Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 9 december 2020, Min-BuZa.2020.6279-19, houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2021

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Handelende in overeenstemming met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    bewindspersoon: de minister van Buitenlandse Zaken en in voorkomend geval de minister zonder portefeuille of de staatssecretaris die belast is met de behartiging van een of meer tot het werkgebied van het ministerie behorende beleidsterreinen;

  • b.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon besluiten te nemen;

  • c.

    volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon de Staat te vertegenwoordigen bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen;

  • d.

    machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • e.

    directeuren-generaal:

    • de directeur-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (DGBEB),

    • de directeur-generaal Europese Samenwerking (DGES),

    • de directeur-generaal Internationale Samenwerking (DGIS),

    • de directeur-generaal Politieke Zaken (DGPZ),

    • andere bij het ministerie van Buitenlandse Zaken (tijdelijk) benoemde project-directeuren-generaal;

  • f.

    directeuren:

    • de directeuren, hoofddirecteuren en projectdirecteuren,

    • de ambassadeurs in algemene dienst en de ambassadeurs in algemene dienst met bijzondere taken;

  • g.

    hoofden: de hoofden van afdelingen;

  • h.

    chefs de poste: de hoofden van vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland, te weten ambassades, gezantschappen, consulaten-generaal, consulaten, permanente vertegenwoordigingen bij internationale organisaties en andere (tijdelijke) vertegenwoordigingen, alsmede de permanente vertegenwoordigingen van het Koninkrijk der Nederlanden in Nederland bij internationale organisaties die in Nederland zijn gevestigd.

§

2

Algemeen mandaat, volmacht en machtiging

Artikel

2

Algemeen mandaat, volmacht en machtiging secretaris-generaal

Aan de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt algemeen mandaat, volmacht en machtiging verleend voor al hetgeen het ministerie van Buitenlandse Zaken betreft.

Artikel

3

Algemeen mandaat (plv) directeuren-generaal, (plv) directeuren, (plv) chefs de poste en hoofd van de consulaire service organisatie

Artikel

4

Algemene volmacht en machtiging directeuren-generaal, directeuren, chefs de poste en hoofd van de consulaire service organisatie

Artikel

5

Absolute uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging

Artikel

6

Relatieve uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging

Handelen krachtens bij deze regeling verleend mandaat, volmacht of machtiging is niet toegestaan bij:

  • a.

    het beslissen op een bezwaarschrift door degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen;

  • b.

    het beslissen op een verschil van mening dat een functionaris of voormalig functionaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken op grond van de CAO Rijk, de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen of de Rechtspositieregeling lokale werknemers 2020 heeft voorgelegd aan de in die regelingen genoemde geschillencommissies door degene die de beslissing waarop het geschil betrekking heeft, krachtens volmacht heeft genomen;

  • c.

    aangelegenheden waarbij de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde belanghebbende is.

§

3

Specifieke mandaten en volmachten

Artikel

7

Specifieke volmacht directeur Financieel-Economische Zaken

De krachtens artikel 4, eerste lid, aan de directeur Financieel-Economische Zaken verleende volmacht omvat tevens:

  • a.

    het bepalen van de muntsoort voor uitbetaling van schadeloosstelling, vergoedingen en tegemoetkomingen bij plaatsing buiten Nederland;

  • b.

    het opleggen van de verplichting een tekort aan te zuiveren of schade te vergoeden aan de functionaris die namens de minister is belast met de in artikel 24, tweede en derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 vermelde taken, wanneer hem ter zake van dat tekort een ernstig verwijt kan worden gemaakt;

  • c.

    het opleggen van de verplichting schade te vergoeden aan de functionaris die namens de minister is belast met het in artikel 3.4 van de Comptabiliteitswet 2016 bedoelde beheer, wanneer hem ter zake van die schade een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Artikel

8

Uitzonderingen mandaat en volmacht directeuren-generaal

Het krachtens artikel 3, eerste lid, aan de directeuren-generaal en de plaatsvervangend directeuren-generaal verleende mandaat en het krachtens artikel 4, eerste lid, aan de directeuren-generaal verleende volmacht hebben geen betrekking op:

  • a.

    het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken;

  • b.

    het opleggen van disicplinaire straffen;

  • c.

    het benoemen en ontslaan van de voorzitter en de leden van een bij of krachtens de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen, het Personeelsreglement BZ en de Rechtspositieregeling lokale werknemers 2020 ingestelde commissie;

  • d.

    het nemen van besluiten die betrekking hebben op aangelegenheden die verband houden met het bepalen van de inrichting van het ministerie van Buitenlandse Zaken indien:

    • 1°.

      het besluit betrekking heeft op de waardering of herwaardering van functies ingedeeld in salarisschaal 16 of hoger van CAO Rijk of van andere functies waarover de Commissie Topfuncties adviseert;

    • 2°.

      het besluit voor meer dan tien functionarissen voor wie de CAO Rijk geldt, rechtspositionele gevolgen met zich meebrengt;

    • 3°.

      het besluit betrekking heeft op de opening of sluiting van een post;

    • 4°.

      het voor elke consulaire post bepalen van een ressort en het bepalen van de status ervan.

  • e.

    het toepassen van de volgende bepalingen:

    • 1°.

      de in de CAO Rijk onder het VWNW-beleid opgenomen remplaçantenregeling bij ontslag op eigen verzoek door een functionaris;

    • 2°.

      de in de CAO Rijk onder het VWNW-beleid opgenomen hardheidsclausule ten aanzien van een functionaris over wiens benoeming door de Commissie Topfuncties is geadviseerd;

    • 3°.

      het afdoen van meldingen op vermoeden van een misstand;

    • 4°.

      het aanwijzen van een functionaris in de hoedanigheid van Zaakgelastigde en deze indien nodig voorzien van een inleidingsbrief als bedoel in artikel 3 respectievelijk artikel 2 van het Besluit van 24 oktober 2019, houdende enkele bepalingen met betrekking tot ambtenaren werkzaam bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk (Stcrt. 2019, nr. 60261);

    • 5°.

      het machtigen van honoraire consulaire functionarissen tot het verrichten van rechtshandelingen;

    • 6°.

      het machtigen van een chef de poste tot het benoemen en ontslaan van honoraire adviseurs;

    • 7°.

      het beslissen over een verschil van mening dat een functionaris of voormalig functionaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken op grond van de CAO Rijk, de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen of de Rechtspositieregeling lokale werknemers 2020 heeft voorgelegd aan de in die regelingen genoemde geschillencommissies.

Artikel

9

Specifieke bevoegdheden directeur Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid, directeur Financieel-Economische Zaken, directeur 3W, hoofddirecteur Personeel en Organisatie en hoofddirecteur Postennet

Artikel

10

Regels, procedures en instructies mandaat, volmacht en machtiging

§

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

12

Overgangsrecht

Ondermandaatbesluiten, volmachten en competentietabellen die zijn vastgesteld op grond van de Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2017 gelden als besluiten inzake mandaat, volmacht en machtiging op grond van deze regeling.

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020 met uitzondering van artikel 9, eerste lid, derde volzin, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2021.

Artikel

14

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Een afschrift van deze regeling wordt gezonden naar de Algemene Rekenkamer.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok