Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds

Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds

Preambule

Partijen bij de overeenkomst

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en

de Europese Unie, enerzijds, en

de Republiek Botswana,

het Koninkrijk Lesotho,

de Republiek Mozambique,

de Republiek Namibië,

de Republiek Zuid-Afrika, en

het Koninkrijk Swaziland,

hierna de „staten van de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika die partij zijn bij de economische partnerschapsovereenkomst” , anderzijds („de SADC-EPO-staten”),

gezien de wens van de partijen hun handelsbetrekkingen te versterken en nauwe en duurzame banden tot stand te brengen op basis van partnerschap en samenwerking,

ervan overtuigd dat deze overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen tussen de partijen verder zal verdiepen en stimuleren,

met de wens op het grondgebied van de partijen nieuwe werkgelegenheid te creëren, investeringen aan te trekken en de levensstandaard te verbeteren, en daarbij duurzame ontwikkeling te bevorderen,

zich bewust van het belang van samenwerking bij de ontwikkelingsfinanciering voor de uitvoering van deze overeenkomst,

erkennende de inspanningen van de SADC-EPO-staten om zorg te dragen voor de economische en sociale ontwikkeling van hun bevolking tegen de achtergrond van verdieping van de regionale integratie in de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika („SADC-regio”),

uitdrukking gevende aan de vastberadenheid van de partijen om de regionale samenwerking en de economische integratie te bevorderen alsmede de liberalisering van de handel in de SADC-regio te stimuleren,

erkennende dat de SADC-EPO-staten bijzondere behoeften en belangen hebben en dat het noodzakelijk is rekening te houden met hun verschillende niveaus van economische ontwikkeling en uiteenlopende geografische en sociaal-economische problemen,

zich bewust van de bijzondere omstandigheden waarin Botswana, Lesotho, Namibië en Swaziland („BLNS-staten”) zich ten aanzien van deze overeenkomst bevinden en van de noodzaak rekening te houden met de gevolgen van de handelsliberalisering in het kader van de Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen Zuid-Afrika en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend op 11 oktober 1999 („TDC-overeenkomst”), voor hen,

erkennende dat door een speciale en gedifferentieerde behandeling en asymmetrie rekening moet worden gehouden met de bijzondere omstandigheden en behoeften van de minst ontwikkelde landen („MOL’s”) van de SADC-EPO-staten,

zich bewust van de bijzondere omstandigheden waarin Lesotho zich als het enige MOL in de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie („SACU”) bevindt en van de noodzaak wegens de gevolgen van de verlaging van de tariefinkomsten ingevolge de TDC-overeenkomst en deze overeenkomst prioriteit aan steun voor de handel toe te kennen,

zich bewust van de bijzondere omstandigheden van die SADC-EPO-staten die herstellen van langdurige gewapende conflicten, en waarvoor een speciale en gedifferentieerde behandeling en asymmetrie nodig is,

rekening houdende met de rechten en verplichtingen van de partijen als lid van de Wereldhandelsorganisatie („WTO”), en het belang van het multilaterale handelssysteem bevestigend,

herinnerend aan het belang dat de partijen hechten aan de beginselen en regels van het multilaterale handelssysteem en aan de noodzaak deze op transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen,

indachtig de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan („ACS”), enerzijds, en de Europese Gemeenschap („EG”) en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend op 23 juni 2000 en herzien op 25 juni 2005 („Overeenkomst van Cotonou”),

uitdrukking gevende aan de inzet en steun van de partijen voor de economische ontwikkeling in de SADC-EPO-staten, zodat deze de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling („MDG’s”) kunnen halen,

indachtig de TDC-overeenkomst,

gelet op de vastberadenheid van de partijen ervoor te zorgen dat hun wederzijdse afspraken het proces van regionale integratie in het kader van het Verdrag inzake de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika, ondertekend op 17 augustus 1992, zoals gewijzigd („SADC-verdrag”), ondersteunen,

erkennende het bijzondere geval van de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie, in 2002 bij de Overeenkomst inzake de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie opgericht tussen de regeringen van de Republiek Botswana, het Koninkrijk Lesotho, de Republiek Namibië, de Republiek Zuid-Afrika en het Koninkrijk Swaziland, ondertekend op 21 oktober 2002 („SACU-overeenkomst”),

uitdrukking gevende aan de ondersteuning en stimulering van het proces van handelsliberalisering door de partijen,

de nadruk leggende op het belang van landbouw en duurzame ontwikkeling voor het verlichten van de armoede in de SADC-EPO-staten,

hebben besloten deze overeenkomst te sluiten2[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en bij de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.] :

DEEL

I

DUURZAME ONTWIKKELING EN ANDERE SAMENWERKINGSGEBIEDEN

HOOFDSTUK

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Doelstellingen

De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:

  • a.

    bijdragen tot het terugdringen en uitroeien van armoede door de instelling van een handelspartnerschap dat in overeenstemming is met het doel van duurzame ontwikkeling, de MDG’s en de Overeenkomst van Cotonou;

  • b.

    bevorderen van regionale integratie, economische samenwerking en goed bestuur met het oog op de totstandbrenging en uitvoering van een doeltreffend, voorspelbaar en transparant regionaal regelgevingskader voor handel en investeringen tussen de partijen en tussen de SADC-EPO-staten onderling;

  • c.

    bevorderen van de geleidelijke integratie van de SADC-EPO-staten in de wereldeconomie, in overeenstemming met hun politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten;

  • d.

    verbeteren van de capaciteit van de SADC-EPO-staten op het gebied van handelsbeleid en handelsgerelateerde vraagstukken;

  • e.

    ondersteunen van de voorwaarden voor meer investeringen en initiatieven van de particuliere sector en verbeteren van de leveringscapaciteit, het concurrentievermogen en de economische groei in de SADC-EPO-staten, en

  • f.

    versterken van de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijdse belangen. Hiertoe worden met deze overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen verbeterd, wordt de uitvoering van het Protocol over handel in de regio van de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika, ondertekend op 24 augustus 1996 (SADC-handelsprotocol), en van de SACU-overeenkomst geconsolideerd, wordt een nieuwe handelsdynamiek tussen de partijen door middel van de geleidelijke, asymmetrische liberalisering van de onderlinge handel ondersteund, en wordt de samenwerking op alle gebieden die van belang zijn voor de handel versterkt, verruimd en verdiept, een en ander met inachtneming van de WTO-verplichtingen.

Artikel

2

Beginselen

Artikel

3

Regionale integratie

Artikel

4

Toezicht

Artikel

5

Samenwerking in internationale fora

De partijen streven naar samenwerking in alle internationale fora waar aangelegenheden in verband met deze overeenkomst worden besproken.

HOOFDSTUK

II

HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

6

Context en doelstellingen

Artikel

7

Duurzame ontwikkeling

Artikel

8

Multilaterale milieu- en arbeidsnormen en -overeenkomsten

Artikel

9

Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus

Artikel

10

Handel en investeringen ten behoeve van duurzame ontwikkeling

Artikel

11

Samenwerking bij handel en duurzame ontwikkeling

HOOFDSTUK

III

SAMENWERKINGSGEBIEDEN

Artikel

12

Ontwikkelingssamenwerking

Artikel

13

Samenwerkingsprioriteiten

Artikel

14

Samenwerking op het gebied van begrotingsaanpassing

Artikel

15

Soorten maatregelen

Ontwikkelingssamenwerking in het kader van deze overeenkomst omvat onder meer, maar niet uitsluitend, de volgende maatregelen in verband met deze overeenkomst:

  • a.

    beleidsontwikkeling;

  • b.

    ontwikkeling van wetgeving en van regelgevingskaders;

  • c.

    institutionele en organisatorische ontwikkeling;

  • d.

    capaciteitsopbouw en opleiding2)Voor de toepassing van dit artikel kan „capaciteitsopbouw” in het bijzonder opleiding, institutionele ontwikkeling, organisatorische ontwikkeling (structuren en procedures), operationele steun alsmede interinstitutionele communicatie- en samenwerkingsprocedures omvatten.;

  • e.

    technische adviezen;

  • f.

    administratieve diensten;

  • g.

    ondersteuning op het gebied van SPS-maatregelen en TBT, en

  • h.

    operationele steun, met inbegrip van uitrusting, materiaal en werkzaamheden in verband daarmee.

Artikel

16

Samenwerking op het gebied van bescherming van intellectuele-eigendomsrechten

Artikel

17

Samenwerking op het gebied van overheidsopdrachten

Artikel

18

Samenwerking op het gebied van concurrentie

Artikel

19

Samenwerking op het gebied van fiscaal bestuur

De partijen erkennen het belang van samenwerking met betrekking tot de beginselen van behoorlijk bestuur in belastingzaken via de bevoegde autoriteiten.

DEEL

II

HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN

HOOFDSTUK

I

HANDEL IN GOEDEREN

Artikel

20

Vrijhandelsgebied

Artikel

21

Toepassingsgebied

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in goederen tussen de partijen3)Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, hebben de termen „goederen” en „producten” dezelfde betekenis..

Artikel

22

Oorsprongsregels

De in deze overeenkomst vastgestelde tariefpreferenties worden toegepast op goederen die aan de oorsprongsregels in Protocol I voldoen.

Artikel

23

Douanerechten

Artikel

24

Douanerechten van de EU op producten van oorsprong uit de SADC-EPO-staten

Artikel

25

Douanerechten van de SADC-EPO-staten op producten van oorsprong uit de EU

Artikel

26

Rechten en belastingen bij uitvoer

Artikel

27

Vergoedingen en heffingen

Artikel

28

Gunstigere behandeling als gevolg van vrijhandelsovereenkomsten

Artikel

29

Vrij verkeer

Artikel

30

Speciale bepalingen over administratieve samenwerking

Artikel

31

Handelwijze bij administratieve fouten

De partijen erkennen elkaars recht om administratieve fouten bij de uitvoering van deze overeenkomst te corrigeren. Wanneer fouten worden vastgesteld, kan elk van de partijen het Handels- en ontwikkelingscomité verzoeken de mogelijkheden te onderzoeken om passende maatregelen te nemen om de situatie te herstellen.

HOOFDSTUK

II

HANDELSBESCHERMINGSINSTRUMENTEN

Artikel

32

Antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen

Ten aanzien van de rechten en verplichtingen van elk van de partijen in verband met de toepassing van antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen gelden de desbetreffende WTO-overeenkomsten. De bepalingen van DEEL III zijn niet van toepassing op dit artikel.

Artikel

33

Multilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

34

Algemene bilaterale vrijwaringsmaatregelen

Artikel

35

Landbouwvrijwaringsmaatregelen

Artikel

36

Vrijwaringsmaatregelen inzake voedselzekerheid

Artikel

37

Transitoire vrijwaringsmaatregelen van BLNS-staten

Artikel

38

Vrijwaringsmaatregelen ter bescherming van opkomende industrieën

HOOFDSTUK

III

NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel

39

Verbod op kwantitatieve beperkingen

De partijen kunnen kwantitatieve beperkingen toepassen op voorwaarde dat dit geschiedt in overeenstemming met de WTO-overeenkomst.

Artikel

40

Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving

HOOFDSTUK

IV

DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel

41

Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a.

    versterken van de samenwerking op het gebied van douane en handelsbevordering, teneinde ervoor te zorgen dat de wettelijke voorschriften en procedures ter zake alsmede de administratieve capaciteit van de douanediensten voldoen aan de doelstellingen van doeltreffende controle en stimulering van de handelsbevordering;

  • b.

    bevorderen van de harmonisatie van de douanewetgeving en -procedures;

  • c.

    ervoor zorgen dat legitieme doelstellingen van het overheidsbeleid, met inbegrip van die met betrekking tot de veiligheid en de fraudebestrijding op het gebied van douane en handelsbevordering, op generlei wijze in het gedrang komen, en

  • d.

    bieden van de noodzakelijke steun aan de douanediensten van de SADC-EPO-staten voor de doeltreffende uitvoering van deze overeenkomst.

Artikel

42

Samenwerking op administratief en douanegebied

Artikel

43

Douanewetgeving en -procedures

Artikel

44

Vergemakkelijking van de doorvoer

Artikel

45

Relaties met het bedrijfsleven

De partijen komen overeen:

  • a.

    erop toe te zien dat alle wettelijke voorschriften, procedures en vergoedingen en heffingen op douanegebied, alsmede waar mogelijk de nodige toelichtingen, openbaar worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg;

  • b.

    voor zover mogelijk tijdig en regelmatig overleg te voeren met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven over wetsvoorstellen en procedures met betrekking tot de douane en douanegerelateerde handelsaangelegenheden;

  • c.

    in voorkomend geval nieuwe of gewijzigde wettelijke voorschriften en nieuwe of gewijzigde procedures op zodanige wijze in te voeren en in werking te doen treden dat handelaren zich goed kunnen voorbereiden op de naleving daarvan. De partijen maken administratieve berichten ter zake openbaar, met name over de eisen voor douane-expediteurs, procedures bij binnenkomst van de goederen, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten en contactpunten voor het inwinnen van informatie, en

  • d.

    de samenwerking tussen de marktdeelnemers en de betrokken diensten te stimuleren door toepassing van instrumenten als memoranda van overeenstemming.

Artikel

46

Vaststelling van de douanewaarde

Artikel

47

Harmonisatie van douanenormen op regionaal niveau

Artikel

48

Steun voor de douanediensten van de SADC-EPO-staten

Artikel

49

Overgangsregelingen

Artikel

50

Speciaal comité voor douane en handelsbevordering

HOOFDSTUK

V

TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel

51

Multilaterale verplichtingen

Artikel

52

Doelstellingen

De partijen komen overeen:

  • a.

    samen te werken om hun onderlinge goederenverkeer te vergemakkelijken en uit te breiden door binnen het kader van de TBT-overeenkomst van de WTO onnodige handelsbelemmeringen te signaleren, te voorkomen en uit de weg te ruimen;

  • b.

    samen te werken om de regionale integratie en samenwerking, in het bijzonder tussen de SADC-EPO-staten onderling, bij TBT-aangelegenheden te versterken, en

  • c.

    technische capaciteit van de SADC-EPO-staten voor TBT-aangelegenheden tot stand te brengen en uit te breiden.

Artikel

53

Toepassingsgebied en definities

Artikel

54

Samenwerking en regionale integratie

De partijen zijn het erover eens dat samenwerking tussen de nationale en regionale autoriteiten die bevoegd zijn voor TBT-aangelegenheden, zowel in de particuliere als in de overheidssector, belangrijk is voor de bevordering van de handel in de regio en tussen de partijen, alsmede voor het algehele proces van regionale integratie, en zij verbinden zich ertoe om met het oog hierop samen te werken.

Artikel

55

Transparantie

Artikel

56

Maatregelen in verband met technische handelsbelemmeringen

De partijen komen overeen mechanismen vast te stellen en toe te passen die door de TBT-overeenkomst van de WTO worden ondersteund en het meest geschikt zijn voor specifieke prioritaire kwesties of sectoren. Bij deze mechanismen kan het gaan om:

  • a.

    intensivering van de samenwerking tussen de partijen, teneinde de toegang tot elkaars markten te vergemakkelijken door de kennis van en het begrip voor elkaars systemen op het gebied van technische voorschriften, normen, metrologie, accreditatie en conformiteitsbeoordeling te vergroten;

  • b.

    uitwisseling van informatie, vaststelling en toepassing van passende mechanismen voor specifieke kwesties of sectoren, d.w.z. aanpassing aan internationale normen, vertrouwen op de conformiteitsverklaring van de leverancier, gebruik van internationaal erkende accreditatie voor de kwalificatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties en gebruik van internationale test- en certificeringsprogramma’s voor producten;

  • c.

    aanwijzing en organisatie van sectorspecifieke interventies inzake normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde het begrip voor en de toegang tot elkaars markten te bevorderen. Bij de keuze van de sectoren wordt rekening gehouden met de belangrijkste handelsgebieden, met inbegrip van prioritaire producten;

  • d.

    ontwikkeling van samenwerkingsactiviteiten en -maatregelen, teneinde de uitvoering van de rechten en verplichtingen op grond van de TBT-overeenkomst van de WTO te ondersteunen;

  • e.

    in voorkomend geval, ontwikkeling van gemeenschappelijke standpunten en wijzen van aanpak inzake praktijken ten aanzien van technische regelgeving, onder meer wat betreft transparantie, overleg, noodzaak en evenredigheid, gebruik van internationale normen, conformiteitsbeoordelingsvereisten, gebruikmaking van effect- en risicobeoordeling, handhaving en markttoezicht;

  • f.

    waar mogelijk bevordering van harmonisatie op gebieden van wederzijds belang, teneinde te komen tot internationale normen, en het gebruik van dergelijke normen bij de ontwikkeling van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

  • g.

    een verbintenis om te zijner tijd onderhandelingen over overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op gebieden van wederzijds economisch belang te overwegen;

  • h.

    bevordering van samenwerking tussen de organen van de partijen die verantwoordelijk zijn voor technische voorschriften, metrologie, normalisatie, testen, certificering, inspectie en accreditatie, en

  • i.

    bevordering van de deelname van de SADC-EPO-staten in internationale normalisatie-instellingen.

Artikel

57

Rol van het Handels- en ontwikkelingscomité bij TBT-aangelegenheden

De partijen komen overeen dat het Handels- en ontwikkelingscomité bevoegd is:

  • a.

    toezicht te houden op de uitvoering van dit hoofdstuk en die uitvoering te evalueren;

  • b.

    TBT-aangelegenheden te coördineren en daarover overleg te voeren;

  • c.

    prioritaire sectoren en producten en de hieruit voortvloeiende prioritaire gebieden voor samenwerking aan te wijzen en te herzien;

  • d.

    indien nodig en dienstig, aanbevelingen voor wijzigingen van dit hoofdstuk te formuleren, en

  • e.

    alle andere onderwerpen te behandelen waarover de partijen met betrekking tot dit hoofdstuk overeenstemming bereiken.

Artikel

58

Capaciteitsopbouw en technische bijstand

HOOFDSTUK

VI

SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel

59

Multilaterale verplichtingen

Artikel

60

Doelstellingen

De partijen komen overeen:

  • a.

    bij de bevordering van handel en investeringen in de SADC-EPO-staten en tussen de partijen te verzekeren dat de vastgestelde maatregelen niet verder gaan dan nodig is om het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten te beschermen in overeenstemming met de SPS-overeenkomst van de WTO;

  • b.

    samen te werken om de regionale integratie en in het bijzonder de samenwerking tussen de SADC-EPO-staten op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen („SPS-maatregelen”) te versterken en om bij het aanpakken van problemen die voortvloeien uit SPS-maatregelen betreffende in bijlage VI opgenomen overeengekomen prioritaire producten en sectoren voldoende rekening te houden met de regionale integratie;

  • c.

    de samenwerking te bevorderen met het oog op de erkenning van passende beschermingsniveaus in het kader van SPS-maatregelen, en

  • d.

    technische capaciteit van de SADC-EPO-staten voor de uitvoering van en het toezicht op SPS-maatregelen tot stand te brengen en uit te breiden, en daarbij een ruimer gebruik van internationale SPS-normen en andere SPS-aspecten te bevorderen.

Artikel

61

Toepassingsgebied en definities

Artikel

62

Bevoegde instanties

Artikel

63

Transparantie

Artikel

64

Uitwisseling van informatie

Artikel

65

Rol van het Handels- en ontwikkelingscomité bij SPS-aangelegenheden

Het Handels- en ontwikkelingscomité is bevoegd:

  • a.

    toezicht te houden op de uitvoering van dit hoofdstuk en die uitvoering te evalueren;

  • b.

    adviezen en aanbevelingen voor de uitvoering van dit hoofdstuk te formuleren met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen ervan;

  • c.

    een forum te bieden voor discussie en uitwisseling van informatie en waar aspecten in verband met samenwerking aan de orde kunnen worden gesteld;

  • d.

    indien nodig en dienstig, aanbevelingen voor wijzigingen van dit hoofdstuk te formuleren;

  • e.

    de lijst van prioritaire producten en sectoren in BIJLAGE VI alsmede de hieruit voortvloeiende prioritaire gebieden voor samenwerking te herzien;

  • f.

    de samenwerking bij de ontwikkeling, toepassing en handhaving van SPS-maatregelen te versterken, en

  • g.

    alle andere relevante aangelegenheden in verband hiermee te bespreken.

Artikel

66

Overleg

Indien een van de partijen van oordeel is dat een andere partij maatregelen heeft getroffen die gevolgen kunnen hebben of kunnen hebben gehad voor de toegang tot haar markt, vindt passend overleg plaats teneinde onnodige vertragingen te voorkomen en een passende oplossing te vinden in overeenstemming met de SPS-overeenkomst van de WTO. In dit verband verstrekken de partijen elkaar de namen en adressen van contactpunten met sanitaire en fytosanitaire expertise, teneinde de communicatie en de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken.

Artikel

67

Samenwerking, capaciteitsopbouw en technische bijstand

De partijen komen overeen:

  • a.

    de samenwerking tussen vergelijkbare instellingen van de partijen te bevorderen;

  • b.

    samen te werken bij de bevordering van de regionale harmonisatie van maatregelen en de ontwikkeling van passende regelgevingskaders en beleidsmaatregelen binnen en tussen de SADC-EPO-staten en zo te zorgen voor meer intraregionale handel en investeringen, en

  • c.

    samen te werken op de volgende prioritaire gebieden:

    • i.

      de opbouw van technische capaciteit in de particuliere en overheidssector van de SADC-EPO-staten om sanitaire en fytosanitaire controle mogelijk te maken, met inbegrip van opleidingen en informatiebijeenkomsten over inspectie, certificering, toezicht en controle;

    • ii.

      de opbouw van capaciteit in de SADC-EPO-staten met het oog op behoud en uitbreiding van hun markttoegangsmogelijkheden;

    • iii.

      de opbouw van capaciteit om te waarborgen dat goedgekeurde maatregelen geen onnodige handelsbelemmeringen worden, waarbij erkend wordt dat partijen het recht hebben hun eigen passende beschermingsniveau vast te stellen;

    • iv.

      de uitbreiding van de technische capaciteit voor de uitvoering van en het toezicht op SPS-maatregelen, met inbegrip van de bevordering van een ruimer gebruik van internationale normen;

    • v.

      de bevordering van samenwerking bij de uitvoering van de SPS-overeenkomst van de WTO, in het bijzonder door verbetering van de kennisgevingsprocedures en uitbreiding van het aantal informatiepunten in de SADC-EPO-staten, alsmede bij andere aangelegenheden betreffende internationale normalisatie-instellingen ter zake;

    • vi.

      de ontwikkeling van de capaciteit voor risicoanalyse, harmonisatie, naleving, testen, certificering, residubewaking, traceerbaarheid en accreditatie, onder meer door het oprichten of moderniseren van laboratoria en andere voorzieningen, teneinde de SADC-EPO-staten te helpen aan de internationale normen te voldoen. In dit verband erkennen de partijen het belang van versterking van de regionale samenwerking en de noodzaak rekening te houden met de in overeenstemming met dit hoofdstuk vastgestelde prioritaire producten en sectoren, en

    • vii.

      steun voor de deelname van de SADC-EPO-staten in internationale normalisatie-instellingen ter zake.

HOOFDSTUK

VII

LANDBOUW

Artikel

68

Samenwerking op het gebied van landbouw

HOOFDSTUK

VIII

LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALBEWEGINGEN

Artikel

69

Lopende betalingen

Artikel

70

Vrijwaringsmaatregelen

Artikel

71

Betalingsbalansmoeilijkheden

Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans of de buitenlandse financiële positie van een of meer lidstaten van de Europese Unie of van een SADC-EPO-staat ernstige moeilijkheden voordoen of dreigen voor te doen, kan die lidstaat respectievelijk die SADC-EPO-staat in overeenstemming met de voorwaarden bepaald in de WTO-overeenkomst en de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds beperkende maatregelen treffen, die van beperkte duur moeten zijn en niet verder mogen gaan dan nodig is om de situatie van de betalingsbalans te corrigeren. Een partij die dergelijke maatregelen heeft getroffen of gehandhaafd, stelt de andere partij daarvan onverwijld in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen voor.

HOOFDSTUK

IX

HANDEL IN DIENSTEN EN INVESTERINGEN

Artikel

73

Handel in diensten

Artikel

74

Handel en investeringen

DEEL

III

VERMIJDEN EN BESLECHTEN VAN GESCHILLEN

HOOFDSTUK

I

DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

75

Doelstelling

Artikel

76

Toepassingsgebied

HOOFDSTUK

II

OVERLEG EN BEMIDDELING

Artikel

77

Overleg

Artikel

78

Bemiddeling

HOOFDSTUK

III

GESCHILLENBESLECHTINGSPROCEDURES

Artikel

79

Inleiding van de arbitrageprocedure

Artikel

80

Instelling van het arbitragepanel

Artikel

81

Tussentijds panelverslag

Het arbitragepanel geeft de partijen in de regel uiterlijk honderdtwintig (120) dagen na de datum van instelling ervan kennis van een tussentijds verslag met een beschrijving van het geschil en met zijn bevindingen en conclusies. In dringende gevallen wordt de termijn verkort tot zestig (60) dagen. Een partij kan het arbitragepanel binnen vijftien (15) dagen na de kennisgeving van het tussentijdse verslag schriftelijke opmerkingen over specifieke aspecten van het tussentijdse verslag doen toekomen.

Artikel

82

Arbitrale uitspraak

Artikel

83

Naleving van de arbitrale uitspraak

De partij waartegen de klacht gericht is, neemt alle nodige maatregelen om de arbitrale uitspraak na te leven en beide partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen die uitspraak moet worden nageleefd.

Artikel

84

Redelijke termijn voor naleving

Artikel

85

Onderzoek van de maatregelen tot naleving van de arbitrale uitspraak

Artikel

86

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

Artikel

87

Onderzoek van de nalevingsmaatregelen getroffen na de vaststelling van passende maatregelen

HOOFDSTUK

IV

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

88

Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Handels- en ontwikkelingscomité en in voorkomend geval het arbitragepanel van die oplossing in kennis. Na goedkeuring van de onderling overeengekomen oplossing wordt de geschillenbeslechtingsprocedure beëindigd.

Artikel

89

Reglement van orde en gedragscode

Artikel

90

Informatie en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief informatie inwinnen bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, die het voor de arbitrageprocedure nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Belanghebbenden kunnen overeenkomstig het reglement van orde als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen. Alle op deze manier verkregen informatie moet aan de partijen worden medegedeeld en voor opmerkingen aan hen worden voorgelegd.

Artikel

91

Taal van de stukken en opmerkingen

Artikel

92

Interpretatieregels

Het arbitragepanel legt de bepalingen van deze overeenkomst uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht zijn neergelegd. De uitspraken van het arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel

93

Arbitrale uitspraken

Artikel

94

Lijst van arbiters

Artikel

95

Verhouding tot WTO-verplichtingen

Artikel

96

Termijnen

DEEL

IV

ALGEMENE UITZONDERINGEN

Artikel

97

Algemene uitzonderingsclausule

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van de internationale handel vormen, wordt geen enkele bepaling van deze overeenkomst uitgelegd als een beletsel voor een van de partijen om maatregelen vast te stellen of toe te passen die:

  • a.

    noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden;

  • b.

    noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;

  • c.

    verband houden met de invoer of de uitvoer van goud of zilver;

  • d.

    noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- en regelgeving die niet strijdig is met de bepalingen van deze overeenkomst, met inbegrip van maatregelen voor de handhaving van douanevoorschriften, de handhaving van monopolies waarvan de werking in overeenstemming is met artikel II, lid 4, en artikel XVII van de GATT, de bescherming van octrooien, handelsmerken en auteursrechten en de voorkoming van misleidende praktijken;

  • e.

    betrekking hebben op voortbrengselen van gevangenisarbeid;

  • f.

    worden opgelegd ter bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;

  • g.

    betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, mits die maatregelen gepaard gaan met beperkingen van de interne productie of het interne verbruik;

  • h.

    uitvoering geven aan verplichtingen die voortvloeien uit een intergouvernementele grondstoffenovereenkomst die beantwoordt aan criteria die aan de overeenkomstsluitende partijen bij de GATT zijn voorgelegd en niet door hen zijn afgewezen of die zelf aan die partijen is voorgelegd en niet is afgewezen5)De in dit punt bedoelde uitzondering geldt voor elke grondstoffenovereenkomst die beantwoordt aan de beginselen die door de Economische en Sociale Raad bij resolutie 30 (IV) van 28 maart 1947 zijn goedgekeurd.;

  • i.

    noodzakelijke beperkingen stellen aan de uitvoer van interne grondstoffen om te verzekeren dat de interne verwerkende industrie over voldoende van deze grondstoffen beschikt in perioden waarin de interne prijzen ervan als onderdeel van een stabilisatieprogramma van de overheid onder de wereldmarktprijs worden gehouden, mits zulke beperkingen niet worden gebruikt voor de bescherming van de interne industrie of om de uitvoer van deze industrie te vergroten en niet strijdig zijn met de niet-discriminatiebepalingen van deze overeenkomst, of

  • j.

    van wezenlijk belang zijn voor de verwerving of distributie van producten waaraan een algemeen of plaatselijk tekort bestaat, mits de maatregelen in overeenstemming zijn met het beginsel dat de partijen en de SADC-EPO-staten recht hebben op een billijk aandeel in het internationale aanbod van die producten en, wanneer zij strijdig zijn met andere bepalingen van deze overeenkomst, worden beëindigd zodra de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot de maatregelen, niet meer bestaan.

Artikel

98

Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen

Artikel

99

Belastingen

DEEL

V

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel

100

Gezamenlijke Raad

Er wordt een Gezamenlijke Raad SADC-EPO-staten – EU („Gezamenlijke Raad”) opgericht, die toezicht houdt op de uitvoering van deze overeenkomst en deze beheert.

Artikel

101

Samenstelling en taken

Artikel

102

Beslissingsbevoegdheden en procedures

Artikel

103

Handels- en ontwikkelingscomité

DEEL

VI

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

104

Definitie van de partijen en naleving van de verplichtingen

Artikel

105

Uitwisseling van informatie

Artikel

106

Transparantie

Artikel

107

Tijdelijke moeilijkheden bij de uitvoering

Een partij die wegens factoren waarop zij geen invloed heeft, moeilijkheden ondervindt om aan haar verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst te voldoen, brengt de aangelegenheid onmiddellijk ter kennis van de Gezamenlijke Raad.

Artikel

108

Regionale preferenties

Artikel

109

Ultraperifere gebieden van de EU

Artikel

110

Verhouding tot de Overeenkomst van Cotonou

Artikel

112

Verhouding tot de WTO-overeenkomst

De partijen komen overeen dat zij op grond van geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht zijn te handelen op een wijze die in strijd is met hun WTO-verplichtingen.

Artikel

113

Inwerkingtreding6)De partijen bij het aangehechte protocol betreffende geografische aanduidingen en handel in wijn en gedistilleerde dranken geven uitvoering aan de daarin opgenomen verbintenissen.

Artikel

114

Duur

Artikel

115

Territoriale toepassing

Artikel

116

Herzieningsclausule

Artikel

117

Wijzigingen

Artikel

118

Toetreding van nieuwe EU-lidstaten

Artikel

119

Toetreding

Artikel

120

Talen en authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. Wanneer de teksten elkaar tegenspreken, geldt de taal waarin de onderhandelingen over de overeenkomst plaatsvonden.

Artikel

121

Bijlagen

De bijlagen, protocollen en voetnoten bij deze overeenkomst vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel

122

Rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst mag aldus worden uitgelegd dat daaraan rechten kunnen worden ontleend door of daarmee verplichtingen worden opgelegd aan personen, anders dan die welke de partijen krachtens internationaal publiekrecht hebben vastgesteld.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze overeenkomst hebben geplaatst.

GEDAAN te Kasane, tien juni tweeduizend zestien.

Verklaring van de Raad betreffende artikel 74, lid 1, van de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds

De Raad is van oordeel dat de formulering in artikel 74, lid 1, van de SADC EPO niet afwijkt en niet mag afwijken van de verdeling van bevoegdheden tussen de Unie en haar lidstaten in het kader van de Verdragen, ook niet wat investeringen betreft.

Protocol

1

Betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    elke verwijzing naar het mannelijke geslacht: terzelfder tijd een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht, en omgekeerd;

  • b.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • c.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten of delen die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • d.

    „product”: het product dat wordt vervaardigd, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • e.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • f.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald volgens de WTO-overeenkomst inzake de douanewaarde;

  • g.

    „prijs af fabriek”: de prijs van het product af fabriek, betaald aan de fabrikant in de EU of in een SADC-EPO-staat in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • h.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de EU of in de SADC-EPO-staten is betaald;

  • i.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen volgens de definitie onder h), die van dienovereenkomstige toepassing is;

  • j.

    „toegevoegde waarde” voor de toepassing van artikel 4 van dit protocol: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van elk van de verwerkte materialen die van oorsprong zijn uit de andere in de artikelen 4, 5 en 6 van dit protocol bedoelde landen of gebieden waarmee cumulatie mogelijk is, of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de EU of in een SADC-EPO-staat is betaald;

  • k.

    „toegevoegde waarde” voor de toepassing van artikel 43 van dit protocol: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van elk van de verwerkte materialen die worden ingevoerd in de SADC-EPO-staat die de afwijking aanvraagt, of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen is betaald in de SADC-EPO-staat die de afwijking aanvraagt;

  • l.

    „hoofdstukken”, „posten” en „postonderverdelingen”: de hoofdstukken, posten (viercijfercodes) en postonderverdelingen (zescijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd;

  • m.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaald hoofdstuk, een bepaalde post of een bepaalde postonderverdeling;

  • n.

    „zending”: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument voor de verzending van de exporteur naar de geadresseerde, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;

  • o.

    „grondgebied”: mede de territoriale wateren;

  • p.

    „LGO’s”: de landen en gebieden overzee zoals gedefinieerd in bijlage VIII;

  • q.

    „andere ACS-EPO-staten”: alle staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan met uitzondering van de SADC-EPO-staten, waarin ten minste voorlopig een EPO met de EU wordt toegepast;

  • r.

    „leveranciersverklaring”: een verklaring van een leverancier betreffende de oorsprongsstatus van producten. Exporteurs kunnen deze gebruiken als bewijsmateriaal, met name bij de aanvraag voor afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of voor het opstellen van een oorsprongsverklaring;

  • s.

    „deze overeenkomst”: de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Bilaterale cumulatie

Artikel

4

Diagonale cumulatie

Artikel

5

Cumulatie met betrekking tot materialen die bij invoer in de EU een rechtenvrije behandeling krijgen op grond van het meestbegunstigingstarief

Artikel

6

Cumulatie met betrekking tot materialen van oorsprong uit andere landen die in aanmerking komen voor preferentiële rechten- en contingentvrije toegang tot de EU

Artikel

7

Volledig verkregen producten

Artikel

8

Toereikende be- of verwerking

Artikel

9

Ontoereikende be- of verwerking

Artikel

10

In aanmerking te nemen eenheid

Artikel

11

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Toebehoren, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden verzonden en die deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs ervan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht een geheel te vormen met het materieel of de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

12

Stellen en assortimenten

Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem worden als van oorsprong beschouwd wanneer alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt als van oorsprong beschouwd wanneer de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

13

Neutrale elementen

Om de oorsprong van een product te bepalen, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van de bij de vervaardiging van dat product gebruikte:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die niet voorkomen in de uiteindelijke samenstelling van het product en ook niet bedoeld waren om daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

14

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

15

Niet-wijziging

Artikel

16

Gescheiden boekhouding

Artikel

17

Verzending van suiker

Het is toegestaan ruwe suiker, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen en bestemd voor verdere raffinage, van de onderverdelingen 1701 12, 1701 13 en 1701 14 van het geharmoniseerd systeem, van verschillende oorsprong, over zee te verzenden tussen de grondgebieden van de partijen zonder dat de suiker in afzonderlijke opslagplaatsen wordt bewaard. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat even veel suiker als van oorsprong kan worden beschouwd als zou zijn aangegeven voor invoer indien de suiker in afzonderlijke opslagplaatsen werd bewaard. De laatste laadhaven moet tot het grondgebied van een ACS-EPO-staat behoren.

Artikel

18

Tentoonstellingen

TITEL

IV

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

19

Algemene voorwaarden

Artikel

20

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

21

Afgifte achteraf van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

22

Afgifte van een duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

23

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in een SADC-EPO-staat of in de EU onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong bij verzending van deze producten of van een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de SADC-EPO-staten of de EU worden vervangen door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1. Die certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat toezicht houdt op de producten en geviseerd door de douaneautoriteit die toezicht houdt op de producten.

Artikel

24

Voorwaarden voor het opstellen van een oorsprongsverklaring

Artikel

25

Toegelaten exporteur

Artikel

26

Geldigheid van het bewijs van oorsprong

Artikel

27

Overlegging van het bewijs van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze douaneautoriteiten kunnen eisen dat het bewijs van oorsprong wordt vertaald en dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van deze overeenkomst voldoen.

Artikel

28

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2, onder a), voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI of XVII of de posten 7308 of 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt bij de invoer van de eerste deelzending een enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend.

Artikel

29

Vrijstelling van het bewijs van oorsprong

Artikel

30

Informatieprocedure in verband met cumulatie

Artikel

31

Bewijsstukken

De in artikel 20, lid 3, en artikel 24, lid 3, van dit protocol bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten waarvoor een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een oorsprongsverklaring is opgesteld, als producten van oorsprong uit een SADC-EPO-staat, de EU of een van de andere in de artikelen 4 en 6 van dit protocol bedoelde landen en gebieden kunnen worden aangemerkt en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze verrichte be- of verwerkingen om de betrokken goederen te verkrijgen;

  • b.

    in een SADC-EPO-staat, in de EU of in een van de andere in de artikelen 4 en 6 van dit protocol bedoelde landen en gebieden afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprongsstatus van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in een SADC-EPO-staat, in de EU of in een van de andere in de artikelen 4 en 6 van dit protocol bedoelde landen of gebieden afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking van de materialen in een SADC-EPO-staat, in de EU of in een van de andere in de artikelen 4 en 6 van dit protocol bedoelde landen of gebieden blijkt;

  • d.

    certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of oorsprongsverklaringen waaruit de oorsprongsstatus van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in een SADC-EPO-staat, in de EU of in een van de andere in artikel 4 bedoelde landen en gebieden zijn afgegeven of opgesteld.

Artikel

32

Bewaring van het bewijs van oorsprong en de bewijsstukken

Artikel

33

Verschillen en vormfouten

Artikel

34

In euro’s uitgedrukte bedragen

TITEL

V

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

35

Administratieve voorwaarden waaronder producten in aanmerking komen voor de voordelen van deze overeenkomst

Artikel

36

Kennisgeving betreffende douaneautoriteiten

Artikel

37

Wederzijdse bijstand

Artikel

38

Controle van het bewijs van oorsprong

Artikel

39

Controle van leveranciersverklaringen

Artikel

40

Geschillenbeslechting

Artikel

41

Sancties

Tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel een preferentiële behandeling voor producten te verkrijgen, worden sancties getroffen.

Artikel

42

Vrije zones

Artikel

43

Afwijkingen

TITEL

VI

CEUTA EN MELILLA

Artikel

44

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

45

Herziening en toepassing van oorsprongsregels

Artikel

46

Bijlagen

De bijlagen bij dit protocol maken daarvan een integrerend deel uit.

Artikel

47

Tenuitvoerlegging van het protocol

De EU en de SADC-EPO-staten nemen elk de nodige maatregelen om dit protocol ten uitvoer te leggen.

Protocol

2

Wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „goederen”: alle goederen die binnen het toepassingsgebied van het geharmoniseerd systeem vallen, ongeacht het toepassingsgebied van deze overeenkomst;

  • b.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van een partij van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • c.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die door een partij is aangewezen voor de uitvoering van dit protocol en die een verzoek om bijstand op grond van dit protocol indient;

  • d.

    „aangezochte autoriteit”: een bevoegde overheidsinstantie die door een partij is aangewezen voor de uitvoering van dit protocol en die een verzoek om bijstand op grond van dit protocol ontvangt;

  • e.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • f.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder door gegevens te verstrekken omtrent:

  • a.

    handelingen die met de douanewetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere partij;

  • b.

    nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt om met de douanewetgeving strijdige handelingen te verrichten;

  • c.

    goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • d.

    natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij betrokken zijn of waren bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;

  • e.

    vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij zijn, worden of kunnen worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.

Artikel

5

Overhandiging van documenten en kennisgeving van besluiten

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Uitvoering van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie moet worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Doorgifte van informatie en geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een ambtenaar van een aangezochte autoriteit kan worden gemachtigd om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of administratieve procedures betreffende onder dit protocol vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften over te leggen. In de oproeping dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke rechterlijke instantie of overheidsinstantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die op grond van dit protocol worden gedaan, met uitzondering van eventuele uitgaven voor deskundigen en getuigen en voor tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Uitvoering

Artikel

14

Wijzigingen

De partijen kunnen het Handels- en ontwikkelingscomité aanbevelingen doen over wijzigingen die naar hun oordeel in dit protocol moeten worden aangebracht.

Artikel

15

Slotbepalingen

Protocol

3

Geografische aanduidingen en handel in wijn en gedistilleerde dranken

HERINNEREND aan de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Zuid-Afrika betreffende de handel in wijn, ondertekend te Paarl op 28 januari 2002, en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Zuid-Afrika betreffende de handel in gedistilleerde dranken, ondertekend te Paarl op 28 januari 2002;

PARTIJ ZIJNDE BIJ de Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds, ondertekend te Pretoria op 11 oktober 1999, de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Zuid-Afrika betreffende de handel in wijn vanaf 28 januari 2002, en de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Zuid-Afrika betreffende de handel in gedistilleerde dranken vanaf 28 januari 2002;

GELEID DOOR DE WENS de ontwikkeling van geografische aanduidingen te bevorderen, waaronder aanduidingen worden verstaan die aangeven dat waren hun oorsprong hebben op het grondgebied van een partij, dan wel een regio of plaats op dat grondgebied, waarbij een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van de waren wezenlijk valt toe te schrijven aan de geografische oorsprong ervan, in de zin van artikel 22, lid 1, van de TRIPs-overeenkomst;

ZICH BEWUST VAN het belang van de drankensector voor hun economieën en de noodzaak de onderlinge handel in wijnbouwproducten en gedistilleerde dranken te bevorderen,

Artikel

1

Toepassing van het protocol

DEEL

1

GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bescherming van gevestigde geografische aanduidingen

Artikel

4

Gebruiksrecht van geografische aanduidingen

Artikel

5

Omvang van de bescherming

Artikel

6

Verband tussen geografische aanduidingen en merken

Artikel

7

Toevoeging van beschermde geografische aanduidingen

Artikel

8

Handhaving van bescherming

Artikel

9

Samenwerking inzake beheer van geografische aanduidingen

DEEL

2

HANDEL IN WIJNBOUWPRODUCTEN EN GEDISTILLEERDE DRANKEN

Artikel

11

Oenologische procedés

Artikel

12

Certificering van wijn en gedistilleerde dranken

DEEL

3

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

13

Speciaal Comité

Artikel

14

Samenwerking en voorkoming van geschillen

Artikel

15

Toepasselijke regels

Tenzij in dit protocol of in deze overeenkomst anders is bepaald, vinden de invoer en afzet van producten die onder dit protocol vallen en tussen de partijen worden verhandeld, plaats overeenkomstig de wet- en regelgeving die op het grondgebied van de partij van invoer van toepassing is.

Artikel

16

Toepassing van bepaalde concessies inzake markttoegang

Onverminderd artikel 113, lid 5, van deze overeenkomst worden uit hoofde van artikel 113, lid 6, van deze overeenkomst de in artikel 24, lid 2, en artikel 25, lid 1, van deze overeenkomst bedoelde concessies inzake markttoegang voor landbouwproducten die in de tarieflijsten van de bijlagen I en II bij deze overeenkomst met een sterretje (*) zijn aangeduid, uitsluitend verleend aan de partij die overeenkomstig artikel 3, lid 3, van dit protocol de kennisgeving doet en vanaf de eerste dag van de maand na ontvangst van deze kennisgeving door de andere partij.

Artikel

17

Verhouding tot andere overeenkomsten

Artikel

18

Overgangsmaatregelen

Producten waarvan de productie, de omschrijving en de voorstelling op de datum van inwerkingtreding in overeenstemming is met de interne wet- en regelgeving van de partijen en met hun onderlinge bilaterale verplichtingen, maar strijdig is met dit protocol, mogen op de markt worden gebracht:

  • a.

    door groothandelaren of producenten gedurende een periode van drie (3) jaar, en

  • b.

    door kleinhandelaren tot de voorraden zijn uitgeput.

Artikel

19

Slotbepalingen

Protocol

4

Betreffende de verhouding tussen de TDC-overeenkomst en deze overeenkomst

  • 1.

    Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst overeenkomstig artikel 113 van deze overeenkomst:

    • a.

      worden de volgende bepalingen van de TDC-overeenkomst ingetrokken:

    • b.

      heeft de bij artikel 97 van de TDC-overeenkomst ingestelde samenwerkingsraad niet meer de bevoegdheid om juridisch bindende besluiten te nemen over kwesties die vallen onder de bepalingen die onder a) zijn ingetrokken;

    • c.

      staat het bij artikel 104 van de TDC-overeenkomst ingestelde geschillenbeslechtingsmechanisme de partijen bij die overeenkomst niet meer ter beschikking bij geschillen betreffende de toepassing of interpretatie van de bepalingen die onder a) zijn ingetrokken.

  • 2.

    Bij voorlopige toepassing van deze overeenkomst door de EU en ratificatie door Zuid-Afrika overeenkomstig artikel 113 van deze overeenkomst:

    • a.

      wordt de toepassing geschorst van de artikelen die uit hoofde van punt 1 moeten worden ingetrokken;

    • b.

      heeft de bij artikel 97 van de TDC-overeenkomst ingestelde samenwerkingsraad niet de bevoegdheid om juridisch bindende besluiten te nemen over kwesties die vallen onder de bepalingen die uit hoofde van punt 2, onder a), zijn geschorst;

    • c.

      staat het bij artikel 104 van de TDC-overeenkomst ingestelde geschillenbeslechtingsmechanisme de partijen bij die overeenkomst niet ter beschikking bij geschillen betreffende de toepassing of interpretatie van de bepalingen die uit hoofde van punt 2, onder a), zijn geschorst.

  • 3.

    In geval van strijdigheid tussen de TDC-overeenkomst en deze overeenkomst heeft deze overeenkomst voorrang op de daarmee strijdige bepalingen.

Slotakte

De vertegenwoordigers van:

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

det Koninkrijk Zweden,

det Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en

de Europese Unie,

enerzijds, en

de Republiek Botswana,

het Koninkrijk Lesotho,

de Republiek Mozambique,

de Republiek Namibië,

de Republiek Zuid-Afrika,

het Koninkrijk Swaziland,

hierna „staten van de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika die partij zijn bij de economische partnerschapsovereenkomst” („SADC-EPO-staten”) genoemd,

anderzijds,

bijeengekomen te Kasane op tien juni tweeduizend zestien, voor de ondertekening van de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds,

en de SADC-EPO-staten, anderzijds, hebben bij de ondertekening van deze overeenkomst:

  • de volgende bijlagen, protocollen en verklaringen aangenomen:

BIJLAGE I: Douanerechten van de EU op producten van oorsprong uit de SADC-EPO-staten

BIJLAGE II: Douanerechten van de SACU op producten van oorsprong uit de EU

BIJLAGE III: Douanerechten van Mozambique op producten van oorsprong uit de EU

BIJLAGE IV: Landbouwvrijwaringsmaatregelen

BIJLAGE V: Transitoire vrijwaringsmaatregelen van BLNS-staten

BIJLAGE VI: Prioritaire producten en sectoren in het kader van SPS

PROTOCOL 1: Betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

PROTOCOL 2: Wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden

PROTOCOL 3: Geografische aanduidingen en handel in wijn en gedistilleerde dranken

PROTOCOL 4: Betreffende de verhouding tussen de TDC-overeenkomst en deze overeenkomst

ten blijke waarvan de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze slotakte hebben geplaatst.

Verklaringen

Verklaring van Namibië Over de oorsprong van visserijproducten

Namibië bevestigt het standpunt dat het tijdens de EPO-onderhandelingen over de oorsprongsregels voor visserijproducten steeds heeft ingenomen, namelijk dat op grond van de uitoefening van zijn soevereine rechten op de visbestanden in de wateren die onder zijn nationale jurisdictie vallen, met inbegrip van de exclusieve economische zone zoals gedefinieerd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, alle vangsten in die wateren, die ter verwerking in de havens van Namibië moeten worden aangevoerd, als product van oorsprong moeten worden beschouwd.

Verklaring van de EU

Over protocol 1 inzake de breedte van de territoriale wateren

De EU wijst erop dat de territoriale wateren volgens erkende internationale rechtsbeginselen, met name het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, tot 12 zeemijl zijn beperkt en verklaart dat deze afbakening in aanmerking wordt genomen bij de toepassing van het protocol wanneer daarin naar dit begrip wordt verwezen.