Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 20 oktober 2022, nr. WJZ/ 21120487, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van Brexit Adjustment Reserve (Tijdelijke regeling subsidie ondernemingen Brexit Adjustment Reserve)

Tijdelijke regeling subsidie ondernemingen Brexit Adjustment Reserve

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
Gelet op artikel 5, eerste lid, van Verordening (EU) 2021/1755 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2021 tot oprichting van de reserve voor aanpassing aan de Brexit (PbEU 2021, L 357), artikel 63 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PbEU 2018, L 193) en artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • algemene de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);

  • algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

  • auditautoriteit: door de minister aangewezen autoriteit als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de BAR-verordening;

  • BAR-verordening: verordening (EU) 2021/1755 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2021 tot oprichting van de reserve voor aanpassing aan de Brexit (PbEU 2021, L 357);

  • basisdouanevereisten: douanevereisten voor ondernemingen die goederen exporteren naar en importeren uit of vervoeren via het Verenigd Koninkrijk, bestaande uit aanvragen voor de volgende vergunningen, registraties of beschikkingen:

    • a.

      registratie als bedoeld in artikel 9 van het Douanewetboek van de Unie voor het digitaal uitwisselen van berichten met de Douane en om digitaal aangifte te doen voor douaneregelingen in het vrije verkeer brengen en uitvoer;

    • b.

      beschikking betreffende een bindende inlichting als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie;

    • c.

      vergunning voor het bepalen van de bedragen voor het vaststellen van de douanewaarde van goederen, als deze bedragen niet meetbaar zijn op de datum waarop de douaneaangifte is aanvaard, als bedoeld in artikel 73 van het Douanewetboek van de Unie;

    • d.

      vergunning geregistreerde exporteur voor het opstellen van oorsprongsverklaringen bij de export van goederen waarvoor in het Verenigd Koninkrijk een preferentiële regeling geldt als bedoeld in artikel 68 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2015, L 343);

  • brancheorganisatie: een vereniging of stichting, die op 1 januari 2021 in het handelsregister stond ingeschreven, die belangen behartigt van haar leden, bestaande uit ondernemingen die tot eenzelfde bedrijfstak behoren;

  • Brexit: terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie;

  • complexe douanevereisten: vereisten voor ondernemingen die goederen exporteren naar en importeren uit of vervoeren via het Verenigd Koninkrijk, bestaande uit aanvragen voor de volgende vergunningen:

    • a.

      vergunning voor het beheer van een opslagruimte voor tijdelijke opslag als bedoeld in artikel 148, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie;

    • b.

      vergunning voor een bijzondere regeling als bedoeld in artikel 210, aanhef en onderdelen b, c en d, van het Douanewetboek van de Unie;

    • c.

      vergunning voor de status van toegelaten afzender als bedoeld in artikel 233, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van het Douanewetboek van de Unie;

    • d.

      vergunning voor de status van toegelaten geadresseerde als bedoeld in artikel 233, vierde lid, aanhef en onderdeel b, van het Douanewetboek van de Unie;

    • e.

      vergunning voor het gebruiken van zegels van een speciaal soort voor de identificatie van onder de douaneregeling douanevervoer geplaatste goederen als bedoeld in artikel 233, vierde lid, aanhef en onderdeel c, van het Douanewetboek van de Unie;

    • f.

      vergunning voor het gebruik van een elektronisch vervoersdocument als douaneaangifte voor douanevervoer als bedoeld in artikel 233, vierde lid, aanhef en onderdeel e, van het Douanewetboek van de Unie, voor vervoer door de lucht, of vervoer over zee;

    • g.

      vergunning toegelaten afgever voor het afgeven van bewijzen van douanestatus van Uniegoederen, zonder dat een onderneming deze vooraf door de bevoegde douaneautoriteiten van het land van export hoeft te laten aftekenen als bedoeld in artikel 128, eerste lid, onderdeel a, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2015, L 343);

  • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene de-minimisverordening;

  • douanevereisten:

    • a.

      basisdouanevereisten;

    • b.

      complexe douanevereisten;

  • Douanewetboek van de Unie: verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269);

  • handelsregister: handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

  • kleine onderneming: kleine onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • kosten derden: kosten, waarvoor een onderneming een factuur van een derde ontvangt en in haar administratie bewaart;

  • landbouw de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352);

  • landbouwonderneming: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt;

  • middelgrote onderneming: middelgrote onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  • mkb-onderneming: kleine onderneming of middelgrote onderneming;

  • onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

  • opgaaf intracommunautaire prestaties: de opgaaf van intracommunautaire leveringen en intracommunautaire diensten;

  • reserve: reserve voor aanpassing aan de Brexit als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de BAR-verordening;

  • verklaring landbouw de-minimissteun: verklaring van de subsidieaanvrager waarin deze bevestigt dat subsidieverlening niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de landbouw de-minimisverordening;

  • verklaring visserij de-minimissteun: verklaring van de subsidieaanvrager waarin deze bevestigt dat de subsidieverlening niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de visserij de-minimisverordening;

  • visserij de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU 2014, L 190);

  • visserij- of aquacultuuronderneming: onderneming die actief is in de visserij- of aquacultuursector, zijnde alle activiteiten voor de productie, verwerking en afzet van visserij- of aquacultuurproducten.

Artikel

1.2

Subsidiabele activiteiten

Artikel

1.3

Informatieverplichtingen

Artikel

1.4

Subsidiabele kosten

Artikel

1.5

Openstellingsperiode en subsidieplafond

Artikel

1.6

Verdeling subsidieplafond

Artikel

1.7

Beslissing op de aanvraag

De minister geeft een beschikking op een aanvraag om subsidie binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag. Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en hij noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing wel kan worden genomen.

Artikel

1.8

Niet-subsidiabele kosten

De kosten, bedoeld in artikel 7 van de BAR-verordening, komen niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel

1.9

Realisatietermijn

De op grond van deze regeling gesubsidieerde activiteiten worden voor het indienen van een aanvraag om subsidievaststelling door de subsidieontvanger voltooid.

Artikel

1.10

Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie indien:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels;

  • b.

    de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;

  • c.

    de subsidie bestemd is voor:

    • 1°.

      een rechtspersoon of natuurlijke persoon tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of

    • 2°.

      een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, die al in moeilijkheden verkeerde voor 1 januari 2021;

  • d.

    het onaannemelijk wordt geacht dat de subsidiabele activiteiten binnen de termijn, bedoeld in artikel 1.9, kunnen worden voltooid;

  • e.

    de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie;

  • f.

    de aanvrager niet op 1 januari 2021 in het handelsregister stond ingeschreven;

  • g.

    minder dan € 5.000 van de totale omzet van een aanvrager in het jaar 2020 verkregen is door middel van:

    • 1°.

      handelsactiviteiten met het Verenigd Koninkrijk; of

    • 2°.

      handelsactiviteiten met landen binnen de Europese Unie, waarvoor doorvoer door het Verenigd Koninkrijk noodzakelijk was.

Artikel

1.11

Algemene verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

1.12

Subsidievaststelling

Artikel

1.13

Beschikking tot subsidievaststelling

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

Artikel

1.14

Cumulatie subsidie

Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten, of een deel daarvan, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat krachtens deze regeling kan worden verstrekt noch meer bedraagt dan toegestaan volgens de toepasselijke Europese steunkaders.

Artikel

1.15

Instandhouding investering

Hoofdstuk

2

Voorlichtingscampagnes

Artikel

2.1

Begripsomschrijvingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • voorlichtingscampagne: een samenhangend programma gericht op de bewustwording, informatievoorziening en gedragsverandering van ondernemingen die te maken krijgen met veranderingen in de processen en systemen die noodzakelijk zijn voor de export naar, de import uit en het vervoer via het Verenigd Koninkrijk.

Artikel

2.2

Subsidieaanvraag

Artikel

2.3

Hoogte subsidie

Artikel

2.4

Subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.4 komen als subsidiabele kosten in aanmerking:

  • a.

    kosten voor het ontwikkelen van de inhoud van en de communicatiemiddelen ten behoeve van een voorlichtingscampagne, bestaande uit:

    • 1°.

      de bouw van een website ten behoeve van de voorlichtingscampagne;

    • 2°.

      het opzetten van een voorlichtingscampagne met behulp van sociale media; of

    • 3°.

      het gebruik van overige communicatiemiddelen; of

    • 4°.

      de coördinatie van de opzet en uitvoering van de voorlichtingscampagne; of

  • b.

    kosten van vrij toegankelijke fysieke of digitale bijeenkomsten voor de doelgroep als onderdeel van de voorlichtingscampagne.

Artikel

2.5

Informatieverplichtingen

Artikel

2.6

Afwijzingsgronden

Artikel

2.7

Indiening aanvraag tot subsidievaststelling

Onverminderd artikel 1.12, derde lid, bevat een verzoek tot subsidievaststelling gegevens die aantonen welke subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd, alsmede de hieraan verbonden kosten.

Artikel

2.8

Staatssteun

Hoofdstuk

3

Opleidingen

Artikel

3.1

Begripsomschrijvingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

  • basisopleiding tot douanedeclarant: een opleiding die opleidt tot douanedeclarant;

  • bedrijfsplan fytosanitair: beschrijving van de uitwerking van een bedrijfserkenningssysteem voor fytosanitaire producten van een onderneming van een erkenningshouder, waarin verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken in combinatie met onder de erkenning vallende bedrijven, processen en systemen zijn vastgelegd;

  • douanedeclarant: een natuurlijk persoon die namens een onderneming douaneformaliteiten afhandelt;

  • opleider: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich bij de uitoefening van zijn beroep of bedrijf bezighoudt met het geven van de basisopleiding tot douanedeclarant of de vakopleiding tot douanedeclarant;

  • opleiding voor douaneprocedures in de praktijk: een opleiding die gericht is op de meest elementaire kennis over douaneformaliteiten;

  • opleiding fytosanitair controlemedewerker: een opleiding die in samenspraak met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit specifiek is ontwikkeld ten behoeve van een bedrijfserkenningssysteem voor fytosanitaire producten voor ondernemingen die een handelsrelatie hebben met het Verenigd Koninkrijk;

  • vakopleiding tot douanedeclarant: een opleiding gericht op kennisontwikkeling ten behoeve van meer uitgebreide douaneformaliteiten bij de in-, uit- en doorvoer van goederen;

  • werknemer: werknemer als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

  • werkgever: werkgever als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel

3.2

Subsidiabele activiteiten

Artikel

3.3

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt:

  • a.

    in het geval de subsidieaanvrager een middelgrote onderneming is, 60 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 7.500;

  • b.

    in het geval de subsidieaanvrager een kleine onderneming is, 70 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 8.750;

  • c.

    in het geval de subsidieaanvrager geen mkb-onderneming is, 50 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 6.250.

Artikel

3.4

Subsidiabele kosten

Artikel

3.5

Informatieverplichtingen

Artikel

3.6

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.10 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidie, als bedoeld in artikel 3.2, voor zover op grond van deze paragraaf voor hetzelfde type opleiding voor dezelfde werknemer eerder subsidie is verleend aan de subsidieaanvrager.

Artikel

3.7

Indiening aanvraag tot subsidievaststelling

Onverminderd artikel 1.12, derde lid, bevat een verzoek tot subsidievaststelling gegevens die aantonen welke opleidingen zijn gevolgd, alsmede de hiermee gemoeide kosten.

Artikel

3.8

Staatssteun

Hoofdstuk

4

Aanpassing van ICT-infrastructuur

Artikel

4.1

Begripsomschrijvingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • douane aangiftesoftware: software die noodzakelijk is voor het doen van douaneaangiften, voor zowel standaardpakketten als voor maatwerkproducten.

Artikel

4.2

Subsidiabele activiteiten

Artikel

4.3

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt:

  • a.

    in het geval de subsidieaanvrager een middelgrote onderneming is, 10 procent van de subsidiabele kosten;

  • b.

    in het geval de subsidieaanvrager een kleine onderneming is, 20 procent van de subsidiabele kosten.

Artikel

4.4

Subsidiemaximum

Artikel

4.5

Subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.4 komen als subsidiabele kosten de volgende kosten in aanmerking:

  • a.

    kosten van de aanschaf van:

    • 1°.

      douane aangiftesoftware; of

    • 2°.

      gebruikslicenties voor douane aangiftesoftware; of

  • b.

    kosten voor de aanschaf van producten die noodzakelijk zijn voor douaneaangiften, die niet zijn opgenomen in onderdeel a.

Artikel

4.6

Informatieverplichtingen

Onverminderd artikel 1.3, tweede en derde lid, bevat een aanvraag om subsidie ten minste de volgende gegevens:

  • a.

    indien de aanvrager een onderneming is als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, een overzicht van het aantal douaneaangiften in de jaren 2020 en 2021;

  • b.

    een overzicht van de voor 2020 en 2021 afgegeven douanevergunningen; en

  • c.

    een kopie van een van de voor 2020 of 2021 afgegeven douanevergunningen.

Artikel

4.7

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.10 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, indien:

  • a.

    er ten aanzien van de aanvrager al eerder een subsidie als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, is verstrekt;

  • b.

    de aanvrager de douaneaangiften in het jaar 2021 heeft uitbesteed aan een derde partij.

Artikel

4.8

Indiening aanvraag tot subsidievaststelling

Onverminderd artikel 1.12, derde lid, bevat een verzoek tot subsidievaststelling gegevens die aantonen welke ICT-aanpassingen hebben plaatsgevonden, alsmede de hiermee gemoeide kosten.

Artikel

4.9

Staatssteun

Hoofdstuk

5

Externe consultancy product- en procesvereisten douane

Artikel

5.1

Subsidiabele activiteiten

Artikel

5.2

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten voor een mkb-onderneming.

Artikel

5.3

Subsidiemaximum

Artikel

5.4

Subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.4 komen als subsidiabele kosten de advieskosten voor het voldoen aan product- en procesvereisten op grond van douaneregelgeving als gevolg van de Brexit in aanmerking.

Artikel

5.5

Informatieverplichtingen

Onverminderd artikel 1.3, tweede en derde lid, bevat een aanvraag om subsidie ten minste de volgende gegevens:

  • a.

    indien de aanvrager een onderneming is als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, een overzicht van het aantal douaneaangiften in de jaren 2020 en 2021;

  • b.

    een overzicht van de voor 2020 en 2021 afgegeven douanevergunningen;

  • c.

    een kopie van één van de voor 2020 en 2021 afgegeven douanevergunningen; en

  • d.

    de adviesvraag die de subsidieaanvrager in het kader van de consultancy wil stellen.

Artikel

5.6

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.10 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, indien er ten aanzien van de aanvrager al eerder een subsidie als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, is verstrekt.

Artikel

5.7

Indiening aanvraag tot subsidievaststelling

Onverminderd artikel 1.12, derde lid, bevat een verzoek tot subsidievaststelling gegevens die aantonen dat de activiteiten, waarvoor subsidie is verstrekt, zijn uitgevoerd, alsmede de hiermee gemoeide kosten.

Artikel

5.8

Staatssteun

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

6.1

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

6.2

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling subsidie ondernemingen Brexit Adjustment Reserve.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, M.A.M. Adriaansens