Artikel
1.1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
algemene de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);
-
algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
-
auditautoriteit: door de minister aangewezen autoriteit als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de BAR-verordening;
-
BAR-verordening: verordening (EU) 2021/1755 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2021 tot oprichting van de reserve voor aanpassing aan de Brexit (PbEU 2021, L 357);
-
basisdouanevereisten: douanevereisten voor ondernemingen die goederen exporteren naar en importeren uit of vervoeren via het Verenigd Koninkrijk, bestaande uit aanvragen voor de volgende vergunningen, registraties of beschikkingen:
-
a.
registratie als bedoeld in artikel 9 van het Douanewetboek van de Unie voor het digitaal uitwisselen van berichten met de Douane en om digitaal aangifte te doen voor douaneregelingen in het vrije verkeer brengen en uitvoer;
-
b.
beschikking betreffende een bindende inlichting als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie;
-
c.
vergunning voor het bepalen van de bedragen voor het vaststellen van de douanewaarde van goederen, als deze bedragen niet meetbaar zijn op de datum waarop de douaneaangifte is aanvaard, als bedoeld in artikel 73 van het Douanewetboek van de Unie;
-
d.
vergunning geregistreerde exporteur voor het opstellen van oorsprongsverklaringen bij de export van goederen waarvoor in het Verenigd Koninkrijk een preferentiële regeling geldt als bedoeld in artikel 68 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2015, L 343);
-
a.
-
brancheorganisatie: een vereniging of stichting, die op 1 januari 2021 in het handelsregister stond ingeschreven, die belangen behartigt van haar leden, bestaande uit ondernemingen die tot eenzelfde bedrijfstak behoren;
-
Brexit: terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie;
-
complexe douanevereisten: vereisten voor ondernemingen die goederen exporteren naar en importeren uit of vervoeren via het Verenigd Koninkrijk, bestaande uit aanvragen voor de volgende vergunningen:
-
a.
vergunning voor het beheer van een opslagruimte voor tijdelijke opslag als bedoeld in artikel 148, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie;
-
b.
vergunning voor een bijzondere regeling als bedoeld in artikel 210, aanhef en onderdelen b, c en d, van het Douanewetboek van de Unie;
-
c.
vergunning voor de status van toegelaten afzender als bedoeld in artikel 233, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van het Douanewetboek van de Unie;
-
d.
vergunning voor de status van toegelaten geadresseerde als bedoeld in artikel 233, vierde lid, aanhef en onderdeel b, van het Douanewetboek van de Unie;
-
e.
vergunning voor het gebruiken van zegels van een speciaal soort voor de identificatie van onder de douaneregeling douanevervoer geplaatste goederen als bedoeld in artikel 233, vierde lid, aanhef en onderdeel c, van het Douanewetboek van de Unie;
-
f.
vergunning voor het gebruik van een elektronisch vervoersdocument als douaneaangifte voor douanevervoer als bedoeld in artikel 233, vierde lid, aanhef en onderdeel e, van het Douanewetboek van de Unie, voor vervoer door de lucht, of vervoer over zee;
-
g.
vergunning toegelaten afgever voor het afgeven van bewijzen van douanestatus van Uniegoederen, zonder dat een onderneming deze vooraf door de bevoegde douaneautoriteiten van het land van export hoeft te laten aftekenen als bedoeld in artikel 128, eerste lid, onderdeel a, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2015, L 343);
-
a.
-
de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene de-minimisverordening;
-
douanevereisten:
-
a.
basisdouanevereisten;
-
b.
complexe douanevereisten;
-
a.
-
Douanewetboek van de Unie: verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269);
-
handelsregister: handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
-
kleine onderneming: kleine onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
-
kosten derden: kosten, waarvoor een onderneming een factuur van een derde ontvangt en in haar administratie bewaart;
-
landbouw de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352);
-
landbouwonderneming: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt;
-
middelgrote onderneming: middelgrote onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
-
minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
-
mkb-onderneming: kleine onderneming of middelgrote onderneming;
-
onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
-
opgaaf intracommunautaire prestaties: de opgaaf van intracommunautaire leveringen en intracommunautaire diensten;
-
reserve: reserve voor aanpassing aan de Brexit als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de BAR-verordening;
-
verklaring landbouw de-minimissteun: verklaring van de subsidieaanvrager waarin deze bevestigt dat subsidieverlening niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de landbouw de-minimisverordening;
-
verklaring visserij de-minimissteun: verklaring van de subsidieaanvrager waarin deze bevestigt dat de subsidieverlening niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de visserij de-minimisverordening;
-
visserij de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU 2014, L 190);
-
visserij- of aquacultuuronderneming: onderneming die actief is in de visserij- of aquacultuursector, zijnde alle activiteiten voor de productie, verwerking en afzet van visserij- of aquacultuurproducten.