Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds

Versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds

Preambule

Het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd, en

de Europese Unie,

enerzijds, en

de Republiek Kazachstan,

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

Gezien de sterke banden tussen de partijen en hun gedeelde waarden, evenals hun wens om de betrekkingen te versterken en uit te breiden die in het verleden tot stand zijn gebracht door de tenuitvoerlegging van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en de Republiek Kazachstan, die op 23 januari 1995 in Brussel is ondertekend, van de strategie voor een nieuw partnerschap tussen de Europese Unie en Centraal-Azië, die door de Europese Raad in juni 2007 werd vastgesteld, en van het programma „Op weg naar Europa” van de Kazachse regering, dat in 2008 werd vastgesteld;

Gezien de verbintenis van de partijen om volledig uitvoering te geven aan de beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties („het VN-handvest”), de Universele Verklaring van de rechten van de mens en van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa („OVSE”), met name die van de Slotakte van Helsinki, alsmede aan andere algemeen erkende normen van internationaal recht;

Gezien de krachtige verbintenis van de partijen om te streven naar versterking van de bevordering, bescherming en tenuitvoerlegging van fundamentele vrijheden en mensenrechten, de eerbiediging van democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur;

Gezien de sterke gehechtheid van de partijen aan de volgende beginselen inzake de samenwerking op het gebied van mensenrechten en democratie: de bevordering van gemeenschappelijke doelstellingen, open en constructieve politieke dialoog, transparantie en eerbiediging van internationale mensenrechtennormen;

Gezien de verbintenis van de partijen om de beginselen van de vrijemarkteconomie te onderschrijven;

Erkennende dat de handels- en investeringsrelaties tussen de partijen steeds belangrijker worden;

Overwegende dat deze overeenkomst de nauwe economische betrekkingen tussen de partijen verder zal versterken en een nieuw klimaat en betere voorwaarden zal scheppen voor verdere ontwikkeling van de handel en investeringen tussen de partijen, onder meer op het gebied van energie;

Gezien het voornemen om de handel en investeringen in alle sectoren te bevorderen, binnen een versterkt juridisch kader, met name deze overeenkomst en de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie („de WTO-overeenkomst”);

Gezien de verbintenis van de partijen tot bevordering van internationale vrede en veiligheid en de vreedzame oplossing van geschillen, met name door doeltreffende samenwerking op dit gebied in het kader van de VN en de OVSE;

Gezien de bereidheid van de partijen om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen;

Gezien de verbintenis van de partijen tot naleving van de internationale verplichtingen tot bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor en tot samenwerking inzake non-proliferatie en nucleaire veiligheid en beveiliging;

Gezien de verbintenis van de partijen om de illegale handel in en de accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens te bestrijden en gezien de vaststelling van het Wapenhandelsverdrag door de Algemene Vergadering van de VN;

Gezien het belang van actieve deelname van de Republiek Kazachstan aan de tenuitvoerlegging van de strategie voor een nieuw partnerschap tussen de Europese Unie en Centraal-Azië;

Gezien de verbintenis van de partijen om georganiseerde misdaad en mensenhandel te bestrijden en meer samen te werken op het gebied van terrorismebestrijding;

Gezien de verbintenis van de partijen om de dialoog en samenwerking in migratiegerelateerde aangelegenheden op te voeren, met een brede benadering doelende op samenwerking op het gebied van legale migratie en het aanpakken van onregelmatige migratie en mensenhandel, en het belang erkennende van de overnameclausule van deze overeenkomst;

Strevend naar evenwichtige bilaterale handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan;

Gezien de verbintenis van de partijen om de rechten en plichten in het kader van het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (“WTO“) na te leven en deze op transparante en niet-discriminerende wijze ten uitvoer te leggen;

Gezien de gehechtheid van de partijen aan het beginsel van duurzame ontwikkeling, onder andere door de bevordering van de tenuitvoerlegging van multilaterale internationale verdragen en regionale samenwerking;

Strevend naar verbetering van wederzijds voordelige samenwerking op alle gebieden die van wederzijds belang zijn en naar versterking van het kader daarvoor waar nodig;

Erkennende de noodzaak tot meer samenwerking op het gebied van energie, tot continuïteit van de energievoorziening en tot het faciliteren van de ontwikkeling van passende infrastructuur, voortbouwend op het memorandum van overeenstemming inzake samenwerking op het gebied van energie tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan, dat op 4 december 2006 werd gesloten in Brussel, en in het kader van het Energiehandvestverdrag;

Erkennende dat alle samenwerking met betrekking tot kernenergie voor vreedzaam gebruik valt onder de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Republiek Kazachstan op het gebied van de nucleaire veiligheid die op 19 juli 1999 in Brussel werd ondertekend, en niet onder deze overeenkomst;

Gezien het streven van de partijen om het niveau van de volksgezondheid en de bescherming van de menselijke gezondheid te verhogen, als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei;

Gezien de gehechtheid van de partijen aan meer contacten tussen mensen, onder andere door samenwerking en uitwisselingen op het gebied van wetenschap en technologie, innovatieontwikkeling, onderwijs en cultuur;

Overwegende dat de partijen streven naar meer wederzijds begrip en convergentie van hun wet- en regelgeving, met het oog op het verder versterken van wederzijds voordelige betrekkingen en duurzame ontwikkeling;

Wijzend op het feit dat, als de partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie, die door de Europese Unie zouden worden gesloten krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij de Europese Unie, tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland wat betreft hun respectieve bilaterale betrekkingen, de Republiek Kazachstan ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Evenzo zijn interne maatregelen die de Europese Unie krachtens de genoemde titel V vaststelt met het oog op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, niet bindend voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij zij te kennen hebben gegeven deel te willen nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21. Dergelijke toekomstige overeenkomsten of daarmee samenhangende interne maatregelen van de Europese Unie vallen ook onder Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan die verdragen is gehecht,

ZIJN het volgende overeengekomen:

TITEL

I

ALGEMENE BEGINSELEN EN DOELSTELLINGEN

Artikel

1

Algemene beginselen

De eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, de Slotakte van Helsinki van de OVSE, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.

De partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van een vrijemarkteconomie, het stimuleren van duurzame ontwikkeling en economische groei.

De tenuitvoerlegging van deze overeenkomst wordt gebaseerd op de beginselen van dialoog, wederzijds vertrouwen en respect, gelijkwaardig partnerschap, wederzijds voordeel en volledige eerbiediging van de beginselen en waarden van het VN-handvest.

Artikel

2

Doelstellingen

Artikel

3

Samenwerking in regionale en internationale organisaties

De partijen werken samen en wisselen standpunten uit in regionale en internationale fora en organisaties.

TITEL

II

POLITIEKE DIALOOG; SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID

Artikel

4

Politieke dialoog

De partijen ontwikkelen en versterken een doeltreffende politieke dialoog op alle gebieden van wederzijds belang, ter bevordering van de internationale vrede, stabiliteit en veiligheid, onder andere op het Euraziatische continent, op basis van het internationale recht, doeltreffende samenwerking binnen multilaterale instellingen en gedeelde waarden.

De partijen werken samen om de rol van de VN en de OVSE te versterken en de doelmatigheid van internationale en regionale organisaties te vergroten.

De partijen intensiveren hun samenwerking en dialoog met betrekking tot vraagstukken inzake internationale veiligheid en crisisbeheer om het hoofd te bieden aan de huidige mondiale en regionale problemen en grote gevaren.

De partijen streven naar betere samenwerking met betrekking tot alle vraagstukken van gemeenschappelijk belang, met name de naleving van het internationale recht, de versterking van de eerbiediging van democratische beginselen, de rechtsstaat, mensenrechten en goed bestuur. De partijen komen overeen om samen te werken aan een beter klimaat voor verdere regionale samenwerking, met name inzake Centraal-Azië en daarbuiten.

Artikel

5

Democratie en rechtsstaat

De partijen werken samen aan de bevordering en doeltreffende bescherming van de mensenrechten en de rechtsstaat, onder meer via de desbetreffende internationale mensenrechteninstrumenten.

Deze samenwerking geschiedt in de vorm van door de partijen overeengekomen activiteiten, onder meer door de eerbiediging van de rechtsstaat te versterken, de bestaande mensenrechtendialoog te bevorderen, democratische instellingen verder te ontwikkelen, het bewustzijn ten aanzien van mensenrechten te vergroten en samenwerking binnen de mensenrechtenorganen van de VN en de OVSE te stimuleren.

Artikel

6

Buitenlands en veiligheidsbeleid

De partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid en buigen zich met name over vraagstukken met betrekking tot conflictpreventie en crisisbeheer, regionale stabiliteit, non-proliferatie, ontwapening en wapenbeheersing, nucleaire veiligheid en controle op de uitvoer van wapens en goederen voor tweeërlei gebruik.

De samenwerking wordt gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en wederzijdse belangen, is gericht op meer convergentie en doeltreffendheid van het beleid, waarbij gebruik wordt gemaakt van bilaterale, internationale en regionale fora.

De partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van respect voor territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen, soevereiniteit en onafhankelijkheid als bepaald in het VN-handvest en de Slotakte van Helsinki van de OVSE, en engageren zich ertoe die beginselen in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen te ondersteunen.

Artikel

7

Veiligheid in de ruimte

De partijen streven naar bevordering van meer veiligheid, beveiliging en duurzaamheid van alle ruimtegerelateerde activiteiten en werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau samen om vreedzaam gebruik van de ruimte te waarborgen. De partijen achten het van belang om een wapenwedloop in de ruimte te voorkomen.

Artikel

8

Ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd

De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdaden die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op intern en internationaal niveau, onder meer via het Internationaal Strafhof.

Met passende aandacht voor de integriteit van het Statuut van Rome komen de partijen overeen om een dialoog te voeren over en te streven naar universele onderschrijving van het Statuut, overeenkomstig hun respectieve wetgeving, onder meer door steun te leveren voor capaciteitsopbouw.

Artikel

9

Conflictpreventie en crisisbeheer

De partijen intensiveren hun samenwerking inzake conflictpreventie, de beslechting van regionale conflicten en crisisbeheer teneinde een ruimte van vrede en stabiliteit tot stand te brengen.

Artikel

10

Regionale stabiliteit

De partijen voeren hun gezamenlijke inspanningen op om meer stabiliteit en veiligheid in Centraal-Azië en een beter klimaat voor regionale samenwerking te bewerkstelligen, op basis van de beginselen van het VN-handvest, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere relevante multilaterale documenten die beide partijen onderschrijven.

Artikel

11

Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt.

De partijen werken samen aan en dragen bij tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, door hun respectieve verplichtingen in het kader van internationale verdragen en andere relevante internationale instrumenten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, volledig na te leven en ten uitvoer te leggen. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.

De samenwerking op dit vlak geschiedt onder andere in de vorm van:

  • a.

    verdere ontwikkeling van systemen van controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie en goederen en technologie voor tweeërlei gebruik;

  • b.

    instelling van een regelmatige politieke dialoog over de vraagstukken die verband houden met dit artikel.

Artikel

12

Handvuurwapens en lichte wapens

De partijen werken samen en zorgen voor coördinatie, complementariteit en synergie in hun inspanningen om de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor op alle relevante niveaus te bestrijden en zetten de regelmatige politieke dialoog voort, ook in multilateraal verband.

Deze samenwerking geschiedt met volledige inachtneming van de bestaande internationale verdragen en resoluties van de VN-Veiligheidsraad, alsmede van de verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied die de partijen onderschrijven. In dit verband zijn beide partijen overtuigd van de waarde van het Wapenhandelsverdrag.

Artikel

13

Terrorismebestrijding

De partijen werken samen op bilateraal, regionaal en internationaal niveau om terrorisme te voorkomen en te bestrijden, in volledige overeenstemming met de rechtsstaat, het internationale recht, internationale mensenrechtennormen, het humanitaire recht en VN-besluiten ter zake, zoals de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN.

De partijen werken samen met het oog op:

  • a.

    tenuitvoerlegging, waar passend, van VN-resoluties, de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN en de verbintenissen van de partijen in het kader van andere internationale verdragen en instrumenten inzake terrorismebestrijding;

  • b.

    uitwisseling van informatie over beraamde en gepleegde terroristische daden, vormen en methoden om deze te plegen en terroristische groeperingen die een misdaad beramen, plegen of hebben gepleegd op het grondgebied van een partij, overeenkomstig internationale en binnenlandse wetgeving;

  • c.

    uitwisseling van ervaring met betrekking tot de preventie van alle vormen van terrorisme, inclusief het pubiekelijk op internet aanzetten tot terrorisme, en van ervaring met middelen en methoden voor terrorismebestrijding, ervaring op technisch gebied, en opleiding die wordt aangeboden of betaald door de instellingen, organen en agentschappen van de Europese Unie;

  • d.

    intensivering van de gezamenlijke inspanningen om de financiering van terrorisme te bestrijden en uitwisseling van visies op radicaliserings- en rekruteringsprocessen; en

  • e.

    uitwisseling van beste praktijken betreffende de bescherming van de mensenrechten in het kader van de strijd tegen het terrorisme.

TITEL

III

HANDEL EN ZAKELIJKE ACTIVITEITEN

HOOFDSTUK

1

HANDEL IN GOEDEREN

Artikel

14

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

15

Nationale behandeling

Elke partij behandelt goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarbij, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaken.

Artikel

16

Douanerechten bij invoer en uitvoer

Elke partij heft douanerechten bij invoer en uitvoer volgens zijn WTO-tariefverbintenissen.

Artikel

17

Invoer- en uitvoerbeperkingen

Geen van de partijen mag verboden of beperkingen, andere dan rechten, belastingen en andere heffingen, invoeren of handhaven, in de vorm van quota’s, invoer- of uitvoervergunningen of andere maatregelen, ter zake van de invoer van een goed uit de andere partij of de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd, in overeenstemming met artikel XI van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarbij, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaken.

Artikel

18

Tijdelijke invoer van goederen

De partijen verlenen elkaar ontheffing van invoerheffingen en -rechten op tijdelijk ingevoerde goederen, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in voor hen bindende internationale overeenkomsten op dit gebied. Deze ontheffing wordt verleend overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de partij die de ontheffing verleent.

Artikel

19

Doorvoer

De partijen achten het beginsel van de vrije doorvoer een essentiële voorwaarde voor het bereiken van de doelstellingen van deze overeenkomst. In dat verband verlenen de partijen vrije doorvoer over hun douanegebied aan goederen die zijn verzonden uit of zijn bestemd voor het douanegebied van de andere partij, in overeenstemming met artikel V van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarbij, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaken.

Artikel

20

Vrijwaringsmaatregelen

Geen van de bepalingen van deze overeenkomst doet afbreuk aan of vormt een beletsel voor de rechten en plichten van elke partij in het kader van artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.

Artikel

22

Antidumping- en compenserende maatregelen

Artikel

23

Prijsstelling

De partijen ziet erop toe dat ondernemingen en entiteiten waaraan bijzondere of exclusieve rechten zijn verleend of die door een partij worden gecontroleerd, die een product op de eigen markt verkopen en eveneens uitvoeren, een gescheiden boekhouding voeren, zodat het volgende duidelijk kan worden vastgesteld:

  • a.

    de kosten en baten van de binnenlandse en de internationale activiteiten; en

  • b.

    alle aspecten van de methoden waarmee de kosten en baten aan de binnenlandse en de internationale activiteiten worden toegerekend of daarover worden verdeeld.

    Deze gescheiden boekhouding zijn gebaseerd op de boekhoudbeginselen van oorzakelijk verband, objectiviteit, transparantie en samenhang, in overeenstemming met internationaal erkende boekhoudkundige methoden, en op gegevens die voorwerp van een audit zijn geweest.

Artikel

24

Uitzonderingen

HOOFDSTUK

2

DOUANE

Artikel

25

Douanesamenwerking

Artikel

26

Wederzijdse administratieve bijstand

Onverminderd de andere vormen van samenwerking waarin deze overeenkomst voorziet, in het bijzonder in artikel 25, verlenen de partijen elkaar wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden, in overeenstemming met het protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst.

Artikel

27

Vaststelling van douanewaarde

Bij de handel tussen de partijen is de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994 van toepassing op de vaststelling van de douanewaarde van goederen. De bepalingen van die overeenkomst worden mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken daarvan een integrerend deel uit.

HOOFDSTUK

3

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel

29

Technische voorschriften, normalisatie, metrologie, accreditatie en conformiteitsbeoordeling

Artikel

30

Transparantie

HOOFDSTUK

4

SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

31

Doelstelling

In dit hoofdstuk worden de beginselen beschreven die van toepassing zijn op sanitaire en fytosanitaire maatregelen en vraagstukken met betrekking tot dierenwelzijn bij de handel tussen de partijen. De partijen passen deze beginselen toe op zodanige wijze dat de handel verder wordt bevorderd, terwijl het niveau van bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten in elke partij wordt gehandhaafd.

Artikel

32

Beginselen

Artikel

33

Invoervereisten

Artikel

34

Gelijkwaardigheid

Indien de partij van uitvoer hierom verzoekt, en mits gunstige beoordeling door de partij van invoer, wordt de gelijkwaardigheid erkend volgens de geldende internationale procedures, van een individuele maatregel en/of groepen maatregelen en/of systemen die algemeen dan wel op een sector of een deel van een sector van toepassing zijn.

Artikel

35

Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren

Artikel

36

Vereenvoudiging van de handel

Artikel

37

Inspecties en audits

Inspecties en audits die door een partij van invoer worden uitgevoerd op het grondgebied van de partij van uitvoer om diens inspectie- en certificatiesystemen te toetsen, vinden plaats overeenkomstig de desbetreffende internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen. De kosten van dergelijke inspecties en audits worden gedragen door de partij die de inspectie of de audit verricht.

Artikel

38

Uitwisseling van informatie en samenwerking

HOOFDSTUK

5

HANDEL IN DIENSTEN EN VESTIGING

AFDELING

1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

39

Doelstelling, reikwijdte en toepassingsgebied

Artikel

40

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „maatregel”: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratief optreden of in enige andere vorm;

  • b.

    „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen genomen door:

    • i.

      een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit van een partij; en

    • ii.

      een niet-gouvernementele organisatie van een partij bij de uitoefening van door een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit van een partij gedelegeerde bevoegdheden;

  • c.

    „natuurlijke persoon uit de Europese Unie” of „natuurlijke persoon uit de Republiek Kazachstan”: een onderdaan van een van de lidstaten van de Europese Unie of van de Republiek Kazachstan overeenkomstig hun respectieve wetgeving;

  • d.

    „rechtspersoon”: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • e.

    „rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon uit de Europese Unie of uit de Republiek Kazachstan die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of de Republiek Kazachstan, en die zijn statutaire zetel, centrale administratie of hoofdvestiging heeft op respectievelijk het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betrekking heeft of het grondgebied van de Republiek Kazachstan.

    Als een rechtspersoon die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie of de Republiek Kazachstan alleen zijn statutaire zetel of centrale administratie heeft op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of op het grondgebied van de Republiek Kazachstan, dan wordt hij niet als rechtspersoon uit de Europese Unie respectievelijk de Republiek Kazachstan beschouwd, tenzij substantiële zakelijke activiteiten worden ontplooid respectievelijk op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of op het grondgebied van de Republiek Kazachstan;

  • f.

    niettegenstaande het onder lid e) bepaalde geldt voor internationaal zeevervoer, inclusief intermodaal vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, dat dit hoofdstuk tevens van toepassing is op buiten de Europese Unie of de Republiek Kazachstan gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk de Republiek Kazachstan zeggenschap hebben, indien hun schepen overeenkomstig de respectieve wetgeving in die lidstaat van de Europese Unie of de Republiek Kazachstan zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van de Republiek Kazachstan voeren;

  • g.

    „overeenkomst inzake economische integratie”: een overeenkomst waarbij de handel in diensten en het recht van vestiging aanzienlijk worden geliberaliseerd uit hoofde van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten („GATS”), en met name de artikelen V en V bis daarvan, en/of die bepalingen bevat waarbij het recht van vestiging aanzienlijk wordt geliberaliseerd voor andere economische activiteiten die mutatis mutandis voldoen aan de criteria van de artikelen V en V bis van de GATS met betrekking tot die activiteiten;

  • h.

    „economische activiteiten”: deze term omvat activiteiten van economische aard behoudens activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag;

  • i.

    „economische activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag”: activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgevoerd;

  • j.

    „exploitatiehandelingen”: het verrichten en voortzetten van economische activiteiten;

  • k.

    „dochteronderneming” van een rechtspersoon: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft2)Een rechtspersoon heeft zeggenschap over een andere rechtspersoon wanneer eerstgenoemde rechtspersoon bevoegd is een meerderheid van de bestuurders van die andere rechtspersoon te benoemen of de handelingen van die andere rechtspersoon anderszins juridisch te sturen.;

  • l.

    „filiaal” van een rechtspersoon: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, die een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;

  • m.

    „vestiging”: elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging, met name door middel van:

    • i.

      de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon3)Onder „oprichting” en „overname” van een rechtspersoon wordt ook verstaan deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon met het oogmerk duurzame economische banden tot stand te brengen of te handhaven.; of

    • ii.

      de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging4)Vertegenwoordigingen van een rechtspersoon van de andere partij mogen geen economische activiteit op commerciële basis uitvoeren op het grondgebied van de Republiek Kazachstan. De Europese Unie behoudt zich het recht voor zich op vergelijkbare wijze op te stellen. op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te oefenen;

  • n.

    „investeerder” van een partij: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een economische activiteit uitoefent of beoogt uit te oefenen door het opzetten van een vestiging;

  • o.

    „diensten”: deze term omvat alle diensten5)Voor meer duidelijkheid, wordt met „diensten” bedoeld de diensten die zijn vermeld in de meest recente versie van WTO-document MTN.GNS/W/120. in elke sector, behalve diensten die worden verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag;

  • p.

    „diensten die worden verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag”: diensten die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners worden verleend;

  • q.

    „dienstverlener”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een dienst verleent;

  • r.

    „dienstverlening”: deze term omvat de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst.

AFDELING

2

VESTIGING EN GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

ONDERAFDELING

1

ALLE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN

Artikel

41

Toepassingsgebied en reikwijdte

Artikel

42

Geleidelijke verbetering van de voorwaarden voor vestiging

Artikel

43

Geleidelijke verbetering van de voorwaarden voor de grensoverschrijdende dienstverlening

ONDERAFDELING

2

ECONOMISCHE ACTIVITEITEN ANDERS DAN DIENSTEN

Artikel

44

Toepassingsgebied en reikwijdte

Deze onderafdeling is van toepassing op maatregelen van een partij die gevolgen hebben voor het recht van vestiging voor alle economische activiteiten anders dan diensten.

Artikel

45

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

46

Nationale behandeling

Behoudens de in bijlage I vermelde voorbehouden:

  • a.

    kent elke partij aan dochterondernemingen van rechtspersonen van de andere partij die zijn gevestigd op het grondgebied van de eerste partij, met betrekking tot hun exploitatiehandelingen geen minder gunstige behandeling toe dan aan de eigen rechtspersonen;

  • b.

    kent de Republiek Kazachstan aan rechtspersonen en filialen uit de Europese Unie geen minder gunstige behandeling toe dan aan rechtspersonen en filialen uit de Republiek Kazachstan met betrekking tot het recht van vestiging en exploitatiehandelingen voor andere economische activiteiten dan diensten. Nationale behandeling door de Republiek Kazachstan doet geen afbreuk aan de voorwaarden van het protocol inzake de toetreding van de Republiek Kazachstan tot de WTO.

AFDELING

3

TIJDELIJK VERBLIJF VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

Artikel

47

Toepassingsgebied en definities

Artikel

48

Binnen een onderneming overgeplaatste personen en zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden

Artikel

49

Dienstverleners op contractbasis

Artikel

50

Meestbegunstigingsbehandeling

Artikel

51

Geleidelijke verbetering van de voorwaarden voor tijdelijk verblijf van natuurlijke personen voor zaken

Het Samenwerkingscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken doet aanbevelingen aan de partijen voor verdere liberalisering van de voorwaarden voor tijdelijk verblijf van natuurlijke personen voor zaken.

AFDELING

4

INTERNE REGELGEVING

Artikel

52

Reikwijdte en toepassingsgebied

Artikel

53

Vergunnings- en kwalificatieprocedures

AFDELING

5

SECTORSPECIFIEKE BEPALINGEN

Artikel

54

Internationaal zeevervoer

Artikel

54 bis

Vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren en door de lucht

Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun respectieve commerciële behoeften, kunnen de voorwaarden voor de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren, en eventueel het luchtvervoer, worden vastgelegd in eventuele specifieke overeenkomsten, waarover in voorkomend geval tussen de partijen wordt onderhandeld nadat deze overeenkomst in werking is getreden.

AFDELING

6

UITZONDERINGEN

Artikel

55

Algemene uitzonderingen

AFDELING

7

INVESTERINGEN

Artikel

56

Evaluatie en overleg

Uiterlijk drie jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt, evalueren de partijen gezamenlijk het wettelijk kader voor investeringen om eventuele investeringsbelemmeringen te inventariseren. Op basis van deze evaluatie overwegen zij in onderhandeling te treden om dergelijke belemmeringen aan te pakken, met het oog op de aanvulling op deze overeenkomst, ook inzake de algemene beginselen van investeringsbescherming.

HOOFDSTUK

6

KAPITAAL- EN BETALINGSVERKEER

Artikel

57

Lopende rekening

De partijen verlenen overeenkomstig de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), waar van toepassing, machtiging voor alle betalingen en overdrachten in vrij converteerbare valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen.

Artikel

58

Kapitaalverkeer

Artikel

59

Uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het kapitaalverkeer vormen, wordt geen bepaling van dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een van de partijen van maatregelen die:

  • a.

    noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid en de openbare zeden of voor de handhaving van de openbare orde; of

  • b.

    noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze titel, met inbegrip van wetten of voorschriften die betrekking hebben op:

    • i.

      het voorkomen van overtredingen of misdrijven, misleidende of frauduleuze praktijken, of noodzakelijk zijn om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren (faillissement, insolventie en crediteurenbescherming);

    • ii.

      maatregelen vastgesteld of gehandhaafd ter waarborging van de integriteit en de stabiliteit van het financiële stelsel van een partij;

    • iii.

      de uitgifte van, de handel in of de verhandeling van effecten, opties, futures of andere derivaten;

    • iv.

      de financiële verslaglegging of boekhouding van betalingen indien nodig om hulp te bieden in het kader van rechtshandhaving of aan financiële regelgevende autoriteiten; of

    • v.

      waarborging van naleving van beschikkingen of uitspraken in gerechtelijke of administratieve procedures.

Artikel

60

Tijdelijke vrijwaringsmaatregelen met betrekking tot kapitaalverkeer, betalingen of overdrachten

In uitzonderlijke omstandigheden bij ernstige moeilijkheden, of dreigende ernstige moeilijkheden, voor het monetair beleid of het wisselkoersbeleid in geval van de Republiek Kazachstan, of voor de economische en monetaire unie in geval van de Europese Unie, kan de desbetreffende partij voor een periode van ten hoogste één jaar strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen treffen ten aanzien van het kapitaalverkeer, de betalingen of de overdrachten. Een partij die dergelijke maatregelen treft of handhaaft, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van de maatregelen voor.

HOOFDSTUK

7

INTELLECTUELE EIGENDOM

Artikel

61

Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a.

    het bevorderen van de productie en het in de handel brengen van innovatieve en creatieve producten tussen de partijen; en

  • b.

    het bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten.

AFDELING

1

BEGINSELEN

Artikel

62

Aard en toepassingsgebied van de verplichtingen

Artikel

63

Overdracht van technologie

Artikel

64

Uitputting

Elke partij past een regeling voor de interne of regionale17)De term „regionaal” verwijst naar organisaties voor regionale economische integratie die een interne markt voor vrij verkeer van goederen en diensten tot stand brengen. uitputting van intellectuele-eigendomsrechten toe, in overeenstemming met haar interne wetgeving, ten aanzien van auteursrechten en naburige rechten, tekeningen en modellen, en handelsmerken.

AFDELING

2

NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel

65

Geboden bescherming

De partijen nemen de rechten en plichten in acht die zijn neergelegd in de volgende internationale overeenkomsten:

Artikel

66

Auteurs

Elke partij voorziet voor auteurs in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun werken, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;

  • b.

    elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van hun werken of van kopieën daarvan, door verkoop of anderszins;

  • c.

    de mededeling van hun werken aan het publiek, per draad of draadloos, met inbegrip van de beschikbaarstelling van hun werken aan het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk kunnen zijn.

Artikel

67

Uitvoerend kunstenaars

Elke partij voorziet voor uitvoerend kunstenaars in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de vastlegging18)Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „vastlegging” verstaan de opname van geluid, of van de weergave daarvan, door middel waarvan het geluid kan worden waargenomen, gereproduceerd of medegedeeld door middel van een toestel. van hun uitvoeringen;

  • b.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van vastleggingen van hun uitvoeringen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;

  • c.

    de distributie onder het publiek van vastleggingen van hun uitvoeringen, door verkoop of anderszins;

  • d.

    de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitvoeringen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe kunnen hebben;

  • e.

    de draadloze uitzending en mededeling van hun uitvoeringen aan het publiek, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of op basis van een vastlegging is gemaakt.

Artikel

68

Producenten van fonogrammen

Elke partij voorziet voor producenten van fonogrammen in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de directe of indirecte, tijdelijke of permanente reproductie van hun fonogrammen, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;

  • b.

    de distributie onder het publiek, van hun fonogrammen, met inbegrip van kopieën daarvan, door verkoop of anderszins;

  • c.

    de beschikbaarstelling van hun fonogrammen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe kunnen hebben.

Artikel

69

Omroeporganisaties

Elke partij voorziet voor omroeporganisaties in het exclusieve recht het volgende toe te staan of te verbieden:

  • a.

    de vastlegging van hun uitzendingen;

  • b.

    de reproductie van vastleggingen van hun uitzendingen;

  • c.

    de beschikbaarstelling van vastleggingen van hun uitzendingen aan het publiek, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat de leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang ertoe kunnen hebben; en

  • d.

    de draadloze heruitzending van hun uitzendingen, alsmede de mededeling aan het publiek van hun uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn.

Artikel

70

Uitzending en mededeling aan het publiek

Elke partij voorziet in een recht om ervoor te zorgen dat een enkele billijke vergoeding wordt uitgekeerd door de gebruiker, wanneer een voor handelsdoeleinden uitgegeven fonogram of reproductie daarvan wordt gebruikt voor draadloze uitzending of voor enigerlei mededeling aan het publiek, en dat die vergoeding wordt verdeeld tussen de desbetreffende uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen. Elke partij kan bij gebreke van overeenstemming tussen uitvoerend kunstenaars en producenten van fonogrammen bepalen volgens welke voorwaarden deze vergoeding tussen hen wordt verdeeld.

Artikel

71

Duur van de bescherming

Artikel

72

Bescherming van technische voorzieningen

Artikel

73

Bescherming van informatie over beheer van rechten

Artikel

74

Uitzonderingen en beperkingen

Artikel

75

Volgrecht

Elke partij stelt ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk die onderdaan is van de andere partij en ten behoeve van diens rechtverkrijgende, een volgrecht in, dat wordt omschreven als een onvervreemdbaar recht waarvan geen afstand kan worden gedaan, zelfs niet op voorhand, om telkens wanneer het kunstwerk na de eerste overdracht door de auteur wordt doorverkocht, een op de verkoopprijs berekend recht te ontvangen. De drempels en tarieven voor dergelijke royalty’s worden vastgesteld overeenkomstig de interne wetgeving van de partij waar de doorverkoop plaatsvindt19)Een partij kan in zijn interne wetgeving het volgrecht beperken tot doorverkoop waarbij kunsthandelaars zijn betrokken..

Artikel

76

Samenwerking bij collectief beheer van rechten

De partijen nemen de hun redelijkerwijs ter beschikking staande maatregelen ter bevordering van afspraken tussen hun respectieve collectieve beheersverenigingen teneinde de toegang tot en de levering van werken en ander beschermd materiaal tussen de grondgebieden van de partijen te vergemakkelijken en de wederzijdse overdracht van royalty’s voor het gebruik daarvan te waarborgen. De partijen nemen ook de hun redelijkerwijs ter beschikking staande maatregelen om een hoog niveau van rationalisatie en transparantie te bereiken met betrekking tot de uitvoering van de taken van hun respectieve collectieve beheersverenigingen.

HANDELSMERKEN

Artikel

78

Registratieprocedure

Artikel

80

Uitzonderingen op rechten verbonden aan handelsmerk

Elke partij voorziet in beperkte uitzonderingen op de aan een handelsmerk verbonden rechten, zoals het eerlijk gebruik van beschrijvende termen, het gebruik van geografische aanduidingen of andere beperkte uitzonderingen waarbij rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel

81

Definitie

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden onder „geografische aanduidingen” verstaan aanduidingen die aangeven dat goederen hun oorsprong hebben op het grondgebied van een partij, of een regio of plaats op dat grondgebied, waarbij een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van de goederen wezenlijk valt toe te schrijven aan zijn geografische oorsprong.

Artikel

82

Beginselen inzake de bescherming van geografische aanduidingen

Artikel

83

Onderhandelingen

Ten laatste zeven jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt, vangen de partijen onderhandelingen aan met het oog op het sluiten van een overeenkomst inzake de bescherming van geografische aanduidingen op hun respectieve grondgebied.

TEKENINGEN EN MODELLEN

Artikel

85

Voorwaarden voor de bescherming van geregistreerde tekeningen en modellen

Artikel

86

Door registratie verkregen rechten

De houder van een geregistreerde tekening of een geregistreerd model heeft het exclusieve recht om het te gebruiken en om derden die daartoe niet zijn toestemming hebben, onder meer te beletten een artikel dat de beschermde tekening of het beschermde model uiterlijk vertoont of waarin dit is verwerkt, te vervaardigen, op de markt aan te bieden, te verkopen, in of uit te voeren, op voorraad te hebben of te gebruiken wanneer deze handelingen voor commerciële doeleinden worden verricht.

Artikel

87

Bescherming van niet-geregistreerde tekeningen en modellen

Ten laatste zeven jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt, voorziet de Republiek Kazachstan in wettelijke bescherming tegen het kopiëren van niet-geregistreerde tekeningen en modellen, op voorwaarde dat de Europese Unie ten laatste twee jaar voor het einde van deze periode van zeven jaar passende opleiding heeft verstrekt aan de bevoegde instanties, organisaties en magistraten.

Artikel

88

Duur van de bescherming

De duur van de bescherming die wordt geboden na de datum waarop een aanvraag is ingediend, bedraagt ten minste tien jaar. Elke partij kan erin voorzien dat de houder de duur van de bescherming kan laten verlengen voor een of meer termijnen van vijf jaar, tot een maximale duur van de bescherming zoals in de interne wetgeving vastgesteld.

Artikel

89

Uitzonderingen

Artikel

90

Verband met auteursrecht

Tekeningen of modellen die door een tekening- of modelrecht worden beschermd en in een partij zijn geregistreerd, kunnen vanaf de datum waarop de tekening of het model is gecreëerd of in een vorm is vastgelegd, tevens beschermd worden krachtens de auteursrechtwetgeving van die partij. De mate waarin en de voorwaarden waaronder een dergelijke bescherming wordt verleend, met inbegrip van het vereiste oorspronkelijkheidsgehalte, wordt door elke partij vastgesteld.

OCTROOIEN

Artikel

92

Octrooien en volksgezondheid

Artikel

93

Aanvullend beschermingscertificaat

Artikel

94

Bescherming van gegevens die zijn ingediend ter verkrijging van vergunning voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product21)In dit hoofdstuk wordt wat betreft de Europese Unie onder een „farmaceutisch product” verstaan een geneesmiddel volgens de definitie van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik.

Artikel

95

Gegevensbescherming met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen en voorschriften om herhaling van proeven te voorkomen

AFDELING

3

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel

97

Algemene verplichtingen

Artikel

98

Gerechtigde aanvragers

Elke partij erkent dat de volgende personen gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a.

    houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de interne wetgeving;

  • b.

    alle andere personen die gemachtigd zijn deze rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de interne wetgeving;

  • c.

    instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de interne wetgeving;

  • d.

    beroepsorganisaties of personen die erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de interne wetgeving.

Artikel

99

Bewijsstukken

Artikel

100

Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal

Artikel

101

Recht op informatie

Artikel

102

Voorlopige en conservatoire maatregelen

Artikel

103

Corrigerende maatregelen

Artikel

104

Rechterlijke bevelen

Elke partij zorgt ervoor dat, wanneer bij rechterlijke uitspraak een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is vastgesteld, de rechterlijke instanties een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker kunnen uitvaardigen. Wanneer de interne wetgeving daarin voorziet, wordt bij niet-naleving van een rechterlijk bevel in deze in voorkomend geval een dwangsom tot naleving van het bevel opgelegd. Elke partij ziet er eveneens op toe dat houders van een recht kunnen verzoeken om een rechterlijk bevel tegen tussenpersonen waarvan diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te maken.

Artikel

105

Alternatieve maatregelen

Elke partij kan bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in voorkomend geval en op verzoek van degene aan wie de in de artikelen 103 en/of 104 vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat de maatregelen van de artikelen 103 en/of 104 niet worden toegepast, maar in plaats daarvan aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald wanneer de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs toereikend lijkt.

Artikel

106

Schadevergoeding

Artikel

107

Gerechtskosten

Elke partij draagt er zorg voor dat, als algemene regel, redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de in het ongelijk gestelde partij worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Artikel

108

Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken

Elke partij draagt er zorg voor dat de rechterlijke instanties in rechtszaken wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van de informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van bekendmaking en de volledige of gedeeltelijke publicatie van de uitspraak.

Artikel

109

Vermoeden van auteurschap of houderschap van rechten

Voor de toepassing van de in deze afdeling bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen volstaat het voor de auteur van een werk van letterkunde of kunst, om als zodanig te worden beschouwd en derhalve het recht te hebben om een rechtsvordering wegens inbreuk in te stellen, dat zijn/haar naam op de gebruikelijke wijze op het werk is vermeld, behoudens tegenbewijs. Dit geldt mutatis mutandis voor houders van naburige rechten ten aanzien van hun beschermde materiaal.

Artikel

110

Administratieve procedures

Voor zover een civiel corrigerende maatregel kan worden gelast als gevolg van een administratieve bodemprocedure, is deze procedure in overeenstemming met de beginselen die in wezen gelijkwaardig zijn aan de beginselen die zijn neergelegd in de relevante bepalingen van deze afdeling.

Artikel

111

Maatregelen aan de grens

AFDELING

4

AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN INTERMEDIAIRE DIENSTEN

Artikel

112

Gebruik van diensten van intermediairs

De partijen erkennen dat de diensten van intermediairs door derden voor inbreuk makende activiteiten kunnen worden gebruikt. Om het vrije verkeer van informatiediensten te waarborgen en terzelfder tijd intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving te handhaven, voorziet elke partij in de in deze afdeling genoemde maatregelen met betrekking tot aanbieders van intermediaire diensten, wanneer deze op generlei wijze betrokken zijn bij de doorgegeven informatie.

Artikel

113

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „mere conduit” (doorgeefluik)

Artikel

114

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „caching” (wijze van opslag)

Artikel

115

Aansprakelijkheid van aanbieders van intermediaire diensten: „hosting”

Artikel

116

Geen algemene toezichtverplichting

Artikel

118

Samenwerking

HOOFDSTUK

8

OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel

119

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „handelsgoederen of -diensten”: goederen of diensten die in de regel op de markt worden verkocht of te koop worden aangeboden aan, en in de regel worden aangekocht door, niet-overheidskopers voor niet-overheidsdoeleinden;

  • b.

    „constructiedienst”: een dienst die gericht is op de uitvoering, ongeacht op welke wijze, van bouwwerkzaamheden of civieltechnische werken, gebaseerd op afdeling 51 van de voorlopige centrale productenclassificatie („CPCprov”) van de Verenigde Naties;

  • c.

    „dag”: kalenderdag;

  • d.

    „elektronische veiling”: een zich herhalend proces met elektronische middelen voor de presentatie van nieuwe, verlaagde prijzen, en/of van nieuwe waarden voor bepaalde elementen van de inschrijvingen, dat plaatsvindt na de eerste volledige beoordeling van de inschrijvingen en dat hun rangschikking op basis van elektronische verwerking mogelijk maakt. Dit proces mag derhalve niet worden aangewend voor de aanbesteding van bepaalde werken of diensten voor intellectuele prestaties, zoals het ontwerpen van bouwwerken;

  • e.

    „schriftelijk”: elke informatie-eenheid die uitgedrukt is in woorden of cijfers en die kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens doorgegeven. De term „schriftelijk”kan ook betrekking hebben op elektronisch verzonden en opgeslagen informatie;

  • f.

    „onderhandse aanbesteding”: een procedure waarbij de aanbestedende dienst contact zoekt met de leverancier of leveranciers van zijn keuze;

  • g.

    „maatregel”: een wet, voorschrift, procedure, administratieve richtsnoer of praktijk, dan wel een handeling van een aanbestedende dienst, betreffende een onder dit hoofdstuk vallende overheidsopdracht;

  • h.

    „lijst voor veelvuldig gebruik”: een door een aanbestedende dienst opgestelde lijst van leveranciers die voldoen aan de voorwaarden voor deelname aan die lijst, waarvan de aanbestedende dienst meer dan eens gebruik denkt te zullen maken;

  • i.

    „bericht van aanbesteding”: bekendmaking van een aanbestedende dienst waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, zich in te schrijven of beide;

  • j.

    „openbare aanbesteding”: een aanbestedingsprocedure waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;

  • k.

    „persoon”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon;

  • l.

    „aanbestedende dienst”: een entiteit die onder de delen 1 tot en met 3 van bijlage III bij deze overeenkomst valt;

  • m.

    „erkende leverancier”: een leverancier die door een aanbestedende dienst is erkend als leverancier die aan de voorwaarden voor deelname voldoet;

  • n.

    „aanbesteding met voorafgaande selectie”: een aanbestedingsprocedure waarbij slechts erkende leveranciers door de aanbestedende dienst tot inschrijven worden uitgenodigd;

  • o.

    „diensten”: omvat constructiediensten, tenzij anders bepaald;

  • p.

    „norm”: een door een erkend orgaan goedgekeurd document dat bepaalde voor algemeen en herhaald gebruik bestemde regels, richtlijnen of kenmerken van producten of diensten of daarmee verband houdende processen en productiemethoden bevat, waarvan de naleving niet verplicht is. Het kan ook geheel of ten dele betrekking hebben op terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product, dienst, proces of productiemethode;

  • q.

    „leverancier”: een persoon of groep personen die goederen of diensten levert of kan leveren;

  • r.

    „technische specificatie”: een vereiste in een aanbestedingsprocedure waarin:

    • i.

      de kenmerken van de aan te schaffen goederen of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, dan wel de processen of methoden voor productie of levering; of

    • ii.

      terminologische elementen, symbolen en voorschriften betreffende verpakking, markering of etikettering die van toepassing zijn op een product of dienst, worden omschreven.

Artikel

120

Reikwijdte en toepassingsgebied

Toepasselijkheid van dit hoofdstuk

Waardebepaling

Artikel

121

Algemene uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen of een verkapte beperking van het internationale handelsverkeer vormen, wordt niets in dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of handhaven door een partij van maatregelen die:

  • a.

    noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden, orde of veiligheid;

  • b.

    noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren of planten;

  • c.

    noodzakelijk zijn voor de bescherming van intellectuele eigendom; of

  • d.

    betrekking hebben op goederen of diensten van personen met een handicap, liefdadigheidsinstellingen of gevangenisarbeid.

Artikel

122

Algemene beginselen

Non-discriminatie

Gebruik van elektronische middelen

Verloop van een aanbesteding

Oorsprongsregels

Maatregelen die niet specifiek betrekking hebben op aanbestedingen

Artikel

123

Informatie over het systeem voor overheidsopdrachten

Artikel

124

Aankondigingen

Bericht van aanbesteding

Samenvatting

Aankondiging van geplande aanbesteding

Artikel

125

Voorwaarden voor deelname

Artikel

126

Erkenning van leveranciers

Registratiesystemen en erkenningsprocedures

Aanbesteding met voorafgaande selectie

Lijsten voor veelvuldig gebruik

Entiteiten die vallen onder deel 3 van bijlage III bij deze overeenkomst

Informatie over besluiten van aanbestedende diensten

Artikel

127

Technische specificaties en aanbestedingsdossier

Technische specificaties

Aanbestedingsdossier

Wijzigingen

Artikel

128

Termijnen

Algemeen

Minimumtermijnen

Artikel

129

Aanbesteding op basis van onderhandelingen

Artikel

130

Onderhandse aanbesteding

Artikel

131

Elektronische veilingen

Artikel

132

Behandeling van inschrijvingen en gunning van opdrachten

Behandeling van inschrijvingen

Gunning van opdrachten

Artikel

133

Transparantie

Kennisgeving aan leveranciers

Publicatie van informatie over de gunning

Bewaren van documentatie, verslagen en elektronische traceerbaarheid

Artikel

134

Openbaarmaking van informatie

Verstrekking van informatie aan partijen

Informatie die niet openbaar wordt gemaakt

Artikel

135

Binnenlandse toetsingsprocedures

Artikel

136

Wijziging en rectificatie van het toepassingsgebied

Wijzigingen

Rectificaties

Het Samenwerkingscomité

Artikel

137

Overgangsperiode

Dit hoofdstuk wordt van toepassing vijf jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt. Voor de in deel 4 van bijlage III genoemde goederen en voor de onder deel 6 van bijlage III vallende diensten, wordt dit hoofdstuk van toepassing acht jaar na de datum waarop deze titel van toepassing wordt.

HOOFDSTUK

9

GRONDSTOFFEN EN ENERGIE

Artikel

138

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „grondstoffen”: substanties die worden gebruikt voor de vervaardiging van industrieproducten, met uitzondering van energiegoederen, verwerkte visserijproducten of landbouwproducten, maar met inbegrip van natuurlijke rubber, huiden en vellen, hout en houtpulp, zijde, wol, katoen en andere plantaardige producten voor de textielproductie;

  • b.

    „energiegoederen”: op basis van het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van de Werelddouaneorganisatie („GS”) en de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie: aardgas, vloeibaar aardgas, vloeibaar petroleumgas (LPG) (GS 27.11), elektriciteit (GS 27.16), ruwe olie en olieproducten (GS 27.09-27.10 en 27.13-27.15) en steenkool en andere vaste brandstoffen (GS 27.01-27.04);

  • c.

    „vennootschap”: een rechtsentiteit die een commerciële organisatie is onder de jurisdictie of zeggenschap van een van de partijen, bijvoorbeeld, maar niet beperkt tot een kapitaalvennootschap, trust, personenvennootschap, joint venture of vereniging;

  • d.

    „dienstverlener”: een dienstverlener zoals gedefinieerd in artikel 40, onder q);

  • e.

    „maatregel”: een maatregel zoals gedefinieerd in artikel 40, onder a);

  • f.

    „vervoer”: transmissie en distributie van energiegoederen via pijpleidingen voor olie en olieproducten en hogedruk-gaspijpleidingen, hoogspanningsnetwerken en -lijnen, spoorwegen, wegen en andere faciliteiten voor het vervoer van energiegoederen;

  • g.

    „ongeoorloofde toe-eigening”: alle activiteiten bestaande in de wederrechtelijke toe-eigening van energiegoederen uit transmissiepijpleidingen voor olie en olieproducten en hogedruk-gaspijpleidingen, hoogspanningsnetwerken en -lijnen, spoorwegen, wegen en andere faciliteiten voor het vervoer van energiegoederen;

  • h.

    „noodsituatie”: een situatie waardoor een aanzienlijke verstoring of een fysieke onderbreking van de levering van aardgas, olie of elektriciteit tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan wordt veroorzaakt, ook bij levering die via derde landen verloopt en bij een uitzonderlijk grote vraag naar energiegoederen binnen de Europese Unie of de Republiek Kazachstan, waarbij marktmaatregelen niet voldoende zijn en aanvullende niet op de markt gebaseerde maatregelen noodzakelijk zijn;

  • i.

    „vereiste inzake plaatselijke inbreng”:

    • i.

      voor goederen, het vereiste dat een onderneming goederen van binnenlandse oorsprong of herkomst koopt of gebruikt, ongeacht of daarbij wordt aangegeven om welke specifieke producten of hoeveelheid of waarde het gaat of een verband wordt gelegd met de omvang of de waarde van de plaatselijke productie;

    • ii.

      voor diensten, het vereiste dat de keuze van de dienstverlener of de geleverde dienst beperkt ten nadele van diensten of dienstverleners van de andere partij;

  • j.

    „overheidsbedrijf”: een onderneming die betrokken is bij commerciële activiteiten en waarvan de centrale of subcentrale overheid van een partij, rechtstreeks of onrechtstreeks, in het bezit is van 50 % of meer van het geplaatste kapitaal of van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen;

  • k.

    „rechtspersoon”: een rechtspersoon zoals gedefinieerd in artikel 40, onder d);

  • l.

    „rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon van een partij zoals gedefinieerd in artikel 40, onder e).

Artikel

139

Prijsregulering

Artikel

140

Handels- en uitvoermonopolies

De partijen vestigen noch handhaven een handels- of uitvoermonopolie voor grondstoffen of energiegoederen, behalve indien een partij gebruik wenst te maken van haar prioritaire recht (voorkooprecht) op de aankoop van ruw en droog gas en goud.

Artikel

141

Toegang tot en recht van prospectie, exploratie of productie van koolwaterstoffen (ruwe olie en aardgas)

Artikel

142

Voorwaarden voor investeringen in grondstoffen en energiegoederen

Met het oog op het stimuleren van de investeringen in activiteiten in verband met prospectie, exploratie, extractie en mijnbouw met betrekking tot grondstoffen en energiegoederen mogen de partijen:

  • a.

    geen maatregelen vaststellen of handhaven die vereisten inzake plaatselijke inbreng bevatten voor producten, dienstverleners, investeerders of investeringen van de andere partij, tenzij anders bepaald in het protocol inzake de toetreding van de Republiek Kazachstan tot de WTO of in de GATS-lijsten van verbintenissen van de Europese Unie en haar lidstaten;

  • b.

    geen maatregelen vaststellen of handhaven op grond waarvan een onderneming van de andere partij verplicht is intellectuele-eigendomsrechten over te dragen of te delen om producten of diensten te kunnen verkopen of te kunnen investeren op het grondgebied van die partij. Het staat de partijen vrij om over contracten te onderhandelen met investeerders die rechten in verband met prospectie, exploratie, extractie en mijnbouw met betrekking tot grondstoffen en energiegoederen wensen te verwerven, waarbij een dergelijke overdracht op vrijwillige basis, onder marktvoorwaarden en tegen marktprijs geschiedt.

Artikel

143

Doorvoer

Artikel

144

Onderbreking

Artikel

145

Toegang tot hoogspanningsnetwerken en -lijnen

Artikel

146

Regelgevende autoriteiten voor elektriciteit en gas

Artikel

147

Hernieuwbare energie

Artikel

148

Samenwerking met betrekking tot grondstoffen en energiegoederen

Artikel

149

Mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing

Artikel

150

Uitzonderingen

HOOFDSTUK

10

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

151

Context en doelstellingen

Artikel

152

Multilaterale milieu- en arbeidsnormen en -overeenkomsten

Artikel

153

Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus

Artikel

154

Handel en investeringen ter bevordering van duurzame ontwikkeling

Artikel

155

Geschillenbeslechting

Onderafdeling 2 van afdeling 3 van hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van deze titel is niet van toepassing op geschillen waarop dit hoofdstuk van toepassing is. Voor dergelijke geschillen geldt dat de partijen, nadat het arbitragepanel zijn eindverslag heeft opgesteld overeenkomstig de artikelen 180 en 182, de passende maatregelen die zij zullen nemen bespreken, waarbij zij rekening houden met dit verslag. Het Samenwerkingscomité ziet toe op de tenuitvoerlegging van dergelijke maatregelen en blijft de zaak volgen, onder andere door middel van het in artikel 154, lid 3, bedoelde mechanisme.

HOOFDSTUK

11

MEDEDINGING

Artikel

156

Beginselen

De partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handelsbetrekkingen. De partijen erkennen dat concurrentieverstorende praktijken en overheidsmaatregelen, waaronder subsidies, de goede werking van de markten kunnen verstoren en de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer kunnen ondergraven.

Artikel

157

Wetgeving inzake kartelbestrijding en fusies en de tenuitvoerlegging daarvan

Artikel

158

Staatsmonopolies, staatsondernemingen en ondernemingen waaraan bijzondere of exclusieve rechten of voorrechten zijn verleend

Artikel

159

Subsidies

Artikel

162

Vertrouwelijkheid

Bij het uitwisselen van informatie krachtens dit hoofdstuk nemen de partijen de beperkingen in acht die voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim.

HOOFDSTUK

12

OVERHEIDSBEDRIJVEN, DOOR DE OVERHEID GECONTROLEERDE BEDRIJVEN EN BEDRIJVEN WAARAAN BIJZONDERE OF EXCLUSIEVE RECHTEN OF VOORRECHTEN ZIJN VERLEEND

Artikel

163

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    „overheidsbedrijf”: een onderneming die betrokken is bij commerciële activiteiten en waarvan de centrale of subcentrale overheid van een partij in het bezit is van 50 % of meer van het geplaatste kapitaal of van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen;

  • b.

    „door de overheid gecontroleerd bedrijf”: een onderneming die betrokken is bij commerciële activiteiten en waarvan de centrale of subcentrale overheid van een partij, rechtstreeks of onrechtstreeks, beslissende invloed uitoefent of kan uitoefenen krachtens haar financiële deelneming, de regels of praktijken inzake de werking van de onderneming of enig andere manier die een dergelijke beslissende invloed bepaalt. Van beslissende invloed van een partij is sprake wanneer de partij rechtstreeks of onrechtstreeks gerechtigd is meer dan de helft van de leden van het bestuur, het management of het toezichthoudend orgaan van de onderneming te benoemen;

  • c.

    „bedrijf waaraan bijzondere of exclusieve rechten of voorrechten zijn verleend”: een publieke of particuliere onderneming die betrokken is bij commerciële activiteiten en waaraan de centrale of subcentrale overheid van een partij wettelijk of feitelijk bijzondere of exclusieve rechten of voorrechten heeft verleend. Dergelijke rechten of voorrechten kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op het recht om als distributeur, netwerkprovider of een andere intermediair te fungeren voor de aan- of verkoop van een product of de verlening of ontvangst van een dienst. Monopolies die betrokken zijn bij een commerciële activiteit vallen onder het begrip „bedrijf waaraan bijzondere of exclusieve rechten of voorrechten zijn verleend”;

  • d.

    „monopolie”: een entiteit die betrokken is bij een commerciële activiteit, met inbegrip van consortia, en die op de relevante markt op het grondgebied van een partij op centraal of subcentraal niveau is aangewezen als enige leverancier of enige koper van een product of dienst; een entiteit waaraan exclusieve intellectuele-eigendomsrechten zijn verleend, valt echter niet onder dat begrip alleen om de reden dat haar dergelijke rechten zijn verleend;

  • e.

    „bijzondere rechten”: rechten die door de centrale of subcentrale overheid van een partij zijn verleend aan een beperkt aantal ondernemingen binnen een bepaald geografisch gebied of een bepaalde markt voor producten of diensten, waardoor het voor andere ondernemingen aanzienlijk moeilijker wordt om de betrokken economische activiteit binnen hetzelfde geografische gebied en onder grotendeels gelijkwaardige voorwaarden uit te oefenen. Het bij de toewijzing van schaarse middelen verlenen van een licentie of vergunning aan een beperkt aantal ondernemingen op basis van objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria, is op zich geen bijzonder recht;

  • f.

    „niet-discriminerende behandeling”: nationale behandeling of meestbegunstigingsbehandeling zoals beschreven in deze overeenkomst, indien deze behandeling gunstiger is;

  • g.

    „uit commerciële overwegingen”: in overeenstemming met de gebruikelijke zakelijke praktijk van een particuliere onderneming die op basis van de beginselen van de markteconomie actief is in de internationale handel;

  • h.

    „aanwijzen”: een monopolie instellen of toestaan of het bereik van een monopolie uitbreiden, wettelijk of feitelijk.

Artikel

164

Toepassingsgebied

Artikel

165

Artikel

166

Non-discriminatie

Tenzij anders bepaald in artikel 142, in de GATS-lijst van verbintenissen van een partij of in de voorbehouden van een partij ten aanzien van de nationale behandeling, als beschreven in bijlage I bij deze overeenkomst, ziet elke partij erop toe dat een onderneming die voldoet aan de voorwaarden van artikel 163, onder c) en d), bij de aan- of verkoop van goederen of diensten, de goederen, diensten en/of dienstverleners van de andere partij niet discrimineert.

Artikel

167

Commerciële overwegingen

Behalve om te beantwoorden aan de doelstelling waarvoor bijzondere of exclusieve rechten zijn verleend, bijvoorbeeld een openbaredienstverplichting, of, in geval van overheidsbedrijven of door de staat gecontroleerde bedrijven, om te voldoen aan hun publieke opdracht, en op voorwaarde dat het gedrag van de onderneming om aan die doelstelling te beantwoorden of aan die opdracht te voldoen in overeenstemming is met artikel 166 en met hoofdstuk 11 (Mededinging) van deze titel, ziet elke partij erop toe dat de in artikel 163, onder a) tot en met d), bedoelde ondernemingen, op het desbetreffende grondgebied handelen uit commerciële overwegingen bij de aan- en verkoop van goederen, onder andere wat betreft prijs, kwaliteit, beschikbaarheid, verhandelbaarheid, vervoer en andere aan- of verkoopvoorwaarden, alsmede bij de aankoop of levering van diensten, ook wanneer die worden geleverd aan of door een investeerder van de andere partij.

Artikel

168

Prijsstelling

Het hanteren van verschillende prijzen op verschillende markten of binnen dezelfde markt op grond van normale commerciële overwegingen, zoals vraag en aanbod, is op zich niet in strijd met de artikelen 166 en 167.

Artikel

169

Corporate governance

Artikel

170

Uitwisseling van informatie

HOOFDSTUK

13

TRANSPARANTIE

Artikel

171

HOOFDSTUK

14

GESCHILLENBESLECHTING

AFDELING

1

DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

172

Doelstelling

Het doel van dit hoofdstuk is een doeltreffend en doelmatig mechanisme ter vermijding en beslechting van geschillen tussen de partijen over de interpretatie en toepassing van deze overeenkomst op te zetten, teneinde waar mogelijk tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

Artikel

173

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle geschillen over de interpretatie en toepassing van de bepalingen van deze titel, tenzij anders bepaald.

AFDELING

2

OVERLEG EN BEMIDDELING

Artikel

174

Overleg

Artikel

175

Bemiddeling

Overeenkomstig bijlage VII bij deze overeenkomst kan elke partij de andere partij verzoeken om aan een bemiddelingsprocedure deel te nemen met betrekking tot een maatregel die de handel of de investeringen tussen de partijen ongunstig beïnvloedt.

AFDELING

3

GESCHILLENBESLECHTINGSPROCEDURES

ONDERAFDELING

1

ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel

176

Inleiding van de arbitrageprocedure

Artikel

177

Instelling van het arbitragepanel

Artikel

178

Voorlopige uitspraak inzake dringende aard

Indien een partij daarom verzoekt, doet het arbitragepanel binnen 10 dagen na zijn instelling een voorlopige uitspraak over de vraag of het een zaak dringend acht.

Artikel

179

Conciliatie bij dringende energiegeschillen

Artikel

180

Verslagen van het arbitragepanel

Artikel

181

Tussentijds verslag van het arbitragepanel

Artikel

182

Eindverslag van het arbitragepanel

ONDERAFDELING

2

NALEVING

Artikel

183

Naleving van het eindverslag van het arbitragepanel

De partij waartegen de klacht is gericht, neemt de nodige maatregelen om de uitspraak van het arbitragepanel onverwijld en te goeder trouw na te leven.

Artikel

184

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

185

Onderzoek van maatregelen tot naleving van het eindverslag van het arbitragepanel

Artikel

186

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

187

Onderzoek van nalevingsmaatregelen die zijn getroffen na vaststelling van tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

188

Maatregelen bij dringende energiegeschillen

ONDERAFDELING

3

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

189

Vervanging van arbiters

Indien in een in het kader van dit hoofdstuk gevoerde arbitrageprocedure een of meer leden van het oorspronkelijke arbitragepanel niet in staat zijn om aan de werkzaamheden van het panel deel te nemen, zich terugtrekken of moeten worden vervangen wegens niet-naleving van de gedragscode van bijlage VI bij deze overeenkomst, is de procedure van artikel 177 van toepassing. De termijn voor kennisgeving van het verslag kan worden verlengd met de tijd die nodig is om een nieuwe arbiter te benoemen, maar in geen geval met meer dan 20 dagen.

Artikel

190

Schorsing en beëindiging van arbitrage- en nalevingsprocedures

Het arbitragepanel kan op verzoek van beide partijen te allen tijde zijn werkzaamheden schorsen gedurende een door de partijen overeengekomen periode, die echter niet meer dan 12 opeenvolgende maanden mag bedragen. Op schriftelijk verzoek van beide partijen respectievelijk een van de partijen hervat het zijn werkzaamheden vóór respectievelijk aan het einde van deze periode. De partij die het verzoek indient, stelt de voorzitter van het Samenwerkingscomité en de andere partij hiervan in kennis. Indien een partij bij het verstrijken van de overeengekomen schorsingsperiode het arbitragepanel niet verzoekt zijn werkzaamheden te hervatten, wordt de procedure beëindigd. De schorsing en beëindiging van de werkzaamheden van het arbitragepanel laten de rechten van de partijen in andere procedures waarop artikel 197 van toepassing is onverlet.

Artikel

191

Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Samenwerkingscomité en de voorzitter van het arbitragepanel in voorkomend geval gezamenlijk in kennis van een dergelijke oplossing. Indien ingevolge de desbetreffende interne procedures van een van de partijen voor de oplossing goedkeuring vereist is, wordt in de kennisgeving naar dit vereiste verwezen en wordt de geschillenbeslechtingsprocedure geschorst. Indien dergelijke goedkeuring niet vereist is, of nadat is kennisgegeven van de voltooiing van die interne procedures, wordt de geschillenbeslechtingsprocedure beëindigd.

Artikel

192

Reglement van orde

Artikel

193

Inlichtingen en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, alle inlichtingen inwinnen die het voor de arbitrageprocedure nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Voordat het deskundigen kiest, raadpleegt het arbitragepanel de partijen. Op het grondgebied van een partij gevestigde natuurlijke of rechtspersonen kunnen overeenkomstig het in bijlage V bij deze overeenkomst neergelegde reglement van orde als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen. Alle in het kader van dit artikel verkregen informatie wordt voor commentaar aan elk van de partijen voorgelegd.

Artikel

194

Interpretatieregels

Arbitragepanels leggen de in artikel 173 bedoelde bepalingen uit volgens de gebruikelijke regels voor de uitlegging van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 1969 zijn gecodificeerd. Het arbitragepanel neemt tevens de relevante interpretaties in aanmerking die zijn vastgesteld door WTO-panels en de Beroepsinstantie en die zijn aangenomen door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO (Dispute Settlement Body – hierna „DSB” genoemd). De verslagen van het arbitragepanel kunnen de rechten en plichten van de partijen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel

195

Besluiten en verslagen van het arbitragepanel

AFDELING

4

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

196

Lijsten van arbiters

Artikel

197

Verhouding tot WTO-verplichtingen

Artikel

198

Termijnen

TITEL

IV

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ECONOMISCHE EN DUURZAME ONTWIKKELING

HOOFDSTUK

1

ECONOMISCHE DIALOOG

Artikel

199

De partijen onderschrijven de beginselen van de vrijemarkteconomie ter waarborging van gezond macro-economisch beleid en ontwikkelen en intensiveren een regelmatige economische dialoog met het oog op de verdere uitbreiding en verdieping van wederzijds voordelige economische betrekkingen, alsmede met het oog op duurzame ontwikkeling en economische groei.

Artikel

200

De partijen evalueren regelmatig de stand van zaken met betrekking tot de bilaterale samenwerking en wisselen regelmatig informatie, deskundigheid en beste praktijken uit op het gebied van economisch beleid, economische en financiële ontwikkeling en statistiek.

HOOFDSTUK

2

SAMENWERKING INZAKE HET BEHEER VAN DE OVERHEIDSFINANCIËN, WAARONDER CONTROLE VAN DE OVERHEIDSFINANCIËN EN INTERNE CONTROLE

Artikel

201

De partijen werken samen inzake het beheer van de overheidsfinanciën, waaronder controle van de overheidsfinanciën en interne controle, met het oog op de verdere ontwikkeling van een deugdelijk systeem voor het beheer van de overheidsfinanciën dat verenigbaar is met de beginselen van spaarzaamheid, doelmatigheid en doeltreffendheid, alsmede van transparantie en verantwoording.

De samenwerking omvat:

  • a.

    bevordering van de toepassing van aanvaardbare en algemeen erkende internationale normen, alsmede van convergentie met de goede praktijken van de Europese Unie op dit vlak;

  • b.

    uitwisseling van informatie en ervaringen op dit vlak.

HOOFDSTUK

3

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN BELASTINGEN

Artikel

202

De partijen streven naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, met name wat betreft vergemakkelijking van het innen van legitieme belastinginkomsten, en naar de ontwikkeling volgens internationale normen van maatregelen voor de doelmatige uitvoering van de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, waaronder transparantie en uitwisseling van informatie. De partijen intensiveren hun dialoog en wisselen ervaringen uit om schadelijke belastingpraktijken te tegen te gaan.

HOOFDSTUK

4

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN STATISTIEK

Artikel

203

De partijen bevorderen harmonisering van statistische methoden en werkwijzen, waaronder de verzameling en verspreiding van statistieken. De statistische samenwerking richt zich op de uitwisseling van kennis, de bevordering van goede praktijken en de naleving van de grondbeginselen van de officiële statistiek van de VN en de Praktijkcode Europese statistieken.

De Europese Unie draagt hieraan bij door technische bijstand te verlenen aan de Republiek Kazachstan.

HOOFDSTUK

5

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ENERGIE

Artikel

204

De partijen handhaven en intensiveren hun huidige samenwerking inzake energie, met het oog op vergroting van energiezekerheid, efficiëntie, duurzaamheid en concurrentievermogen. De samenwerking wordt gebaseerd op een breed partnerschap en wordt geleid door de beginselen van wederzijds belang, wederkerigheid, transparantie en voorspelbaarheid, in overeenstemming met de beginselen van de markteconomie en bestaande multilaterale en bilaterale overeenkomsten op dit gebied.

Artikel

205

De samenwerking omvat onder andere de volgende gebieden:

  • a.

    tenuitvoerlegging van energiestrategieën en energiebeleid, uitwerking van prognoses en scenario’s, onder andere met betrekking tot de situatie op de wereldmarkt voor energieproducten, alsmede verbetering van het statistische registratiesysteem in de energiesector;

  • b.

    schepping van een aantrekkelijk en stabiel investeringsklimaat en aanmoediging van wederzijdse investeringen op niet-discriminerende en transparante basis in de energiesector;

  • c.

    doeltreffende samenwerking met de Europese Investeringsbank, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling en andere internationale financiële instellingen en instrumenten, ter ondersteuning van de samenwerking tussen de partijen op energiegebied;

  • d.

    verhoogde wetenschappelijke en technische samenwerking en uitwisseling van informatie met het oog op de ontwikkeling van energietechnologieën, met bijzondere aandacht voor energiezuinige en milieuvriendelijke technologieën, overeenkomstig hoofdstuk 3 (Onderzoek en innovatie) van titel VI;

  • e.

    management- en technische opleiding in de energiesector, onder andere het vergemakkelijken van de uitwisseling van stagiairs van gespecialiseerde opleidingen van instellingen voor hoger onderwijs in de Europese Unie en de Republiek Kazachstan, alsmede het ontwikkelen van gezamenlijke opleidingsprogramma’s op basis van goede praktijken;

  • f.

    uitbreiding van de samenwerking in het kader van multilaterale energiefora, -initiatieven en -instanties;

  • g.

    uitwisseling van kennis en ervaringen en overdracht van technologie op het gebied van innovatie, onder andere met betrekking tot management en energietechnologieën.

Artikel

206

Koolwaterstofenergie

De samenwerking omvat onder andere de volgende gebieden:

  • a.

    modernisering en verbetering van bestaande en ontwikkeling van nieuwe energie-infrastructuur van gemeenschappelijk belang, volgens de beginselen van de markteconomie, die zich onder andere richt op diversifiëring van de energiebronnen, de leveranciers en de vervoersroutes en -wijzen, alsmede op het creëren van nieuwe opwekkingscapaciteit en op de integriteit, efficiëntie, veiligheid en beveiliging van energie-infrastructuur, waaronder op het gebied van elektriciteit;

  • b.

    ontwikkeling, door middel van hervorming van de regelgeving, van competitieve, transparante en niet-discriminerende energiemarkten volgens goede praktijken;

  • c.

    verbetering en versterking van de stabiliteit en continuïteit van de energiehandel op lange termijn, onder andere door de voorspelbaarheid en stabiliteit van de vraag naar energie te waarborgen, op niet-discriminerende basis en met minimale gevolgen en risico’s voor het milieu;

  • d.

    bevordering van een hoog niveau van milieubescherming en duurzame ontwikkeling in de energiesector, onder andere met betrekking tot extractie, productie, distributie en verbruik;

  • e.

    verbetering van de veiligheid van activiteiten met betrekking tot offshorekoolwaterstofexploratie en -productie door de uitwisseling van ervaring op het gebied van het voorkomen van ongelukken, analyse, respons en sanering na een ongeluk, en beste praktijken inzake aansprakelijkheid en juridische procedures in geval van een ramp.

Artikel

207

Hernieuwbare energiebronnen

Er wordt gestreefd naar samenwerking op het gebied van:

  • a.

    ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen op economisch en ecologisch verantwoorde wijze, waaronder samenwerking inzake regelgeving, certificering en normalisatie en technologische ontwikkeling;

  • b.

    vergemakkelijking van uitwisselingen tussen Kazachse en Europese instellingen, laboratoria en entiteiten uit de particuliere sector, onder andere door middel van gezamenlijke programma’s met het oog op de toepassing van beste praktijken bij het opwekken van de energie voor de groene economie van de toekomst;

  • c.

    organisatie van gezamenlijke seminars, conferenties, opleidingsprogramma’s en regelmatige uitwisseling van informatie en open statistische data, alsmede van informatie over de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen.

Artikel

208

Energie-efficiëntie en -besparing

De samenwerking ter bevordering van energie-efficiëntie en -besparing, onder andere in de steenkoolsector en met betrekking tot het affakkelen van gas (en het gebruik van geassocieerd gas), in gebouwen, apparatuur, en vervoer, omvat onder andere:

  • a.

    uitwisseling van informatie over beleid, wet- en regelgeving en actieplannen inzake energie-efficiëntie;

  • b.

    vergemakkelijking van de uitwisseling van ervaringen en kennis op het gebied van energie-efficiëntie en energiebesparing;

  • c.

    het opzetten en uitvoeren van projecten, waaronder demonstratieprojecten, voor het introduceren van innovatieve technologieën en oplossingen met betrekking tot energie-efficiëntie en energiebesparing;

  • d.

    opleidingsprogramma’s en -cursussen op het gebied van energie-efficiëntie met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel.

HOOFDSTUK

6

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN VERVOER

Artikel

209

De partijen werken samen aan:

  • a.

    uitbreiding en versterking van hun samenwerking op vervoersgebied, teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van duurzame vervoerssystemen;

  • b.

    aandacht voor sociale en milieugerelateerde aspecten van vervoerssystemen;

  • c.

    bevordering van efficiënt, veilig en betrouwbaar vervoer;

  • d.

    verbetering van de belangrijkste vervoersverbindingen tussen hun grondgebieden.

Artikel

210

De in dit hoofdstuk bedoelde samenwerking bestrijkt onder meer de volgende gebieden:

  • a.

    uitwisseling van de beste praktijken met betrekking tot vervoersbeleid;

  • b.

    verbetering van het verkeer van passagiers en goederen, een vlottere doorstroming van het vervoer door het wegwerken van administratieve, technische en andere belemmeringen, ten behoeve van sterkere marktintegratie, verbetering van de vervoersnetwerken en modernisering van de infrastructuur;

  • c.

    uitwisseling van informatie en gezamenlijke activiteiten op regionaal en internationaal niveau en tenuitvoerlegging van toepasselijke internationale overeenkomsten en verdragen;

  • d.

    uitwisseling van beste praktijken inzake veiligheid en duurzame ontwikkeling van maritiem vervoer.

De Republiek Kazachstan brengt haar bilaterale luchtvaartovereenkomsten met de lidstaten van de Europese Unie in overeenstemming met het recht van de Europese Unie.

Artikel

211

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK

7

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN MILIEU

Artikel

212

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake milieuaangelegenheden en dragen zo bij tot duurzame ontwikkeling en goed bestuur op het gebied van milieubescherming.

Er wordt samenwerking nagestreefd op de volgende gebieden:

  • a.

    milieubeoordeling, -monitoring en -controle;

  • b.

    opleiding en bewustmaking inzake milieu, betere toegang tot informatie, meer betrokkenheid van het publiek bij besluitvorming en toegang tot de rechter in verband met milieuaangelegenheden;

  • c.

    wetgeving inzake milieubescherming;

  • d.

    luchtkwaliteit;

  • e.

    afvalbeheer;

  • f.

    beheer van de waterkwaliteit, met inbegrip van het mariene milieu;

  • g.

    geïntegreerd watervoorradenbeheer, met inbegrip van de bevordering van geavanceerde waterbesparende technologieën;

  • h.

    behoud en bescherming van bio- en landschapsdiversiteit;

  • i.

    duurzaam bosbeheer;

  • j.

    industriële verontreiniging en industriële emissies;

  • k.

    classificatie en veilig beheer van chemische stoffen;

  • l.

    initiatieven van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan inzake groene economie; en

  • m.

    uitwisseling van ervaring in verband met het beleid voor duurzame ontwikkeling van de visserij.

Artikel

213

De samenwerking op het gebied van milieubescherming vindt plaats met wederzijdse instemming van de partijen, op onder meer de volgende wijzen:

  • a.

    uitwisseling van technologie, wetenschappelijke en technische informatie en onderzoeksactiviteiten op het gebied van milieubescherming;

  • b.

    uitwisseling van ervaring inzake het verbeteren van de wetgeving en methoden op het gebied van milieu.

Artikel

214

De partijen schenken bijzondere aandacht aan de uitvoering van en samenwerking inzake milieuaangelegenheden in het kader van de relevante multilaterale milieuovereenkomsten, en komen overeen de samenwerking op regionaal niveau te intensiveren.

De partijen wisselen ervaring uit over de integratie van milieu in andere sectoren, onder meer door beste praktijken uit te wisselen, kennis en bekwaamheden te bevorderen en de opleiding en bewustmaking op het gebied van milieu te verbeteren, met betrekking tot de in dit hoofdstuk genoemde gebieden.

HOOFDSTUK

8

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN KLIMAATVERANDERING

Artikel

215

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking voor de bestrijding van en aanpassing aan de klimaatverandering. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel en rekening houdend met de onderlinge afhankelijkheid tussen bilaterale en multilaterale verbintenissen op dit gebied.

Artikel

216

Met de samenwerking worden maatregelen bevorderd op nationaal en internationaal niveau, onder meer op de volgende gebieden:

  • a.

    matiging van de klimaatverandering;

  • b.

    aanpassing aan de klimaatverandering;

  • c.

    markt- en niet-marktgebaseerde aanpak van de klimaatverandering;

  • d.

    onderzoek, ontwikkeling, demonstratie, invoering en verspreiding van nieuwe, veilige en duurzame koolstofarme en aanpassingstechnologieën;

  • e.

    uitwisseling van klimaatexpertise en steun voor andere sectoren;

  • f.

    bewustmaking, voorlichting en opleiding.

Artikel

217

De partijen zorgen onder meer voor de uitwisseling van informatie en expertise, de uitvoering van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en de informatie-uitwisseling over schone technologieën, de uitvoering van gezamenlijke activiteiten op regionaal en internationaal niveau, onder meer in verband met multilaterale milieuovereenkomsten die op de partijen van toepassing zijn, zoals het VN-Raamverdrag inzake klimaatverandering, en de uitvoering van gezamenlijke activiteiten in het kader van relevante agentschappen, in voorkomend geval.

HOOFDSTUK

9

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE INDUSTRIE

Artikel

218

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake industrie, onder meer op het gebied van de ontwikkeling van doeltreffende stimulansen en gunstige omstandigheden voor de verdere diversificatie en een sterker concurrentievermogen van de verwerkende industrie.

Daartoe werken de partijen samen door onder meer beste praktijken en ervaringen uit te wisselen op de volgende gebieden:

  • a.

    productiviteit en efficiënt gebruik van hulpbronnen;

  • b.

    overheidssteun voor industriële sectoren, op basis van de WTO-voorschriften en andere regels die van toepassing zijn op de partijen;

  • c.

    uitvoering van het industriebeleid binnen de context van toenemende integratie;

  • d.

    instrumenten voor een efficiëntere uitvoering van het industriebeleid;

  • e.

    investering in de verwerkende industrie, vermindering van het energieverbruik in de verwerkende industrie en uitwisseling van ervaringen met de uitvoering van arbeidsproductiviteitsstrategieën;

  • f.

    scheppen van gunstige omstandigheden voor de ontwikkeling van nieuwe productietechnologieën, nieuwe hightechindustrieën, kennis en technologieoverdracht, en verdere ontwikkeling van basisinfrastructuur en een gunstige omgeving voor innovatieclusters;

  • g.

    investering en handel in de sectoren mijnbouw en productie van grondstoffen, ter bevordering van het wederzijds begrip en de transparantie, het ondernemingsklimaat en de informatie-uitwisseling en de samenwerking inzake niet-energetische mijnbouw, met name wat betreft de winning van metaalertsen en industriële mineralen;

  • h.

    ontwikkeling van de personeelscapaciteit in de verwerkende industrie;

  • i.

    stimuleren van bedrijfsinitiatieven en industriële samenwerking tussen ondernemingen uit de Europese Unie en de Republiek Kazachstan.

Deze overeenkomst sluit niet uit dat de industriële samenwerking tussen de partijen wordt versterkt en afzonderlijke regelingen worden vastgesteld.

HOOFDSTUK

10

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF

Artikel

219

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op het gebied van het midden- en kleinbedrijf („mkb”) om een omgeving te creëren die bevorderlijk is voor de succesvolle ontwikkeling en oprichting van mkb-ondernemingen.

De partijen werken daartoe samen op de volgende gebieden:

  • a.

    uitwisseling van informatie over het beleid inzake de ontwikkeling van het mkb;

  • b.

    uitwisseling van beste praktijken inzake initiatieven ter bevordering van ondernemerschap als sleutelcompetentie;

  • c.

    bevordering van contacten tussen bedrijfsorganisaties van de beide partijen via een nauwere dialoog;

  • d.

    delen van ervaring die het mkb beter in staat stellen de internationale markten te betreden;

  • e.

    uitwisseling van ervaring over het vergroten van de impact van het regelgevingskader op het mkb;

  • f.

    uitwisseling van beste praktijken over de toegang van het mkb tot financiering.

HOOFDSTUK

11

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN VENNOOTSCHAPSRECHT

Artikel

220

De partijen erkennen dat voor een goed functionerende markteconomie met een voorspelbaar en transparant ondernemingsklimaat doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van vennootschapsrecht en corporate governance noodzakelijk zijn, alsook op het gebied van boekhouding en boekhoudkundige controle, en benadrukken het belang van convergentie van de regelgeving op dit gebied.

De partijen werken samen op de volgende gebieden:

  • a.

    uitwisseling van beste praktijken betreffende de beschikbaarheid van informatie over de organisatie en vertegenwoordiging van geregistreerde ondernemingen en betreffende de transparante en vlotte toegang tot die informatie;

  • b.

    verdere ontwikkeling van het beleid inzake corporate governance, in overeenstemming met de internationale normen, met name die van de OESO;

  • c.

    bevordering van de uitvoering en consistente toepassing van de internationale standaarden voor financiële verslaglegging (International Financial Reporting Standards – IFRS) voor de geconsolideerde jaarrekeningen van beursgenoteerde vennootschappen;

  • d.

    onderlinge aanpassing van de boekhoudregels en de financiële verslaglegging, ook met betrekking tot het mkb;

  • e.

    reglementering van en toezicht op het beroep van auditor en accountant;

  • f.

    internationale controlenormen en de gedragscode van de Internationale Federatie van Accountants (International Federation of Accountants – IFAC); de samenwerking op dit gebied heeft tot doel het professionele niveau van auditors te verhogen door beroepsorganisaties, auditorganisaties en auditors de regels en gedragscodes te doen volgen.

HOOFDSTUK

12

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BANK- EN VERZEKERINGSWEZEN EN ANDERE FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel

221

De partijen zijn het eens over het belang van doeltreffende wetgeving en praktijken en komen samenwerking overeen op het gebied van financiële diensten, met het oog op:

  • a.

    betere regelgeving inzake financiële diensten;

  • b.

    passende en doeltreffende bescherming van investeerders en consumenten van financiële diensten;

  • c.

    bevordering van de integriteit en de stabiliteit van het mondiale financiële stelsel;

  • d.

    betere samenwerking tussen de verschillende actoren van het financiële stelsel, waaronder regelgevende en toezichthoudende instanties;

  • e.

    bevordering van onafhankelijk en doeltreffend toezicht.

De partijen streven ernaar de regelgeving beter af te stemmen op de erkende internationale normen voor gezonde financiële systemen.

HOOFDSTUK

13

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE INFORMATIEMAATSCHAPPIJ

Artikel

222

De partijen bevorderen de samenwerking inzake de ontwikkeling van de informatiemaatschappij ten behoeve van burgers en bedrijven door de brede beschikbaarheid van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en hoogwaardiger diensten tegen betaalbare prijzen. Via deze samenwerking wordt gestreefd naar de ontwikkeling van de concurrentie in en de openheid van de ICT-markten, alsook naar meer investeringen in de sector.

Artikel

223

De samenwerking omvat onder meer uitwisseling van informatie en beste praktijken over de uitvoering van initiatieven in verband met de informatiemaatschappij, met name op de volgende gebieden:

  • a.

    ontwikkeling van een doeltreffend regelgevingskader voor de ICT-sector;

  • b.

    bevordering van breedbandtoegang;

  • c.

    ontwikkeling van interoperabele elektronische diensten;

  • d.

    garanderen van gegevensbescherming; en

  • e.

    ontwikkeling van roamingdiensten.

Artikel

224

De partijen stimuleren de samenwerking tussen de regelgevende instanties op het gebied van ICT, elektronische communicatie inbegrepen, van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan..

HOOFDSTUK

14

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN TOERISME

Artikel

225

De partijen werken samen op het gebied van toerisme, met het oog op de ontwikkeling van een concurrerende en duurzame toerisme-industrie als motor van economische groei, emancipatie, werkgelegenheid en uitwisselingen in de toeristische sector.

Artikel

226

De samenwerking is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • a.

    respect voor de integriteit en de belangen van plaatselijke gemeenschappen, met name in plattelandsgebieden;

  • b.

    belang van het behoud van het cultureel en historisch erfgoed; en

  • c.

    positieve interactie tussen toerisme en milieubehoud.

Artikel

227

De samenwerking heeft voornamelijk betrekking op de volgende aspecten:

  • a.

    uitwisseling van informatie, beste praktijken, ervaring en knowhow, onder meer inzake innovatieve technologieën;

  • b.

    totstandbrenging van een strategisch partnerschap tussen belanghebbenden van de overheid, de particuliere sector en de gemeenschappen, ter ondersteuning van de duurzame ontwikkeling van het toerisme;

  • c.

    bevordering en ontwikkeling van toerismeproducten en -markten, infrastructuur, personele middelen en institutionele structuren, alsook identificatie en eliminatie van belemmeringen voor reisdiensten;

  • d.

    ontwikkeling en uitvoering van een efficiënt beleid en efficiënte strategieën, met inbegrip van de juridische, administratieve en financiële aspecten;

  • e.

    opleiding en capaciteitsopbouw op het gebied van toerisme, teneinde de dienstverlening te verbeteren; en

  • f.

    ontwikkeling en bevordering van het toerisme waarbij de plaatselijke bevolking betrokken is en van andere duurzame vormen van toerisme.

HOOFDSTUK

15

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING

Artikel

228

De partijen werken samen ter bevordering van de ontwikkeling van de landbouw en het platteland, met name door hun beleid en wetgeving geleidelijk op elkaar af te stemmen.

Artikel

229

De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende terreinen:

  • a.

    vergroten van het wederzijds begrip van het beleid inzake landbouw en plattelandsontwikkeling;

  • b.

    uitwisselen van beste praktijken inzake planning, evaluatie en uitvoering van het beleid inzake landbouw en plattelandsontwikkeling;

  • c.

    delen van kennis en beste praktijken in verband met het beleid inzake plattelandsontwikkeling, ter bevordering van het sociale en economische welzijn van plattelandsbewoners;

  • d.

    bevorderen van de modernisering en duurzaamheid van de landbouwproductie;

  • e.

    verbeteren van de concurrentiepositie van de landbouwsector en van de efficiëntie en transparantie van de markten;

  • f.

    uitwisselen van ervaringen op het gebied van geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen, kwaliteitsbeleid en de controlemechanismen hiervoor, het garanderen van de voedselveiligheid en de ontwikkeling van biologische landbouwproducten;

  • g.

    verspreiden van kennis en bevorderen van voorlichtingsdiensten aan landbouwproducenten;

  • h.

    bevorderen van de samenwerking bij agro-industriële investeringsprojecten, met name bij de ontwikkeling van de veehouderij en de akkerbouw;

  • i.

    uitwisselen van ervaring in verband met het beleid inzake duurzame ontwikkeling van de agro-industrie en de verwerking en distributie van landbouwproducten.

HOOFDSTUK

16

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN WERKGELEGENHEID, ARBEIDSVERHOUDINGEN, SOCIAAL BELEID EN GELIJKE KANSEN

Artikel

230

De partijen bevorderen de ontwikkeling van de dialoog en werken samen ter bevordering van de Agenda voor waardig werk van de IAO, het werkgelegenheidsbeleid, de levens- en arbeidsomstandigheden en gezondheid en veiligheid op het werk, de sociale dialoog, sociale bescherming, sociale integratie, antidiscriminatie en eerlijke behandeling van werknemers die legaal verblijven en werken in de andere partij.

Artikel

231

De partijen streven de in artikel 230 genoemde doelen na, onder meer door samenwerking en uitwisseling van praktijken op de volgende gebieden:

  • a.

    bevorderen van de levenskwaliteit en garanderen van een betere sociale omgeving;

  • b.

    bevorderen van de sociale integratie en de sociale bescherming voor alle werknemers en moderniseren van de socialezekerheidsstelsels in termen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid;

  • c.

    terugdringen van armoede en bevorderen van de sociale samenhang en de bescherming van kwetsbare personen;

  • d.

    tegengaan van discriminatie op de arbeidsmarkt en op sociaal vlak, overeenkomstig de verplichtingen van de partijen uit hoofde van internationale normen en verdragen;

  • e.

    bevorderen van actieve arbeidsmarktmaatregelen en efficiënter maken van de diensten voor arbeidsvoorziening;

  • f.

    streven naar meer en betere banen met fatsoenlijke arbeidsomstandigheden;

  • g.

    verbeteren van de levens- en arbeidsomstandigheden en van de bescherming van de gezondheid en veiligheid op het werk;

  • h.

    bevorderen van gendergelijkheid door de deelname van vrouwen aan het sociale en economische leven te stimuleren en ervoor te zorgen dat mannen en vrouwen gelijke kansen hebben op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs, opleiding, economie, samenleving en besluitvorming;

  • i.

    verbeteren van de kwaliteit van het arbeidsrecht en een betere bescherming van werknemers garanderen;

  • j.

    de sociale dialoog bevorderen en stimuleren, onder meer door de capaciteit van de sociale partners te versterken.

Artikel

232

De partijen bevestigen opnieuw hun verbintenissen om de toepasselijke IAO-verdragen daadwerkelijk uit te voeren.

De partijen erkennen, gezien de ministeriële verklaring van de Economische en Sociale Raad van de VN van 2006 over het genereren van volledige en productieve werkgelegenheid en waardig werk voor allen, dat volledige en productieve werkgelegenheid en waardig werk voor allen sleutelelementen zijn van duurzame ontwikkeling.

De partijen moedigen, overeenkomstig de Verklaring van de IAO van 1998 over de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk, de participatie aan van alle relevante belanghebbenden, met name sociale partners, in de ontwikkeling van hun sociaal beleid en in de samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan in het kader van deze overeenkomst.

De partijen streven naar meer samenwerking op het gebied van waardig werk, werkgelegenheid en sociaal beleid binnen alle relevante fora en organisaties.

HOOFDSTUK

17

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN GEZONDHEID

Artikel

233

De partijen ontwikkelen hun samenwerking op het gebied van volksgezondheid, om de bescherming van de menselijke gezondheid te verbeteren en de ongelijkheid op gezondheidsgebied te verminderen, overeenkomstig gemeenschappelijke waarden en beginselen inzake gezondheid, en als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei.

Artikel

234

De samenwerking heeft betrekking op de preventie en controle van overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten, onder meer door de uitwisseling van gezondheidsinformatie, de bevordering van de integratie van gezondheid in alle beleidsterreinen, samenwerking met internationale organisaties, met name de Wereldgezondheidsorganisatie, evenals door het bevorderen van de uitvoering van internationale gezondheidsovereenkomsten, zoals het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging van de Wereldgezondheidsorganisatie van 2003 en de Internationale Gezondheidsregeling.

TITEL

V

VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT

Artikel

235

Rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden

Bij hun samenwerking in het kader van deze titel hechten de partijen bijzonder belang aan de bevordering van de rechtsstaat, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de toegang tot het gerecht en het recht op een eerlijk proces, en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.

De partijen werken samen met het oog op een betere werking van de instellingen, onder meer met betrekking tot rechtshandhaving, vervolging, rechtsbedeling en de preventie en bestrijding van corruptie.

Artikel

236

Juridische samenwerking

De partijen bouwen samenwerking in burgerlijke en handelszaken uit, met name wat betreft de onderhandelingen over en de ratificatie en tenuitvoerlegging van relevante multilaterale verdragen inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, in het bijzonder de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.

De partijen bevorderen de samenwerking in strafzaken, onder meer met betrekking tot wederzijdse juridische bijstand. Dit kan, in voorkomend geval en met inachtneming van de toepasselijke procedures, de toetreding van de Republiek Kazachstan tot de verdragen van de Raad van Europa inzake strafrechtelijke procedures en de uitvoering daarvan omvatten, alsook de uitvoering van de relevante internationale instrumenten van de VN en samenwerking met Eurojust.

Artikel

237

Bescherming van persoonsgegevens

De partijen werken samen om een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens te waarborgen, door beste praktijken en ervaringen uit te wisselen, rekening houdend met de Europese en internationale rechtsinstrumenten en -normen.

De samenwerking kan, in voorkomend geval en met inachtneming van de toepasselijke procedures, de toetreding omvatten van de Republiek Kazachstan tot het Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens en het aanvullend protocol daarbij, alsook de uitvoering daarvan door de Republiek Kazachstan.

Artikel

238

Samenwerking inzake migratie, asiel en grensbeheer

Artikel

239

Consulaire bescherming

De Republiek Kazachstan gaat ermee akkoord dat de diplomatieke en consulaire autoriteiten van een in de Republiek Kazachstan vertegenwoordigde lidstaat van de Europese Unie aan onderdanen van andere lidstaten van de Europese Unie die geen toegankelijke permanente vertegenwoordiging hebben in de Republiek Kazachstan, bescherming bieden onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor hun eigen onderdanen.

Artikel

240

Bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen en relevante niet-financiële sectoren worden gebruikt voor het witwassen van opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en uit drugsdelicten in het bijzonder, en voor de financiering van terrorisme, overeenkomstig de door de Financial Action Task Force aangenomen internationale normen voor de bestrijding van witwaspraktijken en financiering van terrorisme. Deze samenwerking strekt zich uit tot de terugvordering, inbeslagname, confiscatie en teruggave van vermogensbestanddelen of gelden die uit criminele activiteiten zijn verkregen.

Dankzij de samenwerking kan relevante informatie worden uitgewisseld in het kader van de relevante wetgeving en internationale verbintenissen van de partijen.

Artikel

241

Drugs

De partijen werken samen aan een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van drugsgerelateerde aangelegenheden, met name wat betreft de illegale handel in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren. Het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om het aanbod van en de vraag naar drugs, psychotrope stoffen en precursoren aan te pakken, door betere coördinatie en samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten met het oog op het aanpakken van de handel in, het aanbod van en de vraag naar drugs, en het verbeteren van preventie, behandeling en rehabilitatie, met inachtneming van de mensenrechten.

De samenwerking heeft ook als doel drugsgerelateerde schade te verminderen, de productie en het gebruik van synthetische drugs aan te pakken en doeltreffend te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van drugsprecursoren om op illegale wijze drugs en psychotrope stoffen te vervaardigen.

De partijen spreken af hoe zij zullen samenwerken om die doelstellingen te verwezenlijken. De maatregelen worden gebaseerd op onderling overeengekomen beginselen, overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen en instrumenten en het actieplan van de Europese Unie en Centraal-Azië inzake drugs.

Artikel

242

Bestrijding van georganiseerde en grensoverschrijdende misdaad en corruptie

De partijen werken samen aan het voorkomen en bestrijden van alle vormen van georganiseerde, economische, financiële en grensoverschrijdende criminele activiteiten, met inbegrip van mensensmokkel en -handel, drugshandel, de handel in vuurwapens, verduistering, fraude, namaak, vervalsing van documenten en corruptie binnen de overheid en in de particuliere sector, en komen daarbij hun bestaande internationale verplichtingen op dit gebied ten volle na.

De partijen bevorderen de bilaterale, regionale en internationale samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties, met inbegrip van de uitwisseling van beste praktijken en mogelijke samenwerking met agentschappen van de Europese Unie.

De partijen verbinden zich tot de daadwerkelijke uitvoering van de relevante internationale normen, in het bijzonder die welke zijn vastgelegd in het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (UN Convention against Transnational Organised Crime – „UNTOC”) van 2000 en de drie protocollen daarbij, en het VN-Verdrag tegen corruptie van 2003. De samenwerking kan, in voorkomend geval en met inachtneming van de toepasselijke procedures, omvatten dat de Republiek Kazachstan toetreedt tot en uitvoering geeft aan relevante instrumenten van de Raad van Europa met betrekking tot het voorkomen en bestrijden van corruptie.

Artikel

243

Bestrijding van cybercriminaliteit

De partijen versterken de samenwerking voor het voorkomen en bestrijden van misdrijven die gepleegd worden met gebruik van elektronischecommunicatienetwerken en informatiesystemen, of tegen dergelijke netwerken en systemen, onder meer door uitwisseling van goede praktijken.

TITEL

VI

SAMENWERKING OP ANDERE GEBIEDEN

HOOFDSTUK

1

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERWIJS EN OPLEIDING

Artikel

244

De partijen werken samen op het gebied van onderwijs en opleiding met het oog op het bevorderen van modernere onderwijs- en opleidingsstelsels in de Republiek Kazachstan en afstemming op het beleid en de praktijken van de Europese Unie. De partijen werken samen ter bevordering van een leven lang leren en moedigen samenwerking en transparantie aan op alle niveaus van onderwijs en opleiding. De partijen leggen voorts nadruk op maatregelen voor het bevorderen van de interinstitutionele samenwerking, de mobiliteit van studenten, academisch en administratief personeel, onderzoekers en jongeren, en de uitwisseling van informatie en ervaring.

De partijen bevorderen de gezamenlijke coördinatie van de activiteiten van de onderwijsstelsels overeenkomstig Europese en internationale normen en beste praktijken.

HOOFDSTUK

2

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CULTUUR

Artikel

245

De partijen bevorderen culturele samenwerking waarbij de culturele diversiteit in acht wordt genomen, om het wederzijdse begrip en de kennis van elkaars cultuur te versterken.

De partijen streven ernaar passende maatregelen te treffen om de culturele uitwisseling te bevorderen en gemeenschappelijke culturele initiatieven op diverse gebieden te stimuleren.

De partijen overleggen en ontwikkelen een wederzijds voordelige samenwerking in het kader van multilaterale internationale verdragen en internationale organisaties, zoals de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO). De partijen blijven standpunten uitwisselen over culturele diversiteit, onder meer om de beginselen van het Verdrag van de UNESCO van 2005 betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen te bevorderen, en voeren projecten uit in het kader van het internationale decennium voor de toenadering tussen culturen (2013-2022) die door de Algemene Vergadering van de VN in het leven is geroepen.

De partijen bevorderen gezamenlijke activiteiten, programma’s en plannen evenals de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van opleiding en capaciteitsopbouw voor kunstenaars en professionals uit de cultuursector en culturele organisaties.

HOOFDSTUK

3

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK EN INNOVATIE

Artikel

246

De partijen bevorderen samenwerking:

  • a.

    op alle terreinen van onderzoek en wetenschappelijke en technologische ontwikkeling op civiel gebied, op basis van wederzijds voordeel en met passende en doeltreffende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten; en

  • b.

    teneinde de innovatie te stimuleren.

Artikel

247

De samenwerking omvat:

  • a.

    een beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie;

  • b.

    uitwisseling van informatie en beste praktijken met betrekking tot innovatie en commercialisering van onderzoek en ontwikkeling, onder meer wat betreft instrumenten ter ondersteuning van startende technologiebedrijven, ontwikkeling van clusters en toegang tot financiering;

  • c.

    facilitering van passende toegang tot de respectieve onderzoeks- en innovatieprogramma’s van de partijen;

  • d.

    bevordering van de onderzoekscapaciteit van onderzoeksinstellingen van de Republiek Kazachstan en facilitering van hun deelname aan het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie van de Europese Unie en aan andere mogelijke initiatieven die door de Europese Unie worden gefinancierd;

  • e.

    ontwikkeling en bevordering van gezamenlijke projecten voor onderzoek en innovatie;

  • f.

    bevordering van de commercialisering van resultaten van gezamenlijke onderzoeks- en innovatieprojecten;

  • g.

    facilitering van de toegang van nieuwe technologie tot de thuismarkten van de partijen;

  • h.

    organisatie van opleidingsactiviteiten en mobiliteitsprogramma’s voor wetenschappers, onderzoekers en ander personeel dat betrokken is bij onderzoeks- en innovatieactiviteiten van de partijen;

  • i.

    facilitering, in het kader van de geldende wetgeving, van het vrije verkeer van onderzoekspersoneel dat deelneemt aan de activiteiten die onder deze overeenkomst vallen, en van het grensoverschrijdende verkeer van goederen die voor gebruik bij deze activiteiten zijn bestemd;

  • j.

    andere vormen van samenwerking voor onderzoek en innovatie, onder meer via regionale benaderingen en initiatieven, op basis van wederzijdse overeenstemming.

Artikel

248

Bij het uitvoeren van de in artikel 247 omschreven samenwerkingsactiviteiten wordt gestreefd naar synergiëen met regionale en andere activiteiten die worden uitgevoerd in het ruime kader van de financiële samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan zoals uiteengezet in de artikelen 261 en 262.

HOOFDSTUK

4

SAMENWERKING OP MEDIA- EN AUDIOVISUEEL GEBIED

Artikel

249

De partijen bevorderen de samenwerking op media- en audiovisueel gebied, onder meer door informatie-uitwisseling en opleiding voor journalisten en andere professionals op het gebied van media en film en op audiovisueel gebied.

Artikel

250

De partijen wisselen informatie en beste praktijken uit ter bevordering van de onafhankelijkheid en het professionalisme van de media, op basis van de normen in de toepasselijke internationale verdragen, waaronder de normen van de UNESCO en de Raad van Europa, in voorkomend geval.

HOOFDSTUK

5

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET MAATSCHAPPELIJK MIDDENVELD

Artikel

251

De partijen zetten hun dialoog voort en versterken deze via bijeenkomsten en overleg, en werken samen met betrekking tot de rol van het maatschappelijk middenveld, met de volgende doelstellingen:

  • a.

    de contacten en de uitwisseling van informatie en ervaring tussen alle maatschappelijke sectoren in de Europese Unie en de Republiek Kazachstan intensiveren en daardoor de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van een partij vertrouwd maken met het proces van overleg en dialoog met overheidsinstellingen en sociale partners in de andere partij, in het bijzonder om het maatschappelijk middenveld verder te betrekken bij de politieke beleidsvorming;

  • b.

    de betrokkenheid garanderen van het maatschappelijk middenveld bij de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan, in het bijzonder bij de uitvoering van deze overeenkomst;

  • c.

    de capaciteitsopbouw, onafhankelijkheid en transparantie in het maatschappelijk middenveld aanmoedigen en de rol ervan in de economische, sociale en politieke ontwikkeling van de partijen ondersteunen.

    De partijen ondersteunen de ontwikkeling van de betrekkingen tussen niet-gouvernementele organisaties van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan.

De partijen ondersteunen de respectievelijke instellingen en niet-gouvernementele organisaties die werkzaam zijn op het gebied van de mensenrechten. De partijen delen formeel en regelmatig, ten minste een keer per jaar, relevante informatie over samenwerkingsprogramma’s.

HOOFDSTUK

6

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN SPORT EN BEWEGING

Artikel

252

De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van sport en beweging om een gezonde levensstijl onder alle leeftijdsgroepen te ontwikkelen, de sociale en educatieve waarde van sport te bevorderen en bedreigingen voor de sport, zoals doping, racisme en geweld, te bestrijden. De samenwerking omvat met name de uitwisseling van informatie en goede praktijken.

HOOFDSTUK

7

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CIVIELE BESCHERMING

Artikel

253

De partijen erkennen dat zowel de binnenlandse als mondiale risico’s in verband met door de natuur en door de mens veroorzaakte rampen moeten worden aangepakt.

Om hun gemeenschappen en infrastructuur weerbaarder te maken, bevestigen de partijen dat zij voornemens zijn hun maatregelen voor preventie, risicobeperking, paraatheid en respons met betrekking tot door de natuur en door de mens veroorzaakte rampen te verbeteren, en waar passend op bilateraal en multilateraal politiek niveau samen te werken om de risico’s van mondiale rampen beter te beheren.

Naargelang van de beschikbare middelen ondersteunt de samenwerking:

  • a.

    de interactie tussen bevoegde organen, andere organisaties en personen die werkzaam zijn op het gebied van civiele bescherming;

  • b.

    de coördinatie van wederzijdse bijstand bij rampen, indien daarom wordt verzocht;

  • c.

    de uitwisseling van ervaring op het gebied van bewustmaking van de bevolking wat betreft rampenparaatheid;

  • d.

    de opleiding, omscholing, bijscholing en gespecialiseerde opleiding op het gebied van civiele bescherming en gebruik van systemen voor vroegtijdige waarschuwing.

HOOFDSTUK

8

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN RUIMTEVAART

Artikel

254

De partijen bevorderen, waar nodig, de langetermijnsamenwerking wat betreft onderzoek en ontwikkeling op het gebied van civiele ruimtevaart. De partijen besteden bijzondere aandacht aan initiatieven met het oog op de complementariteit van hun ruimteactiviteiten.

Artikel

255

De partijen kunnen samenwerken op het gebied van satellietnavigatie, aardobservatie, ruimteonderzoek en op andere gebieden, overeenkomstig hun belangen.

HOOFDSTUK

9

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CONSUMENTENBESCHERMING

Artikel

256

De partijen streven samen naar een hoog niveau van consumentenbescherming en naar verenigbaarheid van hun systemen voor consumentenbescherming.

De samenwerking omvat indien nodig:

  • a.

    het uitwisselen van beste praktijken inzake consumentenbeleid, onder meer op het gebied van productkwaliteit en veiligheidsvoorschriften, en organisatie van systemen voor markttoezicht en informatie-uitwisseling;

  • b.

    het bevorderen van de uitwisseling van ervaring inzake systemen voor consumentenbescherming, met inbegrip van consumentenwetgeving en de handhaving daarvan, de veiligheid van consumentenproducten, de bewustmaking en emancipatie van consumenten en de schadeloosstelling van consumenten;

  • c.

    het aanbieden van opleidingsactiviteiten aan overheidsambtenaren en andere vertegenwoordigers van consumentenbelangen;

  • d.

    het bevorderen van de ontwikkeling van onafhankelijke consumentenorganisaties en van het contact tussen consumentenvertegenwoordigers.

HOOFDSTUK

10

REGIONALE SAMENWERKING

Artikel

257

De partijen bevorderen wederzijds begrip en bilaterale samenwerking op het gebied van het regionaal beleid, om de levensomstandigheden te verbeteren en de deelname van alle regio’s aan de sociale en economische ontwikkeling van de partijen, te vergroten.

Artikel

258

De partijen ondersteunen en versterken de betrokkenheid van lokale en regionale autoriteiten bij regionale samenwerking, overeenkomstig de bestaande internationale overeenkomsten en regelingen, om maatregelen voor capaciteitsopbouw te ontwikkelen en regionale economische en zakelijke netwerken te bevorderen.

Artikel

259

De partijen versterken en stimuleren de ontwikkeling van elementen van regionale samenwerking op de gebieden die onder deze overeenkomst vallen, zoals vervoer, energie, communicatienetwerken, cultuur, onderwijs, onderzoek, toerisme, waterbevoorrading en milieu, civiele bescherming en andere gebieden die van invloed zijn op de regionale samenwerking.

HOOFDSTUK

11

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET AMBTENARENAPPARAAT

Artikel

260

TITEL

VII

FINANCIËLE EN TECHNISCHE SAMENWERKING

Artikel

261

De partijen zetten de huidige financiële en technische samenwerking voort en versterken deze, op basis van een breed partnerschap en de beginselen van wederzijds belang, wederkerigheid, transparantie, voorspelbaarheid en wederzijdse bescherming van de belangen van de partijen.

De Republiek Kazachstan kan voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst financiële steun krijgen van de Europese Unie in de vorm van subsidies of leningen, in voorkomend geval in samenwerking met de Europese Investeringsbank en andere internationale financiële instellingen.

Financiële steun kan worden verstrekt overeenkomstig de desbetreffende regelgeving inzake het meerjarig financieel kader van de Europese Unie27)Met name Verordening (EU) nr. 233/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2014-2020 (PBEU L 77 van 15.3.2014, blz. 44) en Verordening (EU) nr. 236/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften en procedures voor de tenuitvoerlegging van de instrumenten van de Unie ter financiering van extern optreden (PBEU L 77 van 15.3.2014, blz. 95)., met name in de vorm van uitwisseling van experts, onderzoek en organisatie van fora, conferenties, seminars en opleiding, evenals in de vorm van ontwikkelingssubsidies en de uitvoering van programma’s en projecten. Op de financiering door de Europese Unie zijn het Financieel Reglement28)Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PBEU L 298 van 26.10.2012, blz. 1). en de uitvoeringsregels29)Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PBEU L 362 van 31.12.2012, blz. 1). van toepassing.

De financiële steun wordt gebaseerd op jaarlijkse actieprogramma’s die na overleg met de Republiek Kazachstan door de Europese Unie worden opgesteld.

De Europese Unie en de Republiek Kazachstan kunnen programma’s en projecten cofinancieren. De partijen coördineren programma’s en projecten inzake financiële en technische samenwerking en wisselen informatie uit over alle bronnen van steun.

Overeenkomstig de OESO-verklaring van Parijs over doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, de fundamentele strategie van de Europese Unie voor een hervorming van de technische samenwerking, de verslagen van de Europese Rekenkamer en de lessen die zijn geleerd uit afgeronde en lopende samenwerkingsprogramma’s van de Europese Unie in de Republiek Kazachstan, staat doeltreffendheid van de hulp centraal bij de verstrekking van financiële steun door de Europese Unie aan de Republiek Kazachstan.

Artikel

262

De partijen voeren financiële en technische steun uit volgens de beginselen van goed financieel beheer en werken samen om de financiële belangen van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan te beschermen. De partijen nemen doeltreffende maatregelen om onregelmatigheden30)Volgens de definitie in Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen wordt onder „onregelmatigheid” verstaan elke inbreuk op een bepaling van het recht van de Europese Unie, deze overeenkomst of hieruit voortvloeiende overeenkomsten en contracten, die bestaat in een handeling of een nalaten van een marktdeelnemer waardoor de algemene begroting van de Europese Unie of de door de Europese Unie beheerde begrotingen worden of zouden kunnen worden benadeeld, hetzij door de vermindering of het achterwege blijven van ontvangsten uit de eigen middelen, die rechtstreeks voor rekening van de Europese Unie worden geïnd, hetzij door een onverschuldigde uitgave., fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten die nadelige gevolgen hebben voor de begroting van de Europese Unie en de Republiek Kazachstan, te voorkomen en te bestrijden, door middel van wederzijdse juridische en andere bijstand op de gebieden die onder deze overeenkomst vallen.

In alle verdere overeenkomsten en financieringsinstrumenten die de partijen tijdens de uitvoering van deze overeenkomst sluiten, worden specifieke bepalingen opgenomen over financiële samenwerking inzake verificaties en inspecties ter plaatse.

Artikel

263

Om de beschikbare middelen optimaal te benutten, verbinden de partijen zich ertoe ervoor te zorgen dat de bijdragen van de Europese Unie nauw worden gecoördineerd met de bijdragen van andere bronnen, derde landen en internationale financiële instellingen.

Artikel

264

Preventie

De partijen controleren regelmatig of de operaties die met middelen van de Europese Unie worden gefinancierd en met middelen van de Republiek Kazachstan worden gecofinancierd, naar behoren zijn uitgevoerd, en nemen alle passende maatregelen ter voorkoming van onregelmatigheden, fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten die nadelige gevolgen hebben voor de middelen van de Europese Unie en de cofinancieringsmiddelen van de Republiek Kazachstan. De partijen stellen elkaar in kennis van de preventieve maatregelen die zij nemen.

Artikel

265

Communicatie

De partijen stellen elkaar, en met name het Europees Bureau voor fraudebestrijding en de bevoegde autoriteiten van de Republiek Kazachstan, in kennis van vermoede en bewezen gevallen van fraude, corruptie of andere onregelmatigheden met betrekking tot het gebruik van de middelen van de Europese Unie en de cofinancieringsmiddelen van de Republiek Kazachstan.

De partijen stellen elkaar in kennis van alle maatregelen die zij in verband met dit artikel nemen.

Artikel

266

Verificaties ter plaatse

De verificaties ter plaatse met betrekking tot de financiële steun van de Europese Unie worden voorbereid en uitgevoerd door het Europees Bureau voor fraudebestrijding, in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de Republiek Kazachstan en in overeenstemming met de wetgeving van de Republiek Kazachstan.

In het kader van deze overeenkomst is het Europees Bureau voor fraudebestrijding gemachtigd verificaties ter plaatse uit te voeren om de financiële belangen van de Europese Unie te beschermen, overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad31)Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PBEU L 292 van 15.11.1996, blz. 2). en Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad32)Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PBEU L 248 van 18.9.2013, blz. 1)..

Artikel

267

Onderzoek en vervolging

De bevoegde organen van de Republiek Kazachstan onderzoeken en vervolgen, overeenkomstig de wetgeving van de Republiek Kazachstan, vermoede en bewezen gevallen van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten die nadelige gevolgen hebben voor de middelen van de Europese Unie en de cofinancieringsmiddelen van de Republiek Kazachstan. In voorkomend geval, en op formeel verzoek, kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding de bevoegde autoriteiten van de Republiek Kazachstan hulp bieden bij deze taak.

TITEL

VIII

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

268

Samenwerkingsraad

Artikel

269

Samenwerkingscomité en gespecialiseerde subcomités

Artikel

270

Parlementair samenwerkingscomité

TITEL

IX

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

271

Toegang tot gerechtelijke en administratieve instanties

Binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst zorgen de partijen ervoor dat de natuurlijke en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie en onder gelijkaardige voorwaarden als die welke gelden voor hun eigen natuurlijke en rechtspersonen, toegang hebben tot hun bevoegde gerechtelijke en administratieve instanties, om hun individuele en eigendomsrechten te verdedigen.

Artikel

272

Delegatie van bevoegdheden

Tenzij anders bepaald in de overeenkomst, zorgt elke partij ervoor dat een persoon aan wie door een partij op gelijk welk bestuursniveau regelgevend, administratief of ander overheidsgezag is gedelegeerd, zoals de bevoegdheid om invoer- of uitvoervergunningen of vergunningen voor andere economische activiteiten te verlenen, handelstransacties goed te keuren of quota, leges of andere heffingen op te leggen, bij de uitoefening van dat gezag handelt volgens de in deze overeenkomst vastgelegde verplichtingen van die partij.

Artikel

273

Beperkingen in het geval van problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie

Artikel

274

Maatregelen in verband met wezenlijke veiligheidsbelangen

Niets in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat:

  • a.

    een partij verplicht wordt gegevens te verstrekken wanneer zij meent dat openbaarmaking van deze gegevens in strijd is met haar wezenlijke veiligheidsbelangen;

  • b.

    een partij belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:

    • i.

      verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogstuig;

    • ii.

      betrekking hebben op economische activiteiten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting als doel hebben;

    • iii.

      betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd;

    • iv.

      betrekking hebben op overheidsopdrachten die onontbeerlijk zijn voor de nationale veiligheid of defensie; of

    • v.

      in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen; of

  • c.

    een partij belet wordt maatregelen te nemen tot uitvoering van de verplichtingen die zij op zich heeft genomen met het oog op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

Artikel

275

Non-discriminatie

Artikel

276

Belastingen

Artikel

277

Voldoen aan verplichtingen

Artikel

278

Geschillenbeslechting

Artikel

279

Passende maatregelen bij niet-nakoming van verplichtingen

Artikel

280

Publieke toegang tot officiële documenten

De bepalingen van deze overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing van de relevante wetgeving van de partijen met betrekking tot de publieke toegang tot officiële documenten.

Artikel

281

Inwerkingtreding, voorlopige toepassing, duur en beëindiging

Artikel

282

Bestaande overeenkomsten tussen de partijen die betrekking hebben op specifieke samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied van deze overeenkomst vallen, worden geacht onderdeel te zijn van de algemene bilaterale betrekkingen van de partijen zoals die worden geregeld bij deze overeenkomst, en worden geacht deel uit te maken van een gemeenschappelijk institutioneel kader.

Artikel

283

Artikel

284

Bijlagen en protocollen

De bijlagen en protocollen bij deze overeenkomst vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel

285

Definitie van de partijen

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt met de term „partijen” bedoeld de Unie, of haar lidstaten, of de Europese Unie en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds.

Artikel

287

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse, de Kazachse en de Russische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

TEN BLIJKE WAARVAN de respectieve vertegenwoordigers deze overeenkomst hebben ondertekend.

Bijlage

I

Voorbehouden overeenkomstig artikel 46

A

VOORBEHOUDEN VAN DE REPUBLIEK KAZACHSTAN

De Republiek Kazachstan behoudt zich het recht voor om de volgende maatregelen die in strijd zijn met de verbintenissen inzake nationale behandeling, te handhaven of vast te stellen:

  • 1.

    Onderlaag

    • 1.1

      Voor de exploitatie van de toplaag en onderlaag in de Republiek Kazachstan is vestiging als rechtspersoon van de Republiek Kazachstan (d.w.z. als dochteronderneming) vereist.

    • 1.2

      De staat heeft prioritair recht op aankoop van de rechten voor exploitatie van de onderlaag (of een deel ervan) en/of van objecten die verband houden met de rechten voor exploitatie van de onderlaag.

  • 2.

    Strategische hulpbronnen en objecten

    De Republiek Kazachstan kan weigeren om rechtspersonen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen van de Europese Unie en hun filialen die op het grondgebied van de Republiek Kazachstan gevestigd zijn, toestemming te geven voor transacties in verband met het gebruik van strategische hulpbronnen en/of de aankoop van strategische objecten in de Republiek Kazachstan, indien dat gebruik of die aankoop ertoe zou kunnen leiden dat rechten worden geconcentreerd bij één persoon of een groep personen van één land. Dit geldt ook met betrekking tot gelieerde ondernemingen zoals gedefinieerd in de desbetreffende wetgeving van de Republiek Kazachstan1)Artikel 64 van wet nr. 415 van 13 mei 2003 betreffende vennootschappen op aandelen van de Republiek Kazachstan, en artikel 12 van wet nr. 220-I van 22 april 1998 betreffende vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en vennootschappen met aanvullende aansprakelijkheid van de Republiek Kazachstan.. De Republiek Kazachstan kan op grond van nationale veiligheidsbelangen de eigendomsrechten in verband met strategische hulpbronnen en objecten van de Republiek Kazachstan en de overdracht van deze rechten beperken.

  • 3.

    Onroerend goed

    • 3.1

      Particulier bezit van grond voor veeteelt/landbouw of bosplanning is niet toegestaan voor rechtspersonen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen van de Europese Unie en hun filialen die op het grondgebied van de Republiek Kazachstan gevestigd zijn. Rechtspersonen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen van de Europese Unie en hun filialen die op het grondgebied van de Republiek Kazachstan gevestigd zijn, kan tijdelijk het recht worden verleend om grond te exploiteren voor veeteelt/landbouw, voor een periode van maximaal tien jaar, die kan worden verlengd.

    • 3.2

      Particulier bezit van percelen in de grenszone, het grensgebied en zeehavens van de Republiek Kazachstan is verboden voor rechtspersonen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen van de Europese Unie en hun filialen die op het grondgebied van de Republiek Kazachstan gevestigd zijn.

    • 3.3

      Pachtbezit van percelen voor landbouwdoeleinden die grenzen aan de staatsgrens van de Republiek Kazachstan is aan beperkingen onderworpen voor rechtspersonen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen van de Europese Unie en hun filialen die op het grondgebied van de Republiek Kazachstan gevestigd zijn.

    • 3.4

      Het recht van permanente exploitatie van grond kan niet worden toegekend aan rechtspersonen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen van de Europese Unie en hun filialen die op het grondgebied van de Republiek Kazachstan gevestigd zijn.

  • 4.

    Fauna

    • 4.1

      Tenzij anders bepaald, is de toegang tot en het gebruik van biologische hulpbronnen en visserijgronden die zich bevinden in maritieme wateren en binnenwateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van de Republiek Kazachstan vallen, beperkt tot vissersvaartuigen die de vlag van de Republiek Kazachstan voeren en op het grondgebied van de Republiek Kazachstan geregistreerd zijn. Vissersvaartuigen die eigendom zijn van dochterondernemingen van rechtspersonen van de Europese Unie die als rechtspersoon van de Republiek Kazachstan gevestigd zijn, wordt niet verboden om de vlag van de Republiek Kazachstan te voeren.

    • 4.2

      Vergunningen voor exploitatie van de natuurlijke fauna in een specifiek gebied of specifieke wateren, worden prioritair verleend aan rechtspersonen van de Republiek Kazachstan.

  • 5.

    Vestigingsvoorwaarden voor het verkrijgen van een vergunning

    Ondernemingen die goederen produceren waarvoor om belangrijke redenen in verband met de volksgezondheid, beveiliging en nationale veiligheid een vergunning vereist is, moeten zich als rechtspersoon vestigen in de Republiek Kazachstan.

  • 6.

    Continentaal plat

    Op het continentaal plat van de Republiek Kazachstan kunnen beperkingen worden toegepast.

B

VOORBEHOUDEN VAN DE EUROPESE UNIE

De Europese Unie behoudt zich het recht voor om, indien van toepassing, de volgende maatregelen die in strijd zijn met de verbintenissen van de verschillende lidstaten inzake nationale behandeling, te handhaven of vast te stellen:

  • 1.

    Winning van delfstoffen, met inbegrip van winning van aardolie en aardgas

    In een aantal lidstaten van de Europese Unie kunnen beperkingen van toepassing zijn; de Europese Unie kan beperkingen toepassen op rechtspersonen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen van de Republiek Kazachstan die goed zijn voor meer dan 5 % van de invoer van aardolie of aardgas door de Europese Unie.

  • 2.

    Productie van aardolieproducten, gas, elektriciteit, stoom, warm water en warmte

    In een aantal lidstaten van de Europese Unie kunnen beperkingen van toepassing zijn; de Europese Unie kan beperkingen toepassen op rechtspersonen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen van de Republiek Kazachstan die goed zijn voor meer dan 5 % van de invoer van olie of aardgas door de Europese Unie.

  • 3.

    Visserij

    Tenzij anders bepaald, is de toegang tot en het gebruik van biologische hulpbronnen en visserijgronden die zich bevinden in maritieme wateren die onder de soevereiniteit of de jurisdictie van lidstaten van de Europese Unie vallen, beperkt tot vissersvaartuigen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie voeren en op het grondgebied van de Europese Unie geregistreerd zijn.

  • 4.

    Verwerving van onroerend goed, met inbegrip van grond

    In een aantal lidstaten van de Europese Unie kunnen beperkingen van toepassing zijn op de verwerving van onroerend goed, met inbegrip van grond, door rechtspersonen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen van de Republiek Kazachstan.

  • 5.

    Landbouw, met inbegrip van jacht

    In een aantal lidstaten van de Europese Unie is nationale behandeling niet van toepassing op rechtspersonen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen van de Republiek Kazachstan die een landbouwbedrijf wensen op te richten; in geval van verwerving van wijngaarden door rechtspersonen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen van de Republiek Kazachstan is kennisgeving of, in voorkomend geval, een vergunning vereist.

  • 6.

    Aquacultuur

    Nationale behandeling is niet van toepassing op aquacultuuractiviteiten op het grondgebied van de Europese Unie.

  • 7.

    Winning en verwerking van splijt- of fusiestoffen of grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd

    In een aantal lidstaten van de Europese Unie kunnen beperkingen van toepassing zijn.

Bijlage

II

Beperkingen die worden toegepast door de Republiek Kazachstan overeenkomstig artikel 48, lid 2

Een rechtspersoon van de Europese Unie die een persoon aanneemt die wordt overgeplaatst binnen een onderneming in de niet-dienstensector, moet werkzaam zijn op het gebied van goederenproductie1)De aanstelling van binnen een onderneming overgeplaatste personen in verband met contracten voor onderlaagexploitatie vindt plaats overeenkomstig het Protocol betreffende de toetreding van de Republiek Kazachstan tot de WTO..

De aanstelling van binnen een onderneming overgeplaatste personen als manager of specialist vereist een onderzoek naar de economische behoefte2)Een werkvergunning wordt pas afgegeven nadat is geprobeerd geschikte kandidaten te vinden in de databank van de bevoegde autoriteit en na publicatie van de vacature in massamedia. Deze procedures mogen niet langer dan één maand duren. Aan binnen een onderneming overgeplaatste personen wordt na voltooiing van deze procedures een vergunning afgegeven, tenzij de onderneming ter plaatse een geschikte kandidaat heeft gevonden.. Na afloop van een periode van vijf jaar na toetreding van de Republiek Kazachstan tot de WTO wordt het onderzoek naar de economische behoefte niet langer verricht3)Alle andere vereisten, wetgeving en regelgeving inzake toegang, verblijf en werk blijven van toepassing..

In ondernemingen met ten minste drie medewerkers mag in iedere categorie maximaal 50 % van het totale aantal leidinggevenden, managers en specialisten binnen de onderneming worden overgeplaatst.

Binnen een onderneming overgeplaatste personen van een partij hebben drie jaar recht op toegang en verblijf, op basis van een vergunning die jaarlijks door het bevoegde orgaan wordt afgegeven.

Bijlage

III

Toepassingsgebied van hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten)

DEEL

1

Betrokken entiteiten van de centrale overheid

Drempelwaarden als bedoeld in artikel 120, lid 2, onder c), van deze overeenkomst:

300 000 bijzondere trekkingsrechten voor goederen en diensten andere dan constructiediensten (delen 4 en 5 van deze bijlage)

7 miljoen bijzondere trekkingsrechten voor constructiediensten (deel 6 van deze bijlage)

Voor de Europese Unie:

De entiteiten van de centrale overheid van de lidstaten van de Europese Unie die zijn opgenomen in bijlage 1 van de Europese Unie bij aanhangsel 1 van de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten. Hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst is niet van toepassing op de entiteiten in de lijst die zijn aangeduid met een asterisk (*), noch op de ministeries van Defensie die erin worden vermeld.

Opmerking:

De lijst van aanbestedende entiteiten bestrijkt ook de ondergeschikte entiteiten van de in de lijst genoemde aanbestedende entiteiten van een lidstaat van de Europese Unie, tenzij die een eigen rechtspersoonlijkheid hebben.

Voor de Republiek Kazachstan:

  • ministerie van Investering en Ontwikkeling van de Republiek Kazachstan

  • ministerie van Energie van de Republiek Kazachstan

  • ministerie van Landbouw van de Republiek Kazachstan

  • ministerie van Nationale Economie van de Republiek Kazachstan

  • ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Kazachstan

  • ministerie van Gezondheidszorg en Sociale Ontwikkeling van de Republiek Kazachstan

  • ministerie van Financiën van de Republiek Kazachstan

  • ministerie van Justitie van de Republiek Kazachstan

  • ministerie van Onderwijs en Wetenschap van de Republiek Kazachstan

  • ministerie van Cultuur en Sport van de Republiek Kazachstan

  • commissie voor de Controle over de uitvoering van de begroting van de Republiek

  • agentschap voor Ambtenarenzaken en Corruptiebestrijding van de Republiek Kazachstan

  • nationaal centrum voor de Mensenrechten.

Opmerking:

De organisatie en de uitvoering van aanbestedingsprocedures voor de bovengenoemde overheidsinstellingen kan plaatsvinden door één enkele instelling, die overeenkomstig de wetgeving van de Republiek Kazachstan wordt bepaald.

DEEL

2

Betrokken entiteiten van de regionale en lokale overheid

Drempelwaarden als bedoeld in artikel 120, lid 2, onder c), van deze overeenkomst:

400 000 bijzondere trekkingsrechten voor goederen en diensten andere dan constructiediensten (delen 4 en 5 van deze bijlage)

7 miljoen bijzondere trekkingsrechten voor constructiediensten (deel 6 van deze bijlage)

Voor de Europese Unie:

Alle entiteiten van de regionale overheden van de lidstaten van de Europese Unie

Opmerking:

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „entiteiten van regionale overheden” aanbestedende entiteiten verstaan van de administratieve eenheden die onder NUTS-niveau 1 en NUTS-niveau 2 vallen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS)1)PB EU L 154 van 21.6.2003, blz. 1..

Voor de Republiek Kazachstan:

  • bestuur van de oblast Almaty

  • bestuur van de oblast Atyrau

  • bestuur van de oblast Aktobe

  • bestuur van de oblast Akmola

  • bestuur van de oblast Oost-Kazachstan

  • bestuur van de oblast Zhambyl

  • bestuur van de oblast West-Kazachstan

  • bestuur van de oblast Karaganda

  • bestuur van de oblast Kyzylorda

  • bestuur van de oblast Kostanay

  • bestuur van de oblast Mangistau

  • bestuur van de oblast Pavlodar

  • bestuur van de oblast Noord-Kazachstan

  • bestuur van de oblast Zuid-Kazachstan

  • bestuur van de stad Astana

  • bestuur van de stad Almaty.

Opmerking: de organisatie en de uitvoering van aanbestedingsprocedures voor de bovengenoemde overheidsinstellingen kan plaatsvinden door één enkele instelling, die overeenkomstig de wetgeving van de Republiek Kazachstan wordt bepaald.

DEEL

3

Alle andere betrokken entiteiten

(geen)

DEEL

4

Goederen

Voor de Europese Unie en de Republiek Kazachstan:

  • 1.

    Tenzij anders bepaald in deze overeenkomst, is deze van toepassing op alle goederen die worden aangeschaft door de in de delen 1 tot en met 3 van deze bijlage genoemde entiteiten.

  • 2.

    Lijst van de goederen waarnaar wordt verwezen in artikel 137 van deze overeenkomst:

    De GS-codes van het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van de Werelddouaneorganisatie (GS) in de hiernavolgende tabel, dienen ter identificatie van de goederen waarnaar wordt verwezen in artikel 137 van deze overeenkomst. De omschrijvingen zijn louter informatief.

    1

    0401 tot 0402

    Melk en room

    2

    0701 tot 0707

    Bepaalde groenten

    3

    2501 tot 2530

    Andere niet-metaalhoudende minerale producten

    4

    2801 tot 2940

    Bepaalde chemische producten

    5

    3101 tot 3826

    Bepaalde chemische producten

    6

    3917

    Buizen, slangen en hulpstukken daarvoor, van kunststof

    7

    4801

    Krantenpapier, op rollen of in bladen

    8

    4803

    Papier van de soort gebruikt voor toiletpapier, voor servetten, voor toiletdoekjes, voor handdoeken, voor luiers en dergelijk papier voor huishoudelijk, hygiënisch of toiletgebruik

    9

    5101 tot 6006

    Textielstoffen en textielwaren

    10

    7201 tot 8113

    Onedele metalen en werken daarvan

    11

    8201 tot 8311

    Werken van metaal, andere dan machines en apparaten

    12

    8429

    Bulldozers, angledozers, egaliseermachines, schrapers, mechanische schoppen, excavateurs (emmergravers), laadschoppen, wegwalsen, schapenpootwalsen en andere bodemverdichtingsmachines, met eigen beweegkracht

    13

    8501 tot 8517

    Bepaalde machines en uitrusting

    14

    8535 tot 8548

    Bepaalde elektrische apparaten

    15

    870130

    Tractors met rupsbanden

    16

    870190

    Andere tractors van 8701 (andere dan die bedoeld bij post 8709)

    17

    8702

    Automobielen voor het vervoer van tien of meer personen, de bestuurder daaronder begrepen

    18

    8703

    Automobielen en andere motorvoertuigen hoofdzakelijk ontworpen voor personenvervoer (andere dan die bedoeld bij post 8702), motorvoertuigen van het type station-wagen of break en racewagens daaronder begrepen

    19

    8704

    Automobielen voor goederenvervoer

    20

    8705

    Automobielen voor bijzondere doeleinden (bijvoorbeeld takelwagens, kraanauto’s, brandweerauto’s, automobielen met menginstallatie voor beton, veegauto’s, sproeiauto’s, werkplaatsauto’s, röntgenauto’s), andere dan die hoofdzakelijk ontworpen voor het vervoer van personen of van goederen

    21

    8716

    Aanhangwagens en opleggers; andere voertuigen zonder eigen beweegkracht; delen daarvan

    22

    8802

    Hefschroefvliegtuigen en ruimtevaartuigen

    23

    940350

    Meubelen van hout, van de soort gebruikt in slaapkamers

    24

    9405

    Verlichtingstoestellen

DEEL

5

Diensten

Voor de Europese Unie en de Republiek Kazachstan:

Deze overeenkomst is van toepassing op aanbestedingen door de in de delen 1 tot en met 3 van deze bijlage genoemde entiteiten, voor de volgende diensten, die worden geïdentificeerd overeenkomstig afdeling 51 van de voorlopige centrale productenclassificatie (CPC) van de Verenigde Naties, als opgenomen in de Services Sectoral Classification List (MTN.GNS/W/120) van de WTO2)Met uitzondering van diensten die aanbestedende entiteiten bij een andere entiteit moeten betrekken op grond van een uitsluitend recht dat is ingesteld bij bekendgemaakte wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen.:

Telecommunicatie

7521

Financiële audit

86211

Audit van de rekeningen

86212

Marktonderzoek

86401

Managementadvies

865

Diensten in verband met managementadvies

8662

Diensten van architecten

8671

Diensten van ingenieurs

8672

Geïntegreerde diensten van ingenieurs

8673

Diensten van stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten

8674

Diensten in verband met aanverwante wetenschappelijke en technische adviezen

86753

1 Voor de Republiek Kazachstan zijn plaatselijke communicatiediensten en radiocommunicatiediensten, waaronder satellietcommunicatiediensten, niet inbegrepen, tenzij deze diensten worden aangeboden door buitenlandse satellietexploitanten aan rechtspersonen van de Republiek Kazachstan die een vergunning bezitten voor telecommunicatiediensten, zoals bedoeld in de aan de GATS-gehechte lijst van specifieke verbintenissen van de Republiek Kazachstan.

2 Met uitzondering van arbitrage en bemiddeling.

3 Met uitzondering van landmeetkunde met het oog op het vaststellen van de wettelijke grenzen, luchtopnames en luchtbeelden, en met uitzondering van 86754 zoals bedoeld in de aan de GATS-gehechte lijst van specifieke verbintenissen van de Republiek Kazachstan.

Opmerking:

De bestreken diensten zijn onderworpen aan de beperkingen en voorwaarden die zijn vastgelegd in de lijsten van specifieke verbintenissen van de partijen volgens de GATS.

DEEL

6

Constructiediensten

Voor de Europese Unie en de Republiek Kazachstan:

Deze overeenkomst is van toepassing op aanbestedingen door de in de delen 1 tot en met 3 van deze bijlage genoemde entiteiten, voor alle constructiediensten die in de voorlopige centrale productenclassificatie worden genoemd.

Opmerking:

De bestreken diensten zijn onderworpen aan de beperkingen en voorwaarden die zijn vastgelegd in de lijsten van specifieke verbintenissen van de partijen volgens de GATS.

DEEL

7

Algemene opmerkingen

Voor de Europese Unie:

  • 1.

    Hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst is niet van toepassing op:

    • a.

      opdrachten voor landbouwproducten ter ondersteuning van steunprogramma’s voor de landbouw en voedselhulpprogramma’s (bv. voedselhulp in verband met noodhulp); en

    • b.

      opdrachten betreffende de aankoop, de ontwikkeling, de productie of de coproductie van programmamateriaal door omroeporganisaties en overeenkomsten betreffende zendtijd.

  • 2.

    Deze overeenkomst is niet van toepassing op aanbestedingen door de in de delen 1 en 2 van deze bijlage genoemde aanbestedende entiteiten in verband met activiteiten op het gebied van drinkwater, energie, vervoer en de postsector, tenzij deel 3 van deze bijlage van toepassing is.

  • 3.

    Met betrekking tot de Ålandseilanden zijn de bijzondere voorwaarden van Protocol nr. 2 inzake de Ålandseilanden bij het verdrag betreffende de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden tot de Europese Unie van toepassing.

  • 4.

    Met betrekking tot aanbestedingen door entiteiten op het gebied van defensie en veiligheid is deze overeenkomst uitsluitend van toepassing op niet-gevoelige goederen en niet-oorlogsmateriaal.

  • 5.

    Aanbestedingen door aanbestedende entiteiten op het gebied van goederen- of dienstencomponenten van opdrachten die zelf niet onder deze overeenkomst vallen, worden niet beschouwd als vallend onder deze overeenkomst.

Voor de Republiek Kazachstan:

  • 1.

    Hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst is niet van toepassing op:

    • a.

      opdrachten voor landbouwproducten ter ondersteuning van steunprogramma’s voor de landbouw (met inbegrip van opdrachten met het oog op voedselzekerheid) en voedselhulpprogramma’s (bv. voedselhulp in verband met noodhulp);

    • b.

      opdrachten betreffende de aankoop, de ontwikkeling, de productie of de coproductie van programmamateriaal door omroeporganisaties en overeenkomsten betreffende zendtijd;

    • c.

      opdrachten voor goederen, werken en diensten overeenkomstig artikel 41, lid 3, van wet nr. 303-III inzake overheidsopdrachten van 21 juli 2007, ingeval die informatie staatsgeheim is;

    • d.

      opdrachten in verband met onderzoek en verkenning van de ruimte met een vreedzaam doel, internationale samenwerking bij de uitvoering van gezamenlijke projecten en programma’s op het gebied van ruimteactiviteiten;

    • e.

      opdrachten voor goederen, werken en diensten die uitsluitend worden aangeboden door een natuurlijk monopolie of staatsmonopolie; of

    • f.

      opdrachten voor financiële diensten, tenzij anders bepaald in deel 5 van deze bijlage.

  • 2.

    Hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst is niet van toepassing op uitzonderingen ten behoeve van kleine ondernemingen, ondernemingen die eigendom zijn van personen die tot minderheidsgroepen behoren en ondernemingen die werk bieden aan personen met specifieke behoeften. Met “uitzonderingen“ wordt bedoeld alle vormen van preferenties, zoals het exclusieve recht om een goed te leveren of een dienst te verlenen en prijspreferenties.

  • 3.

    Hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst is niet van toepassing op aanbestedingen door een onder deze overeenkomst vallende entiteit voor rekening van een niet onder deze overeenkomst vallende entiteit.

  • 4.

    Deze overeenkomst is niet van toepassing op aanbestedingen door aanbestedende entiteiten in verband met goederen- of dienstencomponenten van aanbestedingen die zelf niet onder deze overeenkomst vallen.

  • 5.

    Deze overeenkomst is niet van toepassing op aanbestedingen door de in de delen 1 en 2 van deze bijlage genoemde aanbestedende entiteiten in verband met activiteiten op het gebied van drinkwater, energie, vervoer en de postsector, tenzij deel 3 van toepassing is.

Bijlage

IV

Media voor de bekendmaking van informatie over aanbestedingen en aankondigingen als bedoeld in hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten)

DEEL

1

Media voor de bekendmaking van informatie over aanbestedingen

Voor DE EUROPESE UNIE:

PUBLICATIEBLAD VAN DE EUROPESE UNIE

http://simap.europa.eu

BELGIË

Wetten, koninklijke besluiten, ministeriële besluiten, ministeriële omzendbrieven – het Belgisch Staatsblad

Jurisprudentie – Pasicrisie

BULGARIJE

Wet- en regelgeving – Държавен вестник (staatsblad)

Rechterlijke beslissingen – www.sac.government.bg

Algemene administratieve beschikkingen en procedures – www.aop.bg en www.cpc.bg

TSJECHIË

Wet- en regelgeving – Sbírka zákonů České republiky (verzameling van wetten van de Tsjechische Republiek)

Uitspraken van het Bureau voor de bescherming van de mededinging – verzameling van de uitspraken van het Bureau voor de bescherming van de mededinging

DENEMARKEN

Wet- en regelgeving – Lovtidende

Rechterlijke beslissingen – Ugeskrift for Retsvaesen

Administratieve beschikkingen en procedures – Ministerialtidende

Besluiten van de Kamer van Beroep voor overheidsopdrachten – Konkurrencerådets Dokumentation

DUITSLAND

Wet- en regelgeving – Bundesanzeiger

Rechterlijke beslissingen: Entscheidungsammlungen des Bundesverfassungsgerichts, Bundesgerichtshofs, Bundesverwaltungsgerichts,

Bundesfinanzhofs sowie der Oberlandesgerichte

ESTLAND

Wet- en regelgeving en algemene administratieve beschikkingen: Riigi Teataja

Rechterlijke beslissingen van het Hooggerechtshof van Estland: Riigi Teataja (deel 3)

IERLAND

Wet- en regelgeving – Iris Oifigiúil (Official Gazette of the Irish Government)

GRIEKENLAND

Staatsblad van de Helleense Republiek – Εφημερίδα της Κυβερνήσεως της Ελληνικής Δημοκρατίας

SPANJE

Wetgeving – Boletín Oficial del Estado

Gerechtelijke uitspraken – geen officiële publicatie

FRANKRIJK

Wetgeving – Journal Officiel de la République française

Jurisprudentie – Recueil des arrêts du Conseil d’Etat

Revue des marchés publics

KROATIË

Narodne novine – http://www.nn.hr

ITALIË

Wetgeving – Gazetta Ufficiale

Jurisprudentie – geen officiële publicatie

CYPRUS

Wetgeving – Επίσημη Εφημερίδα της Δημοκρατίας (Staatsblad van de Republiek)

Rechterlijke beslissingen: Beslissingen van het Hooggerechtshof – Drukkerij (Αποφάσεις Ανωτάτου Δικαστηρίου 1999 – Τυπογραφείο της Δημοκρατίας)

LETLAND

Wetgeving – Latvijas Vēstnesis (Staatsblad)

LITOUWEN

Wet- en regelgeving en algemene administratieve bepalingen – Valstybės žinios (Staatsblad van de Republiek Litouwen)

Rechterlijke beslissingen, jurisprudentie – Teismų praktika (Bulletin van het Hooggerechtshof van Litouwen);

Administracinių teismų praktika

(Bulletin van het Bestuurlijk Hooggerechtshof van Litouwen)

LUXEMBURG

Wetgeving – Mémorial

Jurisprudentie – Pasicrisie

HONGARIJE

Wetgeving – Magyar Közlöny (Staatsblad van de Republiek Hongarije)

Jurisprudentie – Közbeszerzési Értesítő – a Közbeszerzések Tanácsa

Hivatalos Lapja (Bulletin voor overheidsopdrachten – Publicatieblad van de Raad voor Overheidsopdrachten)

MALTA

Wetgeving – Government Gazette

NEDERLAND

Wetgeving – Nederlandse Staatscourant en/of Staatsblad

Jurisprudentie – geen officiële publicatie

OOSTENRIJK

Wetgeving – Österreichisches Bundesgesetzblatt Amtsblatt zur Wiener Zeitung

Rechterlijke beslissingen, jurisprudentie – Sammlung von Entscheidungen des Verfassungsgerichtshofes

Sammlung der Entscheidungen des Verwaltungsgerichtshofes – administrativrechtlicher und finanzrechtlicher Teil

Amtliche Sammlung der Entscheidungen des OGH in Zivilsachen

POLEN

Wetgeving – Dziennik Ustaw Rzeczypospolitej Polskiej (Staatsblad – Republiek Polen)

Rechterlijke beslissingen, jurisprudentie – Zamówienia publiczne w orzecznictwie. Wybrane orzeczenia zespołu arbitrów i Sądu Okręgowego w Warszawie (selectie van de uitspraken van arbitragepanels en het Regionaal Gerechtshof van Warschau)

PORTUGAL

Wetgeving – Diário da República Portuguesa 1a Série A e 2a série

Gerechtelijke publicaties – Boletim do Ministério da Justiça

Colectânea de Acordos do SupremoTribunal Administrativo;

Colectânea de Jurisprudencia das Relações

ROEMENIË

Wet- en regelgeving – Monitorul Oficial al României (Staatsblad van Roemenië)

Rechterlijke beslissingen, algemene administratieve beschikkingen en procedures – www.anrmap.ro

SLOVENIË

Wetgeving – Staatsblad van de Republiek Slovenië

Rechterlijke beslissingen – geen officiële publicatie

SLOWAKIJE

Wetgeving – Zbierka zákonov (verzameling van wetten)

Rechterlijke beslissingen – geen officiële publicatie

FINLAND

Suomen Säädöskokoelma – Finlands Författningssamling (Fins Staatsblad)

ZWEDEN

Svensk Författningssamling (verzameling van de Zweedse wetgeving)

VERENIGD KONINKRIJK

Wetgeving – HM Stationery Office

Jurisprudentie – Law Reports

„Overheidsinstanties” – HM Stationery Office

Voor DE REPUBLIEK KAZACHSTAN:

Website van de Republiek Kazachstan over overheidsopdrachten

http://goszakup.gov.kz

Informatiesysteem over de wet- en regelgeving van de Republiek Kazachstan http://adilet.zan.kz

DEEL

2

Media voor de bekendmaking van aankondigingen

Voor de Europese Unie:

Publicatieblad van de Europese Unie

http://simap.europa.eu

Voor de Republiek Kazachstan:

Website van de Republiek Kazachstan over overheidsopdrachten

http://goszakup.gov.kz

Bijlage

V

Reglement van orde voor arbitrage overeenkomstig hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten)

Algemene bepalingen

  • 1.

    In hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst en voor de toepassing van dit reglement van orde wordt verstaan onder:

    • a.

      „adviseur”: een persoon die door een partij bij het geschil is aangesteld om haar in verband met de arbitrageprocedure te adviseren of bij te staan;

    • b.

      „arbiter”: een lid van een krachtens artikel 177 van deze overeenkomst ingesteld arbitragepanel;

    • c.

      „assistent”: een persoon die in het kader van het mandaat van een arbiter voor die arbiter onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert;

    • d.

      „klagende partij”: elke partij die krachtens artikel 176 van deze overeenkomst om de instelling van een arbitragepanel verzoekt;

    • e.

      „partij waartegen de klacht is gericht”: de partij ten aanzien waarvan wordt gesteld dat zij de in artikel 173 van deze overeenkomst bedoelde bepalingen heeft geschonden;

    • f.

      „arbitragepanel”: een krachtens artikel 177 van deze overeenkomst ingesteld panel;

    • g.

      „vertegenwoordiger van een partij”: een werknemer of een persoon die door een partij is aangewezen in verband met een geschil in verband met deze overeenkomst;

    • h.

      „dag”: een kalenderdag;

    • i.

      „werkdag”: alle dagen die geen feestdagen, zaterdagen of zondagen zijn.

  • 2.

    De partijen delen de kosten voor organisatorische aangelegenheden, met inbegrip van de honoraria en de kosten van de arbiters.

Kennisgevingen

  • 3.

    Het verzoek aan de andere partij om overleg en het verzoek om instelling van een arbitragepanel wordt ingediend op elektronische wijze, per fax, per aangetekende post, per koeriersdienst, of met een ander telecommunicatiemiddel waarbij de verzending wordt geregistreerd.

  • 4.

    De partijen bij het geschil en het arbitragepanel leveren de documenten andere dan het verzoek om overleg en het verzoek om instelling van een arbitragepanel af per e-mail, fax, aangetekende post of koeriersdienst, of met een ander telecommunicatiemiddel waarbij de verzending aan de andere partij of, in voorkomend geval, aan elk van de arbiters, wordt geregistreerd. Een e-mailbericht wordt geacht te zijn afgeleverd op de datum van verzending, tenzij wordt aangetoond dat dit niet het geval is. Indien de bewijsstukken vertrouwelijk zijn of te groot zijn om per e-mail te verzenden, kan de verzendende partij, binnen een dag na aflevering van de e-mail, het document in een ander elektronisch formaat verstrekken aan de andere partij en, in voorkomend geval, aan elk van de arbiters. In bovengenoemd geval stelt de partij die de e-mail verzendt, de andere partij en, in voorkomend geval, elk van de arbiters ervan in kennis dat het document is verzonden, met vermelding van de inhoud ervan.

  • 5.

    Kennisgevingen worden respectievelijk gericht aan de regering van de Republiek Kazachstan en aan het directoraat-generaal Handel van de Europese Commissie. Binnen 30 dagen vanaf de datum waarop titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst van toepassing wordt, wisselen de partijen de gegevens uit voor de elektronische communicatie overeenkomstig de punten 3 en 4 van dit reglement van orde. Iedere wijziging van e-mailadres of van andere elektronische communicatiemiddelen wordt onverwijld meegedeeld aan de andere partij en aan het arbitragepanel, in voorkomend geval.

  • 6.

    Kleine verschrijvingen in verzoeken, mededelingen, schriftelijke stukken of andere documenten in verband met de procedure van het arbitragepanel kunnen worden verbeterd door het onverwijld indienen van een nieuw document, waarin de wijzigingen duidelijk zijn aangegeven.

  • 7.

    Indien de laatste dag waarop een document kan worden afgeleverd, op een zaterdag, zondag of feestdag van de Republiek Kazachstan of de Europese Unie valt, wordt de volgende werkdag beschouwd als de laatste dag voor aflevering. Indien een document wordt afgeleverd bij een partij op een dag die voor die partij een feestdag is, wordt het document geacht op de volgende werkdag te zijn afgeleverd. De datum van ontvangst van een document wordt geacht dezelfde te zijn als de datum van aflevering.

Aanvang van de arbitrage

  • 8.
    • a.

      Indien een arbiter overeenkomstig artikel 177 van deze overeenkomst of de punten 19, 20 of 47 van dit reglement van orde door middel van loting wordt aangewezen, vindt de loting plaats op een door de klagende partij bepaalde tijd en plaats, die onverwijld worden medegedeeld aan de partij waartegen de klacht is gericht. De partij waartegen de klacht is gericht, kan desgewenst bij de loting aanwezig zijn. In elk geval vindt de loting plaats, welke partij(partijen) ook aanwezig is(zijn).

    • b.

      Indien een arbiter overeenkomstig artikel 177 van deze overeenkomst of de punten 19, 20 of 47 van dit reglement van orde door middel van loting wordt aangewezen en er twee voorzitters zijn van het Samenwerkingscomité, vindt de loting plaats door beide voorzitters of hun vertegenwoordigers dan wel enkel door één voorzitter wanneer de andere voorzitter of diens vertegenwoordiger niet bereid is aan de loting deel te nemen.

    • c.

      De partijen stellen de geselecteerde arbiters in kennis van hun benoeming.

    • d.

      Arbiters die volgens de in artikel 177 van deze overeenkomst vastgestelde procedure zijn benoemd, bevestigen binnen vijf dagen na de datum waarop zij van hun benoeming op de hoogte zijn gebracht aan het Samenwerkingscomité of zij beschikbaar zijn om in het arbitragepanel zitting te nemen.

    • e.

      Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, houden zij een vergadering met het arbitragepanel in persoon of via een ander communicatiemiddel, binnen zeven dagen vanaf de instelling van het arbitragepanel. De partijen en het arbitragepanel nemen beslissingen over de door hun passend geachte aangelegenheden, met inbegrip van de honoraria en onkostenvergoedingen. De honoraria en de onkostenvergoedingen moeten in overeenstemming zijn met de WTO-normen.

  • 9.
    • a.

      Tenzij de partijen binnen vijf dagen na de datum van aanwijzing van de arbiters anders overeenkomen, luidt de taakomschrijving van het arbitragepanel als volgt:

      In het licht van de desbetreffende bepalingen van de overeenkomst waarop de partijen bij het geschil zich beroepen de aangelegenheid onderzoeken die in het verzoek om instelling van het arbitragepanel is beschreven, zich uitspreken over de verenigbaarheid van de maatregel in kwestie met de in artikel 173 bedoelde bepalingen en een verslag uitbrengen overeenkomstig de artikelen 180, 181, 182 en 195 van deze overeenkomst.

    • b.

      De partijen stellen het arbitragepanel binnen drie dagen van de overeengekomen taakomschrijving in kennis.

Eerste ingediende stukken

  • 10.

    Uiterlijk 20 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel dient de klagende partij haar eerste schriftelijke stuk in. Uiterlijk 20 dagen na de datum van ontvangst van het eerste schriftelijke stuk dient de partij waartegen de klacht is gericht haar schriftelijke verweer in.

Werkwijze van arbitragepanels

  • 11.

    De voorzitter van het arbitragepanel zit alle bijeenkomsten van het panel voor. Het arbitragepanel kan aan de voorzitter de bevoegdheid tot het nemen van administratieve en procedurele besluiten delegeren.

  • 12.

    Tenzij in hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst anders is bepaald, kan het arbitragepanel bij zijn werkzaamheden alle mogelijke middelen gebruiken, waaronder telefoon-, fax- en computerverbindingen.

  • 13.

    Hoewel alleen arbiters aan de beraadslagingen van het arbitragepanel kunnen deelnemen, kan het panel toestaan dat assistenten de beraadslagingen bijwonen.

  • 14.

    Het opstellen van verslagen is een exclusieve bevoegdheid van het arbitragepanel, die niet mag worden gedelegeerd.

  • 15.

    Wanneer zich een procedureel vraagstuk voordoet dat niet onder de bepalingen van hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst en de bijlagen V tot en met VII bij deze overeenkomst valt, kan het arbitragepanel na overleg met de partijen een passende, met die bepalingen verenigbare procedure vaststellen.

  • 16.

    Wanneer het arbitragepanel van oordeel is dat andere procedurele termijnen dan die welke zijn vastgesteld in hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst moeten worden gewijzigd of dat een andere procedurele of administratieve aanpassing nodig is, stelt het de partijen bij het geschil schriftelijk in kennis van de redenen voor de wijziging of aanpassing, onder vermelding van de vereiste termijn of aanpassing.

Vervanging

  • 17.

    Indien een arbiter niet kan deelnemen aan een arbitrageprocedure overeenkomstig hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst, zich terugtrekt of moet worden vervangen wegens niet-naleving van de in bijlage VI bedoelde gedragscode, wordt overeenkomstig artikel 177 van deze overeenkomst en punt 8 van dit reglement van orde een vervanger aangewezen.

  • 18.

    Wanneer een partij bij het geschil van oordeel is dat een arbiter de gedragscode niet naleeft en om die reden moet worden vervangen, stelt zij de andere partij bij het geschil daarvan in kennis binnen 15 dagen vanaf de datum waarop zij bewijs heeft verkregen van de omstandigheden die ten grondslag liggen aan de schending van de gedragscode door de arbiter.

  • 19.

    Wanneer een partij bij het geschil van oordeel is dat een arbiter die niet de voorzitter is, de gedragscode niet naleeft, treden de partijen bij het geschil met elkaar in overleg en besluiten zij in voorkomend geval overeenkomstig artikel 177 van deze overeenkomst en punt 8 van dit reglement van orde een nieuwe arbiter aan te wijzen.

    Indien de partijen bij het geschil het niet eens worden over de vraag of een arbiter moet worden vervangen, kan elke partij bij het geschil verzoeken de kwestie voor te leggen aan de voorzitter van het arbitragepanel, wiens beslissing definitief is.

    Indien de voorzitter naar aanleiding van een dergelijk verzoek vaststelt dat een arbiter de gedragscode niet naleeft, wordt overeenkomstig artikel 177 van deze overeenkomst en punt 8 van dit reglement van orde een nieuwe arbiter aangewezen.

  • 20.

    Wanneer een partij van oordeel is dat de voorzitter van het arbitragepanel de gedragscode niet naleeft, treden de partijen met elkaar in overleg en, indien zij het erover eens zijn dat de voorzitter moet worden vervangen, wijzen zij overeenkomstig artikel 177 van deze overeenkomst en punt 8 van dit reglement van orde een nieuwe voorzitter aan.

    Indien de partijen het niet eens worden over de vraag of de voorzitter moet worden vervangen, kan elke partij verzoeken de kwestie voor te leggen aan een van de overige personen op de in artikel 196, lid 1, van deze overeenkomst bedoelde sublijst van voorzitters. De persoon wordt door middel van loting bepaald door de voorzitter van het Samenwerkingscomité of diens vertegenwoordiger. De beslissing van deze persoon over de noodzaak tot vervanging van de voorzitter is definitief.

    Indien de persoon vaststelt dat de oorspronkelijke voorzitter de gedragscode niet naleeft, wijst deze persoon door middel van loting een nieuwe voorzitter aan uit de overige personen op de in artikel 196, lid 1, van deze overeenkomst bedoelde sublijst van voorzitters. De nieuwe voorzitter wordt aangewezen binnen vijf dagen na de datum waarop het in dit lid bedoelde besluit is genomen.

  • 21.

    De arbitrageprocedure wordt geschorst zolang de procedures bedoeld in de punten 18, 19 en 20 van dit reglement van orde lopende zijn.

Hoorzittingen

  • 22.

    De voorzitter van het arbitragepanel stelt in overleg met de partijen bij het geschil en de overige arbiters de datum en het tijdstip van de hoorzitting vast en geeft de partijen bij het geschil hiervan een schriftelijke bevestiging. Tenzij de hoorzitting achter gesloten deuren plaatsvindt, wordt deze informatie door de partij die met de logistieke organisatie van de procedure is belast, tevens openbaar gemaakt. Tenzij een van de partijen bezwaar maakt, kan het arbitragepanel besluiten geen hoorzitting bijeen te roepen.

  • 23.

    Tenzij de partijen anders overeenkomen, wordt de hoorzitting in Brussel gehouden als de Republiek Kazachstan de klagende partij is en in Astana als de Europese Unie de klagende partij is.

  • 24.

    Het arbitragepanel kan aanvullende hoorzittingen bijeenroepen indien de partijen hiermee instemmen.

  • 25.

    Gedurende de hoorzittingen zijn alle arbiters aanwezig.

  • 26.

    De volgende personen kunnen een hoorzitting bijwonen, ongeacht of de procedure openstaat voor het publiek:

    • a.

      vertegenwoordigers van de partijen bij het geschil;

    • b.

      adviseurs van de partijen bij het geschil;

    • c.

      administratief personeel, tolken, vertalers en notulisten; en

    • d.

      assistenten van arbiters.

      Alleen de vertegenwoordigers en de adviseurs van de partijen bij het geschil mogen het woord richten tot het arbitragepanel.

  • 27.

    Uiterlijk vijf dagen voor de datum van de hoorzitting verstrekt elke partij bij het geschil het arbitragepanel een lijst met de namen van de personen die namens die partij op de hoorzitting pleidooien of uiteenzettingen zullen houden en van andere vertegenwoordigers of adviseurs die de hoorzitting zullen bijwonen.

  • 28.

    De hoorzitting wordt door het arbitragepanel op de volgende wijze geleid, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de klagende partij en de partij waartegen de klacht is gericht, evenveel tijd krijgen toegewezen:

    Pleidooien

    • a.

      pleidooi van de klagende partij

    • b.

      pleidooi van de partij waartegen de klacht is gericht

    Replieken

    • a.

      pleidooi van de klagende partij

    • b.

      repliek van de partij waartegen de klacht is gericht.

  • 29.

    Het arbitragepanel kan op elk ogenblik van de hoorzitting aan elke partij bij het geschil vragen stellen.

  • 30.

    Het arbitragepanel ziet erop toe dat van elke hoorzitting een verslag wordt opgemaakt, dat zo spoedig mogelijk aan de partijen bij het geschil wordt verstrekt. De partijen bij het geschil kunnen opmerkingen maken over het verslag, die door het arbitragepanel in overweging kunnen worden genomen.

  • 31.

    Elke partij bij het geschil kan binnen tien dagen na de datum van de hoorzitting een aanvullend schriftelijk stuk indienen over alle aspecten die tijdens de hoorzitting aan de orde zijn gekomen.

Schriftelijke vragen

  • 32.

    Het arbitragepanel kan op elk ogenblik van de procedure aan een of beide partijen bij het geschil schriftelijk vragen stellen. Elke partij bij het geschil ontvangt een kopie van de vragen van het arbitragepanel.

  • 33.

    Een partij bij het geschil verstrekt de andere partij bij het geschil een kopie van haar schriftelijke antwoord op de vragen van het arbitragepanel. Elke partij bij het geschil kan binnen vijf dagen na de datum van ontvangst van het antwoord van de andere partij schriftelijke opmerkingen over dat antwoord maken.

Vertrouwelijkheid

  • 34.

    Elke partij bij het geschil en haar adviseurs behandelen informatie die door de andere partij bij het geschil aan het arbitragepanel is verstrekt en als vertrouwelijk is aangemerkt, als vertrouwelijk. Wanneer een partij bij het geschil bij het arbitragepanel een vertrouwelijke versie van haar schriftelijke stukken indient, verstrekt zij op verzoek van de andere partij uiterlijk 15 dagen na de datum van het verzoek of, indien dit later is, na de datum van indiening van de stukken, tevens een niet-vertrouwelijke samenvatting van de stukken, die openbaar mag worden gemaakt, en geeft zij aan waarom de niet-openbaar gemaakte informatie vertrouwelijk is. Niets van dit reglement van orde belet dat een partij bij het geschil haar eigen standpunten openbaar maakt voor zover zij, wanneer zij naar door de andere partij verstrekte informatie verwijst, geen informatie openbaar maakt die door de andere partij als vertrouwelijk is aangemerkt.

    Het arbitragepanel komt achter gesloten deuren bijeen wanneer de stukken en pleidooien van een partij vertrouwelijke informatie bevatten. Wanneer een hoorzitting van het arbitragepanel achter gesloten deuren plaatsvindt, respecteren de partijen bij het geschil en hun adviseurs het vertrouwelijke karakter van de hoorzitting.

Niet-vertrouwelijke versie van het verslag van het arbitragepanel

  • 35.

    Indien het verslag van het arbitragepanel informatie bevat die door een partij als vertrouwelijk is aangemerkt, stelt het arbitragepanel een niet-vertrouwelijke versie van dat verslag op. De partijen krijgen de gelegenheid om opmerkingen te maken over de niet-vertrouwelijke versie en het arbitragepanel houdt rekening met deze opmerkingen bij het opstellen van de definitieve, niet-vertrouwelijke versie van het verslag.

Eenzijdige contacten

  • 36.

    Het arbitragepanel ontmoet een partij niet of communiceert niet met een partij in afwezigheid van de andere partij.

  • 37.

    Het is leden van het arbitragepanel verboden enig aspect van de inhoud van de procedure met een partij of met beide partijen bij het geschil te bespreken in afwezigheid van de andere arbiters.

Bijdragen van amici curiae

  • 38.

    Tenzij de partijen binnen drie dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel anders overeenkomen, kan het arbitragepanel ongevraagde schriftelijke bijdragen van op het grondgebied van een partij bij het geschil gevestigde natuurlijke of rechtspersonen die onafhankelijk van de regeringen van de partijen bij het geschil zijn, in ontvangst nemen, op voorwaarde dat deze bijdragen binnen tien dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel worden ingediend, beknopt zijn, in elk geval niet meer dan vijftien met dubbele regelafstand getypte bladzijden tellen, en direct van belang zijn voor een feitelijke of juridische kwestie die door het arbitragepanel wordt onderzocht.

  • 39.

    De schriftelijke bijdragen bevatten een beschrijving van de persoon die het stuk indient, met inbegrip van zijn nationaliteit of plaats van vestiging, de aard van zijn activiteiten, zijn rechtsvorm, zijn algemene doelstellingen en zijn financieringsbron, en vermelden nadere gegevens over het belang dat de persoon heeft bij de arbitrageprocedure. De bijdragen worden opgesteld in de talen die de partijen bij het geschil overeenkomstig de punten 42 en 43 van dit reglement van orde hebben gekozen.

  • 40.

    Het arbitragepanel vermeldt in zijn verslag alle ontvangen bijdragen die in overeenstemming zijn met de punten 38 en 39 van dit reglement van orde. Het arbitragepanel is niet verplicht in zijn verslag op de in de bijdragen naar voren gebrachte argumenten in te gaan. De bijdragen worden verstrekt aan de partijen bij het geschil, zodat zij hierover opmerkingen kunnen maken. De opmerkingen van de partijen bij het geschil worden verstrekt binnen tien dagen vanaf de ontvangst van de bijdrage en het arbitragepanel neemt die opmerkingen in overweging.

Dringende gevallen

  • 41.

    In dringende gevallen als bedoeld in hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van de overeenkomst past het arbitragepanel, indien nodig en na overleg met de partijen, de in dit reglement van orde vastgestelde termijnen aan, en stelt zij de partijen hiervan in kennis.

Vertaling en vertolking

  • 42.

    Tijdens het in artikel 174 van deze overeenkomst bedoelde overleg, en uiterlijk op de in punt 8, onder e), van dit reglement van orde bedoelde bijeenkomst, proberen de partijen bij het geschil tot overeenstemming te komen over een gemeenschappelijke werktaal voor de arbitrageprocedure.

  • 43.

    Indien de partijen bij het geschil niet tot overeenstemming kunnen komen over een gemeenschappelijke werktaal, dient elke partij haar schriftelijke bijdrage in de door haar gekozen taal in. In dat geval verstrekt die partij tegelijkertijd een vertaling in de door de andere partij gekozen taal, tenzij haar bijdragen in een van de werktalen van de WTO zijn opgesteld. De partij waartegen de klacht is gericht, zorgt voor de vertolking van mondelinge bijdragen naar de door de partijen gekozen talen.

  • 44.

    De verslagen van het arbitragepanel worden uitgebracht in de door de partijen bij het geschil gekozen taal of talen.

  • 45.

    Elke partij bij het geschil kan opmerkingen maken over de nauwkeurigheid van een overeenkomstig het reglement van orde gemaakte vertaling van een document.

  • 46.

    Elke partij draagt zelf de kosten die zij maakt in verband met de vertaling van haar schriftelijke bijdragen. Eventuele kosten voor het vertalen van een verslag van het arbitragepanel worden door de partijen bij het geschil gelijkelijk gedragen.

Overige procedures

  • 47.

    Dit reglement van orde is ook van toepassing op procedures die overeenkomstig artikel 174, artikel 184, lid 2, artikel 185, lid 2, artikel 186, lid 3, en artikel 187, lid 2, van deze overeenkomst zijn ingesteld. De in dit reglement van orde vermelde termijnen worden evenwel door het arbitragepanel aangepast aan de bijzondere termijnen die zijn vastgesteld voor de vaststelling van een verslag door het arbitragepanel in het kader van deze andere procedures.

Bijlage

VI

Gedragscode voor leden van arbitragepanels en bemiddelaars overeenkomstig hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten)

Definities

  • 1.

    In deze gedragscode wordt verstaan onder:

    • a.

      „arbiter”: een lid van een op grond van artikel 177 van deze overeenkomst daadwerkelijk ingesteld arbitragepanel;

    • b.

      „kandidaat”: een persoon wiens naam voorkomt op de in artikel 196 van deze overeenkomst bedoelde lijst van arbiters en wiens selectie als lid van een arbitragepanel overeenkomstig artikel 177 van deze overeenkomst wordt overwogen;

    • c.

      „assistent”: een persoon die in het kader van het mandaat van een arbiter voor die arbiter onderzoek verricht of ondersteunende taken uitvoert;

    • d.

      „procedure”: tenzij anders bepaald, een procedure van een arbitragepanel uit hoofde van hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst;

    • e.

      „personeel”: met betrekking tot een arbiter, andere personen dan assistenten die onder de leiding en het toezicht van de arbiter werkzaam zijn;

    • f.

      „bemiddelaar”: een persoon die een bemiddelingsprocedure leidt overeenkomstig bijlage VII bij deze overeenkomst.

Verantwoordelijkheden in het kader van de procedure

  • 2.

    Elke kandidaat en elke arbiter vermijdt laakbaar gedrag en de schijn van laakbaar gedrag, is onafhankelijk en onpartijdig, vermijdt directe en indirecte belangenconflicten en neemt bij zijn gedrag de hoogste normen in acht, zodat de integriteit en onpartijdigheid van de regeling inzake geschillenbeslechting is gegarandeerd. Voormalige arbiters leven de verplichtingen in de punten 15 tot en met 18 van deze gedragscode na.

Openbaarmakingsplicht

  • 3.

    Voorafgaand aan de bevestiging van hun aanwijzing als arbiter op grond van hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting)van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst geven de kandidaten opening van zaken over alle belangen, relaties of aangelegenheden die van invloed kunnen zijn op hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij tijdens de procedure de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid zouden kunnen wekken. Daartoe stellen de kandidaten alles in het werk wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om na te gaan of er sprake is van dergelijke belangen, relaties of aangelegenheden.

  • 4.

    Kandidaten of arbiters richten schriftelijke mededelingen betreffende feitelijke of mogelijke schendingen van deze gedragscode uitsluitend tot het Samenwerkingscomité, ter overweging door de partijen.

  • 5.

    Na hun aanwijzing blijven arbiters alles in het werk stellen wat redelijkerwijs in hun vermogen ligt om na te gaan of er sprake is van de in punt 3 van deze gedragscode bedoelde belangen, relaties of aangelegenheden en maken zij deze in voorkomend geval openbaar. Op grond van de verplichting tot openbaarmaking zijn arbiters voortdurend gehouden dergelijke belangen, relaties en aangelegenheden openbaar te maken wanneer deze zich tijdens de procedure voordoen. De arbiters geven opening van zaken over dergelijke belangen, relaties en aangelegenheden door daarvan, ter overweging door de partijen, schriftelijk mededeling te doen aan het Samenwerkingscomité.

Verplichtingen van arbiters

  • 6.

    Na de bevestiging van hun aanwijzing zijn de arbiters beschikbaar voor de uitoefening van hun taken en oefenen zij hun taken gedurende de gehele procedure nauwgezet, snel en op billijke wijze uit.

  • 7.

    De arbiters onderzoeken uitsluitend vragen die in de procedure aan de orde worden gesteld en voor het verslag van het arbitragepanel noodzakelijk zijn, en dragen deze taak niet over aan een andere persoon.

  • 8.

    De arbiters nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat hun assistenten en personeel bekend zijn met de punten 2, 3, 4, 5, 16, 17 en 18 van deze gedragscode en deze naleven.

  • 9.

    De arbiters onthouden zich van eenzijdige contacten in verband met de procedure.

Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van arbiters

  • 10.

    De arbiters zijn onafhankelijk en onpartijdig, vermijden de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid en laten zich niet leiden door eigenbelang, druk van buitenaf, politieke overwegingen, publieke protesten, trouw aan een partij of vrees voor kritiek.

  • 11.

    De arbiters gaan direct noch indirect verplichtingen aan en aanvaarden geen voordelen die op welke wijze dan ook de goede uitoefening van hun taken zou verstoren of lijken te verstoren.

  • 12.

    De arbiters gebruiken hun positie als lid van het arbitragepanel niet om persoonlijke of particuliere belangen te dienen. Zij onthouden zich van handelingen die de indruk kunnen wekken dat zij in een positie verkeren waarin zij door anderen kunnen worden beïnvloed.

  • 13.

    De arbiters laten hun gedrag of oordeel niet beïnvloeden door financiële, zakelijke, professionele, persoonlijke of sociale relaties of verantwoordelijkheden.

  • 14.

    De arbiters gaan geen relaties aan en verwerven geen financiële belangen die hun onpartijdigheid in het gedrang kunnen brengen of wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daardoor de schijn van laakbaar gedrag of partijdigheid wordt gewekt.

Verplichtingen van voormalige arbiters

  • 15.

    Voormalige arbiters onthouden zich van handelingen die de schijn kunnen wekken dat zij bij de uitoefening van hun taken niet onpartijdig waren of voordeel hebben gehaald uit het besluit of het verslag van het arbitragepanel.

Vertrouwelijkheid

  • 16.

    De arbiters of voormalige arbiters openbaren of gebruiken op geen enkel ogenblik niet-openbare, de procedure betreffende of tijdens de procedure verkregen informatie, behalve ten behoeve van de procedure, en openbaren of gebruiken deze informatie in geen geval om persoonlijk voordeel te behalen, anderen een voordeel te schenken of het belang van anderen in negatieve zin te beïnvloeden.

  • 17.

    De arbiters maken verslagen van het arbitragepanel, of delen daarvan, niet openbaar voordat zij overeenkomstig hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten) van deze overeenkomst zijn bekendgemaakt.

  • 18.

    De arbiters of voormalige arbiters maken op geen enkel tijdstip informatie over de beraadslagingen van het arbitragepanel of over het standpunt van een arbiter openbaar.

Onkosten

  • 19.

    Elke arbiter houdt de aan de procedure bestede tijd en de hiervoor gedane uitgaven, alsmede de door hun assistenten en personeel hieraan bestede tijd en hiervoor gedane uitgaven, bij en overlegt hiervan een eindafrekening.

Bemiddelaars

  • 20.

    De in deze gedragscode beschreven voorschriften voor arbiters of voormalige arbiters zijn mutatis mutandis van toepassing op bemiddelaars.

Bijlage

VII

Bemiddelingsmechanisme overeenkomstig hoofdstuk 14 (Geschillenbeslechting) van titel III (Handel en zakelijke activiteiten)

Artikel

1

Doelstelling

Deze bijlage heeft tot doel ervoor te zorgen dat door middel van een alomvattende en snelle procedure en met behulp van een bemiddelaar gemakkelijker een onderling overeengekomen oplossing wordt gevonden.

DEEL

A

PROCEDURE VOOR HET BEMIDDELINGSMECHANISME

Artikel

2

Verzoek om informatie

Artikel

3

Inleiding van de procedure

Artikel

4

Keuze van de bemiddelaar

Artikel

5

Regels voor de bemiddelingsprocedure

DEEL

B

TENUITVOERLEGGING

Artikel

6

Tenuitvoerlegging van een onderling overeengekomen oplossing

DEEL

C

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

7

Vertrouwelijkheid en verhouding tot beslechting van geschillen

Artikel

8

Termijnen

Alle in deze bijlage vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen worden gewijzigd.

Artikel

9

Kosten

Protocol

betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die overeenkomstig dit protocol een verzoek om bijstand indient en die daartoe door een partij is aangewezen;

  • c.

    „aangezochte autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die overeenkomstig dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt en die daartoe door een partij is aangewezen;

  • d.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • e.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Bijstand op eigen initiatief

De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder door het verschaffen van informatie over:

  • a.

    activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere partij;

  • b.

    nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • c.

    goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • d.

    natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij betrokken zijn of zijn geweest bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • e.

    vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij voor het verrichten van met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn gebruikt, worden gebruikt of kunnen worden gebruikt.

Artikel

5

Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, in overeenstemming met haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, alle maatregelen die nodig zijn voor de verstrekking van documenten of de kennisgeving van besluiten van de verzoekende autoriteit in verband met de toepassing van dit protocol aan adressaten die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijven of gevestigd zijn.

De verzoeken om verstrekking van documenten en om kennisgeving van besluiten worden schriftelijk ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een ambtenaar van een aangezochte autoriteit kan worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in administratieve of gerechtelijke procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften voor te leggen. Het verzoek aan de ambtenaar wordt gedaan door de verzoekende autoriteit en moet specifiek vermelden voor welke administratieve of rechterlijke instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheden en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen en getuigen en voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten