Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 juli 2021, 2021-0000054735, houdende vaststelling van de Subsidieregeling leer- en ontwikkelbudget voor de stimulering van de arbeidsmarktpositie van natuurlijke personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt (Subsidieregeling STAP-budget)

Subsidieregeling STAP-budget

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Handelende, voor zover het scholing en het scholingsregister betreft, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraagtijdvak: een tijdvak als bedoeld in artikel 9 waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;

  • aanwezigheids- of deelnemingspercentage: een percentage dat door de opleider wordt vastgesteld door middel van registratie van de fysieke aanwezigheid van de subsidieontvanger gedurende de scholing, dan wel, in geval van scholing die langs digitale weg wordt gegeven, van deelname aan de scholing in digitale vorm;

  • bewijs van deelname: een door de opleider, overeenkomstig een door het UWV vastgesteld format, opgesteld document waarop is aangegeven of de gesubsidieerde scholing is afgerond overeenkomstig artikel 14, tweede lid;

  • bijdrage van een derde: bijdrage die de subsidieaanvrager van een ander dan de Minister voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit ontvangt en die de subsidieaanvrager aanwendt of behoort aan te wenden voor de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit;

  • diploma of certificaat: een schriftelijk bewijs van afronding van een scholing of deel van een scholing, te bereiken door het afleggen van een test, proef of examen;

  • DUO: de Dienst Uitvoering Onderwijs;

  • einddatum van de scholing: de datum die in de beschikking tot subsidieverlening als datum van afronding van de scholing is vermeld;

  • EVC-aanbieder: aanbieder die volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC een EVC-procedure uitvoert aan de hand van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en die voor de desbetreffende standaard is opgenomen in het register erkende EVC-aanbieders van het Nationaal Kenniscentrum EVC;

  • EVC-procedure: geheel van processtappen en instrumenten waarmee een EVC-aanbieder eerder of elders verworven competenties van een kandidaat beoordeelt ten opzichte van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en waarbij de uitkomsten worden vastgelegd in een ervaringscertificaat;

  • meerjarige scholing: een scholing die een nominale studieduur van meer dan 12 maanden heeft;

  • Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • NLQF: het Nederlands Kwalificatieraamwerk voor inschaling van kwalificaties betreffende opleiding en studie;

  • NRTO: de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding;

  • opleider: een aanbieder van een scholing waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verleend;

  • opleidingsjaar: een opleidingsjaar, dat deel uitmaakt van een meerjarige scholing, waarvoor les-, cursus-, college- of examengeld in rekening wordt gebracht;

  • Richtlijn 2004/38/EG: Richtlijn 2004/38/EG van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEG 2004, L 229);

  • scholing:

    • a.

      opleiding of training, niet zijnde een bedrijfsspecifieke training, die:

      • 1°.

        wordt aangeboden door een opleidingsinstituut dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend onderwijs verzorgt en die leidt tot een diploma of certificaat, dan wel verband houdt met onderdelen van een door deze Minister vastgesteld kwalificatiedossier, vastgestelde kwalificatie of een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie geaccrediteerde opleiding;

      • 2°.

        leidt tot een door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF ingeschaalde kwalificatie, die is opgenomen in het NLQF-register; of

      • 3°.

        wordt gegeven door een opleidingsinstituut, een trainingsbureau, een EVC-aanbieder of examenaanbieder die in het bezit is van het NRTO-keurmerk;

    • b.

      bedrijfsopleidingen, niet zijnde bedrijfsspecifieke opleidingen, waaronder mede begrepen cursussen of trainingen, gericht op het bijhouden of vergroten van vakkennis of het aanleren van extra vaardigheden, die leiden tot een branchecertificaat uitgegeven door een door de branche erkende organisatie;

  • scholingsregister: het scholingsregister, genoemd in artikel 21, waarin alle scholing is opgenomen waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verleend;

  • STAP-aanmeldingsbewijs: een door de opleider opgesteld document, waarmee wordt gelijkgesteld een aanmelding voor een scholing in het van overheidswege bekostigd onderwijs, waarop is aangegeven welke scholing gaat worden gevolgd, de persoon die de scholing gaat volgen, diens geboortedatum en studentnummer of inschrijfnummer bij de scholing, de voorziene start- en einddatum van de scholing en in geval er sprake is van een meerjarige scholing de einddatum van het desbetreffende opleidingsjaar;

  • subsidieaanvrager: de persoon die een aanvraag voor subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend;

  • subsidieontvanger: de subsidieaanvrager aan wie krachtens deze regeling subsidie is verleend;

  • UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • vervolgaanvraag: een subsidieaanvraag voor een volgend opleidingsjaar als bedoeld in artikel 6, tweede lid;

  • volksverzekeringen: de verzekeringen op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet langdurige zorg.

Artikel

3

Doel van de subsidie

Het doel van deze regeling is om personen, die een band hebben met de Nederlandse arbeidsmarkt, met financiële ondersteuning in staat te stellen om scholing te volgen, gericht op versterking van hun arbeidsmarktpositie.

Artikel

4

Subsidiabele kosten

Subsidiabele kosten zijn:

  • a.

    les-, cursus-, college- of examengeld, alsmede kosten van door de opleider verplicht gestelde leermiddelen of beschermingsmiddelen voor zover deze middelen direct noodzakelijk zijn voor het volgen en afronden van de scholing, mits de kosten van deze middelen in rekening worden gebracht door de opleider;

  • b.

    dit onderdeel is nog niet in werking getreden.

Artikel

5

Aanvraaggerechtigde en subsidievoorwaarden scholing

Artikel

6

Meerjarige scholing

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

7

Subsidiebedrag

De subsidie voor een scholing bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten van de scholing zoals vermeld in het scholingsregister, tot een maximum van € 1.000,– inclusief btw.

Artikel

8

Aanvraag

Artikel

9

Subsidieplafond en aanvraagtijdvakken

Artikel

10

Behandeling van subsidieaanvragen en rangschikking

Artikel

11

Beschikking tot subsidieverlening en beslistermijn

Artikel

12

Weigeringsgronden

Artikel

13

Bevoorschotting en betaling

Artikel

14

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

15

Meldingsplicht subsidieontvanger

Artikel

16

Verplichtingen opleider

Artikel

17

Beschikking tot subsidievaststelling

Artikel

18

Terugvordering

Artikel

19

Verwijdering uit scholingsregister en uitsluiting van de regeling

Artikel

20

Mandaat, volmacht en machtiging UWV

Artikel

21

Beheerder scholingsregister

Artikel

22

Controle scholingsactiviteiten opleiders

Artikel

23

Meldpunt M&O

De Minister draagt zorg voor een meldpunt en het beheer daarvan, waar signalen over misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidie op grond van deze regeling kunnen worden gemeld.

Artikel

24

Hardheidsclausule

Artikel

26

Financiering

Artikel

27

Evaluatie

Artikel

28

Meewerken aan onderzoek

De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de Minister.

Artikel

29

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

30

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling STAP-budget.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees