Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 3 juli 2018, nr. WJZ/18055124, houdende regels ten aanzien van de uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening groenten en fruit (Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2018)

Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2018

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Gelet op de artikelen 32 tot en met 34, 36, 152 tot en met 156, 159, 160, 164 en 165 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013 L 347);
Gelet op gedelegeerde verordening (EU) 2017/891 van de Commissie van 13 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de in deze sectoren toe te passen sancties en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie;
Gelet op uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit;

Besluit:

Deel

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvoerprognose: opgave door een lid van een producentenorganisatie van de hoeveelheid en aard van de producten die het lid in een door de producentenorganisatie te bepalen tijdvak bij de producentenorganisatie verwacht aan te voeren;

  • accountant: accountant die is ingeschreven in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet op het Accountantsberoep;

  • actiefonds: actiefonds als bedoeld in artikel 32 van verordening 1308/2013;

  • activiteit: actie als bedoeld in artikel 2, onderdeel g, van verordening 2017/891 ter uitvoering van een project;

  • areaalenquête: inventarisatie van een door een lid van de producentenorganisatie beteeld areaal en de door dit lid geteelde producten;

  • denatureren: ongeschikt maken voor menselijke consumptie;

  • dochteronderneming: dochteronderneming als bedoeld in artikel 22, achtste lid, aanhef en onderdeel a, van verordening 2017/891;

  • duurzaam productiemiddel: tastbaar activum als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van verordening 2017/891;

  • erkenningsaanvraag: een verzoek om erkenning als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013;

  • erkenningsbesluit: besluit van de minister inzake de erkenning van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 154, vierde lid, van verordening 1308/2013;

  • forfaitair standaardtarief: vast of maximaal bedrag per eenheid, al dan niet uitgedrukt als percentage, dat wordt gebruikt om de te declareren bedragen vast te stellen en vooraf is vastgesteld op grond van artikel 31, tweede lid van verordening 2017/891;

  • gedeeltelijke betaling: gedeeltelijke betaling als bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/892;

  • gekwantificeerd streefcijfer: gekwantificeerd streefcijfer als bedoeld in artikel 27, derde lid, van verordening 2017/891;

  • goederenlogistiek: het verzamelen, ophalen, sorteren, opslaan, verpakken, transporteren en distribueren van het product;

  • kostenbegroting: recente offerte voor de concreet geplande aanschaf of dienst, dan wel een taxatierapport op basis van vervangingswaarde, dan wel een officiële actuele prijslijst van leveranciers, dan wel een factuur uit een voorgaande periode voor eenzelfde soort geplande uitgavenpost, dan wel een vergelijkbaar document;

  • lid: aangesloten producent als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van verordening 2017/891;

  • meetbaar streefdoel: meetbaar streefdoel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van verordening 2017/892;

  • minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • nationaal kader: nationaal kader als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van verordening 1308/2013;

  • nationale strategie: nationale strategie als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van verordening 1308/2013;

  • niet-producerend lid: lid van de producentenorganisatie dat meer dan één teeltseizoen geen producten teelt waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • operationeel programma: operationeel programma, als bedoeld in artikel 33 van verordening 1308/2013;

  • producentenorganisatie: door de minister erkende producentenorganisatie als bedoeld in artikel 152 van verordening 1308/2013;

  • productie voor eigen rekening en risico: degene voor wiens rekening en risico wordt geteeld draagt de risico’s die samenhangen met de teelt en de opbrengst en is daarmee de eigenaar van het product ongeacht of hier een verkooptransactie aan vooraf is gegaan. In beginsel is dit de producent voor wiens rekening tevens de winsten en eventuele verliezen komen;

  • project: samenhangend geheel van activiteiten die subsidiabel zijn gesteld in deze regeling ter uitvoering van een strategisch doel dat door een producentenorganisatie wordt nagestreefd met haar operationeel programma;

  • richtlijn 2000/29: Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PBEU 2000, L 169);

  • subsidieaanvraag: aanvraag voor steun als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van verordening 2017/892;

  • subsidie: financiële steun van de Unie als bedoeld in artikel 34 van verordening 1308/2013;

  • strategisch doel: doelstelling als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013 of een doel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van verordening 2017/892, dat een producentenorganisatie nastreeft met haar operationeel programma;

  • SWOT analyse: bedrijfskundig model dat intern de sterktes en zwaktes en in de omgeving de kansen en bedreigingen analyseert;

  • tussentijdse wijziging: een wijziging van het operationeel programma in de loop van het jaar als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van verordening 2017/891;

  • uitgavenpost: samenstel van uitgaven die gezamenlijk aan dezelfde criteria voldoen om binnen een activiteit bij te dragen aan het concrete meetbare streefdoel van een project.

  • uitvoeringsjaar: jaar van uitvoering van een operationeel programma;

  • unie van producentenorganisaties: unie van erkende producentenorganisaties als bedoeld in artikel 156 van verordening 1308/2013;

  • verkoper: natuurlijke of rechtspersoon die door een producentenorganisatie is belast met de verkoop van producten van de leden van de producentenorganisatie waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • verordening 834/2007: Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PBEU 2007, L 189);

  • verordening 889/2008: Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PBEU 2008, L 250);

  • verordening 2017/891: gedelegeerde verordening (EU) 2017/891 van de Commissie van 13 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de in deze sectoren toe te passen sancties en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie (PBEU 2017, L 138);

  • verordening 2017/892: uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit (PBEU 2017, L 138);

  • verordening 1308/2013: Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001en (EG) nr. 1234/2007van de Raad (PBEU 2013, L 347);

  • voorschotaanvraag: aanvraag als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van verordening 2017/891;

  • waarde afgezette productie: de waarde van de afgezette productie van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 22 van verordening 2017/891.

Artikel

2

Artikel

3

Deze regeling is van toepassing op de producten van de sector groenten en fruit, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel i, van verordening 1308/2013 en op dergelijke producten die uitsluitend zijn bestemd om te worden verwerkt.

Deel

2

Erkenningen

Hoofdstuk

1

Erkenning van producentenorganisaties

Titel

1

Erkenningsvereisten

Afdeling

1

Rechtspersoonlijkheid

Artikel

4

De rechtspersoonlijkheid van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 blijkt uit:

  • a.

    een in het handelsregister neergelegd authentiek afschrift van de oprichtingsakte van de producentenorganisatie; of

  • b.

    een in het handelsregister van de Kamer van Koophandel neergelegd authentiek afschrift van de statuten van de producentenorganisatie; en

  • c.

    een inschrijving bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Afdeling

2

Lidmaatschap

Artikel

5

Van een producentenorganisatie kunnen lid zijn:

  • a.

    een natuurlijk persoon;

  • b.

    een rechtspersoon als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of een rechtspersoon naar buitenlands recht; of

  • c.

    een in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Een producentenorganisatie kan niet-producerende leden hebben, indien in de statuten van de producentenorganisatie wordt bepaald dat deze leden:

  • a.

    reeds aangesloten waren bij de producentenorganisatie vóór zij gedurende meer dan één productieseizoen geen producten meer teelden waarvoor de producentenorganisatie is erkend;

  • b.

    opgenomen worden in een afzonderlijke ledenadministratie; en

  • c.

    niet mogen deelnemen aan de stemming van de algemene vergadering over besluiten inzake het actiefonds of het operationeel programma van de producentenorganisatie.

Afdeling

3

Verplichtingen voor producentenorganisaties

Artikel

9

Artikel

10

Een lid van het bestuur of de Raad van Commissarissen van een producentenorganisatie of een functionaris van een producentenorganisatie die betrokken is bij het verkoopbeleid, is geen afnemer of functionaris van een afnemer van producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend ingevolge artikel 152, eerste lid, van verordening 1308/2013.

Artikel

11

Artikel

12

Producentenorganisaties bepalen op grond van artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 op welk moment leden hun product aan de producentenorganisatie ter verkoop aanbieden.

Artikel

13

Producentenorganisaties verplichten in hun statuten hun leden op grond van artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 om aan de producentenorganisatie:

  • a.

    melding te doen van eigendomsbelangen in ondernemingen die van de producentenorganisatie door het lid geproduceerde producten kopen, indien de producentenorganisatie voor deze producten is erkend; en

  • b.

    aan de hand van schriftelijke bewijsstukken aan te tonen dat binnen de in onderdeel a bedoelde ondernemingen is verzekerd dat het lid:

    • 1°.

      geen invloed kan uitoefenen op het vaststellen van de verkoopvoorwaarden door de ondernemingen van de producten waarvoor het lid bij de producentenorganisatie is aangesloten; en

    • 2°.

      geen invloed kan uitoefenen op besluiten aangaande commerciële relaties en het prijsbeleid van de ondernemingen.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 7, onderdeel a, van verordening 2017/891 tenminste over een deugdelijk en accuraat systeem van areaalenquêtes en aanvoerprognoses.

Artikel

17

Producentenorganisaties, en voor zover van toepassing unies van producentenorganisaties, beschikken op grond van artikel 154, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013 tenminste over een volledige beschrijving van de interne organisatie en van de administratieve en interne beheersing van:

  • a.

    de verkoop en prijsbepaling;

  • b.

    de goederenlogistiek;

  • c.

    de financiële administratie;

  • d.

    de beoordeling van investeringen en uitgaven waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • e.

    het aannemen van nieuwe leden en het beëindigen van het lidmaatschap;

  • f.

    het vergaren van informatie van de leden en de verwerking van mutaties daarin, waaronder de controle op de juistheid van de ledenlijst;

  • g.

    de beoordeling van areaalenquêtes en aanvoerprognoses, waaronder de vergelijking met realisaties;

  • h.

    de controle op naleving van artikel 160 van verordening 1308/2013 door de leden waaronder het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 12 van verordening 2017/891;

  • i.

    het opleggen van sancties; en

  • j.

    het uitbesteden van activiteiten als bedoeld in artikel 155 van verordening 1308/2013.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Afdeling

4

Eisen aan de statuten van producentenorganisaties

Artikel

23

Producentenorganisaties nemen in hun statuten op dat zij alle in artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder i, ii en iii, van verordening 1308/2013 genoemde doelstellingen nastreven en tonen aan dat zij uitvoering geven aan deze doelstellingen.

Artikel

24

Artikel

25

Titel

2

Aanvraag, verlening en beëindiging erkenning

Artikel

26

Een erkenning als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 wordt verleend indien de aanvrager kan aantonen dat hij voldoet aan de op grond van de artikelen 152, 153, 154 en 155 van verordening 1308/2013 en titel 1 van deze afdeling gestelde eisen.

Artikel

27

Artikel

28

Indien de minister op grond van artikel 27, vierde lid, aanvullende bewijsstukken opvraagt wordt de in artikel 154, vierde lid, van verordening 1308/2013 bedoelde termijn opgeschort tot de verzochte aanvullende bewijsstukken door de producentenorganisatie aan de minister zijn overgelegd.

Artikel

29

Titel

3

Informatie- en rapportageverplichtingen

Artikel

30

De producentenorganisatie informeert de minister onverwijld over:

  • a.

    wijzigingen in hun statuten;

  • b.

    wijzigingen in hun organisatiestructuur; en

  • c.

    voornemens tot fusie of samenwerking.

Artikel

31

Hoofdstuk

2

Erkenning van unies van producentenorganisaties

Artikel

32

Artikel

33

Alle artikelen uit hoofdstuk 1 zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aangesloten producentenorganisaties zelf invulling aan de betreffende artikelen hebben gegeven, waarvan in ieder geval de artikelen 4, 7, 9, 10, 17, 18, 22, 29 en 30 van overeenkomstige toepassing zijn op unies van producentenorganisaties.

Hoofdstuk

3

Niet naleving van de erkenningscriteria

Artikel

35

De erkenning van een producentenorganisatie wordt met ingang van het tijdstip van verstrijken van de termijn zoals vastgelegd in het aanmaningsbesluit bedoeld in artikel 59, eerste lid, van verordening 2017/891 van rechtswege opgeschort, tenzij de minister voor het verstrijken van deze termijn schriftelijk aan de producentenorganisatie heeft medegedeeld dat de niet-naleving van de erkenningscriteria tijdig is gecorrigeerd.

Deel

3

Actiefonds en waarde afgezette productie

Hoofdstuk

1

Waarde afgezette productie

Artikel

36

De referentieperiode voor het bepalen van de waarde van de afgezette productie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van verordening 2017/891, is het kalenderjaar twee jaar voorafgaande aan het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde afgezette productie wordt vastgesteld.

Artikel

37

Artikel

38

De waarde van de afgezette productie van leden die zijn toegetreden tot de producentenorganisatie gedurende de referentieperiode, bedoeld in artikel 36, wordt in aanmerking genomen voor de bepaling van de waarde afgezette productie van de producentenorganisatie vanaf de datum die door het bestuur van de producentenorganisatie in haar schriftelijke bevestiging als bedoeld in artikel 7, vierde lid, is aangewezen als de datum waarop het lidmaatschap in werking treedt.

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

Artikel

42

De waarde van de afgezette productie die is gerealiseerd door verkoop van producten van leden die op 1 januari van het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde van de afgezette productie wordt berekend niet meer bij de producentenorganisatie zijn aangesloten, wordt aantoonbaar uit de waarde van de afgezette productie van de producentenorganisatie verwijderd voor het betreffende jaar.

Artikel

43

Hoofdstuk

2

Beheer van het actiefonds

Artikel

44

Artikel

45

Artikel

46

Deel

4

Operationele programma’s

Hoofdstuk

1

Eisen aan operationele programma’s

Artikel

47

Artikel

48

Artikel

49

De beschrijving van de uitgangssituatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/892 bevat een SWOT analyse waarin tenminste:

  • a.

    een beschrijving en een verifieerbare onderbouwing is opgenomen van de sterke en zwakke punten van de producentenorganisatie; en

  • b.

    een beschrijving en een verifieerbare onderbouwing is opgenomen van de kansen en bedreigingen voor de producentenorganisatie bij het realiseren van de visie, bedoeld in artikel 48, en de strategische doelen, bedoeld in artikel 47, van de producentenorganisatie.

Artikel

50

Artikel

51

Artikel

52

Ter uitvoering van artikel 27, vijfde lid, van verordening 2017/891 mag een project als bedoeld in artikel 51, eerste lid, onderdeel d niet meer dan 75 procent en een activiteit niet meer dan 50 procent van de uitgaven van de uitvoering van het operationeel programma betreffen.

Artikel

53

Hoofdstuk

2

Indienen, wijzigen en stopzetten operationeel programma

Artikel

54

Artikel

55

Artikel

56

Artikel

57

Wijzigingen van de begroting voor uitgavenposten voor activiteiten opgenomen in een goedgekeurd operationeel programma met minder dan 20 procent en het vervallen van uitgavenposten of activiteiten opgenomen in een goedgekeurd operationeel programma worden door de producentenorganisatie gemotiveerd gemeld gelijktijdig met de aanvragen zoals bedoeld in artikel 192 of 194 of bij de steunaanvraag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van verordening 2017/892, voor het betreffende uitvoeringsjaar.

Artikel

58

Indien een producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties de uitvoering van haar operationele programma voor het einde van de geplande looptijd ervan stopzet, meldt zij dit onverwijld aan de minister.

Artikel

59

Een verzoek om bij fusie operationele programma’s parallel uit te voeren tot het einde van de looptijd, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van verordening 2017/891, wordt ingediend voor 15 juli van het jaar van de fusie.

Hoofdstuk

3

Algemene voorschriften voor subsidiabele uitgaven

Titel

1

Algemeen

Artikel

60

Artikel

61

Indien subsidiabele uitgaven worden onderbouwd met een factuur:

  • a.

    wordt deze geaccordeerd door de projectleider die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de activiteit waarvoor de uitgaven zijn gedaan; en

  • b.

    bevat de factuur of de bijgevoegde opdrachtbevestiging een omschrijving van de uitgavenpost en informatie over waar en wanneer deze uitgaven zijn gedaan.

Artikel

62

Bij het bepalen van de factuurdatum van de laatste factuur voor een duurzaam productiemiddel worden facturen voor eventueel onvoorzien meerwerk niet meegerekend.

Titel

2

Personeelskosten

Artikel

63

Onder personeelskosten als bedoeld in punt twee van bijlage III van verordening 2017/891 worden verstaan:

  • a.

    de loonkosten voor personeel in dienst van:

    • 1°.

      de producentenorganisatie; of

    • 2°.

      een dochteronderneming;

  • b.

    de kosten voor het inhuren van gedetacheerd personeel en uitzendkrachten ingehuurd door de in onderdeel a genoemde ondernemingen; en

  • c.

    de arbeidskosten van:

    • 1°.

      een lid, indien het lid een natuurlijk persoon is; of

    • 2°.

      de eigenaar of directeur van een lid, indien het lid een rechtspersoon is.

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

Artikel

67

Artikel

68

Titel

3

Duurzame productiemiddelen

Artikel

69

Artikel

70

Artikel

71

Artikel

72

Artikel

73

Artikel

74

Artikel

75

Artikel

76

Artikel

77

Artikel

78

Artikel

79

Artikel

80

Artikel

81

Artikel

82

Artikel

83

Artikel

84

Producentenorganisaties houden voor alle duurzame productiemiddelen die zijn opgenomen in een lopend operationeel programma, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, een actueel register bij.

Artikel

85

Titel

4

Overige kosten

Artikel

86

Artikel

87

Artikel

88

Artikel

89

Hoofdstuk

4

Subsidiabele activiteiten

Titel

1

Algemeen

Artikel

90

De activiteiten die zijn opgenomen in titel 2 tot en met 4 kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van een ieder van de strategische doelen bedoeld in artikel 47, eerste en tweede lid.

Artikel

91

Voor het voldoen aan de eisen in artikel 33, vijfde lid, van verordening 1308/2013 moeten de activiteiten die zijn opgenomen in titel 2 deel uitmaken van een project in het kader van het strategisch doel verduurzaming.

Titel

2

Verduurzaming

Afdeling

1

Algemene bepalingen

Artikel

93

Artikel

94

Investeringen in duurzame productiemiddelen die op grond van deze afdeling subsidiabel zijn kunnen gedurende de bedrijfseconomische levensduur vervangen worden, indien er significante milieuvoordelen zijn.

Artikel

95

Artikel

96

Artikel

97

Artikel

98

Artikel

99

Afdeling

2

Energie

Artikel

100

Artikel

101

Artikel

102

Afdeling

3

Duurzaam gebruik van pesticiden

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

103

Artikel

104

Artikel

105

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

106

Artikel

107

Artikel

108

Artikel

109

Artikel

110

Afdeling

4

Biologische productie

Artikel

111

Artikel

112

Biologische certificeringsystemen, zoals Skal, en lidmaatschapskosten van Skal zijn subsidiabel.

Artikel

113

Afdeling

5

Nutriënten en afval

Paragraaf

1

Uitgaven ten behoeve van aankoop van vaste activa en andere vormen van verwerving van vaste activa

Artikel

114

Artikel

115

Artikel

116

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

117

Subsidiabel zijn uitgaven:

  • a.

    voor meerkosten voor de aankoop van biologisch afbreekbare verpakkingen; en

  • b.

    voor de ontwikkeling van nieuwe biologisch afbreekbare verpakkingen.

Titel

3

Marktgericht produceren

Afdeling

1

Activiteiten gericht op productieplanning

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

118

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

119

Indien dit noodzakelijk is voor het functioneren van de belichtingsinstallatie, bedoeld in artikel 118, eerste lid, zijn uitgaven van de producentenorganisatie voor de aansluiting van een extern trafostation van het energiebedrijf of de verzwaring van de netkoppeling op de warmte-krachtkoppelingsinstallatie, inclusief personeelskosten, subsidiabel.

Afdeling

2

Activiteiten gericht op verbetering of handhaving van productkwaliteit

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

120

Artikel

121

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

122

Artikel

123

Afdeling

3

Activiteiten gericht op verhoging van de commerciële waarde en afzetverbetering

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

124

Artikel

125

Artikel

126

Artikel

127

Artikel

128

Artikel

129

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

130

Artikel

131

Artikel

132

Artikel

133

Artikel

134

Artikel

135

Artikel

136

Artikel

137

Artikel

138

Artikel

139

Titel

4

Versterking afzetstructuur

Afdeling

1

Activiteiten gericht op productieplanning

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

140

Artikel

141

Artikel

142

Uitgaven van de producentenorganisatie voor koeling van producten ten behoeve van lange bewaring zijn subsidiabel, indien het gaat om:

  • a.

    koelhuizen;

  • b.

    koelcellen;

  • c.

    koelinstallaties; of

  • d.

    vriescellen.

Artikel

143

Artikel

144

In geval van uitgaven voor het huren van koelsystemen als bedoeld in artikel 142 of conditioneringssystemen als bedoeld in artikel 143, eerste lid, overlegt de producentenorganisatie ter uitvoering van artikel 31, eerste lid, en punt 10 van bijlage III van verordening 2017/891 jaarlijks bij het indienen van de subsidieaanvraag aan de minister een bewijs van die uitgaven, bestaande uit een registratie van de in- en uitslag.

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

145

Artikel

146

Uitgaven voor licenties voor aanvoermodules voor systemen voor aanvoerprognoses en areaalenquêtes als bedoeld in artikel 140, inclusief personeelskosten, gedaan voor het einde van het kwartaal dat de factuurdatum van de laatste factuur voor de aanvoermodule omvat, zijn eenmalig subsidiabel.

Artikel

147

Afdeling

2

Activiteiten gericht op verhoging van de commerciële waarde en afzetverbetering

Paragraaf

1

Uitgaven voor duurzame productiemiddelen

Artikel

148

Artikel

149

Artikel

150

Artikel

151

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

152

Uitgaven van producentenorganisaties voor ICT systemen voor markt en afzet, bedoeld in artikel 148, eerste lid, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien het gaat om de kosten van de benodigde aanpassingen van het systeem en de interface, inclusief de benodigde aanpassingen ten behoeve van de werking van de interface, met:

  • a.

    een aanvoerregistratiesysteem;

  • b.

    een verkoopsysteem;

  • c.

    een verladingssysteem;

  • d.

    een orderregistratiesysteem; of

  • e.

    een facturatiesyteem.

Artikel

153

Artikel

154

Afdeling

3

Onderzoeksactiviteiten en activiteiten gericht op experimentele productie

Artikel

155

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van versterking van de interne structuur van de producentenorganisatie door professionalisering van de producentenorganisatie richting de markt, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten voor:

  • a.

    onderzoek naar activiteiten van de producentenorganisatie op het gebied van:

    • 1°.

      afzet;

    • 2°.

      logistiek;

    • 3°.

      kwaliteit;

    • 4°.

      milieubescherming; of

    • 5°.

      teelttechnisch onderzoek; of

  • b.

    experimentele productie.

Afdeling

4

Opleidingsactiviteiten, uitwisseling van beste praktijken en activiteiten ter bevordering van toegang tot adviesdiensten

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

156

Paragraaf

2

Uitgaven voor overige kosten

Artikel

157

Artikel

158

Uitgaven voor activiteiten ten behoeve van versterking van de interne structuur van de producentenorganisatie door professionalisering richting de markt zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten van inhuur van externe deskundigen voor activiteiten van de producentenorganisatie op het gebied van:

  • a.

    afzet;

  • b.

    logistiek;

  • c.

    kwaliteit;

  • d.

    milieubescherming; of

  • e.

    teelttechniek.

Artikel

159

Artikel

160

Bij de indiening van de subsidieaanvraag verstrekt de producentenorganisatie in geval van uitgaven voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelttechniek, bedoeld in artikel 158, onderdeel e, informatie daarover aan de minister per lid per gewas, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel

161

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt in geval van biologische productie, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien:

  • a.

    het gaat om:

    • 1°.

      biologische teelt;

    • 2°.

      bodemvruchtbaarheid;

    • 3°.

      biologische bemesting;

    • 4°.

      compostering;

    • 5°.

      vruchtwisseling;

    • 6°.

      rassenkeuze;

    • 7°.

      biologische bestrijding en biologisch evenwicht; of

    • 8°.

      biologische teelttechniek;

  • b.

    voldaan is aan de bepalingen opgenomen in verordening 834/2007, en verordening 889/2008; en

  • c.

    deelnemende leden van de producentenorganisatie beschikken over een geldig Skal certificaat of een bevestiging van Stichting Skal dat het bedrijf van het lid in omschakeling is naar biologische productie.

Artikel

162

Artikel

163

Afdeling

5

Activiteiten gericht op crisispreventie en crisisbeheer

Paragraaf

1

Algemene bepalingen inzake crisispreventie maatregelen

Artikel

164

Bij de indiening van het operationeel programma legt de producentenorganisatie een plan inhoudende de concrete invulling van de acties op het gebied van crisispreventie en risicobeheer en een begroting daarvan voor aan de minister.

Artikel

166

Uitgaven van de producentenorganisatie voor onderzoek in het kader van crisispreventie of crisisbeheer kunnen voor subsidie in aanmerking komen.

Paragraaf

2

Uitgaven ten behoeve van afzetbevorderings- en communicatieactiviteiten

Artikel

167

Artikel

168

Uitgaven van de producentenorganisatie, inclusief personeelskosten, voor collectieve generieke promotie-uitingen op het gebied van crisis zijn subsidiabel.

Artikel

169

Paragraaf

3

Uitgaven ten behoeve van het uit de markt nemen van producten

Artikel

170

Artikel

171

Artikel

172

De minister stelt de door de lidstaten vast te stellen maximale subsidiebedragen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, tweede alinea, van verordening 2017/891 vast.

Artikel

173

Artikel

174

Artikel

175

Uit de bewijsstukken, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening 2017/892, blijkt:

  • a.

    vanaf welk adres de uit de markt genomen producten bestemd voor gratis uitreiking vervoerd zijn;

  • b.

    het adres waar de uit de markt genomen goederen bestemd voor gratis uitreiking zijn afgeleverd aan een voedselbank als bedoeld in artikel 173, eerste lid; en

  • c.

    het aantal afgelegde kilometers.

Paragraaf

4

Uitgaven ten behoeve van het groen oogsten of niet oogsten van groenten en fruit

Artikel

176

Artikel

177

De minister stelt de voor groen oogsten en niet oogsten te betalen vergoedingen vast overeenkomstig artikel 49, onderdeel a, van verordening 2017/891.

Artikel

178

Artikel

179

Voor producten waarvan de normale oogst reeds begonnen is maar die een langere oogstperiode dan een maand hebben wordt de resterende oogstcapaciteit door de producentenorganisatie ten genoegen van de minister bepaald aan de hand van:

  • a.

    afleverbonnen van de planten;

  • b.

    de normale productiecyclus van een gewas; en

  • c.

    de oorspronkelijk geplande ruimdatum.

Artikel

180

Paragraaf

5

Uitgaven ten behoeve van oogstverzekering

Artikel

181

Paragraaf

6

Uitgaven ten behoeve van onderlinge fondsen

Artikel

182

Paragraaf

7

Uitgaven ten behoeve van begeleiding

Artikel

183

Afdeling

6

Andere activiteiten

Artikel

184

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van versterking van de interne structuur van de producentenorganisatie door fusies en overnames zijn subsidiabel, indien het gaat om:

  • a.

    de juridische kosten en administratiekosten; en

  • b.

    de kosten van haalbaarheidsstudies.

Artikel

185

Deel

5

Subsidieaanvraag, voorschotten en gedeeltelijke betalingen

Artikel

186

Indien een uitgave afwijkt van de in het operationele programma opgenomen begroting voor een uitgavenpost, wordt deze afwijking in de subsidieaanvraag voldoende gemotiveerd.

Artikel

187

Artikel

188

Artikel

189

Artikel

190

Artikel

191

Producentenorganisaties overleggen ter uitvoering van artikel 27 van verordening 2017/892 jaarlijks tegelijk met de indiening van de subsidieaanvraag:

  • a.

    een digitale ledenlijst per 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel;

  • b.

    een overzicht van de leden die gedurende het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft zijn uitgetreden, onder vermelding van de datum van uittreding, alsook van de leden, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel; en

  • c.

    een parafenlijst van tekeningbevoegde personen binnen de producentenorganisatie.

Artikel

192

Artikel

194

Artikel

195

Indien een producentenorganisatie werkt met een administratie van dertien perioden wordt, voor de toepassing van de artikelen 192, 193 en 194, onder kwartaal verstaan één keer een tijdvak van vier perioden en drie keer een tijdvak van drie perioden.

Artikel

196

Deel

6

Rapportageverplichtingen

Artikel

197

Ter uitvoering van artikel 54, onderdeel b, van verordening 2017/891 overleggen producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties jaarlijks, uiterlijk op 1 september, aan de minister de informatie, bedoeld in bijlage V van verordening 2017/891, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel

198

Het jaarverslag over de uitvoering van operationele programma’s dat samen met de subsidieaanvraag wordt ingediend ingevolge artikel 21, tweede lid, van verordening 2017/892, bevat ten aanzien van de tijdens het vorig jaar uitgevoerde operationele programma:

  • a.

    een beschrijving van de geplande en daadwerkelijke uitgevoerde werkzaamheden voor het betreffende jaar per activiteit;

  • b.

    een motivering van afwijkingen tussen geplande en daadwerkelijke uitgevoerde werkzaamheden;

  • c.

    een beschrijving per activiteit van de geplande en daadwerkelijk bereikte realisatie voor het betreffende jaar van de in het goedgekeurde operationele programma vastgestelde meetbare streefdoelen als bedoeld in artikel 51, eerste lid, onderdeel c;

  • d.

    een motivering van afwijkingen tussen geplande en de daadwerkelijk bereikte realisatie;

  • e.

    een beschrijving van de bijdrage die de uitvoering van het operationeel programma in het betreffende jaar geleverd heeft aan de realisatie van het operationeel programma, met name de strategische doelen, bedoeld in artikel 47, eerste en tweede lid;

  • f.

    een beschrijving van de, als gevolg van de afwijkingen noodzakelijke aanpassingen van de meetbare streefdoelen, bedoeld in artikel 51, eerste lid, onderdeel c;

  • g.

    een beschrijving en onderbouwing van de geplande en daadwerkelijke bijdrage die de gerealiseerde werkzaamheden in het betreffende jaar per project hebben geleverd aan de realisatie van de gekwantificeerde streefcijfers, bedoeld in artikel 47, derde lid; en

  • h.

    een motivering van afwijkingen tussen de geplande en daadwerkelijk gerealiseerde bijdrage.

Artikel

199

Deel

7

Uitbreiding van voorschriften en verplichte financiële bijdragen

Artikel

201

Artikel

202

Een verzoek als bedoeld in de artikelen 164, eerste lid of 165 van verordening 1308/2013, of een zienswijze als bedoeld in artikel 165, van verordening 1308/2013, wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Artikel

203

De minister wijst een verzoek als bedoeld in artikel 164, eerste lid, of 165 van verordening 1308/2013 uiterlijk toe tot en met 31 december 2020.

Deel

8

Sancties

Artikel

205

Artikel

206

Artikel

207

Artikel

208

Artikel

209

Artikel

210

Artikel

211

Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van verordening 2017/891 blijkt dat sprake is van fraude, worden de kosten van dit onderzoek ten laste van de producentenorganisaties gebracht.

Artikel

212

Bij samenloop van diverse subsidieverlagende factoren als bedoeld in de artikelen 205 tot en met 209 bedraagt de totale subsidieverlaging, indien er geen sprake is van opzet of grove nalatigheid, niet meer dan 50 procent.

Deel

9

Slotbepalingen

Artikel

213

Artikel

215

Artikel

216

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Bijlage

I

Niet limitatieve lijst van niet subsidiabele uitgaven en investeringen

  • 1.

    investeringen in kassen en tunnels;

  • 2.

    investeringen in substraat;

  • 3.

    investeringen in teeltgoten, teeltbakken en teeltstellingen;

  • 4.

    investeringen in dekwassers;

  • 5.

    investeringen in diamantglas;

  • 6.

    investeringen in verduisteringsschermen en zonwerende materialen;

  • 7.

    investeringen in vervroegingsdoek inclusief vliesdoek ter wering van insecten;

  • 8.

    investeringen in waterbassins;

  • 9.

    investeringen in uv-ontsmetting en drainwaterontsmetting ten behoeve van de recirculatie van water in de pré-oogstfase;

  • 10.

    investeringen in oogstmachines;

  • 11.

    investeringen in klimaatcomputers, meet- en regelapparatuur, tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard;

  • 12.

    investeringen in vernevelingsinstallaties; tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard; beregeningsinstallaties

  • 13.

    investeringen in watergoten;

  • 14.

    investeringen in verwarmingsbuizen, warmwaterslangen en leidingwerk (tenzij deze op grond van andere punten specifiek subsidiabel zijn verklaard);

  • 15.

    investeringen in bladzuigers;

  • 16.

    uitgaven voor water- en bodem- en bladanalyses voor bepaling hoeveelheid N en P;

  • 17.

    investeringen in (magazijn) stellingen;

  • 18.

    investeringen in spuitleidingen;

  • 19.

    investeringen in biobranders;

  • 20.

    investeringen in elektrische hef- en pallettrucks;

  • 21.

    investeringen in palletkantelaars;

  • 22.

    uitgaven voor afdichtingsmateriaal ten behoeve van champignoncellen;

  • 23.

    uitgaven voor looftrekdoeken;

  • 24.

    uitgaven voor stomen van materialen in de kas;

  • 25.

    uitgaven voor messen ter voorkoming van verspreiding van virussen.

Bijlage

II

Subsidiabele en niet-subsidiabele ruimte

Deel

1

Subsidiabele ruimte

  • 1.

    inpandige deel van een dock, waarbij

    • a.

      de oppervlakte van het dock wordt niet meegerekend in de berekening van de subsidiabele oppervlakte; en

    • b.

      bij berekening van de oppervlakte voor de aankoop van de grond voor een dock wordt uitgegaan van een oppervlakte van 200 m2;

  • 2.

    dozenopzetruimte;

  • 3.

    fustopslag of fustloods;

  • 4.

    goederenlift van en naar ruimtes waar subsidiabele activiteiten plaatsvinden;

  • 5.

    jassenstraat;

  • 6.

    kantine en lunchruimte, indien

    • a.

      het personeel geen alternatief op de locatie kan worden geboden;

    • b.

      dergelijke ruimten in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk zijn; en

    • c.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • 1°.

        een HACCP certificaat;

      • 2°.

        een BRC certificaat;

      • 3°.

        een IFS certifcaat; of

      • 4°.

        een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 7.

    keuken, indien

    • a.

      deze ruimte in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk is; en

    • b.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • 1°.

        een HACCP certificaat;

      • 2°.

        een BRC certificaat;

      • 3°.

        een IFS certifcaat; of

      • 4°.

        een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 8.

    keurruimte en keurmeesterskantoor voor product waarvoor de producentenorganisatie erkend is;

  • 9.

    koelcellen en ruimte voor de koelinstallatie;

  • 10.

    kratten- of fustwasserij;

  • 11.

    laad- of loodskantoor;

  • 12.

    label- en stickerruimte;

  • 13.

    luchtbrug, entresol, galerij of balustrade;

  • 14.

    machinekamer of CV-ruimte, indien daar subsidiabele machines worden geplaatst;

  • 15.

    noodstroomaggregaat;

  • 16.

    noodtrap of vluchttrappenhuis van en naar ruimtes waar subsidiabele activiteiten plaatsvinden;

  • 17.

    opslagruimte voor verpakkingsmateriaal;

  • 18.

    ruimte voor bewaarproeven of shelve life room;

  • 19.

    sanitair, wasgelegenheden, kleedruimten, toiletten, indien

    • a.

      deze ruimten in het kader van maatregelen voor hygiëne en voedselveiligheid noodzakelijk zijn;

    • b.

      deze ruimten bestemd zijn voor personeel dat werkzaam is in het sorteer- en verpakproces en zo gelegen zijn dat aannemelijk is dit personeel hier gebruik van maakt; en

    • c.

      de producentenorganisatie voor deze ruimte beschikt over:

      • 1°.

        een HACCP certificaat;

      • 2°.

        een BRC certificaat;

      • 3°.

        een IFS certifcaat; of

      • 4°.

        een certificaat van een gelijkwaardig kwaliteitszorgsysteem;

  • 20.

    traforuimte;

  • 21.

    verladings- of expeditieruimte; of

  • 22.

    verpak- en sorteerruimte.

Deel

2

Niet-subsidiabele ruimte

2.1

Inpandig

  • 1.

    archiefruimte;

  • 2.

    berging, werkkasten en schoonmaakkasten;

  • 3.

    ruimten voor bedrijfshulpverlening of eerste hulp verlening;

  • 4.

    chauffeursruimte;

  • 5.

    dealingroom of afmijnzaal;

  • 6.

    excursiebordes;

  • 7.

    gang of hal;

  • 8.

    kantoor;

  • 9.

    kledingwasserij;

  • 10.

    ontspanningsruimte;

  • 11.

    ontvangsthal, entree of receptie;

  • 12.

    ruimte voor P&O-faciliteiten;

  • 13.

    ruimte voor paspoortcontrole;

  • 14.

    presentatieruimte, projectieruimte of exclusieve ruimte;

  • 15.

    rookruimte en afgescheiden kantine voor rokers;

  • 16.

    serverruimte;

  • 17.

    spreekkamer;

  • 18.

    ruimte voor technische dienst of werkplaats;

  • 19.

    terras of patio; of

  • 20.

    vergaderruimte of overlegruimte.

2.2

Buiten

  • 1.

    terreinverharding;

  • 2.

    groenvoorziening, inclusief groen- en grindstroken rondom gebouwen;

  • 3.

    ontsluiting op de openbare weg;

  • 4.

    parkeerterrein of parkeergarage; of

  • 5.

    fietsenstalling.

2.3

Overig

  • 1.

    verhuurde ruimtes;

  • 2.

    ruimtes die niet in eigendom zijn van de producentenorganisatie; of

  • 3.

    overige opslagruimten.

Bijlage

III

Subsidiabele en niet-subsidiabele elementen bij nieuwbouw en volledige verbouwing (inclusief koelhuizen)

1.0

1.1

1.2

1.3

1.4

1.5

1.6

1.7

Voorbereidingen en overdracht

grondonderzoek

bodemonderzoek

sondering

architect / teken- en constructiewerk (staal- en fundering)

bouwkundig advies/deskundigenkosten

projectmanagement/bouwbegeleiding/ toezicht

notariële kosten

1.0

1.1

1.2

1.3

1.4

1.5

1.6

Voorbereidingen en overdracht

bouwaanvragen (bij gemeente)

milieuaanvragen (bij gemeente)

Construction all risk verzekering

rentekosten

bankgaranties

leges, kadastrale tarieven

2.0

2.1

2.2

2.3

2.4

2.5

2.6

2.7

2.8

2.9

Bouwplaatsvoorzieningen

loodsen en keten

beschikbaarstelling personeel

schoonmaak en preventief onderhoud

inrichting werkterrein

tijdelijke terreinverharding

(peil) uitzetten of maatvoering

bouwstroom en -water

tijdelijke elektriciteitsvoorzieningen

overige tijdelijke voorzieningen bij de bouw

2.0

2.1

2.2

2.3.

Bouwplaatsvoorzieningen

afsluitingen

reclame voor de aannemer

vuilafvoer

3.0

3.1

3.2

3.3

3.4

Grondwerk – bouwrijp maken

ontgraven van de grond

verwerken van grond en grondvervangende materialen

verdichten van grond

aanvulwerkzaamheden

3.0

3.1

3.2

3.3.

Grondwerk – bouwrijp maken

sloopwerkzaamheden (onder meer hak, breek en graafwerk van betonresten / asfalt / bestaande bebouwing)

rooiwerkzaamheden

demontagekosten, tenzij de onderdelen voor de betreffende investering worden hergebruikt

4.0

Buitenriolering en drainage

5.0

5.1

5.2

5.3

Terreinverharding (inpandig)

beton- of asfaltverharding

verhardingslagen van steenmengsel

geleidingscontructies

vloercoatingº

5.0

5.0

5.1

5.2

5.3

5.4

Terreinverharding (in- en uitpandig)

niet subsidiabele voorzieningen zoals

parkeerplaatsen en (openbare) weg

bewegwijzering

stoplichten

belijning

6.0

Funderingspalen

7.0

Betonwerk

8.0

Metselwerk

9.0

Vooraf vervaardigde steenachtige elementen

10.0

Metaalconstructiewerk

11.0

Kozijnen, ramen en deuren

12.0

Systeembekleding

13.0

13.1

13.2

Trappen en balustrade

vaste trappen naar subsidiabele ruimtes

balustraden

13.0

13.1

Trappen en balustrade

naar niet subsidiabele ruimtes, bijvoorbeeld kantoren

14.0

Beglazing

15.0

Stukadoorswerk

16.0

Tegelwerk

17.0

Dekvloeren en vloersystemen

18.0

Metaal- en kunststofwerk

19.0

Plafond- en wandsystemen

20.0

Afbouwtimmerwerk

21.0

Schilderwerk

22.0

Dakgoten en hemelwaterafvoeren

23.0

Binnenriolering

24.0

Waterinstallaties

25.0

25.1

25.2

Binneninrichting

keukenblok met blad, spoelbak en mengkraan

banken, kapstokken, lockers voor kleedkamer

25.0

25.1

25.2

25.3

25.4

25.5

Binneninrichting

kasten

werk- en buffetbladen

stelposten

geluidsinstallatie/telefoon e.d.

entree, receptie, ontvangstruimte (incl. sanitair)

26.0

Behangwerk, vloerdekking en stoffering

26.0

26.1

26.2

26.3

Behangwerk, vloerdekking en stoffering

behang

vloerbedekking

stoffering

27.0

27.1

27.2

27.3

27.4

27.5

Sanitair

douchecombinaties

closet- en urinoircombinaties

wastafel- en wastrogcombinaties

kranen en kraanafvoercombinaties

wateraanvoer

27.0

27.1

Sanitair

toebehoren sanitair

28.0

28.1

28.2

28.3

Brandbestrijdingsinstallaties

Brandblustoestellen/bluswatervoorziening

sprinklerinstallatie

brandwand of gordijn

29.0

29.1

29.2

29.3

29.4

Brand, toegang- en inbraakbeveiliging

brand- toegangs- en inbraaksysteem

toegangcontrole-installatie

camera observatiesysteem

codesloten

29.0

29.1

Brand, toegang- en inbraakbeveiliging

aansluiting meldkamer/bewakingsdienst

30.0

Verwarmingsinstallaties

31.0

Ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties

32.0

Koeling

33.0

33.1

33.2

33.3

33.4

Elektra

aanleg elektra

elektrakosten

bedrading

verlichtingsarmaturen