

19

(coördinatie van het toezicht)

Het bevoegd gezag coördineert in ieder geval:

  • a.

    de aanpak en uitvoering van inspecties ten aanzien van:

  • b.

    het door de toezichthouders in het kader van inspecties monitoren van en reageren op gevallen van niet-naleving door:

    • 1°.

      het verzamelen en evalueren van voortgangsgegevens, realisatiegegevens en kwaliteitsgegevens met betrekking tot toezicht en vervolgacties; en

    • 2°.

      het signaleren van geconstateerde afwijkingen met een structureel of incidenteel karakter indien ernstig van aard en het organiseren of doorvoeren van verbetermaatregelen.

Artikel

20

(melding van een zwaar ongeval)

Paragraaf

5

Overige bepalingen

Paragraaf

6

Slotbepalingen

Artikel

23

(inwerkingtreding)

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

24

(citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risico’s zware ongevallen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,S.A.M.Dijksma