Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 28 oktober 2024, nr. IENW/BSK-2024/294197, houdende vaststelling van tijdelijke regels voor het verlenen van subsidie voor de realisering van walstroomvoorzieningen voor zeeschepen 2024–2027 (Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2024–2027)

Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2024–2027

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvrager: een in Nederland gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die voornemens is een project uit te voeren als bedoeld in deze regeling;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;

  • Minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • project: een voor deze regeling subsidiabele activiteit, zijnde de aanschaf en installatie van een walstroomvoorziening voor zeeschepen;

  • RVO: de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • stikstofgevoelig en met stikstof overbelast Natura 2000-gebied: een Natura 2000-gebied waarbij de daarin gelegen habitat gevoelig is voor atmosferische stikstofdepositie en waarbij de habitat overbelast is met stikstofdepositie, zoals gehanteerd wordt in de in de Omgevingsregeling voorgeschreven AERIUS Calculator;

  • subsidiabele kosten: in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 56 ter, tweede lid bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • walstroomvoorziening: vaste of mobiele haveninfrastructuur waarmee een haven vaartuigen van elektrische stroom kan voorzien voor gebruik aan de kade;

  • zeehaven: een haven zoals bedoeld in artikel 2 van verordening (EU) 2017/352 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens (PbEU 2017, L 57);

  • zeeschip: een schip als bedoeld in artikel 1 van de Scheepvaartverkeerswet, met uitzondering van pleziervaartuigen.

Artikel

2

Doel en toepassingsbereik van de regeling

Artikel

3

Subsidieplafond en subsidiemaximum

Artikel

4

Berekening subsidiabele kosten bij toepassing integrale kostensystematiek

Artikel

5

Berekening subsidiabele kosten bij toepassing kosten per kostendrager met opslag

Artikel

6

Berekening subsidiabele kosten bij toepassing forfaitair uurtarief loonkosten

Artikel

7

Specifieke afwijzingsgronden

Onverminderd de in artikel 11 en 12 van het Kaderbesluit vermelde afwijzingsgronden, wordt een aanvraag tot subsidie in ieder geval afgewezen indien:

  • a.

    al subsidie is verstrekt voor hetzelfde project op grond van:

  • b.

    sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • c.

    sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • d.

    de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor de subsidie van dat project is ingediend;

  • e.

    de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening; of

  • f.

    voor een project niet minimaal een stikstofdepositiereductie van 0,03 mol/hectare/jaar/miljoen euro subsidie per project wordt behaald.

Artikel

8

Subsidievoorwaarden en selectiecriteria

Artikel

9

Voorschot

Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt een voorschot van 80% verleend.

Artikel

10

Aanvraagvereisten

Artikel

11

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

12

Subsidievaststelling

Binnen dertien weken nadat het project is afgerond dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat wordt geplaatst op de website van RVO.

Artikel

13

Verslag

Uiterlijk op 1 juli 2032 stelt de Minister een verslag op over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling.

Artikel

14

Inwerkingtreding

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen 2024–2027.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, B. Madlener