Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Second Additional Protocol to the European Convention on mutual assistance in criminal matters

The member States of the Council of Europe, signatory to this Protocol,

Having regard to their undertakings under the Statute of the Council of Europe;

Desirous of further contributing to safeguard human rights, uphold the rule of law and support the democratic fabric of society;

Considering it desirable to that effect to strengthen their individual and collective ability to respond to crime;

Decided to improve on and supplement in certain aspects the European Convention on Mutual Assistance in Criminal Matters, done at Strasbourg on 20 April 1959 (hereinafter referred to as ‘‘the Convention’’), as well as the Additional Protocol thereto, done at Strasbourg on 17 March 1978;

Taking into consideration the Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms, done at Rome on 4 November 1950, as well as the Convention for the Protection of Individuals with regard to Automatic Processing of Personal Data, done at Strasbourg on 28 January 1981,

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

Article

1

Scope

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

Article

2

Presence of officials of the requesting Party

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

Article

3

Temporary transfer of detained persons to the territory of the requesting Party

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

Article

4

Channels of communication

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

Article

5

Costs

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

Article

6

Judicial authorities

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

CHAPTER

II

Article

7

Postponed execution of requests

Article

8

Procedure

Notwithstanding the provisions of Article 3 of the Convention, where requests specify formalities or procedures which are necessary under the law of the requesting Party, even if unfamiliar to the requested Party, the latter shall comply with such requests to the extent that the action sought is not contrary to fundamental principles of its law, unless otherwise provided for in this Protocol.

Article

9

Hearing by video conference

Article

10

Hearing by telephone conference

Article

11

Spontaneous information

Article

12

Restitution

Article

13

Temporary transfer of detained persons to the requested Party

Article

14

Personal appearance of transferred sentenced persons

The provisions of Articles 11 and 12 of the Convention shall apply mutatis mutandis also to persons who are in custody in the requested Party, pursuant to having been transferred in order to serve a sentence passed in the requesting Party, where their personal appearance for purposes of review of the judgement is applied for by the requesting Party.

Article

15

Language of procedural documents and judicial decisions to be served

Article

16

Service by post

Article

17

Cross-border observations

Article

18

Controlled delivery

Article

19

Covert investigations

Article

20

Joint investigation teams

Article

21

Criminal liability regarding officials

During the operations referred to in Articles 17, 18, 19 or 20, unless otherwise agreed upon by the Parties concerned, officials from a Party other than the Party of operation shall be regarded as officials of the Party of operation with respect to offences committed against them or by them.

Article

22

Civil liability regarding offıcials

Article

23

Protection of witnesses

Where a Party requests assistance under the Convention or one of its Protocols in respect of a witness at risk of intimidation or in need of protection, the competent authorities of the requesting and requested Parties shall endeavour to agree on measures for the protection of the person concerned, in accordance with their national law.

Article

24

Provisional measures

Article

25

Confidentiality

The requesting Party may require that the requested Party keep confidential the fact and substance of the request, except to the extent necessary to execute the request. If the requested Party cannot comply with the requirement of confidentiality, it shall promptly inform the requesting Party.

Article

26

Data protection

Article

27

Administrative authorities

Parties may at any time, by means of a declaration addressed to the Secretary General of the Council of Europe, define what authorities they will deem administrative authorities for the purposes of Article 1, paragraph 3, of the Convention.

Article

28

Relations with other treaties

The provisions of this Protocol are without prejudice to more extensive regulations in bilateral or multilateral agreements concluded between Parties in application of Article 26, paragraph 3, of the Convention.

Article

29

Friendly settlement

The European Committee on Crime Problems shall be kept informed regarding the interpretation and application of the Convention and its Protocols, and shall do whatever is necessary to facilitate a friendly settlement of any difficulty which may arise out of their application.

CHAPTER

III

Article

30

Signature and entry into force

Article

31

Accession

Article

32

Territorial application

Article

33

Reservations

Article

34

Denunciation

Article

35

Notifications

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council of Europe and any State which has acceded to this Protocol of:

  • a)

    any signature;

  • b)

    the deposit of any instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c)

    any date of entry into force of this Protocol in accordance with Articles 30 and 31;

  • d)

    any other act, declaration, notification or communication relating to this Protocol.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, this 8th day of November 2001, in English and in French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe and to the non-member States which have acceded to the Convention.

Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken

De lidstaten van de Raad van Europa, die dit Protocol hebben ondertekend,

Gelet op hun verplichtingen uit hoofde van het Statuut van de Raad van Europa,

Verlangend een verdere bijdrage te leveren aan het waarborgen van mensenrechten, het handhaven van het recht en het ondersteunen van de democratische structuur van de samenleving,

Overwegend dat het wenselijk is daartoe hun afzonderlijke en collectieve vermogen om criminalteit aan te pakken, te versterken,

Vastbesloten bepaalde aspecten van het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, gedaan te Straatsburg op 20 april 1959 (hierna te noemen „het Verdrag”), alsmede het Aanvullend Protocol daarbij, gedaan te Straatsburg op 17 maart 1978, te verbeteren en aan te vullen,

Gelet op het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, gedaan te Rome op 4 november 1950, alsmede het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, gedaan te Straatsburg op 28 januari 1981,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

Artikel

1

Reikwijdte

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

Artikel

2

Aanwezigheid van de autoriteiten van de verzoekende Partij

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

Artikel

3

Tijdelijke overbrenging van gedetineerden naar het grondgebied van de verzoekende Partij

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

Artikel

4

Wijze van communicatie

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

Artikel

5

Kosten

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

Artikel

6

Rechterlijke autoriteiten

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20 april 1959.

HOOFDSTUK

II

Artikel

7

Uitgestelde uitvoering van verzoeken

Artikel

8

Procedure

Onverminderd de bepalingen van artikel 3 van het Verdrag voldoet de aangezochte Staat wanneer in de verzoeken formaliteiten of procedures worden vermeld die krachtens het recht van de verzoekende Partij nodig zijn, zelfs wanneer zij de aangezochte Partij onbekend zijn, aan dergelijke verzoeken voor zover de verlangde maatregelen niet strijdig zijn met grondbeginselen van haar recht, tenzij in dit Protocol anders wordt bepaald.

Artikel

9

Verhoor per videoconferentie

Artikel

10

Verhoor per telefoonconferentie

Artikel

11

Toezending van gegevens op eigen initiatief

Artikel

12

Teruggave

Artikel

13

Tijdelijke overbrenging van gedetineerden naar de aangezochte Partij

Artikel

14

Persoonlijke verschijning van overgebrachte veroordeelde personen

De bepalingen van de artikelen 11 en 12 van het Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op personen die zich op het grondgebied van de aangezochte Partij in hechtenis bevinden, nadat zij zijn overgebracht om op het grondgebied van de verzoekende Partij een opgelegde straf te ondergaan, wanneer door de verzoekende Partij om hun persoonlijke verschijning wordt verzocht ten behoeve van de herziening van het vonnis.

Artikel

15

Taal van de uit te reiken gerechtelijke stukken en rechterlijke uitspraken

Artikel

16

Uitreiking per post

Artikel

17

Grensoverschrijdende observaties

Artikel

18

Gecontroleerde aflevering

Artikel

19

Infiltratie

Artikel

20

Gemeenschappelijke onderzoeksteams

Artikel

21

Strafrechtelijke aansprakelijkheid van ambtenaren

Tijdens een optreden, bedoeld in de artikelen 17, 18, 19 of 20, worden de ambtenaren uit een andere Partij dan de Partij waar het optreden plaatsvindt, met ambtenaren van laatstbedoelde Partij gelijkgesteld, voor wat betreft de strafbare feiten die tegen of door hen mochten worden begaan, tenzij door de betrokken Partijen anders wordt overeengekomen.

Artikel

22

Burgerrechtelijke aansprakelijkheid van ambtenaren

Artikel

23

Bescherming van getuigen

Wanneer een Partij krachtens het Verdrag of een van de Protocollen daarbij om rechtshulp verzoekt met betrekking tot een getuige die het gevaar loopt te worden geïntimideerd of die bescherming nodig heeft, streven de bevoegde autoriteiten van de verzoekende en aangezochte Partij ernaar maatregelen overeen te komen voor de bescherming van de betrokken persoon, in overeenstemming met hun nationale recht.

Artikel

24

Voorlopige maatregelen

Artikel

25

Vertrouwelijkheid

De verzoekende Partij kan verlangen dat de aangezochte Partij het verzoek en de inhoud daarvan vertrouwelijk behandelt, voorzover nodig voor de uitvoering van het verzoek. Indien de aangezochte Partij niet aan het vereiste van vertrouwelijkheid kan voldoen, brengt zij de verzoekende Partij hiervan onverwijld op de hoogte.

Artikel

26

Gegevensbescherming

Artikel

27

Bestuurlijke autoriteiten

De Partijen kunnen te allen tijde, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring bepalen welke autoriteiten zij als bestuurlijke autoriteiten aanmerken in de zin van artikel 1, derde lid, van het Verdrag.

Artikel

28

Verhouding tot andere verdragen

De bepalingen van dit Protocol laten uitgebreidere regelingen in bilaterale of multilaterale overeenkomsten gesloten tussen de Partijen overeenkomstig artikel 26, derde lid, van het Verdrag onverlet.

Artikel

29

Minnelijke schikking

De Europese Commissie voor Strafrechtelijke Vraagstukken van de Raad van Europa wordt op de hoogte gehouden van de interpretatie en toepassing van het Verdrag en de Protocollen daarbij en doet al het nodige ter vergemakkelijking van een minnelijke schikking van elke moeilijkheid die ten gevolge van de toepassing ervan mocht ontstaan.

HOOFDSTUK

III

Artikel

30

Ondertekening en inwerkingtreding

Artikel

31

Toetreding

Artikel

32

Territoriale toepassing

Artikel

33

Voorbehouden

Artikel

34

Opzegging

Artikel

35

Kennisgevingen

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft alle lidstaten van de Raad van Europa en iedere Staat die tot dit Protocol is toegetreden, kennis van:

  • a.

    iedere ondertekening;

  • b.

    de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c.

    iedere datum van inwerkingtreding van dit Protocol overeenkomstig de artikelen 30 en 31;

  • d.

    iedere andere akte, verklaring, kennisgeving of mededeling die betrekking heeft op dit Protocol.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg, op 8 november 2001, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan iedere lidstaat van de Raad van Europa en aan de niet-lidstaten die zijn toegetreden tot het Verdrag.