Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 15 maart 2017, MinBuZa 2017.68222, houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2017)

Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2017

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Handelende in overeenstemming met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    bewindspersoon: de minister van Buitenlandse Zaken en in voorkomend geval de minister zonder portefeuille of de staatssecretaris die belast is met de behartiging van een of meer tot het werkgebied van het ministerie behorende beleidsterreinen;

  • b.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon besluiten te nemen;

  • c.

    volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon de Staat te vertegenwoordigen bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen;

  • d.

    machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • e.

    directeuren-generaal:

    • de directeur-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (DGBEB),

    • de directeur-generaal Europese Samenwerking (DGES),

    • de directeur-generaal Internationale Samenwerking (DGIS),

    • de directeur-generaal Politieke Zaken (DGPZ),

    • andere bij het ministerie van Buitenlandse Zaken (tijdelijk) benoemde project-directeuren-generaal;

  • f.

    directeuren:

    • de directeuren, hoofddirecteuren en projectdirecteuren,

    • de ambassadeurs in algemene dienst en de ambassadeurs in algemene dienst met bijzondere taken;

  • g.

    hoofden: de hoofden van afdelingen van directies;

  • h.

    chefs de poste: de hoofden van vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland, bedoeld in artikel 7 van het RDBZ;

  • i.

    RDBZ: het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.

§

2

Algemeen mandaat, volmacht en machtiging

Artikel

2

Algemeen mandaat, volmacht en machtiging secretaris-generaal

Aan de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt algemeen mandaat, volmacht en machtiging verleend voor al hetgeen het ministerie van Buitenlandse Zaken betreft.

Artikel

3

Algemeen mandaat directeuren-generaal, directeuren, chefs de poste, plaatsvervangend chefs de poste en hoofden van de regionale service organisaties

Artikel

4

Algemene volmacht en machtiging directeuren-generaal, directeuren, chefs de poste en hoofden van de regionale service organisaties

Artikel

5

Absolute uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging

Artikel

6

Relatieve uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging

Handelen krachtens bij deze regeling verleend mandaat, volmacht of machtiging is niet toegestaan bij:

  • a.

    het beslissen op een bezwaarschrift door degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen;

  • b.

    aangelegenheden waarbij de gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde belanghebbende is.

§

3

Specifieke mandaten

Artikel

7

Specifiek mandaat directeur Financieel-Economische Zaken

Het in artikel 3, eerste lid, aan de directeur en de plaatsvervangend directeur Financieel-Economische Zaken verleende mandaat omvat tevens:

Artikel

8

Uitzonderingen mandaat directeuren-generaal

Het in artikel 3, eerste lid, aan de directeuren-generaal verleende mandaat heeft geen betrekking op:

Artikel

9

Specifiek mandaat directeur Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid en directeur Financieel-Economische Zaken

Aan de directeur Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid wordt mandaat verleend tot het nemen van alle besluiten ten aanzien van de consulaire functies en ten aanzien van functionarissen met een consulaire functie. Aan de directeur Financieel-Economische Zaken wordt mandaat verleend tot het nemen van alle besluiten ten aanzien van de financiële functies en ten aanzien van functionarissen met een financiële functie. Van voornoemde bevoegdheid zijn uitgezonderd de bevoegdheid besluiten te nemen in dit kader die toekomen aan de secretaris-generaal, de hoofddirecteur Personeel en Organisatie en de directeur 3W.

Artikel

10

Regels, procedures en instructies mandaat, volmacht en machtiging

§

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

12

Overgangsrecht

Ondermandaatbesluiten, volmachten en competentietabellen die zijn vastgesteld op grond van de Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2004 gelden als besluiten inzake mandaat, volmacht en machtiging op grond van deze regeling.

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2015.

Artikel

14

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Een afschrift van deze regeling wordt gezonden naar de Algemene Rekenkamer.

De Minister van Buitenlandse Zaken,A.G.Koenders