Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2019, nr. 2019-0000139944, tot het verstrekken van subsidies in het kader van leren en ontwikkelen in het mkb en in het grootbedrijf in de sectoren landbouw, horeca en recreatie (Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector)

SLIM-regeling

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraagtijdvak: een tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;

  • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831) waarvan het model is vastgesteld door de minister;

  • kaderregeling: de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • onderneming: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bijlage van Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124);

  • subsidieaanvrager: de aanvrager van een subsidie op grond van deze regeling;

  • subsidieontvanger: de subsidieaanvrager aan wie op grond van deze regeling een subsidie is verleend;

  • werkgeversvereniging: een vereniging van werkgevers met volledige rechtsbevoegdheid, die ten tijde van de subsidieaanvraag partij is bij een op het moment van aanvraag geldende collectieve arbeidsovereenkomst, of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, dan wel een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die is aangesloten bij een centrale werkgeversorganisatie;

  • werknemersvereniging: vereniging van werknemers met volledige rechtsbevoegdheid, niet zijnde zelfstandigen zonder personeel, die partij is bij een op het moment van aanvraag geldende collectieve arbeidsovereenkomst of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.

Artikel

1.2

Vindplaats formulieren, modellen en formats

De formulieren, modellen en formats waarnaar in deze regeling wordt verwezen, zijn door de minister elektronisch beschikbaar gesteld op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

Hoofdstuk

2

Subsidieverstrekking aan het mkb en samenwerkingsverbanden

Paragraaf

2.1

Algemene bepalingen

Artikel

2.1

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • brancheorganisatie: een organisatie, opgericht voor 1 januari 2020, die het doel van de regeling blijkens de statuten onderschrijft en de belangen behartigt van leden die tot eenzelfde bedrijfstak behoren;

  • brutoloon: bruto salaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werkenden als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende collectieve arbeidsovereenkomst of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief overige vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten;

  • initiatief: een activiteit of reeks van activiteiten die leidt tot het stimuleren van leren en ontwikkelen in een mkb-onderneming of in een grootbedrijf in de landbouw-, horeca- of recreatiesector en dat gesubsidieerd wordt overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze regeling;

  • initiatiefperiode: periode tussen het tijdstip waarop een initiatief start en wordt beëindigd;

  • kleine onderneming: een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal € 10 miljoen niet overschrijdt, berekend over het laatst afgesloten boekjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag;

  • landbouwbedrijven: ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 (PbEU 2013, L 352);

  • L&O-methode: structurele inbedding van leer- en ontwikkelactiviteiten, die primair is gericht op het aanleren van nieuwe vaardigheden, kennis en beroepshoudingen van werkenden in de onderneming;

  • middelgrote onderneming: een onderneming, niet zijnde een kleine onderneming, waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet € 50 miljoen of het jaarlijkse balanstotaal € 43 miljoen niet overschrijdt, berekend over het laatst afgesloten boekjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag;

  • mkb-onderneming: een kleine of middelgrote onderneming;

  • mkb-verklaring: verklaring waarmee een mkb-onderneming verklaart een kleine of middelgrote onderneming te zijn als bedoeld in dit hoofdstuk;

  • Noloc: beroepsvereniging van loopbaanprofessionals Noloc;

  • O&O-fonds: een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds, opgericht bij een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;

  • onderwijsinstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, een andere instelling voor beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • samenwerkingsverband: een bij overeenkomst vastgelegde samenwerking tussen ten minste twee mkb-ondernemingen eventueel aangevuld met een of meer organisaties, niet zijnde verbonden organisaties als bedoeld in artikel 2.14, vijfde lid, waarbij iedere partij van het samenwerkingsverband een activiteit, vastgelegd in het activiteitenplan, uitvoert en geen van de partijen meer dan 80% van de kosten van de samenwerking draagt;

  • werkenden: alle in de onderneming werkzame personen.

Artikel

2.3

Doel van subsidie verstrekt op grond van dit hoofdstuk

Het doel van subsidies verstrekt op grond van dit hoofdstuk is om een bijdrage te leveren aan initiatieven in mkb-ondernemingen, gericht op het stimuleren van leren en ontwikkelen.

Artikel

2.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

2.5

Eisen aan loopbaanadviseur

Artikel

2.6

Aanvraagtijdvakken

Artikel

2.7

Subsidieplafond

Artikel

2.8

Subsidieaanvraag

Artikel

2.9

Verstrekking van persoonsgegevens

Vervallen

Artikel

2.10

Rangschikking behandeling subsidieaanvragen

Artikel

2.11

Beschikking tot subsidieverlening

Artikel

2.12

Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidie in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien:

  • a.

    de subsidieaanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;

  • b.

    de beoogde initiatieven en resultaten onvoldoende meetbaar zijn geformuleerd;

  • c.

    de haalbaarheid van de beoogde aanpak onvoldoende aannemelijk is gemaakt;

  • d.

    de evaluatieopzet onvoldoende of ongeschikt is om de effectiviteit en bruikbaarheid van een initiatief te kunnen beoordelen;

  • e.

    een initiatief niet uitvoerbaar is binnen bestaande wet- en regelgeving;

  • f.

    onvoldoende is aangetoond dat subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van een initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

  • g.

    op grond van deze regeling binnen hetzelfde aanvraagtijdvak reeds subsidie is verleend voor een soortgelijk of vergelijkbaar initiatief ten behoeve van dezelfde onderneming of hetzelfde samenwerkingsverband;

  • h.

    er geen de-minimisverklaring en, indien van toepassing, mkb-verklaring is afgegeven;

  • i.

    de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in artikel 2.7 wordt overschreden;

  • j.

    de subsidieaanvraag ziet op het ontwikkelen van een initiatief niet bedoeld voor werkenden in de onderneming maar voor commerciële doeleinden; of

  • k.

    de subsidieaanvraag ziet op een activiteit als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a of c, en aan de subsidieaanvrager voor een dergelijke activiteit reeds subsidie is verleend die op het moment van indiening van de subsidieaanvraag nog niet is vastgesteld.

Artikel

2.13

Looptijd

Artikel

2.14

Subsidiabele kosten

Artikel

2.15

Niet subsidiabele kosten

Met betrekking tot de initiatieven, bedoeld onder artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a en c, komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    onredelijk en niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van het initiatief of een onderdeel daarvan;

  • b.

    loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werkenden voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten, voor zover die hebben geleid tot een vermindering van de werkbare uren voor de ondernemer;

  • c.

    kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten, zijnde alle niet directe kosten waaronder onder andere begrepen huisvestingskosten, kosten voor een werkplek, reiskosten, afschrijvingskosten en de kosten voor administratie en beheer, waaronder accountantskosten, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onderdeel d;

  • d.

    kosten gemaakt buiten de initiatiefperiode;

  • e.

    kosten die in aanmerking komen voor andere financiering van overheidswege;

  • f.

    externe kosten waarvoor geen factuur kan worden overgelegd;

  • g.

    kosten die voortvloeien uit wettelijk verplichte taken;

  • h.

    opleidingskosten;

  • i.

    btw;

  • j.

    de kosten voor de doorlichting van de onderneming, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a, indien deze onvoldoende duidelijk is toegesneden op de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de desbetreffende mkb-onderneming; of

  • k.

    de kosten voor de ondersteuning en begeleiding bij het ontwikkelen of invoeren van een methode in de onderneming als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel c, indien deze onvoldoende duidelijk is toegesneden op desbetreffende mkb-onderneming.

Artikel

2.16

Subsidiebedrag loopbaan- en ontwikkeladviezen

De subsidie voor loopbaan- en ontwikkeladviezen als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 700,– per afgerond loopbaan- of ontwikkeltraject.

Artikel

2.17

Administratievoorschriften

Artikel

2.18

Rapportageverplichting en bevoorschotting

Paragraaf

2.2

Subsidieverlening aan het mkb

Artikel

2.19

Aanvraaggerechtigde

Subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door een mkb-onderneming.

Artikel

2.20

Subsidiebedrag en subsidiabele kosten

Paragraaf

2.3

Subsidieverlening aan samenwerkingsverbanden

Artikel

2.21

Aanvraaggerechtigde

Artikel

2.22

Subsidiebedrag

Artikel

2.23

Specifieke eisen subsidieaanvraag en administratie samenwerkingsverbanden

Paragraaf

2.4

Subsidievaststelling

Artikel

2.24

Subsidievaststelling

Artikel

2.25

Intrekking en terugvordering

Artikel

2.26

Evaluatie van de initiatieven

Hoofdstuk

3

Subsidieverstrekking ten behoeve van scholing in sectorale ontwikkelpaden

Artikel

3.1

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • aanbieder: aanbieder in de zin van artikel 1 van het Besluit NLQF;

  • begunstigden: personen waarop de leerplicht, bedoeld in artikel 3 van de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is, die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene ouderdomswet, nog niet hebben bereikt en die:

  • beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren: de beroepsgroepen en beroepen die zijn opgenomen in bijlage II bij deze regeling en behoren tot de beroepsklassen pedagogische beroepen, technische beroepen, ICT-beroepen, transport en logistiekberoepen, beroepen in de agrifood en natuur & leefomgeving en zorg- en welzijnsberoepen;

  • collectief: een O&O-fonds of een bij overeenkomst vastgelegde samenwerking waaraan de volgende partijen deelnemen:

    • a.

      een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverenigingen die een band hebben met een of meer beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren, eventueel aangevuld met een O&O-fonds, een koepelorganisatie of het college van burgemeester en wethouders van een of meer centrumgemeenten als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit SUWI, en, indien een college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente deelneemt, de gedeputeerde staten van een of meer provincies; dan wel

    • b.

      een O&O-fonds dan wel koepelorganisatie en ten minste een van de partijen, genoemd in onderdeel a, met inachtneming van het daarin bepaalde over de deelname van de gedeputeerde staten van een of meer provincies;

  • geregistreerd gastouderbureau: een geregistreerd gastouderbureau als bedoeld in de Wet kinderopvang;

  • koepelorganisatie: een landelijk opererende organisatie die door een of meer werkgeversverenigingen en een of meer werknemersverenigingen die een band hebben met een of meer beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren is aangewezen om een of meerdere sectoren te vertegenwoordigen;

  • non-formele opleiding: een non-formele opleiding als bedoeld in de Wet NLQF, met uitzondering van non-formele opleidingen die alleen zijn bestemd voor werkenden in de eigen onderneming;

  • O&O-fonds: een stichting of vereniging die als doel heeft het optimaliseren van de werking van de arbeidsmarkt en die:

    • a.

      is opgericht bij een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;

    • b.

      paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersverenigingen; of

    • c.

      paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversverenigingen alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersverenigingen;

  • ontwikkelpad: een overzicht van opeenvolgende functies en eventuele daarbij behorende specialisaties met de opleidingen of onderdelen daarvan die voor deze functies en specialisaties benodigd zijn, dat is bedoeld ter stimulering van:

    • a.

      de instroom van werkzoekenden in een sector;

    • b.

      de doorstroom of specialisatie van werkenden binnen een sector, gericht op de uitvoering van nieuwe functies of specialisaties; en

    • c.

      het overstappen van werkenden naar een sector;

  • opleider: degene die:

  • werkgever: de subsidieaanvrager bij wie de werkzaamheden waarvoor wordt opgeleid worden uitgevoerd of die daartoe arbeidskrachten ter beschikking stelt aan een derde, en die:

    • a.

      een arbeidsovereenkomst met de begunstigde van de scholing heeft; of

    • b.

      afspraken heeft met de gemeente of het UWV over de scholing van de begunstigde, genoemd in artikel 3.1, onderdeel b, van de begripsbepaling begunstigden.

Artikel

3.3

Doel van subsidies verstrekt op grond van dit hoofdstuk

Het doel van subsidies verstrekt op grond van dit hoofdstuk is om met scholing de instroom in en doorstroom binnen sectoren en het overstappen tussen sectoren van werkenden en werkzoekenden in beroepsgroepen in maatschappelijk cruciale sectoren te vergroten.

Artikel

3.4

Aanvraaggerechtigde

Subsidies op grond van dit hoofdstuk worden aangevraagd door een werkgever, een geregistreerd gastouderbureau of een collectief.

Artikel

3.5

Subsidiabele activiteiten

Artikel

3.6

Erkenning ontwikkelpaden

Artikel

3.7

Bemiddeling minister bij niet opnemen scholing in erkend ontwikkelpad

Artikel

3.8

Subsidiabele kosten

Artikel

3.9

Niet subsidiabele kosten

Niet subsidiabel zijn btw en kosten waarvoor op grond van deze of een andere regeling reeds subsidie of een andere financiële bijdrage is verstrekt of zal worden verstrekt.

Artikel

3.10

Subsidiebedrag collectief

De subsidie die aan een collectief wordt verstrekt, bedraagt ten minste € 125.000 per aanvraag.

Artikel

3.11

Looptijd subsidiabele activiteiten collectief

Artikel

3.12

Aanvraagtijdvakken

Een subsidieaanvraag kan in het jaar 2025 bij de minister worden ingediend in de volgende tijdvakken:

  • a.

    van 10 maart 09:00 uur tot en met 30 juni 17:00 uur en van 1 juli 09:00 uur tot en met 10 november 17:00 uur door werkgevers en geregistreerde gastouderbureaus;

  • b.

    van 1 september 09:00 uur tot en met 30 september 17:00 uur door collectieven.

Artikel

3.13

Subsidieplafond

Artikel

3.14

Subsidieaanvraag werkgever en geregistreerd gastouderbureau

Artikel

3.15

Subsidieaanvraag collectief

Artikel

3.16

Verplichte deelname centrumgemeente aan collectief

Artikel

3.17

Wijze van verdeling

Artikel

3.18

Beschikking tot subsidieverlening

Artikel

3.19

Bevoorschotting collectief

Artikel

3.20

Weigeringsgronden

Artikel

3.21

Subsidieverplichtingen collectief

Een collectief is verplicht om door haar ingekochte scholing aan te bieden aan alle begunstigden en, voor zover hij de verleende subsidie gebruikt voor het vergoeden van scholingskosten, om elke werkgever en elk geregistreerd gastouderbureau de gelegenheid te geven een verzoek tot vergoeding van scholingskosten bij het collectief in te dienen.

Artikel

3.22

Administratievoorschriften collectief

Artikel

3.23

Voortgangsrapportage

Artikel

3.24

Subsidievaststelling

Artikel

3.25

Intrekking en terugvordering

Hoofdstuk

4

Hardheidsclausule en slotbepalingen

Artikel

4.1

Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

4.1a

Overgangsbepaling bij verduidelijking en aanscherping hoofdstuk 3

Op subsidieaanvragen die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 juli 2025, nr. 2025-0000095142, tot wijziging van de SLIM-regeling met name in verband met het verduidelijken en aanscherpen van de regels voor de subsidieverstrekking ten behoeve van scholing in sectorale ontwikkelpaden, blijft de SLIM-regeling van toepassing zoals die luidde op de dag voor het genoemde tijdstip.

Artikel

4.2

Evaluatie van de regeling

Artikel

4.3

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

4.4

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: SLIM-regeling.

Deze regeling zal met toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

Bijlage

I

Behorend bij artikel 2.5 van deze regeling

Gedragscode

Algemeen

De loopbaanadviseurs volgen bij de beroepsuitoefening de volgende gedragsregels:

  • 1.

    De loopbaanadviseur (waar aangeduid in de mannelijke vorm dient ook de vrouwelijke vorm te worden gelezen) onderwerpt zich aan de in deze gedragscode vastgestelde regels.

  • 2.

    De loopbaanadviseur richt zijn werkzaamheden primair op begeleiding bij loopbaanontwikkeling, outplacement, herplaatsing, advies over ondernemersvaardigheden, re-integratie, job coaching en studie/beroepskeuzeadvies. Daarnaast kan hij andere activiteiten verrichten, waarop deze Gedragscode echter niet van toepassing is.

  • 3.

    De loopbaanadviseur betracht, zowel bij de uitoefening van werkzaamheden met en voor cliënten als in contacten met opdrachtgevers en collega’s, de grootst mogelijke zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid. Hij is eerlijk, duidelijk, betrouwbaar en oprecht en onthoudt zich van gedrag dat afbreuk doet aan het vertrouwen in en het aanzien van het beroep.

  • 4.

    De loopbaanadviseur geeft zich bij de uitvoering van de onder punt 2 genoemde activiteiten rekenschap van de functies en relatievormen die hij in zijn persoon verenigt, zoals die van opdrachtnemer, begeleider, werknemer, vriend e.d., en voorkomt dat hij tegengestelde belangen moet behartigen.

  • 5.

    De loopbaanadviseur zal een cliënt te allen tijde voor aanvang van de begeleiding informeren over eventuele conflicterende rollen en/of activiteiten die hij verricht respectievelijk verricht heeft t.b.v. de werkgever van de cliënt.

  • 6.

    De loopbaanadviseur beseft welke invloed er van zijn positie, houding en beoordeling kan uitgaan op de cliënt en op de omstandigheden waarin die cliënt verkeert. Hij houdt in zijn optreden rekening met de mogelijke beïnvloedbaarheid en afhankelijkheid van de cliënt en andere betrokkenen.

Opdrachtaanvaarding

  • 7.

    Vóór de loopbaanadviseur een opdracht aanvaardt die voortvloeit uit door hem vanuit een andere rol verstrekte adviezen, zal hij daarover opdrachtgever en cliënt eerst informeren.

  • 8.

    De loopbaanadviseur is er voor verantwoordelijk dat een overeenkomst tot het uitvoeren van een opdracht schriftelijk wordt vastgelegd met daarin duidelijke afspraken over de rechten en verplichtingen van de betrokken partijen. Deze overeenkomst c.q. opdrachtbevestiging bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

    • de duiding van de betrokken partijen als cliënt, opdrachtgever en opdrachtnemer;

    • een beschrijving van de doelstelling;

    • een beschrijving van de te volgen werkwijze;

    • een beschrijving van de wijze van rapporteren en de voorwaarden waaronder dit gebeurt;

    • de looptijd van het traject;

    • tijdsduur die tentatief kan zijn, waarbij de loopbaanadviseur niet meer dan een in het maatschappelijk verkeer als normaal te achten aantal uren per werkdag vastlegt;

    • honoraria en onkosten, betalingswijze en -condities;

    • de mededeling dat op de uitvoering van de opdracht de gedragsregels van deze code van toepassing zijn.

  • 9.

    De loopbaanadviseur zal de aan hem verstrekte opdracht slechts aanvaarden als hij zich ervan heeft vergewist dat:

    • de aanvaarding van de opdracht door de opdrachtgever niet zal worden geïnterpreteerd als toezegging door de cliënt om een dienstverband te beëindigen of diens erkenning van de noodzaak daartoe, tenzij de cliënt hier uitdrukkelijk mee instemt;

    • de aanvaarding van de opdracht door de opdrachtgever niet zal worden geïnterpreteerd als erkenning van disfunctioneren van de cliënt in zijn huidige functie of van het bestaan van een onwerkbare situatie tenzij dit door de opdrachtgever voorafgaand aan de opdracht schriftelijk werd bevestigd aan de cliënt-werknemer;

    • hij kennis heeft genomen van alle informatie die relevant is voor een goede uitvoering van de opdracht en waarvan het bestaan bekend is of redelijkerwijs bekend zou kunnen zijn. Dit wordt als zodanig schriftelijk vastgelegd in de overeenkomst met opdrachtgever.

  • 10.

    Een opdracht kan onderdeel vormen van afspraken met betrekking tot beëindiging van het dienstverband: hierover wordt door en aan alle partijen vooraf duidelijkheid verschaft.

  • 11.

    De loopbaanadviseur zal zich er tijdens de uitvoering van een opdracht regelmatig van vergewissen of de situatie, zoals die in de initiële overeenkomst cq opdrachtbevestiging is vastgelegd, nog steeds geldend is en er, zo nodig, voor zorgen dat de overeenkomst wordt aangepast in lijn met de feitelijke uitvoering en de daarover gemaakte afspraken.

  • 12.

    De loopbaanadviseur is zich er te allen tijde van bewust dat zijn dienstverlening onderdeel kan zijn van een bredere dienstverlening. Waar mogelijk zal hij, met respecteren van de privacy van de cliënt, afstemming zoeken met andere ten behoeve van cliënt actieve betrokkenen om zo een optimale dienstverlening te waarborgen.

Begeleiding cliënt

  • 13.

    De loopbaanadviseur zal een cliënt bij hun eerste contact kenbaar maken dat het die cliënt te allen tijde vrijstaat de dienstverlening te aanvaarden dan wel te weigeren, alsmede deze op ieder moment af te breken. Bij een totale onderbreking van meer dan zes maanden wordt de opdracht beschouwd als te zijn beëindigd, tenzij andersluidende afspraken zijn gemaakt die door alle betrokken partijen schriftelijk zijn bevestigd.

  • 14.

    De loopbaanadviseur zal de door hem ten behoeve van een cliënt te verrichten werkzaamheden zorgvuldig en na bespreking met die cliënt uitvoeren. Hij zal een cliënt verwijzen naar een collega of andere disciplines indien en voor zover dit voor de belangen van die cliënt wenselijk is.

  • 15.

    De loopbaanadviseur is bevoegd de begeleiding van een cliënt tussentijds te beëindigen als hij, met inachtneming van de zorgvuldigheid in de beroepsuitoefening en met inachtneming van de in punt 14 gestelde regel, het bereiken van de doelstelling van het begeleidingsproces in redelijkheid niet meer hoeft te verwachten. Obstructie door een cliënt kan leiden tot tussentijdse onderbreking of tot definitieve beëindiging van de dienstverlening door de loopbaanadviseur. Alvorens hiertoe over te gaan zal de loopbaanadviseur de cliënt schriftelijk informeren. De loopbaanadviseur houdt rekening met het feit dat de wijze van rapporteren en formuleren richting opdrachtgever voor de cliënt nadelig kan uitwerken.

Rapportage

  • 16.

    De loopbaanadviseur streeft naar een rapportage die aanvaardbaar is voor de cliënt.

  • 17.

    Iedere rapportage die inhoudelijke informatie over een cliënt bevat, zal uitsluitend met diens schriftelijke toestemming worden gerapporteerd. Hierop kan slechts bij schriftelijke overeenkomst van alle betrokken partijen en vóór aanvang van de begeleiding een uitzondering worden gemaakt. Objectieve informatie over de voortgang van de begeleiding vormt hierop een uitzondering.

  • 18.

    De loopbaanadviseur zorgt voor dat alle benodigde documentatie in zijn administratie aanwezig is en naar waarheid is ingevuld, Ten aanzien van de registratie van de door de loopbaanadviseur bestede uren aan klantcontacten geldt dat het aantal uren een in het maatschappelijk verkeer als normaal te achten aantal uren per werkdag niet mag overstijgen.

Geheimhouding en plicht tot vertrouwelijke behandeling

  • 19.

    De loopbaanadviseur zal alle informatie die hem eenzijdig van de kant van een opdrachtgever en/of een cliënt ter kennis komt geheim houden en maakt van die informatie uitsluitend gebruik maken voor zover de goede uitvoering van de hem opgedragen taak dat vereist en voor zover het gebruik daarvan hem niet uitdrukkelijk is ontzegd.

  • 20.

    De loopbaanadviseur behandelt alle informatie van de zijde van de opdrachtgever en/of cliënt die hem ter kennis komt, en waarvan vaststaat dat deze bekend is bij alle betrokken partijen, als vertrouwelijk

  • 21.

    De loopbaanadviseur is niet gehouden geheimhouding in acht te nemen als hij gegronde redenen heeft om te menen dat het doorbreken van de geheimhouding het enige en laatste middel is om direct gevaar voor personen te voorkomen, dan wel wanneer hij door wettelijke bepalingen of een rechterlijke beslissing daartoe wordt gedwongen. Als te voorzien is dat een dergelijke situatie zich kan voordoen, stelt het lid de betrokkene ervan op de hoogte dat hij in dat geval genoodzaakt kan zijn de geheimhouding te doorbreken, tenzij door een dergelijke mededeling acuut gevaar voor hemzelf of derden kan ontstaan.

  • 22.

    Als de loopbaanadviseur besluit tot het doorbreken van de geheimhouding dan mag die doorbreking zich niet verder uitstrekken dan in de gegeven omstandigheden is vereist en dient hij de betrokkene van zijn besluit op de hoogte te stellen, tenzij door een dergelijke mededeling acuut gevaar voor hemzelf of derden kan ontstaan.

Professionaliteit

  • 23.

    De loopbaanadviseur streeft naar het verwerven en handhaven van een hoog niveau van professionaliteit in zijn beroepsuitoefening. Hij neemt de grenzen van zijn deskundigheid en de beperkingen van zijn ervaring in acht.

  • 24.

    De loopbaanadviseur beziet zijn eigen functioneren regelmatig kritisch om na te gaan hoe en in welke richting hij zichzelf als mens en als professional zal ontwikkelen, om optimaal te kunnen blijven functioneren ten behoeve van zijn opdrachtgevers en cliënten.

  • 25.

    De loopbaanadviseur verschaft, desgevraagd, informatie over zijn opleiding, c.q. ervaring en kwalificaties, die hij heeft en welke methoden en stijl hij (voornamelijk) gebruikt bij zijn begeleiding van cliënten. Hij heeft daartoe alle informatie beschikbaar waarop zijn inschrijving in het Beroepsregister berust, en houdt deze steeds geactualiseerd.

Klachten

  • 26.

    De loopbaanadviseur verplicht zich om binnen 2 weken de ontvangst van een klacht van een cliënt schriftelijk te bevestigen en deze vervolgens binnen 4 weken na ontvangst af te handelen.

Bijlage

II

Behorend bij artikel 3.1 van deze regeling

0111 Docenten hoger onderwijs en hoogleraren

0112 Docenten beroepsgerichte vakken secundair onderwijs

0113 Docenten algemene vakken secundair onderwijs

0114 Leerkrachten basisonderwijs

0115 Onderwijskundigen en overige docenten

0131 (Pedagogisch) medewerkers kinderopvang en onderwijsassistenten

0711 Biologen en natuurwetenschappers

0712 Ingenieurs (geen elektrotechniek)

0713 Elektrotechnisch ingenieurs

0714 Architecten

0721 Technici bouwkunde en natuur

0722 Productieleiders industrie en bouw

0723 Procesoperators

0731 Bouwarbeiders ruwbouw

0732 Timmerlieden

0733 Bouwarbeiders afbouw

0734 Loodgieters en pijpfitters

0735 Schilders en metaalspuiters

0741 Metaalbewerkers en constructiewerkers

0742 Lassers en plaatwerkers

0743 Automonteurs

0744 Machinemonteurs

0751 Slagers

0752 Bakkers

0753 Productcontroleurs

Tabaksbereiders en vervaardigers van tabaksproducten

0754 Meubelmakers, kleermakers en stoffeerders

0755 Medewerkers drukkerij en kunstnijverheid

Drukkerijmedewerkers

0761 Elektriciens en elektronicamonteurs

0771 Productiemachinebedieners

0772 Assemblagemedewerkers

0781 Hulpkrachten bouw en industrie

0811 Software- en applicatieontwikkelaars

0812 Databank- en netwerkspecialisten

0821 Gebruikersondersteuning ICT

0822 radio en televisietechnici

0911 Land- en bosbouwers

0912 Hoveniers, tuinders en kwekers

Sierteelt en perkplanten

0913 Veetelers

0921 Hulpkrachten landbouw

1011 Artsen

1012 Gespecialiseerd verpleegkundigen

1013 Fysiotherapeuten

Alternatief genezers

1021 Maatschappelijk werkers

1022 Psychologen en sociologen

Theologen en voorgangers van de eredienst, sociologen, antropologen, filosofen, historici en politicologen

1031 Laboranten

1032 Apothekersassistenten

1033 Verpleegkundigen (mbo)

1034 Medisch praktijkassistenten

1035 Medisch vakspecialisten

Vakspecialisten alternatieve geneeskunde

1041 Sociaal werkers, groeps- en woonbegeleiders

Pastoraal werkers, juridisch medewerkers

1051 Verzorgenden

1215 Bedieners mobiele machines

Administratief medewerkers

Onderwijs

Secretaresses

Onderwijs

Receptionisten

Onderwijs

Telefonisten

Onderwijs

Boekhoudkundig medewerkers

Onderwijs

Conciërges

Onderwijs

Teamleiders schoonmaak

Onderwijs

Ecologen

Groen

Vergunningverleners

Groen

Geografisch sociologen

Groen

Agrarische bedrijfsadviseurs

Groen

Agrarische loonwerkers

Groen

Loonwerkers in relatie tot natuurbeheer

Groen

Landschapsarchitecten

Groen

Planologen

Groen

Stedenbouwkundigen

Groen

Dierverzorgers

Groen

Beroepen in de visserijketen

Groen

Beroepen in de veredeling

Groen

Managers binnen landbouw, bosbouw en visserij

Groen

Managers aquacultuur en visserij

Groen

Huishoudelijke hulp

Zorg

Energiefixberoepen

Energie

Cybersecurity specialisten

ICT