Verdrag tussen Ierland, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Spanje, de Italiaanse Republiek, de Portugese Republiek, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot oprichting van een Maritiem Analyse- en Operatiecentrum op het gebied van verdovende middelen
Verdrag tussen Ierland, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Spanje, de Italiaanse Republiek, de Portugese Republiek, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot oprichting van een Maritiem Analyse- en Operatiecentrum op het gebied van verdovende middelen
De Partijen bij dit Verdrag,
Overwegend dat uit onderzoek naar ingevoerde verdovende middelen, in het bijzonder vanuit Zuid-Amerika in West-Europa ingevoerde cocaïne, is gebleken dat steeds meer verdovende middelen over zee en door de lucht over de Atlantische Oceaan worden gesmokkeld naar Europa en de westkust van Afrika;
Bezorgd over de moeilijkheden die men ondervindt bij het tijdig verkrijgen van informatie voor actie op zowel internationaal als Europees niveau op dit gebied, waardoor nog meer problemen ontstaan bij de bestrijding van de smokkel van verdovende middelen over zee in de internationale wateren en via het internationale luchtruim;
Gelet op het uitgesproken internationale karakter van de smokkel van verdovende middelen waarbij criminele organisaties betrokken zijn die actief zijn in verschillende landen en schepen inzetten met uiteenlopende registraties en bemanningen van verschillende nationaliteiten;
Overwegend dat veel landen niet beschikken over voldoende middelen voor surveillance en wetshandhaving op zee en in de lucht om de smokkel van verdovende middelen over zee zelfstandig te beletten en dat er technische en juridische problemen zijn met op wetshandhaving gerichte interventies op zee;
Gelet op het initiatief inzake cocaïne van de Comprehensive Operational Strategic Planning for the Police (PCTF COSPOL);
Voorts gelet op de inventarisatie van Europol van de dreiging die uitgaat van de georganiseerde misdaad (European Organised Crime Threat Assessment - OCTA), waarin de bestrijding van de cocaïnesmokkel als prioriteit voor de wetshandhaving wordt aangemerkt en een regionale aanpak voor de bestrijding van de internationale georganiseerde misdaad wordt aanbevolen;
Gelet op het EU Drugs Actieplan 2005-2012, bekrachtigd door de Europese Raad van 16 en 17 december 2004;
Opnieuw de bestaande maatregelen bevestigend die voorzien zijn in het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, op 30 maart 1961 te New York aangenomen, als gewijzigd bij het op 25 maart 1972 te Genève aangenomen Protocol en het op 8 augustus 1975 te New York aangenomen Protocol; het Verdrag inzake psychotrope stoffen, op 21 februari 1971 te Wenen aangenomen; het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, op 20 december 1988 te Wenen aangenomen; het Verdrag inzake sluikhandel over zee, ter implementatie van artikel 17 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen 1988, op 31 januari 1995 te Straatsburg aangenomen; het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, op 10 december 1982 te Montego Bay aangenomen; de Europol-Overeenkomst van 26 juli 1995; het internationale gewoonterecht van de zee en andere relevante internationale juridische instrumenten;
Indachtig de samenwerking tussen de EU-lidstaten en andere staten ter bestrijding van de smokkel van verdovende middelen over zee en door de lucht via de Atlantische Oceaan en de waardevolle inspanningen van de Joint Interagency Task Force (JIATF) South;
Samenwerkend aan een regionaal initiatief dat wordt aangeduid als het MAOC-N (Maritiem Analyse- en Operatiecentrum op het gebied van verdovende middelen);
En optredend in overeenstemming met de onderscheiden nationale wetgeving en procedures van de Partijen;
Komen als volgt overeen:
HOOFDSTUK
I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel
2
Reikwijdte
1
De Partijen werken via het Centrum samen bij de bestrijding van de smokkel van verdovende middelen over zee en door de lucht over de Atlantische Oceaan naar Europa en de westkust van Afrika, met de mogelijkheid de operaties uit te breiden naar onder andere het westelijk deel van het Middellandse-Zeegebied, hierna te noemen het „operatiegebied”.
2
Via het Centrum zullen de Partijen:
-
a.
informatie verzamelen en analyseren die van nut is om vast te stellen wat de beste operationele resultaten zijn in het licht van de smokkel van verdovende middelen over zee en door de lucht in het operatiegebied;
-
b.
de inlichtingen helpen verbeteren door onderling en op de geëigende wijze met Europol informatie uit te wisselen;
-
c.
zich inspannen om de beschikbaarheid van middelen te verzekeren die, waar mogelijk, vooraf worden gemeld, teneinde onderscheppingsoperaties te vereenvoudigen ter bestrijding van de smokkel van verdovende middelen over zee en door de lucht.
Artikel
3
Rechtspersoonlijkheid
Het Centrum heeft rechtspersoonlijkheid op het grondgebied van elk van de Partijen, met inbegrip van de bevoegdheid contracten af te sluiten en roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden.
Artikel
4
Zetel
Het Centrum wordt gevestigd in Lissabon, Portugal, hierna te noemen „de Gastheerstaat”.
Artikel
5
Waarnemers
1
Elke Staat of internationale organisatie met dezelfde doelstellingen als de Partijen wat betreft de bestrijding van de smokkel van verdovende middelen over zee en door de lucht kan bij besluit van de Uitvoerende Raad en onder door de Raad vast te stellen voorwaarden worden uitgenodigd waarnemer te worden.
Artikel
6
Bescherming van persoonsgegevens en andere informatie die door de Partijen is verstrekt
1
Persoonsgegevens en andere informatie die door de Partijen is verstrekt, worden verwerkt en beschermd in overeenstemming met de nationale wetgeving van de Partijen, het EU-recht en het internationale recht dat bindend is voor de Partijen, met inbegrip van het Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, op 28 januari 1981 aangenomen te Straatsburg.
2
Persoonsgegevens en andere informatie die door de Partijen is verstrekt, worden niet doorgegeven aan derde Staten of andere entiteiten zonder de voorafgaande toestemming van de verschaffer van de informatie en mogen niet worden gebruikt voor doelen anders dan waarvoor ze oorspronkelijk waren doorgegeven.
HOOFDSTUK
II
ORGANISATIE EN FUNCTIONEREN VAN HET CENTRUM
Artikel
7
Structuur
Het Centrum zal bestaan uit een Uitvoerende Raad, een directeur, verbindingsofficieren en personeel.
Artikel
8
Uitvoerende Raad
1
De Uitvoerende Raad zal bestaan uit een hoge vertegenwoordiger van elke Partij, die niet zal optreden als verbindingsofficier bij het Centrum.
3
De door de Uitvoerende Raad te vervullen taken omvatten:
-
a.
het ontwikkelen van de strategie van het Centrum;
-
b.
het uitnodigen en toelaten van waarnemers met inbegrip van het vaststellen van de voorwaarden voor toelating;
-
c.
het instellen van comités, waar nodig;
-
d.
het aannemen van het procedurehandboek en het goedkeuren van eventueel volgende wijzigingen;
-
e.
het goedkeuren van de jaarlijkse begroting;
-
f.
het goedkeuren van het jaarverslag;
-
g.
het benoemen van de directeur van het Centrum.
Artikel
9
Directeur van het Centrum
1
De Uitvoerende Raad benoemt de directeur van het Centrum uit een van de Partijen voor een termijn van twee jaar, die eenmaal met ten hoogste twee jaar kan worden verlengd.
2
De directeur verricht de volgende taken:
-
a.
het leidinggeven aan de werkzaamheden van Centrum;
-
b.
het Centrum extern vertegenwoordigen;
-
c.
het zonder stemrecht bijwonen van de vergaderingen van de Uitvoerende Raad;
-
d.
het opstellen van het conceptjaarverslag waarin de activiteiten van het Centrum worden beschreven;
-
e.
het indienen van de jaarlijkse begroting van het Centrum en er rekenschap voor afleggen;
-
f.
het uitvoeren van de besluiten van de Uitvoerende Raad.
Artikel
10
Verbindingsofficieren
2
De verbindingsofficieren hebben toegang tot de uitrusting, persoonsgegevens en gegevensbestanden van het Centrum.
Artikel
11
Personeel
Artikel
12
Procedures
Het uit hoofde van artikel 8, derde lid, onderdeel d, door de Uitvoerende Raad aan te nemen procedurehandboek omvat het volgende:
-
a.
operationele procedures van het Centrum;
-
b.
rollen en verantwoordelijkheden van de verbindingsofficieren;
-
c.
protocollen voor de uitwisseling en verwerking van informatie, met inbegrip van de bescherming ervan;
-
d.
aanvullende informatie over de taken van de Uitvoerende Raad;
-
e.
taken van elk comité dat uit hoofde van dit Verdrag wordt ingesteld;
-
f.
procedures voor de planning en coördinatie van operaties;
-
g.
regelingen voor kennisgevingen voor de vergaderingen van de Uitvoerende Raad;
-
h.
budgettaire regelingen en de verslaglegging inzake uitgaven aan de Uitvoerende Raad; en
-
i.
overige aspecten van de taken van het Centrum.
Artikel
13
Operationele en tactische beslissingen
Elke Partij is verantwoordelijk voor operationele en tactische beslissingen en elke beslissing dient te stroken met de grondbeginselen en regels van het internationaal recht, alsmede met hun onderscheiden nationale wetten en procedures.
Artikel
14
Toepasselijk recht
Op het dagelijks functioneren van het Centrum is het recht van de Gastheerstaat van toepassing.
Artikel
15
Kosten
1
De kosten die betrekking hebben op het budget van het Centrum, met uitzondering van de kosten van de verbindingsofficieren, worden gelijkelijk voldaan en gedragen door de Partijen bij dit Verdrag.
Artikel
16
Samenwerking met andere entiteiten
Onder strategische aanwijzingen van de Uitvoerende Raad kan het Centrum samenwerken met andere entiteiten die dezelfde doelstellingen nastreven wat betreft de bestrijding van de smokkel van verdovende middelen over zee en door de lucht.
Artikel
17
Evaluatie
Twee jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt het functioneren van het Centrum geëvalueerd door een comité waarin één vertegenwoordiger van elke Partij zitting heeft.
HOOFDSTUK
III
SLOTBEPALINGEN
Artikel
18
Internationale verplichtingen
Niets in dit Verdrag mag worden uitgelegd als onverenigbaar met bestaande internationale verplichtingen vervat in andere internationale overeenkomsten die de Partijen binden.
Artikel
19
Beslechting van geschillen
Geschillen die voortvloeien uit de uitlegging of toepassing van dit Verdrag worden in overleg of langs een andere door de Partijen overeen te komen wijze van beslechting geregeld.
Artikel
20
Depositaris
De Regering van de Portugese Republiek treedt op als depositaris van dit Verdrag.
Artikel
21
Inwerkingtreding
1
Dit Verdrag staat open voor ondertekening door Ierland, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Spanje, de Italiaanse Republiek, de Portugese Republiek, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
2
De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend stellen de depositaris er schriftelijk en langs diplomatieke weg van in kennis dat aan hun nationale constitutionele vereisten is voldaan en geven daarmee blijk van hun instemming door dit Verdrag te worden gebonden.
Artikel
22
Toetreding
Artikel
23
Wijzigingen
Artikel
24
Voorlopige toepassing
Elke Staat kan bij de ondertekening van het Verdrag verklaren de bepalingen van het Verdrag voorlopig toe te zullen passen in afwachting van de inwerkingtreding ervan voor die Staat.
Artikel
25
Beëindiging en opzegging
1
Dit Verdrag kan te allen tijde in wederzijds overleg tussen de Partijen worden beëindigd waarbij zij overeenkomen op welke datum de bepalingen van het Verdrag ophouden van kracht te zijn.
2
Zodra het Verdrag twee jaar van kracht is, kan elke Partij het langs diplomatieke weg opzeggen door middel van een kennisgeving, schriftelijk en langs diplomatieke weg, aan de depositaris. De opzegging wordt van kracht zes maanden nadat de depositaris de desbetreffende kennisgeving heeft ontvangen. De depositaris stelt de Partijen in kennis van dergelijke kennisgevingen.
Artikel
26
Registratie
Dit Verdrag wordt na zijn inwerkingtreding door de depositaris aan het Secretariaat van de Verenigde Naties toegezonden ter registratie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.
GEDAAN te Lissabon op 30 september 2007 in de Nederlandse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.