Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 6 juli 2025, nr. WJZ/98374713, houdende aanwijzing categorieën van productie-installaties voor de productie van duurzame energieproductie en klimaattransitie in 2025 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025) [KetenID WGK 27799]

Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvoertemperatuur in het stookseizoen: de volgens de stooklijn bij een buitentemperatuur van –10°C of lager vereiste ingaande vloeistoftemperatuur voor een warmtenet of de volgens de stooklijn bij een buitentemperatuur van –10°C of lager vereiste ingaande vloeistoftemperatuur aan de gebruikerszijde voor een verwarmingssysteem;

  • Algemene uitvoeringsregeling: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie;

  • allesvergisting: biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van de nummers 400, 410, 420, 500, 550 tot en met 559, waarvan de biogasopbrengst van de ingaande stroom ten minste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton bedraagt;

  • beperkingengebied: beperkingengebied met betrekking tot waterstaatswerken in beheer bij het Rijk als bedoeld in artikel 2.21.a., eerste lid, onderdeel b van de Omgevingswet;

  • Besluit SDEK: Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie;

  • Besluit SDE: Besluit stimulering duurzame energieproductie, zoals dit luidde op 31 oktober 2020;

  • biosyngas: mengsel van gassen dat is geproduceerd door vergassing van biomassa en dat geen nadere bewerking tot methaan heeft ondergaan;

  • COP-waarde: coëfficiënt van prestatie uitgedrukt in de hoeveelheid afgegeven warmte aan de condensorzijde per hoeveelheid opgenomen elektriciteit bij gemiddelde gebruiksomstandigheden;

  • domein hoge-temperatuur-warmte: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties:

    categorieën productie-installaties voor de productie van hernieuwbare warmte als bedoeld in de artikelen 41, 43, 45, 47 en 49 en

    categorieën productie-installaties voor de vermindering van broeikasgas als bedoeld in de artikelen 63, 65 en 69;

  • domein lage-temperatuur-warmte: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties:

  • domein moleculen: verzameling van de volgende categorieën productie-installaties:

    • a.

      categorieën productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas als bedoeld in de artikelen 23, 25, 27, 29 en 31; en

    • b.

      categorieën productie-installaties voor de vermindering van broeikasgas als bedoeld in de artikelen 73, 75 en 77;

  • doublet: combinatie van naast elkaar liggende diepboringen die ten minste bestaat uit één productieput en één injectieput;

  • geavanceerde hernieuwbare brandstof: biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel 34, van richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) en geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij die richtlijn;

  • gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, niet zijnde een bouwwerk dat bedoeld is om voor een periode van ten hoogste vijftien jaar op een bepaalde plaats aanwezig te zijn;

  • gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184: gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184 van de Commissie ter aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad door de bepaling van een gemeenschappelijke Uniemethode die voorziet in gedetailleerde regels voor de productie van hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong van 10 februari 2023;

  • ketel: installatie waarin brandstof wordt verstookt waarbij de verbrandingswarmte met een warmtewisselaar wordt overgedragen aan een vloeistof;

  • monomestvergisting: biologische afbraakreacties van uitsluitend vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren;

  • minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;

  • netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie is bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;

  • nominaal elektrisch rendement:

    • a.

      uitkomst van de deling van het nominaal elektrisch vermogen en:

    • b.

      de som van het nominaal elektrisch vermogen en nominaal warmtevermogen in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een verbrandingsmotor; en

      het nominaal warmtevermogen van de ketel in het geval van gecombineerde opwekking met behulp van een stoomturbine of een organische rankinecyclus;

  • nominaal vermogen: maximaal vermogen van een productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte of hernieuwbaar gas en dat door de leverancier wordt gegarandeerd bij continu gebruik, waarbij in het geval van geothermische productie-installaties het nominale vermogen is bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%;

  • NTA 8003: 2017: Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 30 november 2017;

  • nuttig aangewende warmte: nuttig aangewende warmte als bedoeld in artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong;

  • nuttig aangewende koolstofdioxide: nuttig aangewende koolstofdioxide als bedoeld in artikel 1 van de Algemene uitvoeringsregeling;

  • nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte: nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte als bedoeld in artikel 1 van de Algemene uitvoeringsregeling;

  • primaire waterkering: primaire waterkering als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

  • productie-uren: som van de tijdsperioden waarin een productie-installatie in deellast of op vol vermogen produceert;

  • productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen die natuurinclusief wordt gerealiseerd: productie-installatie die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, zesde lid van de Algemene uitvoeringsregeling;

  • restwarmte: onvermijdelijke thermische energie die als bijproduct in de bedrijfsvoering van een onderneming wordt opgewekt en die zonder nuttige aanwending ongebruikt terecht zou komen in lucht of water en die op het moment van indienen van de aanvraag niet nuttig wordt aangewend;

  • richtlijn 2009/31/EG: richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad;

  • richtlijn (EU) 2018/2001: richtlijn nr. (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);

  • SBI-code: code, opgenomen in de Standaard Bedrijfs Indeling 2008, Versie 2018, Update 2022;

  • stadsverwarming: warmtelevering aan een warmtenet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet, waarbij de producent de warmte levert voor ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen van gebouwen door transport van water;

  • thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: omzetting van vaste of vloeibare biomassa door:

    • a.

      verbranding;

    • b.

      een andere thermische behandeling dan bedoeld onder a in het geval de producten daarvan vervolgens worden verbrand; of

    • c.

      de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;

  • valhoogte: verschil in waterpeil voor en achter een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door waterkracht waarbij het nominale vermogen wordt benut;

  • verordening 1060/2009/EG: Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus;

  • verwarming van gebouwde omgeving: stadsverwarming of ruimteverwarming en warmtapwatervoorzieningen in een gebouw, niet zijnde een kas, waarbij de producent de warmte rechtstreeks levert aan dat gebouw;

  • voorliggende waterkering: voorliggende waterkeringen als genoemd in paragraaf 3.9 van bijlage XXXIIb van de Omgevingsregeling;

  • waterstaatswerk: waterstaatswerk als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

  • zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2: harde zeewering en zachte zeewering van Maasvlakte 2 als bedoeld in bijlage 1 bij de concessie aan het Havenbedrijf Rotterdam N.V. te Rotterdam, bij koninklijk besluit van 23 mei 2008, nr. 08.001524.

§

2

Algemene bepalingen

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De minister verdeelt onverminderd artikel 3 het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van aanvragen voor zowel subsidies buiten de domeinen hoge-temperatuur-warmte, lage-temperatuur-warmte en moleculen, als voor subsidies binnen een van deze domeinen, indien in het betreffende domein het gereserveerde bedrag is bereikt.

Artikel

5

De maximale vermindering van broeikasgas die in aanmerking komt voor subsidies voor de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof op grond van artikel 77, eerste lid, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 2, eerste lid, komt overeen met 9.800.000.000 kWh, gerekend voor de hele looptijd van de subsidies.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Als productie-installaties waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend als bedoeld in artikel 56, tweede lid, van het Besluit SDEK worden aangewezen:

§

3

Categorieën

§

3.1

Hernieuwbare elektriciteit

§

3.1.1

Waterkracht

Artikel

13

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydromechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële of kinetische energie van stromend water dat niet specifiek voor de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter.

Artikel

14

§

3.1.2

Wind op land

Artikel

15

Artikel

16

§

3.1.3

Wind op land met hoogtebeperking

Artikel

17

Artikel

18

§

3.1.4

Wind op waterkering

Artikel

19

Artikel

20

§

3.1.5

Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel

21

Artikel

22

§

3.2

Hernieuwbaar gas

§

3.2.1

Biomassavergisting

Artikel

23

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd:

  • a.

    uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

  • b.

    uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen groter dan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

  • c.

    uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen groter dan 275 kW en kleiner dan of gelijk aan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

  • d.

    uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 275 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of

  • e.

    uitsluitend door middel van monomestvergisting met een productie-installatie met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is.

Artikel

24

§

3.2.2

Extra faciliteit en voortzetting biomassavergisting

Artikel

25

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee:

  • a.

    uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK;

  • b.

    uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag;

  • c.

    uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK; of

  • d.

    uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbaar gas wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag.

Artikel

26

§

3.2.3

Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel

27

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij:

  • a.

    verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering; en

  • b.

    ten minste de installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie van biogas nieuw zijn.

Artikel

28

§

3.2.4

Rioolwaterzuiveringsinstallaties bestaande slibgisting

Artikel

29

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht, nieuw is.

Artikel

30

§

3.2.5

Biomassavergassing

Artikel

31

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas door middel van vergassing, waarbij ten minste de vergasser nieuw is, uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017.

Artikel

32

§

3.3

Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

§

3.3.1

Zonthermie voor hernieuwbare warmte

Artikel

33

Artikel

34

§

3.3.2

Biomassavergisting voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel

35

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee:

  • a.

    hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

  • b.

    hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;

  • c.

    hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

  • d.

    hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 1.500 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;

  • e.

    hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 275 kW en kleiner dan of gelijk aan 1.500 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

  • f.

    hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 275 kW en kleiner dan of gelijk aan 1.500 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;

  • g.

    hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 275 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is;

  • h.

    hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte worden geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen groter dan 110 kW en kleiner dan of gelijk aan 275 kW, voor elektrisch en thermisch vermogen samen, waarbij ten minste de vergister nieuw is en het nominale elektrisch rendement ten minste 20% bedraagt;

  • i.

    hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is; of

  • j.

    hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting, met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 110 kW, waarbij ten minste de vergister nieuw is.

Artikel

36

§

3.3.3

Voorzetting biomassavergisting voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel

37

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee:

  • a.

    uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag;

  • b.

    uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag;

  • c.

    uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag; of

  • d.

    uitsluitend door middel van monomestvergisting met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 450 kW hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK en ten minste negen jaar van de periode waarover die subsidie is verstrekt, zijn verstreken op het moment van het indienen van de aanvraag.

Artikel

38

§

3.3.4

Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel

39

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij verbeteringen worden doorgevoerd in het productieproces die ertoe leiden dat per ton zuiveringsslib de biogasproductie met ten minste 25% toeneemt vergeleken met de biogasproductie van voor de verbeteringen, en:

  • a.

    indien hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie nieuw zijn; of

  • b.

    indien hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd, ten minste de installatie-onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, nieuw zijn.

Artikel

40

§

3.3.5

Ketel vloeibare biomassa voor warmte

Artikel

41

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003:2017 met een brander in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW voor:

  • a.

    toepassing in stadsverwarming; of

  • b.

    overige toepassingen.

Artikel

42

§

3.3.6

Grote ketel vaste of vloeibare biomassa voor warmte

Artikel

43

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017 met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017 in een ketel met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth waarvan het aantal subsidiabele vollasturen:

  • a.

    ten hoogste 4.500 vollasturen per jaar bedraagt;

  • b.

    ten hoogste 5.000 vollasturen per jaar bedraagt;

  • c.

    ten hoogste 5.500 vollasturen per jaar bedraagt;

  • d.

    ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt;

  • e.

    ten hoogste 6.500 vollasturen per jaar bedraagt;

  • f.

    ten hoogste 7.000 vollasturen per jaar bedraagt;

  • g.

    ten hoogste 7.500 vollasturen per jaar bedraagt;

  • h.

    ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt; of

  • i.

    ten hoogste 8.500 vollasturen per jaar bedraagt.

Artikel

44

§

3.3.7

Stoomketel op houtpellets voor warmte

Artikel

45

Artikel

46

§

3.3.8

Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen voor warmte

Artikel

47

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets met een brander in een ketel, oven of fornuis, waarbij ten minste de brander nieuw is, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW, die wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en waarin:

  • a.

    houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand;

  • b.

    reststoffen die vrijkomen uit bioraffinage als bedoeld in nummer 595 van de NTA 8003:2017 van biomassa als bedoeld in de nummers 110 tot en met 138 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt; of

  • c.

    houtpellets geproduceerd uit biomassa als bedoeld in de nummers 160 tot en met 169 van de NTA 8003:2017 worden verbrand voor ten hoogste vijftien vijfentachtigste deel van de som van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, geproduceerd met biomassa als bedoeld in de onderdelen a en b.

Artikel

48

§

3.3.9

Voortzetting ketel vaste of vloeibare biomassa voor warmte

Artikel

49

Artikel

50

§

3.3.10

Composteringsinstallatie voor hernieuwbare warmte

Artikel

51

Artikel

52

§

3.3.11

Geothermie voor hernieuwbare warmte

Artikel

53

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door:

  • a.

    een productie-installatie bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter met een thermisch vermogen:

    • 1°.

      kleiner dan 12 MWth;

    • 2°.

      van ten minste 12 MWth en kleiner dan 20 MWth; of

    • 3°.

      gelijk aan of groter dan 20 MWth;

  • b.

    een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 5.000 uur bedraagt;

  • c.

    een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van ten minste 1.500 meter hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving, waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.500 uur bedraagt met een thermisch vermogen:

    • 1°.

      kleiner dan 12 MWth; of

    • 2°.

      gelijk aan of groter dan 12 MWth;

  • d.

    een productie-installatie bestaande uit één of meer doubletten, waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, gebruikmakend van ten minste één olie- of gasput met een diepte van ten minste 1.500 meter, met een thermisch vermogen:

    • 1°.

      kleiner dan 12 MWth;

    • 2°.

      van ten minste 12 MWth en kleiner dan 20 MWth; of

    • 3°.

      gelijk aan of groter dan 20 MWth; of

  • e.

    een productie-installatie als bedoeld in de onderdelen a en d waarbij, indien de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit SDEK, de installatie wordt uitgebreid met ten minste één aanvullende put met een diepte van ten minste 1.500 meter.

Artikel

54

§

3.4

Andere technieken ter vermindering van broeikasgas

§

3.4.1

Geothermie voor koolstofdioxide-arme warmte

Artikel

55

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die broeikasgas vermindert door een productie-installatie, bestaande uit één of meer doubletten, waarmee koolstofdioxide-arme warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van één of meer geothermische bronnen met een diepte van:

  • a.

    ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,5 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth;

  • b.

    ten minste 500 meter en kleiner dan 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,5 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving; of

  • c.

    ten minste 1.500 meter, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd met een compressiewarmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,5 en een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en ten minste 20% van het geothermische vermogen van de productie-installatie en alle geproduceerde warmte wordt toegepast in een warmtenet of een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 90°C en de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving en met een thermisch vermogen van:

    • 1°.

      kleiner dan 12 MWth; of

    • 2°.

      gelijk aan of groter dan 12 MWth.

Artikel

56

§

3.4.2

Aquathermie

Artikel

57

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit oppervlaktewater, afvalwater, drinkwater of zeewater, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd door middel van een warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel met een COP-waarde van ten minste 2,5 met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth, waarbij:

  • a.

    het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 6.000 vollasturen per jaar bedraagt en:

    • 1°.

      de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving en waarbij er sprake is van een nieuw warmteoverdrachtsstation;

    • 2°.

      de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor verwarming van gebouwde omgeving;

  • b.

    het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 3.500 vollasturen per jaar bedraagt en:

    • 1°.

      de productie-installatie uitsluitend warmte levert voor stadsverwarming; of

    • 2°.

      de productie-installatie uitsluitend rechtstreeks warmte levert aan een gebouw en beschikt over een seizoensopslag voor warmte.

Artikel

58

§

3.4.3

Lucht-water-warmtepomp

Artikel

59

Artikel

60

§

3.4.4

Zonthermie voor warmte door middel van pvt-collectoren

Artikel

61

Artikel

62

§

3.4.5

Elektroboiler voor warmte

Artikel

63

Artikel

64

§

3.4.6

Procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces

Artikel

65

Artikel

66

§

3.4.7

Industriële gesloten warmtepomp

Artikel

67

Artikel

68

§

3.4.8

Industriële open warmtepomp

Artikel

69

Artikel

70

§

3.4.9

Restwarmtebenutting

Artikel

71

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie met een thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarmee restwarmte wordt uitgekoppeld en naar een andere locatie wordt getransporteerd, waarbij ten minste de warmtewisselaar bij de uitkoppeling nieuw is, waarbij er geen sprake is van levering van stoom, en:

  • a.

    de warmte wordt opgewaardeerd met een nieuwe warmtepomp op basis van een halogeenvrij koudemiddel, de warmtepomp een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 2,5 heeft en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding tot MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van:

    • 1°.

      < 0,10;

    • 2°.

      ≥ 0,10 en < 0,20;

    • 3°.

      ≥ 0,20 en < 0,30;

    • 4°.

      ≥ 0,30 en < 0,40;

    • 5°.

      ≥ 0,40; of

  • b.

    de warmte niet wordt opgewaardeerd en transport plaatsvindt met behulp van een transportleiding met een verhouding van kilometer nieuw aan te leggen transportleiding tot MWth outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties van:

    • 1°.

      ≥ 0,10 en < 0,20;

    • 2°.

      ≥ 0,20 en < 0,30;

    • 3°.

      ≥ 0,30 en < 0,40;

    • 4°.

      ≥ 0,40.

Artikel

72

§

3.4.10

Waterstof uit elektrolyse

Artikel

73

Artikel

74

§

3.4.11

Productie van waterstof door vergassing van afval

Artikel

75

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie waterstof produceert uit afvalstoffen door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een afvalverwerkingsinstallatie, waarin, ingevolge die vergunning, uitsluitend afvalstoffen of voorbewerkte afvalstoffen mogen worden ingezet die op basis van de minimumstandaarden in het afvalbeheerplan, bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer, mogen worden verbrand of mogen worden gestort of die zijn geproduceerd uit dergelijke afvalstoffen.

Artikel

76

§

3.4.12

Geavanceerde hernieuwbare brandstof

Artikel

77

§

3.4.13

Vermindering broeikasgas door afvang en permanente opslag van koolstofdioxide

Artikel

79

Artikel

80

Artikel

81

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer, en die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning die is verleend krachtens hoofdstuk 3 van richtlijn 2009/31 in een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij:

  • a.

    het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide niet biogeen is en wordt afgevangen die ontstaat bij een proces, en gebruik wordt gemaakt van:

    • 1°.

      gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is;

    • 2°.

      vloeibaar transport van koolstofdioxide, en tenminste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of

    • 3°.

      vloeibaar transport van koolstofdioxide;

  • b.

    het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt en wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van:

    • 1°.

      gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is; of

    • 2°.

      vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is;

  • c.

    de afgevangen koolstofdioxide bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, de koolstofdioxide niet biogeen is en gebruik wordt gemaakt van:

    • 1°.

      gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of

    • 2°.

      vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn;

  • d.

    de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw productieproces voor de productie van waterstof uit restgassen, de waterstof wordt ingezet in een productieproces voor ondervuring in een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling, en gebruik wordt gemaakt van:

    • 1°.

      gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of

    • 2°.

      vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn;

  • e.

    de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van:

    • 1°.

      gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of

    • 2°.

      vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn;

  • f.

    de afgevangen koolstofdioxide in een nieuw proces wordt gezuiverd, de koolstofdioxide niet biogeen is en gebruik wordt gemaakt van:

    • 1°.

      gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of

    • 2°.

      vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn;

  • g.

    de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van:

    • 1°.

      gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of

    • 2°.

      vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn.

Artikel

82

§

3.4.14

Vermindering broeikasgas door afvang en gebruik van koolstofdioxide

Artikel

83

Artikel

84

§

3.4.15

Vermindering broeikasgas door afvang en gebruik uit de omgevingslucht

Artikel

85

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie uitsluitend koolstofdioxide afvangt uit de omgevingslucht en gebruikt of doet gebruiken ter vermindering van broeikasgas door middel van nuttig aangewende koolstofdioxide.

Artikel

86

§

4

Fasebedragen

Artikel

87

Artikel

88

§

5

Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen, correctiebedragen en opbrengstgrensbedragen

§

5.1

Hernieuwbare elektriciteit

Artikel

89

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

Artikel 13

Waterkracht, valhoogte < 50 cm

0,1089

3.700

0,0466

0,0802

0,0000

Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°

Wind op land, ≥ 8,0 m/s

0,0599

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,0779

Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°

Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

0,0650

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,0830

Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3°

Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

0,0704

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,0884

Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4°

Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s

0,0744

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,0924

Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5°

Wind op land, < 6,75 m/s

0,0791

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,0971

Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°

Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,0 m/s

0,0687

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,0867

Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°

Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

0,0757

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,0937

Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3°

Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

0,0833

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,1013

Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4°

Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s

0,0883

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,1063

Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5°

Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s

0,0883

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,1063

Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1°

Wind op waterkering, ≥ 8,0 m/s

0,0658

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,0838

Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2°

Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s

0,0718

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,0898

Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3°

Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s

0,0776

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,0956

Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4°

Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s

0,0821

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,1001

Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5°

Wind op waterkering, < 6,75 m/s

0,0876

P50

0,0343

0,0694

0,0040

0,1056

Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°

Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden (net = 50%)

0,0843

840

0,0393

0,0714

0,0040

0,1023

Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°

Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden (net = 50%)

0,0769

840

0,0393

0,0714

0,0040

0,0949

Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3°

Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%)

0,0880

840

0,0393

0,0714

0,0040

0,1060

Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4°

Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen (net = 50%)

0,0806

840

0,0393

0,0714

0,0040

0,0986

Artikel 21, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 5°

Zon-PV≥ 15kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A,op oost-west gevels van gebouwen (net = 50%)

0,1162

600

0,0393

0,0714

0,0040

0,1342

Artikel 21, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°

Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water (net = 50%)

0,0936

855

0,0393

0,0714

0,0040

0,1116

Artikel 21, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°

Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water (net = 50%)

0,0794

855

0,0393

0,0714

0,0040

0,0974

Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1°

Zon-PV ≥ 15 kWp en <1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land natuurinclusief (net = 50%)

0,0930

855

0,0393

0,0714

0,0040

0,1110

Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2°

Zon-PV ≥ 1 MWp en <20 MWp, op land natuurinclusief (net = 50%)

0,0771

855

0,0393

0,0714

0,0040

0,0951

Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3°

Zon-PV ≥ 20 MWp, op land natuurinclusief

(net = 50%)

0,0728

855

0,0393

0,0714

0,0040

0,0908

Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4°

Zon-PV ≥ 15kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A,verticaal op land

0,0903

825

0,0393

0,0714

0,0040

0,1083

Artikel 21, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5°

Zon-PV ≥ 1 MWp,verticaal op land

0,0769

825

0,0393

0,0714

0,0040

0,0949

Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1°

Zon-PV ≥ 1 MWp en < 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief

0,0772

1045

0,0393

0,0714

0,0040

0,0952

Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2°

Zon-PV ≥ 20 MWp, zonvolgend op land natuurinclusief

0,0728

1045

0,0393

0,0714

0,0040

0,0908

Artikel 21, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3°

Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water

0,0795

1190

0,0393

0,0714

0,0040

0,0975

§

5.2

Hernieuwbaar gas

Artikel

90

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

Artikel 23, onderdeel a

Allesvergisting, gas

0,0903

8.000

0,0165

0,0379

0,0155

Artikel 23, onderdeel b

Monomestvergisting > 1.500 kW, gas

0,0918

8.000

0,0165

0,0379

0,0155

Artikel 23, onderdeel c

Monomestvergisting > 275 kW en ≤ 1.500 kW, gas

0,1423

8.000

0,0165

0,0379

0,0155

Artikel 23, onderdeel d

Monomestvergisting > 110 kW en ≤ 275 kW, gas

0,1571

8.000

0,0165

0,0379

0,0155

Artikel 23, onderdeel e

Monomestvergisting ≤ 110 kW, gas

0,2107

8.000

0,0165

0,0379

0,0155

Artikel 25, onderdeel a

Allesvergisting extra faciliteit, gas

0,0781

8.000

0,0165

0,0379

0,0155

Artikel 25, onderdeel b

Allesvergisting voorzetting, gas

0,0718

8.000

0,0165

0,0379

0,0155

Artikel 25, onderdeel c

Monomestvergisting extra faciliteit ≤ 450 kW, gas

0,1026

8.000

0,0165

0,0379

0,0155

Artikel 25, onderdeel d

Monomestvergisting voortzetting ≤ 450 kW, gas

0,0886

8.000

0,0165

0,0379

0,0155

Artikel 27

RWZI verbeterde slibgisting, gas

0,1085

8.000

0,0165

0,0379

0,0155

Artikel 29

RWZI bestaande slibgisting, gas

0,0375

8.000

0,0165

0,0379

0,0155

Artikel 31

Biomassavergassing

0,0915

7.500

0,0165

0,0379

0,0155

§

5.3

Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

Artikel

91

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

  • a.

    het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het Besluit SDEK, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;

  • b.

    voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte het maximale aantal vollasturen, bedoeld in artikel 48, vijfde lid, van het Besluit SDEK, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren;

  • c.

    de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het Besluit SDEK, voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en

  • d.

    de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2025 vastgesteld op:

Artikel 33, eerste lid, onderdeel a

Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth

0,1111

600

0,0487

0,0750

0,0015

Artikel 33, eerste lid, onderdeel b

Zonthermie ≥ 1 MWth

0,0939

600

0,0129

0,0294

0,0015

Artikel 35, onderdeel a

Allesvergisting, warmte

0,1024

7.000

0,0366

0,0630

0,0155

Artikel 35, onderdeel b

Allesvergisting, gecombineerde opwekking

0,1034

7.535

0,0413

0,0711

0,0082

Artikel 35, onderdeel c

Monomestvergisting, warmte > 1.500 kW

0,1187

6.000

0,0366

0,0630

0,0155

Artikel 35, onderdeel d

Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 1.500 kW

0,1231

5.647

0,0428

0,0736

0,0059

Artikel 35, onderdeel e

Monomestvergisting, warmte > 275 en ≤ 1.500 kW

0,1748

5.778

0,0487

0,0750

0,0155

Artikel 35, onderdeel f

Monomestvergisting, gecombineerde opwekking >* 275 kW en ≤ 1.500 kW

0,1867

5.647

0,0474

0,0782

0,0059

Artikel 35, onderdeel g

Monomestvergisting, warmte > 110 kW en ≤ 275 kW

0,1736

8.000

0,0366

0,0630

0,0155

Artikel 35, onderdeel h

Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 110 kW en ≤ 275 kW

0,2350

5.299

0,0671

0,0976

0,0067

Artikel 35, onderdeel i

Monomestvergisting, warmte ≤ 110 kW

0,1918

8.000

0,0366

0,0630

0,0155

Artikel 35, onderdeel j

Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 110 kW

0,2941

4.974

0,0648

0,0956

0,0059

Artikel 37, onderdeel a

Allesvergisting voortzetting, warmte

0,0864

7.000

0,0366

0,0630

0,0155

Artikel 37, onderdeel b

Allesvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking

0,0871

7.535

0,0413

0,0711

0,0082

Artikel 37, onderdeel c

Monomestvergisting voortzetting, warmte ≤ 450 kW

0,1061

5.778

0,0487

0,0750

0,0155

Artikel 37, onderdeel d

Monomestvergisting voortzetting, gecombineerde opwekking ≤ 450 kW

0,1148

5.647

0,0474

0,0782

0,0059

Artikel 39, onderdeel a

RWZI verbeterde slibgisting, warmte

0,1041

4.138

0,0487

0,0750

0,0155

Artikel 39, onderdeel b

RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking

0,1101

4.558

0,0444

0,0763

0,0035

Artikel 41, onderdeel a

Ketel op vloeibare biomassa, stadsverwarming

0,1396

7.000

0,0366

0,0630

0,0015

Artikel 41, onderdeel b

Ketel op vloeibare biomassa, overige toepassingen

0,1597

7.000

0,0366

0,0630

0,0155

Artikel 43, onderdeel a

Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen)

0,0649

4.500

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 43, onderdeel b

Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen)

0,0637

5.000

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 43, onderdeel c

Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen)

0,0628

5.500

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 43, onderdeel d

Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen)

0,0620

6.000

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 43, onderdeel e

Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen)

0,0614

6.500

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 43, onderdeel f

Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen)

0,0608

7.000

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 43, onderdeel g

Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen)

0,0603

7.500

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 43, onderdeel h

Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen)

0,0598

8.000

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 43, onderdeel i

Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen)

0,0595

8.500

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 45, eerste lid, onderdeel a

Grote stoomketel op houtpellets ≥ 5 MWth en < 50 MWth

0,0911

8.500

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 45, eerste lid, onderdeel b

Grote stoomketel op houtpellets ≥ 50 MWth

0,1079

8.500

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 47

Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen

0,0696

3.000

0,0330

0,0567

0,0155

Artikel 49, eerste lid

Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa voortzetting

0,0457

8.000

0,0129

0,0294

0,0155

Artikel 51, eerste lid

Composteringsinstallatie, warmte

0,0529

5.200

0,0366

0,0630

0,0155

Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 1 en onderdeel d, subonderdeel 1

Diepe geothermie < 12 MWth, basislast

0,0708

6.000

0,0129

0,0294

0,0015

Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 2 en onderdeel d, subonderdeel 2

Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast

0,0619

6.000

0,0129

0,0294

0,0015

Artikel 53, onderdeel a, subonderdeel 3 en onderdeel d, subonderdeel 3

Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast

0,0567

6.000

0,0129

0,0294

0,0015

Artikel 53, onderdeel b

Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving

0,0986

5.000

0,0129

0,0294

0,0015

Artikel 53, onderdeel c, subonderdeel 1

Diepe geothermie < 12 MWth, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving

0,1665

3.500

0,0129

0,0294

0,0015

Artikel 53, onderdeel c, subonderdeel 2

Diepe geothermie ≥ 12 MWth, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving

0,1543

3.500

0,0129

0,0294

0,0015

Artikel 53, onderdeel e

Diepe geothermie, basislast, aanvullende put

0,0376

6.000

0,0129

0,0294

0,0015

§

5.4

Andere technieken ter vermindering van broeikasgas

Artikel

92

§

6

Slotbepalingen

Artikel

93

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

94

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans

Bijlage

1

behorende bij artikel 7, tweede lid (model uitvoeringsovereenkomst)

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide, de afvang en het gebruik van koolstofdioxide, hernieuwbare warmte of koolstofdioxide-warmte, indien er sprake is van een melding als bedoeld in artikel 12b, eerste lid, van de Warmtewet en van activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025

  • 1.

    De Staat der Nederlanden, (hierna te noemen: de Staat), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Minister van Klimaat en Groene Groei; en

  • 2.

    ...…......., gevestigd te .......... (hierna te noemen: Ondernemer); ..........

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

  • a.

    de Minister van Klimaat en Groene Groei heeft blijkens een beschikking met kenmerk.........., hierna te noemen Beschikking, waarvan een kopie als Bijlage A bij deze overeenkomst is gevoegd aan de Ondernemer een subsidie verleend voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide / voor de afvang en gebruik van koolstofdioxide / voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte of koolstofdioxide-arme warmte, indien er sprake is van een melding als bedoeld in artikel 12b, eerste lid, van de Warmtewet, en het gaat om de productie van warmte waarmee een leverancier of een producent als bedoeld in artikel 12b van de Warmtewet opnieuw aan zijn wettelijke verplichtingen als bedoeld in die wet kan voldoen / van meer dan € 400 miljoen op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2025;

  • b.

    de Beschikking bevat de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na afgifte van de beschikking de onderhavige uitvoeringsovereenkomst, hierna te noemen Uitvoeringsovereenkomst, tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger;

  • c.

    de Minister van Klimaat en Groene Groei beoogt door middel van deze Uitvoeringsovereenkomst te verzekeren dat de Ondernemer de productie-installatie bedoeld in de Beschikking tijdig in gebruik zal nemen.

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel

1

Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61, eerste lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Artikel

2

Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen vier weken nadat de Beschikking is afgegeven ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33, 49 en 55k van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Artikel

3

Vrijval van de garantie

  • 1.

    De verplichting de in artikel 2 bedoelde bankgarantie te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.

  • 2.

    Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat bankgarantie retourneren aan de Ondernemer.

Artikel

4

Boetes

  • 1.

    Indien de Ondernemer de productie-installatie niet binnen de in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot 0,2% van het beschikte bedrag enkel door het verloop van die termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

  • 2.

    Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het tijdig in gebruik nemen van de productie-installatie is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens 0,2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33, 49 en 55k van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie, verschuldigd voor zover hij de productie-installatie op de eerste van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.

  • 3.

    De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan de som ten hoogste 2% van het beschikte bedrag bedraagt, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

  • 4.

    Indien komt vast te staan dat de ondernemer de productie-installatie niet in gebruik zal nemen, dan is de Staat gerechtigd het gehele bedrag van bankgarantie te innen. De Beschikking kan op deze grond worden ingetrokken.

  • 5.

    De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer er een boete verschuldigd is geworden.

Artikel

5

Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

  • 1.

    Deze Uitvoeringsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen met dien verstande dat de inwerkingtreding wordt opgeschort totdat de Beschikking in werking is getreden en de Staat de Ondernemer daarvan schriftelijk bericht heeft gestuurd.

  • 2.

    Deze Uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van de bankgarantie door de Staat aan de Ondernemer.

Artikel

6

Domiciliekeuze en berichtgevingen

  • 1.

    De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.

  • 3.

    Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.

  • 4.

    De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken.

Artikel

7

Rechtskeuze

  • 1.

    Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

  • 2.

    Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.

Artikel

8

Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie en klimaattransitie Staat/ ..........’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te..........

Ondernemer

te ’s-Gravenhage

op ..........

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

.........., gevestigd te .........., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

A..........., gevestigd te .........., (hierna te noemen de Ondernemer) en de STAAT der NEDERLANDEN, (hierna te noemen: Staat), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door .........., hierbij vertegenwoordigd door de Minister van Klimaat en Groene Groei op .......... de ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/ ..........’ (hierna: uitvoeringsovereenkomst) hebben getekend;

B. de Ondernemer volgens artikel 2 van de overeenkomst binnen vier weken nadat een beschikking van de Minister van Klimaat en Groene Groei met kenmerk .......... is afgegeven ten behoeve van de Staat financiële zekerheid dient te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot €..........,– door de afgifte aan de Staat van een door een bank afgegeven bankgarantie;

C. de Bank bereid is de desbetreffende bankgarantie ten gunste van de Staat te stellen onder de hierna te noemen voorwaarden.

VERKLAART ALS VOLGT

  • 1.

    De Bank stelt zich hierbij als zelfstandige verbintenis tegenover de Staat onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant voor al hetgeen de Staat van de Ondernemer op grond van de uitvoeringsovereenkomst te vorderen heeft tot een maximumbedrag van €..........,–.

  • 2.

    Deze bankgarantie is een abstracte afroepgarantie. De Bank komt in geen geval een beroep toe op de onderliggende rechtsverhouding tussen de Staat en de Ondernemer als vervat in de uitvoeringsovereenkomst.

  • 3.

    De Bank zal op eerste schriftelijk verzoek van de Staat, zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, overgaan tot uitbetaling van al hetgeen de Ondernemer, volgens verklaring van de Staat, verschuldigd is uit hoofde van de Uitvoeringsovereenkomst.

  • 4.

    Deze bankgarantie vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen.

  • 5.

    De Minister van Klimaat en Groene Groei zendt de bankgarantie zo spoedig mogelijk nadat deze geheel is vervallen retour aan de Bank.

  • 6.

    Op deze bankgarantie is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan over of naar aanleiding van deze bankgarantie zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te ’s-Gravenhage.

  • 7.

    Indien deze bankgarantie dient te worden geretourneerd geschiedt dat door toezending aan adres: ..........

Getekend te

op

De Bank

Bijlage

2

behorende bij de artikelen 15, eerste lid, onderdeel b, 17, eerste lid, onderdeel b, en 19 eerste lid, onderdeel c (lijst windsnelheden per gemeente)

Ameland

Friesland

≥ 8,0 m/s

Bergen (NH.)

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

Den Helder

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

Harlingen

Friesland

≥ 8,0 m/s

Het Hogeland

Groningen

≥ 8,0 m/s

Hollands Kroon

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

Noardeast-Fryslân

Friesland

≥ 8,0 m/s

Rotterdam Maasvlakte (wijk 23, buurt 8)

Zuid-Holland

≥ 8,0 m/s

Schagen

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

Schiermonnikoog

Friesland

≥ 8,0 m/s

Súdwest-Fryslân

Friesland

≥ 8,0 m/s

Terschelling

Friesland

≥ 8,0 m/s

Texel

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

Vlieland

Friesland

≥ 8,0 m/s

Waadhoeke

Friesland

≥ 8,0 m/s

Zandvoort

Noord-Holland

≥ 8,0 m/s

Achtkarspelen

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Alkmaar

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Beverwijk

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Bloemendaal

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Castricum

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Dantumadiel

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

De Fryske Marren

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Dijk en Waard

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Drechterland

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Edam-Volendam

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Eemsdelta

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Enkhuizen

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Goeree-Overflakkee

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Heemskerk

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Heerenveen

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Heiloo

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Hillegom

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Hoorn

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Katwijk

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Koggenland

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Leeuwarden

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Lisse

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Medemblik

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Noord-Beveland

Zeeland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Noordoostpolder

Flevoland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Noordwijk

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Oldambt

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Opmeer

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Opsterland

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Purmerend

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Schouwen-Duiveland

Zeeland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Smallingerland

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Stede Broec

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Tytsjerksteradiel

Friesland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Uitgeest

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Urk

Flevoland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Veere

Zeeland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Velsen

Noord-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Wassenaar

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Westerkwartier

Groningen

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Westland

Zuid-Holland

≥ 7,5 en < 8,0 m/s

Aa en Hunze

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Aalsmeer

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Aalten

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Almere

Flevoland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Alphen aan den Rijn

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Altena

Noord-Brabant

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Amstelveen

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Amsterdam

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Assen

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Bodegraven-Reeuwijk

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Borger-Odoorn

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Borsele

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Coevorden

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Culemborg

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Dalfsen

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

De Ronde Venen

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

De Wolden

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Delft

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Diemen

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Dronten

Flevoland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Emmen

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Goes

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Gouda

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Groningen

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Haarlem

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Haarlemmermeer

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hardenberg

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hardinxveld-Giessendam

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Heemstede

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hoeksche Waard

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hoogeveen

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Hulst

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

IJsselstein

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Kaag en Braassem

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Kampen

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Kapelle

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Krimpenerwaard

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Landsmeer

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Lansingerland

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Leiden

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Leiderdorp

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Leidschendam-Voorburg

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Lelystad

Flevoland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Lopik

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Maassluis

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Meppel

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Middelburg

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Midden-Delfland

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Midden-Drenthe

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Midden-Groningen

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Moerdijk

Noord-Brabant

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Molenlanden

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Montfoort

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Nieuwkoop

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Nissewaard

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Noordenveld

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oegstgeest

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oost Gelre

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Ooststellingwerf

Friesland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oostzaan

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Ouder-Amstel

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Oudewater

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Pekela

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Pijnacker-Nootdorp

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Reimerswaal

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Rijswijk

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Rotterdam-West (wijk 17, wijk 23 excl. buurt 8, en wijk 27)

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

's-Gravenhage

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Sluis

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Stadskanaal

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Staphorst

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Steenbergen

Noord-Brabant

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Steenwijkerland

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Stichtse Vecht

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Terneuzen

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Teylingen

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Tholen

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Tynaarlo

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Uithoorn

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Veendam

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Vijfheerenlanden

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Vlissingen

Zeeland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Voorne aan Zee

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Voorschoten

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Waddinxveen

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Waterland

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

West Betuwe

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Westerveld

Drenthe

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Westerwolde

Groningen

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Weststellingwerf

Friesland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Woerden

Utrecht

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Wormerland

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zaanstad

Noord-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zaltbommel

Gelderland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zoetermeer

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zoeterwoude

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zuidplas

Zuid-Holland

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zwartewaterland

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Zwolle

Overijssel

≥ 7,0 en < 7,5 m/s

Alblasserdam

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Albrandswaard

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Barendrecht

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Bergen op Zoom

Noord-Brabant

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Berkelland

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Beuningen

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Bunnik

Utrecht

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Bunschoten

Utrecht

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Buren

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Capelle aan den IJssel

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Dordrecht

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Drimmelen

Noord-Brabant

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Druten

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Duiven

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Etten-Leur

Noord-Brabant

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Geertruidenberg

Noord-Brabant

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Gooise Meren

Noord-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Gorinchem

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Haaksbergen

Overijssel

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Halderberge

Noord-Brabant

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Hattem

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Hellendoorn

Overijssel

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Hendrik-Ido-Ambacht

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Houten

Utrecht

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Krimpen aan den IJssel

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Lingewaard

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Maasdriel

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Neder-Betuwe

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Nieuwegein

Utrecht

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Nijkerk

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Oldebroek

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Olst-Wijhe

Overijssel

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Ommen

Overijssel

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Oss

Noord-Brabant

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Oude IJsselstreek

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Overbetuwe

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Papendrecht

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Raalte

Overijssel

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Ridderkerk

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Roosendaal

Noord-Brabant

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Rotterdam (excl. wijk 17, wijk 23 en wijk 27)

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Schiedam

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Simpelveld

Limburg

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Sliedrecht

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Tiel

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Tubbergen

Overijssel

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Twenterand

Overijssel

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Utrecht

Utrecht

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Vlaardingen

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Waalwijk

Noord-Brabant

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

West Maas en Waal

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Wijchen

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Wijdemeren

Noord-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Wijk bij Duurstede

Utrecht

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Winterswijk

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Zeewolde

Flevoland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Zevenaar

Gelderland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Zundert

Noord-Brabant

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Zwijndrecht

Zuid-Holland

≥ 6,75 en < 7,0 m/s

Almelo

Overijssel

< 6,75 m/s

Alphen-Chaam

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Amersfoort

Utrecht

< 6,75 m/s

Apeldoorn

Gelderland

< 6,75 m/s

Arnhem

Gelderland

< 6,75 m/s

Asten

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Baarle-Nassau

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Baarn

Utrecht

< 6,75 m/s

Barneveld

Gelderland

< 6,75 m/s

Beek

Limburg

< 6,75 m/s

Beekdaelen

Limburg

< 6,75 m/s

Beesel

Limburg

< 6,75 m/s

Berg en Dal

Gelderland

< 6,75 m/s

Bergeijk

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Bergen (L.)

Limburg

< 6,75 m/s

Bernheze

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Best

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Bladel

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Blaricum

Noord-Holland

< 6,75 m/s

Boekel

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Borne

Overijssel

< 6,75 m/s

Boxtel

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Breda

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Bronckhorst

Gelderland

< 6,75 m/s

Brummen

Gelderland

< 6,75 m/s

Brunssum

Limburg

< 6,75 m/s

Cranendonck

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

De Bilt

Utrecht

< 6,75 m/s

Deurne

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Deventer

Overijssel

< 6,75 m/s

Dinkelland

Overijssel

< 6,75 m/s

Doesburg

Gelderland

< 6,75 m/s

Doetinchem

Gelderland

< 6,75 m/s

Dongen

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Echt-Susteren

Limburg

< 6,75 m/s

Ede

Gelderland

< 6,75 m/s

Eemnes

Utrecht

< 6,75 m/s

Eersel

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Eijsden-Margraten

Limburg

< 6,75 m/s

Eindhoven

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Elburg

Gelderland

< 6,75 m/s

Enschede

Overijssel

< 6,75 m/s

Epe

Gelderland

< 6,75 m/s

Ermelo

Gelderland

< 6,75 m/s

Geldrop-Mierlo

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Gemert-Bakel

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Gennep

Limburg

< 6,75 m/s

Gilze en Rijen

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Goirle

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Gulpen-Wittem

Limburg

< 6,75 m/s

Harderwijk

Gelderland

< 6,75 m/s

Heerde

Gelderland

< 6,75 m/s

Heerlen

Limburg

< 6,75 m/s

Heeze-Leende

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Helmond

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Hengelo

Overijssel

< 6,75 m/s

Heumen

Gelderland

< 6,75 m/s

Heusden

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Hilvarenbeek

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Hilversum

Noord-Holland

< 6,75 m/s

Hof van Twente

Overijssel

< 6,75 m/s

Horst aan de Maas

Limburg

< 6,75 m/s

Huizen

Noord-Holland

< 6,75 m/s

Kerkrade

Limburg

< 6,75 m/s

Laarbeek

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Land van Cuijk

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Landgraaf

Limburg

< 6,75 m/s

Laren

Noord-Holland

< 6,75 m/s

Leudal

Limburg

< 6,75 m/s

Leusden

Utrecht

< 6,75 m/s

Lochem

Gelderland

< 6,75 m/s

Loon op Zand

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Losser

Overijssel

< 6,75 m/s

Maasgouw

Limburg

< 6,75 m/s

Maashorst

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Maastricht

Limburg

< 6,75 m/s

Meerssen

Limburg

< 6,75 m/s

Meierijstad

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Montferland

Gelderland

< 6,75 m/s

Mook en Middelaar

Limburg

< 6,75 m/s

Nederweert

Limburg

< 6,75 m/s

Nijmegen

Gelderland

< 6,75 m/s

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Nunspeet

Gelderland

< 6,75 m/s

Oirschot

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Oisterwijk

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Oldenzaal

Overijssel

< 6,75 m/s

Oosterhout

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Peel en Maas

Limburg

< 6,75 m/s

Putten

Gelderland

< 6,75 m/s

Renkum

Gelderland

< 6,75 m/s

Renswoude

Utrecht

< 6,75 m/s

Reusel-De Mierden

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Rheden

Gelderland

< 6,75 m/s

Rhenen

Utrecht

< 6,75 m/s

Rijssen-Holten

Overijssel

< 6,75 m/s

Roerdalen

Limburg

< 6,75 m/s

Roermond

Limburg

< 6,75 m/s

Rozendaal

Gelderland

< 6,75 m/s

Rucphen

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Scherpenzeel

Gelderland

< 6,75 m/s

's-Hertogenbosch

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Sint-Michielsgestel

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Sittard-Geleen

Limburg

< 6,75 m/s

Soest

Utrecht

< 6,75 m/s

Someren

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Son en Breugel

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Stein

Limburg

< 6,75 m/s

Tilburg

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Utrechtse Heuvelrug

Utrecht

< 6,75 m/s

Vaals

Limburg

< 6,75 m/s

Valkenburg aan de Geul

Limburg

< 6,75 m/s

Valkenswaard

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Veenendaal

Utrecht

< 6,75 m/s

Veldhoven

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Venlo

Limburg

< 6,75 m/s

Venray

Limburg

< 6,75 m/s

Voerendaal

Limburg

< 6,75 m/s

Voorst

Gelderland

< 6,75 m/s

Vught

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Waalre

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Wageningen

Gelderland

< 6,75 m/s

Weert

Limburg

< 6,75 m/s

Westervoort

Gelderland

< 6,75 m/s

Wierden

Overijssel

< 6,75 m/s

Woensdrecht

Noord-Brabant

< 6,75 m/s

Woudenberg

Utrecht

< 6,75 m/s

Zeist

Utrecht

< 6,75 m/s

Zutphen

Gelderland

< 6,75 m/s